VN MediagidsMijn ergste vakantie: Lieverd
29.08.2009
Een vakantie zal ze dichter bij elkaar brengen, denkt zij. En hij zal eindelijk in alle rust het boek Kalme chaos van Sandro Veronesi kunnen lezen, denkt hij. 'Wat lees je, lieverd?' vroeg Ankie toen Ferdinand net zijn boek opensloeg. Ze zaten zij aan zij, wachtend op het openen van de gate.
Een vakantie zou ze dichter bij elkaar brengen, had Ankie gemeend. 'We leven te veel langs elkaar heen,' had ze er aan toegevoegd. Langs elkaar heen, hoe stelde ze zich dat voor? Ferdinand had knarsetandend geantwoord dat hij haar geen ongelijk kon geven. Ze hadden elkaar weinig gezien de laatste tijd. En ze kenden elkaar eigenlijk nog maar net.
Ferdinand zei niets, maar hief het boek op zijn schoot iets hoger, zodat Ankie de titel zou kunnen zien als ze zich op de grond wierp, aan zijn voeten. Elke keer dat hij was begonnen aan Kalme chaos van Sandro Veronesi, waarin Pietro Paladini een vrouw van de verdrinkingsdood probeert te redden, had Ankie een idee gehad. Moest ze het bespreken. Hem iets te drinken aanbieden. Een kus geven. Een antwoord hebben op een vraag.
De vrouw bleef maar net niet verdrinken.
'Laat me niet alleen!' gorgelt de vrouw. 'Laat me niet alleen!'
'Mevrouw,' zeg ik, terwijl ik afstand bewaar, 'zo gaat het niet! Rustig maar!'
Deze vakantie zou hij eindelijk echt gaan lezen. Ferdinand zou niet alleen eindelijk Kalme chaos achter zich kunnen laten, hij had ook De gebroeders Karamazov, Madame Bovary en De geschiedenis van mijn leven een plek gegeven in zijn nieuwe boekentas. De tas was van stevig leer. Als hij ergens een hekel aan had, dan waren het vouwen en knikjes in de kaft van een boek dat hij nog niet had gelezen. Zijn bibliotheek stond vol met boeken die hij nog niet had gelezen.
Ankie was met stomheid geslagen geweest toen hij haar voor het eerst de bibliotheek had laten zien.
Maar als antwoord verdwijnt ze onder water en komt niet meer boven. Jezus. Ik duik naar beneden om haar op te halen, het lukt me om haar bij de haren te grijpen terwijl ze zinkt als een baksteen; dan pak ik haar onder de oksels en breng haar weer naar boven, vechtend tegen de stroming die ons naar beneden trekt. Ze is heel zwaar. Als ik weer bovenkom, staan mijn longen op het punt te barsten, maar de vrouw geeft me in ieder geval de tijd om een paar maal te ademen voordat ze me weer onder begint te duwen.
Ferdinand had een klein driekamerappartement aan wat hij de goede kant van Amsterdam-Oost noemde. De grootste kamer had hij laten bekleden met boekenplanken. Toen deze gevuld waren, kon hij tot zijn grote genoegen beginnen met een tweede rij, waarin hij listige openingen creëerde, zodat je nog net kon zien welke boeken op de achterste rij stonden. Ten slotte begon hij aan het meest belangrijke: wankele stapels, leunend tegen de boekenkast. Hij had eens gezien, op een foto van Michaël Zeeman, hoe boekentorens als paddenstoelen uit de grond omhoog schoten.
Ferdinand modelleerde zijn torens naar die van Zeeman. Met de grootste nauwkeurigheid legde hij een enkel boek scheef, en sommige exemplaren werden met de rug naar de muur gekeerd. Als een beeldhouwer voltooide hij de scheve torens, zette zijn duim in de boeken om het gewicht wat naar links te doen hellen en sloeg ten slotte zelfs aan het improviseren door een stapeltje van zijn eigen tijdschrift bovenop een boekentoren te leggen.
Ferdinand was hoofdredacteur van een tijdschrift over abstracte kunst. Hij was ook de enige redacteur en eindredacteur. Hij had niet meer dan zestig abonnees. 'Kwaliteit is nu eenmaal niet iets voor de massa,' zei hij tegen zichzelf. De enkele keer dat hij de energie niet kon opbrengen om aan een voorwoord te beginnen, dat waarschijnlijk alleen zijn moeder en twee kennissen uit beleefdheid zouden lezen, dwong hij zichzelf een hamburger te gaan eten bij McDonald's, op de hoek van de Dappermarkt.
De hamburger was niet slecht. Zou hij aan de smaak gewend zijn geraakt of zouden ze er iets aan hebben gedaan? Het broodje had zijn kartonsmaak verloren en het vlees was eigenlijk best sappig. Misschien moest hij de frietjes eens proberen.
Ferdinands strategie was om bij McDonald's niet alleen te zien, maar ook te ervaren dat de grote massa op junkfood afkomt. Dat is niet lekker. Het is wel goedkoop. 'Als je succes wilt, moet je een hamburgertent openen,' zei hij tegen zichzelf, en soms tegen zijn moeder als hij geld van haar moest lenen om naar de mondhygiëniste te gaan of een onredelijk hoge drukkersrekening te betalen. Zijn moeder had in het begin nog hoopvol opgekeken. 'Dan zou je later altijd nog een restaurantje kunnen beginnen,' zei ze. Ferdinand had haar de mond gesnoerd met de uitspraak dat de massa prut wil. Prut met ketchup en mayonaise. Dan zijn ze tevreden.
Hij dacht aan alle mensen die zich volstouwden met kroketten en cola, nooit een krant lazen en Geert Wilders stemden. Ze gaan nooit naar een museum, dat wist hij zeker. Als je kon genieten van een Serra, of Judd, dan zou je geen Wilders stemmen. Van alle opwinding merkte hij niet dat hij met smaak zijn frites had opgegeten. Hij keek mismoedig naar de cultuurloze massa op de krukken en aan de plastic tafeltjes. Ze kunnen zich niet eens kleden, merkte hij op toen hij een grote Surinaamse zag zitten in een strakke T-shirtjurk. Hij schudde zijn hoofd bij het zien van een bleek meisje met tatoeages van dolfijnen op haar bovenarm. Een borstelige hond lag aan haar voeten. Hij gruwde van alle kinderen die hij zag zitten en vloekte binnensmonds dat het er alleen maar meer werden.
Met opgeheven hoofd en hernieuwde waardigheid liep hij naar huis, een ochtend- en een avondkrant duidelijk zichtbaar onder de arm, om zijn taak te hervatten. Al was zijn bijdrage klein, hij droeg tenminste bij aan het redden van de cultuur, of wat daar nog van over is in dit land.
'Laat me niet alleen!' Terug bij af.
Ik verijdel een nieuwe poging om me naar beneden te laten trekken door haar bij voorbaat een trap in de lendenen te geven. Nu laat ik me niet meer verrassen, en ik krijg tenminste geen water binnen, maar ik verspil wel al mijn krachten om haar te beletten mij de dood in te sleuren, en het gaat helemaal niet goed.
Ankie had heel lang niets gezegd toen hij haar in de bibliotheek had binnengelaten en aanwees welke boeken hij nog van plan was te lezen. Toen ze zich naar hem omdraaide, zei ze: 'Dit zijn meer dan tweeduizend boeken. Als je geluk hebt, leef je nog dertig jaar. Dan moet je meer dan zestig boeken per jaar lezen, iets meer dan vijf per maand. Elke week één. Minstens. Vind je het geen benauwend idee dat je nooit meer naar de boekhandel gaat om nog een nieuw boek uit te kiezen?
Hij hoorde de vraag die ze niet durfde stellen.
'Laat me niet alleen!'
'Ik laat u niet alleen!' schreeuw ik.
Ferdinand had geprobeerd weinig aandacht aan haar woorden te besteden. Aan iemand die niet van boeken houdt, kun je moeilijk duidelijk maken wat dat is, om van letters te houden. Het papier. De verhalen. De eindeloze mogelijkheden. De levens die je kunt leiden achter een kaft, bij het licht van een goede leeslamp. Maar de grote vreugde die zich altijd van hem had meester gemaakt wanneer hij de deur naar zijn bibliotheek openende, was voorbij. In plaats van grenzeloze mogelijkheden, zag hij Ankie. Hij moest haar bellen. Hij moest haar vragen hoe het met haar gaat.
'Hoe gaat het met je,' hoorde Ferdinand zichzelf zeggen.
Ze waren aangekomen bij het kleine boerenhuis waar ze drie weken zouden verblijven. De kalme, grijze Etna schoof als een buitenproportioneel decor in hun blikveld toen Ankie de Renault Clio een met stenen bezaaid pad opdraaide.
'Hoe bedoel je?' vroeg Ankie verbaasd.
Met twee uur rijden konden ze in Siracusa zijn, waar Archimedes een belangrijk inzicht had gekregen. Ferdinand wist niet meer wat Archimedes had bedacht toen hij 'Eureka!' had geroepen. Hij dacht dat het iets met vloeistoffen te maken had.
'Rij jij maar,' had Ferdinand bij het vliegveld gezegd. Hij zou haar later wel eens vertellen dat hij geen rijbewijs had. Misschien zou hij haar ook ooit vertellen dat zijn naam eigenlijk Ferry was.
Ferdinand zag meteen welke stoel zijn leesfauteuil zou zijn. Hij verplaatste de lamp van de eettafel naar de schouw, haalde zijn boekentas tevoorschijn en bouwde een Zeemantoren naast de haard.
Ankie had in het vliegtuig aan één stuk door gepraat. Met een zucht van verlichting liet hij zich in de stoel naast de haard zakken en sloeg Kalme chaos open.
'Lieverd?'
En op de een of andere manier weet ik ook dat de tijd op is, dat ik me zo snel mogelijk van haar moet ontdoen, onmiddellijk, wil ik niet echt zo miserabel omkomen als ik nu dreig te doen.
'Joehoe!' werd er geroepen.
Vanuit zijn ooghoek zag hij dat Ankie stond te zwaaien bij de voordeur.
Opeens haat ik haar, die vrouw.
'We gaan zwemmen! Lie-verd!'
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




