VN MediagidsSjuul Paradijs over zijn Telegraaf
Media 30.05.2009
Vijf maanden is hij nu hoofdredacteur, en De Telegraaf laat zich als vanouds horen. ‘Het is een krant die alles wat uitvergroot. Dat pakt niet in alle gevallen even gelukkig uit.’
‘De één maakt van Sjuul Paradijs een populist, de ander een stripfiguur. Maar zal ik je eens wat zeggen: ik ben gewoon mezelf.’
Zo. Dat is alvast gezegd. De hoofdredacteur van De Telegraaf – één meter negenennegentig lang, schoenmaat 49 – straalt er zelfs licht triomfantelijk bij. Groot en onontkoombaar zit hij achter de tafel van café Scheltema, in het centrum van Amsterdam. Daar wilde hij graag afspreken, vlak bij de plek waar ooit het gebouw van De Telegraaf stond. Want hij voelt zich als hoofdredacteur in een traditie staan. ‘Bedenk wel dat we een geschiedenis hebben van honderdzeventien jaar.’
Mooie plek. Jammer alleen dat hij zijn nette donkerblauwe pantalon openhaalt aan een geniepig spijkertje in de houten bank. Als hij straks opstaat, moet hij er even om denken dat hij niet onverhoeds in zijn onderbroek komt te staan. Maar zelfs om dat vooruitzicht kan hij smakelijk lachen. Paradijs straalt vooral zelfvertrouwen, misschien zelfs zelfvoldaanheid uit. Wie doet hem wat? Niemand toch zeker?
Kijk, dat zo’n Raoul Heertje bij de uitreiking van De Tegel (de jaarprijs voor de journalistiek) ongenadig naar een van zijn journalisten uithaalde – die zou onder valse voorwendselen bij de weduwe van de in Georgië omgekomen cameraman Stan Storimans zijn binnengedrongen – dat raakt hem helemaal niet. Hij is niet eens bij die Tegel geweest. Wat heeft hij nou te zoeken bij die zichzelf feliciterende journalistenmeute? ‘Tegel? Tegel door hun ruit bedoel je zeker. Ben je gek… wij kiezen onze eigen weg, volstrekt onderscheidend van de rest. We zijn ook uit de Raad voor de Journalistiek gestapt. Heerlijk is het. Een walhalla! En zo’n Heertje, daar lach ik om. We hebben nog geprocedeerd tegen zijn vader. En gewónnen, hè.’ Ja, dat heeft hier dan misschien niet veel mee te maken, geeft hij toe. ‘Maar dan wéét je het maar.’
Voor de zekerheid heeft hij wel een aantal kranten meegenomen. ‘Want ik dacht: zo’n man van VN leest vast De Telegraaf niet.’ Kijk, had ik deze gezien? Met zichtbare trots houdt hij de krant van 1 mei omhoog: ‘Aanslag op Beatrix’, staat er naast de kolossale foto van de koninklijke familie, vanuit hun bus onthutst omkijkend naar de zwarte Suzuki Swift. Paradijs lag in bed toen het gebeurde, doodziek vanwege een longontsteking. Maar een uur later zat hij met zijn zieke lijf achter de hoofdredactionele tafel. ‘Je hoort op zo’n moment de troepen aan te voeren, zelfs al ben je half dood. Dat zit in je genen.’ Het werd voor hem de meest indringende krant van dit jaar. De dag daarna lag hij weer voor pampus in zijn bed, toen er een sms’je binnenkwam van Henk van der Meyden: ‘Wat een indrukwekkende krant. Ik ben blij dat ik tot De Telegraaf-familie behoor.’ Ja, zoiets vindt hij geweldig. ‘Blijkbaar hadden we het goed gedaan. Op zo’n moment zie je de kracht van de krant. Ondanks al dat geklets over “dode bomen”, ondanks al die mensen die tot in hun kist willen blijven twitteren… opeens merk je dat de impact van zo’n Koninginnedag pas echt duidelijk wordt door dat stilstaande beeld.’
Een nette krant
Vijf maanden is Sjuul Paradijs (46) nu hoofdredacteur van De Telegraaf. Een erebaan waar hij ‘apetrots’ op is. ‘Ik sta in een traditie van prominente voorgangers. Ik heb samen met anderen de mooie opdracht om dat prachtige erfgoed te beheren.’ Zijn voorganger Johan Olde Kalter wilde, vertelde hij in 2004 in Vrij Nederland, nog vooral een nette krant van het midden maken. Eigenlijk is dat nog steeds zo, zegt Paradijs. ‘We zijn nog altijd een nette krant. En ook geen rechtse krant. Wij kunnen ons niet veroorloven om ons te binden aan een splinterpartij als de VVD. We zijn een massakrant. Dagelijks bereiken we zo’n tweeëneenhalf miljoen lezers met de papieren krant en nog eens een miljoen met onze site. Voor ons telt de grachtengordel dus ook niet.’
Er is sinds de jaren negentig wel wat veranderd, constateert de hoofdredacteur. Onder Paars kropen de kranten veel meer naar elkaar toe – de Volkskrant ging ook schrijven over misdaad en royalty. ‘Opeens werd de Volkskrant de Privé van de grachtengordel. Nu zijn de profielen weer veel uitgesprokener dan toen. Daar ben ik een van de gangmakers van. Wij hebben gigantisch groot geopend met Wijnand Duyvendak. Neerzetten dat verhaal! Toen ik hoorde dat Ella Vogelaar aftrad, heb ik direct gebeld: “Acht kolom! Acht kolom!” Dat is wel anders dan onder mijn voorganger.’
Onder u is de actiejournalistiek weer helemaal terug.
‘Nou, dat noem ik liever strijdbaarheid.’
U hebt de overlast van Marokkaanse jongens in Gouda hoogstpersoonlijk op de kaart gezet.
‘Zo is het. Ik zat aan de redactietafel. Naast mij zat een fotograaf die mij tussen neus en lippen foto’s liet zien die hij in Gouda had gemaakt. Ik vroeg: wat is dit?’
Hij herhaalt het, nu met onverwachte stemverheffing: ‘Wat is dit? Dit is Gouda! Ik wist ineens: hiermee gaan we morgen openen. En dat moest dus ook de kop worden. Zaten ze me eerst wat verbaasd aan te kijken. Net als bij Prinsjesdag. Ik hoorde van de kabinetsplannen: “koopkrachtverlies voor Jan en alleman”. Ik heb direct alle chefs bij elkaar geroepen. Ik zei: “Jongens, iedereen gaat erop achteruit. Onze lezers dus ook. Dit gaan we groot aanpakken.”’
Totaal anders dan vroeger.
‘Ja. Maar er zit wel degelijk genoeg journalistieke tegenkracht omheen. Ik weet dat je soms ongenuanceerd moet denken om die tegenkracht op te roepen. Wat je ermee bereikt, is dat je een discussie krijgt. Zo hebben we dat ook gedaan met de fiscus. En met de files.’
De files aanpakken is net als actievoeren tegen slecht weer.
‘Dat dacht je maar. Want weet je wat er is gebeurd? De files zijn korter geworden dan eerst. Want we zijn bij De Telegraaf niet alleen negatief, hè. We zoeken altijd naar oplossingen. Het is bij ons echt niet klaagmuur.nl. Er zijn zeventienduizend ideeën van lezers over het fileprobleem binnengekomen. Ik heb drie grote dozen naar Den Haag gebracht: “Camiel, dóé er wat mee”. Na een paar maanden werd ik gebeld: er zaten acht, negen bruikbare suggesties tussen. Dus via ons komen de plannen van de lezer bij de minister terecht. Dat is toch geweldig? Een ongekende verdieping van het fenomeen krant. Daardoor is De Telegraaf ook voor de lezers een soort familie.’
Heb je als hoofdredacteur van een grote krant een morele verantwoordelijkheid?
‘Absoluut. Ik vind dat we moeten wijzen op de nood van slachtoffers, of op het falen van de politie. Of neem het feit dat Balkenende de dalai lama niet persoonlijk wil ontmoeten. Dan roepen we toch even de vraag op: waarom kan zo’n man die nog nooit ook maar één mug heeft doodgeslagen niet ontvangen worden? Wij waren ervóór dat Balkenende naar de Olympische Spelen zou gaan, in het kader van de dialoog. Maar in het belang van diezelfde dialoog hoort hij ook deze man te ontmoeten. Ik zie het als een taak om daar op te wijzen.’
De Telegraaf kopte laatst: ‘Miljoenen doden door griep’. Da’s puur paniek zaaien.
‘Ach, De Telegraaf is een krant die alles wel wat uitvergroot. Dat pakt niet in alle gevallen altijd even gelukkig uit.’
Willy Alberti-brood
Sjuul Paradijs groeide op in de Pijp in Amsterdam, als oudste van twee kinderen. Zijn vader Ko was bakker. Zijn hele jeugd werd hij wakker met de geur van warm brood en verse gevulde koeken. Dat klinkt idyllischer dan het was. Paradijs moest met zijn zus Edith vaak vroeg op om zijn vader te helpen. Vanaf november stond hij kerstbroden te smeren en oliebollen te bakken. Toen Ko Paradijs in 2003 overleed, liet zijn zoon een advertentie zetten: ‘De beste bakker van Nederland is dood’.
‘Dat wás hij ook,’ zegt Paradijs. ‘Hij bakte het beste kerstbrood van Amsterdam. En altijd vooruitlopen, hè. Hij introduceerde al in 1973 kiwigebak. Maar hij maakte ook kabouterbrood. En niet te vergeten Willy Alberti-brood.’ Práát hem daar niet van. Dat Willy Alberti-brood was een langwerpig broodje met spijs en Italiaanse vruchtjes, met bovenop dertien amandelen.
Eigenhandig aangedrukt door Paradijs junior. Alberti bestelde er elk jaar driehonderd, om weg te geven aan zakenrelaties. Totdat V&D ook Willy Alberti-broden ging verkopen. Moesten er opeens duizenden gemaakt worden. Stond hij eindeloos die verdomde dertien amandelen in te kerven.
Hij typeert zijn vader als een noeste werker, maar vooral ook als een harde man. Hard voor zichzelf en voor zijn kinderen. ‘Ik heb jarenlang aan wedstrijdzwemmen gedaan. Hij is niet één keer in het zwembad geweest. Mijn vader heeft nooit een wedstrijd van mij gezien. Dat interesseerde hem gewoon niks. Hij was bezig met die bakkerij. Hij heeft zich totaal kapot gewerkt. Uiteindelijk kreeg hij last van stoflongen door het jarenlang uitkloppen van die meelzakken. Daarna overleed hij aan longkanker.’
Gek, toen Paradijs laatst kampte met die longontsteking moest hij er toch even aan denken. Hij zou toch niet ook… Maar nee, het was iets onschuldigs. Wel jammer dat zijn vader zijn hoofdredacteurschap niet heeft meegemaakt. ‘Daar zou hij als trouw Telegraaf-lezer ontzettend trots op zijn geweest.’ Al is het nog smartelijker dat hij Paradijs’ zoons – Julius van acht en Abel van zeven – nauwelijks heeft meegemaakt. Zijn moeder heeft ze zelfs nog korter gekend. ‘Dat vind ik heel erg. Echt verschrikkelijk.’ Kort maar heftig tegen zijn tranen vechtend: ‘Daar kan ik nu nog over in huilen uitbarsten. Want ze zou het zo geweldig hebben gevonden.’
Actievoeren
‘Laatst dacht ik: waar komt die strijdlust bij mij toch vandaan? Opeens herinnerde ik mij dat mijn vader ook zo was. Mijn vader wilde ooit voorkomen dat de Frans Halsstraat, waar zijn bakkerij was, een speelstraat zou worden. Dat zou slecht voor de omzet zijn. Heeft mijn vader samen met de sigarenboer toch heel fanatiek actiegevoerd. Ik weet nog dat er in de Frans Halsstraat overal scandaleuze teksten stonden tegen bakker Paradijs. Kon hem niks schelen. Het ging hem om zijn zaak. Dat actievoeren heb ik dus gewoon van hem. De zachte kanten heb ik van mijn moeder. Ik kan keihard zijn voor zo’n Duyvendak. Dan ben ik niet te beroerd om er hoogstpersoonlijk een schepje bovenop te doen. Maar ik heb ook een grote actie voor verplegers bedacht, voor vijftienduizend mensen in de zorg. Het startsein werd nota bene gegeven in het ziekenhuis waar mijn moeder verpleegd is. Er mogen dan grote puinhopen in de zorg zijn, onze sympathie voor de mensen aan het bed is vanzelfsprekend.’
Leest u elke dag alle kranten?
‘Uiteraard.’
Hoe vaak per week maakt ‘De Telegraaf’ de beste krant van die dag?
‘Dat antwoord weet je wel. Al ga ik niks onaardigs zeggen over andere kranten. Die mensen daar doen ook hun best. Laat ze daar vooral mee doorgaan. Van de andere kranten vind ik de NRC de beste. Dat is een heel mooie, complete krant.’
Jammer dat De Telegraafgroep ‘NRC Handelsblad’ toch niet gekocht heeft?
‘Daar heb ik niet echt een mening over. Ik denk dat we heel goed in één concern gepast hadden. NRC en Telegraaf beconcurreren elkaar niet, zoals de Volkskrant en NRC dat wel deden. Zoals de NRC samen met het AD in Rotterdam in één gebouw zat; dat was toch een beetje de haven en de universiteit in één bedrijf. Zoiets kan best. Dat het niet is doorgegaan, is een beslissing van de uitgever. Daar ga ik niet over.’
Uw voorganger Olde Kalter zei in Vrij Nederland: ‘Als je twee mensen een jaar op een onbewoond eiland zet, de ene met alleen ‘De Telegraaf’, de ander met ‘de Volkskrant’, dan zullen ze ieder een totaal ander beeld van de ontwikkelingen in Nederland hebben. Ik ben ervan overtuigd dat het beeld van de ‘Telegraaf’-lezer het best klopt met de realiteit.’
‘Als je De Telegraaf leest, denk je: wat leven we in een geweldig interessant en sensationeel land. Bij de Volkskrant lijkt Nederland vooral grijzig, een land zonder humor. Kijk naar onze redactie: daar werken alléén maar leuke mensen. Bij ons wordt verschrikkelijk veel gelachen. Wij zien ook de leuke kant van het leven. Niet dat verbetene. Wij zijn de SP niet. Zo van: iedereen moet even veel verdienen. Welnee. Wie talent heeft, mag best meer verdienen. Haal eruit wat erin zit. De wereld is van jou.’
Het is altijd een beetje flauw om één berichtje uit de krant te lichten…
‘Zeker. Moet je ook niet doen.’
… maar wat vindt u van dit ‘Telegraaf’-bericht dat Karst T. mogelijk extreem-rechtse sympathieën had omdat hij in een Suzuki Swift – afgekort SS – reed?
‘Dat stond in een ingezonden brief.’
Nee. Op de voorpagina.
Paradijs pakt de krant, leest het bericht hardop mompelend voor. ‘Extreem-rechts motief gezocht bij Karst T. Ja, gezócht staat er, hè. Da’s niet hetzelfde.’ Verder lezend: ‘Vreemde tatoeages en Suzuki Swift kan SS zijn… Ach ja, het kan, het kan ook niet… Kijk, dit is ook een aardig bericht, hè,’ gaat hij naadloos verder. ‘Over Susan Boyle. Daar was ik als eerste bij. Misschien was ik wel de eerste in Nederland die dat filmpje zag. Ik wist meteen: dit is groot.’ Dat is waarschijnlijk zoiets als het fameuze Telegraaf-gevoel, denkt hij. Aanvoelen wat mensen graag lezen. Neem nou dat verhaal over die vrouw die per ongeluk de kliko van haar buurvrouw binnenhaalde en daar een enorme boete voor kreeg. ‘Dat zijn dingen waarvoor een wijsneus van de school voor de journalistiek zijn neus op zal halen. Maar onze lezers zijn er dol op.’
In vroeger dagen was ‘De Telegraaf’ nog echt een bastion. Wie er eenmaal werkte, kwam er niet meer vandaan. Overstappen naar andere kranten was niet aan de orde.
‘Nog steeds. Het is zó leuk bij ons.’
Maar dat isolement van vroeger was noodgedwongen.
‘Dat is helemaal weg. De mening over ons is bijgesteld. We zijn volledig geaccepteerd, salonfähig geworden.’
Vroeger zeiden ze als je een ‘Telegraaf’ kocht soms: wilt u er een zakje omheen of durft u er zo mee over straat?
Merkbaar gestoken: ‘Ja, dat was lachen. Nu even de juiste verhoudingen: in de zomer drukken wij een miljoen kranten. Tweehonderdduizend daarvan drukken we in het buitenland. Tweehonderdduizend; dat is de oplage van Trouw en Het Parool bij elkaar. Dus waar hebben we het nou over?’
Is dit gespeelde kwaadheid?
‘Nee, dit is zoals ik het voel. Ik ben er namelijk trots op. Het geeft even de verhoudingen aan in Nederland.’
Wakker Nederland
En dan was er een paar maanden geleden opeens het bericht dat De Telegraaf met een eigen omroep zou komen: Wakker Nederland. Maar daar zegt Paradijs ‘lekker helemaal niks’ over. Dat zal binnenkort allemaal wel duidelijk worden. ‘We hebben altijd gezegd dat Wakker Nederland losstaat van De Telegraaf, zowel financieel als personeel. Elk woord hierover is er dus een te veel.’
Gaat u zelf een actieve rol in Wakker Nederland spelen?
‘Nee. Tuurlijk niet. Dat is niet mijn ambitie.’
Er zullen helemaal geen ‘Telegraaf’-mensen in figureren?
‘Nou ja… het kan. In elk geval wordt het niet de ouwe meuk uit Hilversum.’
Meer de ouwe ‘Telegraaf’-meuk.
‘We hébben helemaal geen ouwe Telegraaf-meuk. Die bestaat niet. Daar wil ik toch wel even wat over zeggen. Toen wij campagne gingen voeren op het Mediapark was het eerste wat ik zag een rode Jaguar. Die stond daar geparkeerd.’ Hij pakt er triomfantelijk een Telegraaf bij, met de kop ‘Vangen bij de VARA’. ‘Begrijp je wat ik bedoel?’
U rijdt nog altijd in een Dafje?
‘In een Kangoo. Bevalt prima. Waar het mij om gaat is dat het speelveld in de media bedorven wordt. Er gaat achthonderd, negenhonderd miljoen naar de Publieke Omroep, inclusief de Ster-gelden. Terwijl de kranten moeite hebben om te overleven.’
Fulminerend: ‘Opeens blijkt er dan een visitatiecommissie te bestaan voor de omroep, onder leiding van Annie Brouwer-Korf, “toevallig” van de PvdA. Die zal die omroep wel even doorlichten, denk je dan. Maar nee, wat zeggen ze? “De grote zeven, daar gaan we niet naar kijken. We onderzoeken Max en LLiNK”. Ik kan je één ding zeggen: bij Wakker Nederland hebben we bij de oprichting veel bloemen gekregen. Die van LLiNK heb ik teruggestuurd. Als je bijna failliet bent, ga je geen bloemen sturen. Maar het is ronduit belachelijk om alleen Max en LLiNK aan te pakken, terwijl die grote omroepen zonder meer hun zendtijd behouden. Dat is een wanvertoning.’
Even over PowNed van GeenStijl. Op hun site meldden ze onlangs dat PowNed eigenlijk een slimme truc was geweest. PowNed zou namelijk staan voor Publieke Omroep Wakker Nederland.
‘Flauwekul.’
PowNed wordt niet de jongerenafdeling van Wakker Nederland?
‘Nee. Onzin.’
GeenStijl is onderdeel van ‘De Telegraaf’.
‘Onderdeel van de Telegraafgróép. Maar die suggestie is onzin.’
GeenStijl schreef: ‘Die dikke zat in het complot’.
‘Ik heb ze tompouces gebracht toen ze de vijftigduizend leden haalden. Verder klopt er niks van.’
Het is de vraag of het Commissariaat voor de Media Wakker Nederland toelaat. Het is wettelijk niet toegestaan om abonnees van een krant automatisch lid te laten worden van een omroep.
‘Dat zullen we zien. Ik ga ervan uit dat Wakker Nederland vanaf september 2010 te zien zal zijn. Maar nogmaals: ik ben niet van Wakker Nederland. We hebben een hervormingsagenda, zoals we die ook hebben gehad bij De Telegraaf. Maar dat is iets voor het bestuur van Wakker Nederland.’
Qua toon wordt het een melange van Wim Bosboom en Wibo van der Linde?
‘Daar ga ik niks over zeggen.’
Omdat u het niet weet?
Hij klopt met zijn linkerhand op zijn hoofd. ‘Ho, ho, hier zitten allemaal hersens, hè. Pas op! Het is nu gewoon uit mijn handen. Wat ik wel even kwijt wil, is dit: door die idiote regelgeving in Nederland heeft de overheid de commerciële omroepen destijds het land uitgejaagd. Met de kranten gebeurt nu hetzelfde. Een paar grote, belangrijke kranten zijn voor een appel en een ei naar De Persgroep in België gegaan. Van Thillo is een uitstekende ondernemer, daarover geen kwaad woord. Maar alleen bij ons stroomt het rood-wit-blauwe bloed door de aderen. De Belgen hoeven Nederlanders toch niet te vertellen hoe wij kranten moeten maken en verkopen? Dat weten we zelf heel goed.’
PCM had niet aan het buitenland verkocht moeten worden?
‘Luister, wat er de afgelopen jaren bij PCM gebeurde, was een verschrikkelijke aanfluiting. Maar die verkoop had natuurlijk nooit gemogen. Voor een prikkie zijn die kranten van de hand gedaan. En daarna wordt de NRC nog eens verpatst.’ Opgewonden: ‘Je hebt het met de Volkskrant en NRC wél over Nederlands cultuurgoed, hè. Nogmaals: niets ten nadele van Van Thillo, maar die heeft daar als Belg toch nooit hetzelfde gevoel bij als wij. Kranten hóren niet op de vismarkt.’ Hij pauzeert, zegt dan op veel rustiger toon: ‘Bij mij gaat het soms van dik hout. Maar we moeten hier wel even duidelijk vaststellen wat er aan de hand is. Dit is werkelijk heel slecht voor de krantenwereld.’
Zijn zoons van zeven en acht lezen de krant nog maar mondjesmaat. Ze zijn vooral geïnteresseerd in voetbal, in Ajax. Al praat hij daar weinig met ze over. Dat is het enige nadeel aan zijn droombaan – hij is maar weinig thuis. Zijn vrouw neemt de opvoeding grotendeels voor haar rekening. ‘Ik ben nou eenmaal niet zo’n vader op een bakfiets, zo’n man die dolgraag spelletjes speelt. Op vakantie zitten we wel eens te kaarten. Maar daar blijft het bij. Thuis deden we vroeger ook nooit spelletjes. Dat heb ik niet geleerd. Weet je wat wij ’s avonds deden? Uien snijden. Voor de uienkruiers. Of een kistje appels schillen.’
Niet dat hij hetzelfde voor zijn zoons wil. Helemaal niet. ‘Ik vind dat ze een andere jeugd moeten hebben dan ik. Niet dat-ie zo slecht was. Absoluut niet. Maar er was wel altijd die druk. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik in hetzelfde patroon zit als mijn vader. Mijn vrouw zegt wel eens: “Kijk ook even naar je kinderen.”’
Is dat de prijs voor hoog in de boom zitten?
‘Ja. Het kan helaas niet anders. Dit werk gaat altijd door. Als ik ’s avonds thuiskom – vrijwel altijd ver na achten – dan liggen zij al bijna in bed. Dan ben ik nog volop bezig met telefoneren of commentaren schrijven.’
Is dat het waard?
‘In principe niet, nee. Ik mis veel van mijn jongens. Dat is het natuurlijk eigenlijk niet waard. En toch gaat het zo.’
U bent getrouwd met de krant?
‘Ja.’
Is het een mooi huwelijk?
‘Als jurist zeg ik: je moet nooit trouwen. Maar ja, opeens word je geroepen. En dan gaat het niet anders dan in Rome.’
U doet uw heilige plicht?
‘Zo is het. Maar ik besef terdege dat ik mezelf in acht moet nemen, ook voor mijn jongens. Het is natuurlijk ook geen gezond leven. De weegschaal zegt inmiddels “error” als ik erop ga staan. Die gaat niet verder dan honderdtwintig kilo. Je beweegt nauwelijks, je eet ongezond. Maar op dit moment kan het niet anders. Ik moet het erfgoed verder brengen.’
Dat is belangrijker dan het erfgoed-Paradijs?
‘Laten we het niet overdrijven. Ik ben nog steeds niet die man die het vlees snijdt op zondag. Ik blijf zoeken naar de middenweg. Maar ja, ik heb nou eenmaal twee families.’
- Republikeins extremisme De interessantste onafhankelijke bronnen over ultra-conservatief Amerika en de meest radicale sites en blogs
- Anton Corbijn De populaire cultuur van Anton Corbijn
- Framing Wat is de wetenschappelijke basis van politieke framing? En wat zijn bekende frames uit de Nederlandse politiek?
- Politieke satire in de VS De beste sketches van Republikeinse presidentskandidaten
- Kernbom Iran Hoe gevaarlijk is de Iraanse kernbom?





