Afbeelding bij Nanodeeltjes in producten: superasbest?

Nanodeeltjes in producten: superasbest?

Kabinet, verbied het rondstrooien van nanodeeltjes. Want straks blijken we stoffen de wereld in te hebben geholpen die net zo schadelijk zijn als asbest.

Die oproep deed de Stichting Natuur en Milieu onlangs. De milieuorganisatie beriep zich op onderzoek van de Universiteit van Arizona. Daar stopten ze antistinksokken met minuscule zilverdeeltjes – zilver helpt bacteriën om zeep – in de wasmachine. Na een paar keer draaien bleken de nanodeeltjes door de afvoer te zijn gespoeld.

Pieter van Broekhuizen, hoofd chemische risico’s van milieuadviesbureau IVAM, vindt het simpel. ‘Je moet onnodige emissies van schadelijke stoffen in het milieu altijd zien te voorkomen.’ Gewoon goed je voeten wassen en ademende schoenen dragen, is het advies van de vroegere directeur van de Amsterdamse chemiewinkel. Hij geeft nu vanuit IVAM leiding aan Nanocap, een Europees samenwerkingsverband van milieuorganisaties, universiteiten en vakbonden dat zich buigt over de gevolgen van nanotechnologie voor milieu en werkplek.

Die nanogeurvreters mogen moderne dwaasheid zijn, richten ze ook echt schade aan? Van Broekhuizen denkt dat de hoeveelheden die losweken uit die sokken niet meteen reden voor paniek zijn. Wel wil hij gezegd hebben dat het om veel spul gaat dat veel reactiever is dan grotere deeltjes. ‘Als je de deeltjes kleiner maakt, zoals hier tot op het nanoniveau, dan vergroot je het totale oppervlak ervan enorm. Als je een voetbal vult met pinpong-balletjes is het oppervlak van al die balletjes samen veel groter dan dat van de voetbal. En aangezien een chemische reactie enkel plaats kan vinden als de stof beschikbaar is aan het oppervlak, creëer je met nano veel reactievere deeltjes.’

Een punt van zorg is ook dat nanodeeltjes zich in de lucht anders gedragen, vertelt Van Broekhuizen. ‘Grove deeltjes dalen neer op de grond. Het heel fijne stof gedraagt zich als een gas, je ademt het in. Daar hebben je longen verschillende verdedigingsmechanismen tegen. Maar die nanodeeltjes passeren alle barrières en komen in de diepste longblaasjes terecht.’

Een goede reden om de verspreiding van nanodeeltjes in het milieu te verbieden? ‘Dat vind ik wel verstandig,’ zegt Van Broekhuizen. Om meteen te nuanceren. ‘Niet alle nanodeeltjes zijn hetzelfde. Het ene is giftiger dan het andere. En van sommige weet je nog onvoldoende, van andere weet je meer.’

Nanozonnebrand
Intussen is nano hét technologische buzzwoord. Door de materie op het allerkleinste niveau te manipuleren, kan ze fijne eigenschappen meekrijgen. Vooral de medische beloften zijn mediageniek. Het laatste nieuws is veelbelovend onderzoek van de Universiteit van Washington naar nanochemotherapie. Die zou de bloedvaatjes die de tumor voeden aanpakken, maar gezonde cellen intact laten. Er zijn inmiddels al honderden nano-artikelen op de markt. De Wilson Double Core tennisbal bijvoorbeeld. ‘In het rubber zitten heel fijne kleideeltjes die de doorlaatbaarheid voor gassen verminderen, zodat de bal hard blijft,’ legt Van Broekhuizen uit. De kans dat ze loslaten bij een ferme topspinbal acht hij niet groot.

Twijfelachtiger is zonnebrandcrème met titaandioxidedeeltjes. Als die superklein zijn, schiet het zonlicht erlangs, maar absorberen ze de ultraviolette straling. Bruinen met uv-filter dus. Maar er is een schaduwzijde, vreest Van Broekhuizen. ‘Een van de eigenschappen van titaandioxide is dat het met zuurstof reageert, en dan een actieve radicaal vormt. Die kan de huid oxideren, precies wat ultraviolette straling doet en wat je juist wil voorkomen.’ Daar is iets op gevonden: het titaandioxide kun je inpakken in een klein manteltje van aluminiumoxide. Maar omdat het zo klein is, kan dat door de huid heen gaan. De cosmetische industrie claimt dat dit niet gebeurt. Van Broekhuizen is daar niet zeker van. ‘Ze hebben het onderzocht bij een intacte huid. Als je huid verbrand is, kan die wel eens veel doorlaatbaarder zijn.’

Kennisgat
‘Normaal kun je je veel beter voorbereiden op de introductie van een nieuwe technologie,’ zegt Maaike van Zijverden van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. ‘Bij nanotechnologie zijn er razendsnel toepassingen op de markt gekomen. Het risico-onderzoek gaat daar nu als een haas achteraan.’ Van Zijverden, coördinator van het Kennis- en Informatiepunt Risico’s van Nano-technologie, vreest dat er een groot kennisgat is. Wat er wel bekend is, typeert ze als ‘niet geruststellend, maar ook niet alarmerend’. Er is preciezer inzicht nodig in de blootstelling van consumenten aan nanodeeltjes en de mogelijke schadelijke effecten daarvan.

Lastig daarbij is dat fabrikanten vooralsnog niet verplicht zijn te vermelden welke nanodeeltjes in welke doseringen ze in hun spullen stoppen. In de wet staat enkel in algemene bewoordingen dat de fabrikant verantwoordelijk is voor de veiligheid van zijn product. Alleen als hij meer dan tien ton per jaar van een bepaalde stof op de markt brengt, moet hij volgens het Europese chemische stoffenbeleid REACH een Chemical Safety Report maken.

Daarom bepleit de FNV in een net opgestelde ‘voorlopige visie op nanotechnologie’ zo’n veiligheidsrapport verplicht te maken voor alle nanostoffen. Ook vindt de vakbond dat de overheid dertig procent van het vele geld dat het in nanotechnologie stopt, moet bestemmen voor veiligheidsonderzoek, om een ‘superasbest’ te voorkomen. En de FNV wil dat klokkenluiders die een ‘nanomisstand’ melden bescherming krijgen.

Zijn de zorgen van de milieubeweging en de vakbond terecht? Van Broekhuizen vindt van wel. ‘De ernst van asbest is ook heel lang gebagatelliseerd. Nanobuisjes hebben een heel andere chemische structuur. Maar er is wel al aangetoond dat ze bij inademing longfibrose – waarbij zich in de longen te veel bindweefsel vormt – kunnen veroorzaken.’

BBC News, d.d. 20-05-2008: 'Asbestos warning' on nanotubes

 

Door Tomas Vanheste / 06 mei 2008 / ()