VN MediagidsProgressieve belastingpolitiek (2)

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie 30.06.2007

Door Frank Kalshoven

 

Flip de Kam bepleit in zijn boek Wie betaalt de staat? Pleidooi voor een progressievere belastingpolitiek dat de sterkste schouders in Nederland best wat zwaardere lasten mogen dragen.

Vorige week heb ik aangegeven dat De Kam naar mijn mening langs de echt heikele linkse kwesties scheert (het functioneren van de publieke sector; de openbare financiën), maar dat doet niets af aan de leesbaarheid en het belang van zijn boek. Laten we nu eens kijken naar zijn concrete voorstellen.

De Kam definieert progressieve belastingpolitiek als een stelsel waarin veel gewicht wordt toegekend aan ‘verticale gelijkheid’ tussen de burgers: naarmate arme mensen minder en rijkere mensen meer belasting moeten betalen, wordt een belastingstelsel daarom progressiever.

De kern van De Kams problemen met het huidige stelsel is in feite een plaatje dat de toestand schetst in 1991/1992. Uit dat plaatje blijkt dat destijds de belastingdruk vrij evenwichtig over de bevolking was verdeeld. De tien procent armste Nederlandse huishoudens betaalden vijftig procent van hun inkomen aan diverse soorten belastingen, de rijkste tien procent minder dan vijfenzestig procent, en de tussenliggende groepen huishoudens van laag naar hoog steeds een beetje meer. Progressieve belastingpolitiek zou de belastingdruk schever moeten gaan verdelen.

Jaja, hoor ik u denken, maar waarom 1991/1992? We leven anderhalf decennium later! De Kam schrijft: ‘Desgevraagd bevestigt het ministerie van Financiën ook geen actueler beeld van de drukverdeling van al onze belastingen beschikbaar te hebben.’ Dat kun je gerust een zwaktebod noemen, zowel van Financiën als van De Kam. Als dit het Belangrijke Punt is van een heel boek: zoek dat dan uit, juist als anderen dat blijkbaar ten onrechte nalaten. Wat ook niet helpt, is dat De Kam deze gegevens later aanduidt als ‘licht gedateerd’. Hopeloos verouderd zou accurater zijn.

Aangenomen dat Nederland er in 2007, qua belastingdrukverdeling, nog grofweg zo bijligt als in 1991, is de vraag hoe die druk zo gelijkmatig wordt. We kennen immers een inkomstenbelasting met een tamelijk progressieve tariefstructuur en een toptarief van tweeënvijftig procent. Daar zit ook het probleem niet zozeer, laat De Kam zien. De belastingdrukverdeling van de inkomensheffing is serieus progressief: de armste huishoudens betalen (veel) minder dan tien procent; de rijksten betalen meer dan veertig procent van hun inkomen aan belastingen. De gelijkmatigheid wordt erin gebracht door andere belastingen. De Kam: ‘De tamelijk scherpe progressie van de inkomensheffing wordt kennelijk voor een belangrijk deel geneutraliseerd door de degressieve drukverdeling van de sociale premies en de kostprijsverhogende belastingen.’

Wat te doen?

De Kam heeft een wensenlijstje waar onder meer op staat: hogere ecotaksen, hogere accijnzen op schadelijke producten, schrappen in aftrekposten (ja, ook voor eigen huis en pensioensparen), geleidelijke afschaffing van het lage betastingtarief voor vijfenzestigplussers (de veelbesproken ‘fiscalisering van de AOW-premie’), een hoger toptarief (vijfenvijftig procent), een hogere arbeidskorting, verhoging van de successiebelasting, het zwaarder belasten van winst en het zwaarder belasten van inkomsten uit vermogen, herinvoering van gemeentelijke belastingen op basis van de waarde van het onroerend goed waarin mensen wonen, het afschaffen van de ‘aanrechtsubsidie’ aan kostwinnergezinnen.

Als we de techniek er even buiten laten (De Kam wil terug naar een zogeheten ‘synthetisch’ stelsel waarin de drie net ingeburgerde ‘boxen’ weer worden afgeschaft), kan ik niet anders zeggen dan dat het een mooi lijstje is: voor tachtig procent ben ik het er van harte mee eens dat dit verstandige maatregelen zijn (de uitzonderingen: het hogere toptarief en het zwaarder belasten van winst). Maar daarmee is grappig genoeg nog helemaal niet gezegd dat het stelsel daarom (of daarmee) progressiever wordt. Dat hangt heel erg af van de gekozen tariefstructuur van de verschillende belastingen. Het kan progressiever worden, maar dat hoeft niet.
De Kams verdediging van de afzonderlijke maatregelen is dan ook sterker dan zijn pleidooi voor meer progressie. Dat heeft niet alleen te maken met de twee vorige week benoemde kwesties, maar ook met buiten de verdelingsbeschouwing laten van de uitgavenkant. Daar is de term (netto) ‘profijt van de overheid’ voor bedacht, waarin niet alleen wordt gekeken naar de afdrachten van huishoudens aan de overheid, maar ook naar de inkomsten (in geld en in natura). Dat dit ‘netto profijt’ aan de onderkant van de inkomensverdeling groter moet zijn dan aan de bovenkant lijkt me vrij evident, maar daarmee is niet gezegd dat het belastingstelsel per se progressiever moet worden.

Lees het boek vooral zelf. Want in één ding heeft De Kam het grootste gelijk van de wereld: het is bizar dat linkse mensen zich zo weinig bekommeren om de fiscaliteit.





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?