VN MediagidsMaak jezelf maar klaar - Elsbeth Etty
Recensie 25.08.2007
De ontdekking van het orgasme
25-08-2007
Door Jeroen Vullings
Elsbeth Etty neemt in haar romandebuut een vrouwelijk, comateus personage van Harry Mulisch onder handen. Arm schepsel, arme lezer.

Van de zes schrijvers die ter gelegenheid van Harry Mulisch’ tachtigste verjaardag een novelle schreven, toont NRC Handelsblad-recensente Elsbeth Etty vooralsnog de grootste ambitie. Eerst ontstijgt Maak jezelf maar klaar door de omvang (240 pagina’s) de novelle; zo’n boek heet een roman. Voorts liet de debutante zich niet inspireren door een obscuur verhaal van Mulisch of een matige roman als Twee vrouwen, maar gelijk door zijn strak geregisseerde magnum opus De ontdekking van de hemel. Etty kruipt in Maak jezelf maar klaar in de huid van twee prominente vrouwelijke personages uit Mulisch’ boek: Sophia Brons-Haken en Ada Brons, respectievelijk de grootmoeder en de moeder van de hemeling Quinten Quist, die de Tien Geboden terug naar de hemel zal voeren. Die hebben kennelijk nog wat toe te voegen, oordeelde Etty, die eerder haar besprekingen bundelde onder de veelzeggende titel Dames gaan voor.
De vrouwelijke stem een plaats geven in Mulisch’ jongensuniversum is een spannende opgave. Te meer omdat het belangrijkste vrouwelijke personage in De ontdekking van de hemel, de celliste Ada, haar zoon Quinten in comateuze toestand baart. Haar hersens zijn kennelijk niet meer van node, zou ik Mulisch-vijandig kunnen interpreteren. Al valt daar tegen in te brengen dat zo’n moeder (evenals de vader) maar in de weg loopt bij de Bildung die Quinten op een met wetenschappers bevolkt kasteel in het verhaalverloop krijgt. De opmerking ‘Maak jezelf maar klaar’ die Max Ada middenin het liefdesspel toevoegt, als Onno aanbelt, getuigt natuurlijk ook niet van veel empathie. Kortom, Etty heeft een punt.
Leep – gezien haar gebrek aan ervaring als literair schrijver – is de keuze voor het genre waarvan Etty zich vervolgens bedient. Ze laat Sophia als bijna vierentachtigjarige opening van zaken geven door haar dochters dagboek te openbaren. Ada hield dat bij van 13 februari 1967 tot dinsdag 27 februari 1968; daarna raakte ze in coma. Leep, want wat kun je beter aan zo’n literaire prestatie als De ontdekking van de hemel toevoegen dan een ongepolijst document humain? Bovendien, lijkt de schrijfster te hopen, stel je aan zo’n intieme getuigenis van een onbevangen adolescent als Ada evenmin zware literaire eisen als aan het dagboek van Anne Frank. Ook al zijn er in de wereldliteratuur legio tegenvoorbeelden, literair grandioze fictieve dagboeken, en is het dagboek allesbehalve een literair minderwaardig genre. Toch denkt Etty aldus af te zijn van alles dat meer vraagt dan een lineair, fragmentarisch, rechttoe, rechtaan verhaal, dat leunt op het menselijke plaatje.
Profiteuse
Een romancier kun je uiteraard niet verwijten dat hij met een antipathiek personage aankomt. Iets anders is het als hij zo’n karakter niet bijster interessant weet te maken, of geen enkel belang verleent. Kennelijk zag Etty er heil in om Ada, die bij Mulisch minder uit de verf komt dan de vrienden Max Delius en Onno Quist, te portretteren als een voortkwebbelend leeghoofd. Jammer. Want in wezen is Etty’s Ada ook een profiteuse, belust op andermans centjes, behept met een particulier blijvende haat jegens haar moeder en een curieuze drang om voor vol aangezien te worden door de mannen in haar omgeving. Interessante materie, die in andere schrijvershanden had kunnen leiden tot een vilein, destructief personage dat Mulisch’ oorspronkelijk mannenbouwwerk had kunnen doen wankelen. Maar nee, onze Ada vindt alles ‘fantastisch’, de Beatles zijn zelfs ‘FANTASTISCH’. ‘Tussen de rode vlaggen overal foto’s van Fidel, Che Guevara en Ho Chi Minh, fantastisch!’
Of dat nu zo bedoeld is of niet, het is ontstellend om via Ada’s dagboek te lezen hoe massaal jongeren politiek de kluts kwijt waren in de jaren zestig, hoe naïef ze misdadige communistische regimes omhelsden en zich overgaven aan modieuze, gratuite Amerika-haat. Die passages doen in hun schreeuwerigheid authentiek aan en staan in schril contrast tot de meer opgelepelde amoureuze en erotische besognes van Ada. Maar leesbaarder wordt het boek er niet door.
Enkele voorbeelden. Vrijwel direct vergast Ada ons in haar dagboek op een tenenkrommende vergelijking: ‘Hij maakte zijn gulp open en... jezus! Zijn lul schoot naar buiten, sidderend als een springplank die zojuist door de olympisch kampioen is verlaten. Wat een ding! Veel groter dan ik had verwacht, en warm en kloppend.’ Fraai is dat: een lul zo plat en eendimensionaal als Etty’s metaforiek.
Uiterst educatief, daardoor funest voor de toch al vrijwel niet-bestaande vertelvaart, is de hoeveelheid medische en gynaecologische kennis in Maak jezelf maar klaar. Over de verschillende maten van penissen, over de anticonceptiepil, over de zogeheten kikkertest, over abortus, over curetteren: ‘Thuis opgezocht wat curetteren precies betekent: schoonmaken met een curette. Een curette is een scherpe lepel of ringmes, gebruikt om de binnenwand van lichaamsholten (met name de baarmoeder) af te schrapen.’
Zo staan er nog heel wat onbenullige weetjes in Etty’s debuut, over Bob Dylan die beïnvloed is door Woody Guthrie. Of over de ingrediënten van een mojito: rum, citroen, gemalen ijs – alleen vergeet Etty de munt. Dan zwijg ik nog over de (in onwaarachtigheid resulterende) uitleggerigheid in dit realistisch bedoelde proza – wie vermeldt nou in zijn privédagboek de herkomst van een eerder gebruikt Schiller-citaat? – en de vele herhalingen.
Wat we veelvuldig te horen krijgen, is dat Ada Max en Onno ervan verdenkt dat ze met haar een spelletje spelen; zij zijn daarbij respectievelijk de Vader en de Heilige Geest en Ada kan als enige van hun drieën voor de Zoon zorgen. Leuke interpretatie van het gedoe van Max en Onno met Ada, maar waarom zo vaak herhaald? Zo’n idee had de hele tekst moeten gijzelen, die moeten optillen, de lezer moeten loodsen door het boek. Expliciet opgedreund voegt het niets toe.
Etty lijkt uit op het ondergraven van de gerezen mythen in De ontdekking van de hemel. Onno is tegen het slot gewoon gek, bij Etty, en Quinten is helemaal niet ten hemel gevaren, maar doodleuk bij Al-Qaida gegaan – tja. Deze krantenactualiteit staat haaks op de mythologische roman De ontdekking van de hemel, waarin álle personages zetstukken zijn. Wat Mulisch doet: eerst een vertrouwde wereld schetsen, die vervolgens opheffen door van zijn karakters allegorische personificaties te maken, door hen te sublimeren. Alle romanfiguren lossen langzamerhand op in hun symboolfunctie en eindigen, zonder onderscheid, mannen én vrouwen, als slachtoffer van hun symbolische bestemming. Niet alleen Ada is de klos.
Wandelende klit
Het is Etty te doen om psychologische verdieping van Ada, die in Maak jezelf maar klaar meer een eigen leven heeft, niet in de laatste plaats een genereus liefdesleven – met meer bedpartners dan Mulisch voor haar in petto had. Maar vooral neemt ze Max’ advies letterlijk, en ter harte: Ada ontdekt het orgasme. Dat gaat zo: ‘Kippenvel op mijn armen, warme golven door mijn buik, tepels gespannen, alles geladen met elektriciteit. En overal sterren, sterretjes, vonken... Daarna uitputting, volstrekte leegte en een gevoel alsof ik moest overgeven.’ Die solosekssensatie doopt ze háár ontdekking van de hemel.
De persoon van Ada terugbrengen tot een wezen dat de vrije liefde geniet, moeilijk kan kiezen tussen al die leuke, geile mannen en daarom geen vent wil versmaden, treft mij als marginaal. Ada is toch meer dan een wandelende klit, dunkt me.
Maar het zou mij niet verbazen als Etty, meer nog dan op een psychologisch reliëf, mikt op een statement. In die tegenwoordig zo fel bekritiseerde jaren zestig ontdekte ‘de vrouw’ haar eigen seksualiteit, zelfstandigheid, het recht op abortus – maatschappelijke verworvenheden die nu helaas meer en meer onder druk staan. De vraag is natuurlijk of de literatuur wel een middel tot wat dan ook moet zijn, en geen doel. Ik vind van niet. Etty beweerde eerder in een polemiek met Marcel Möring datzelfde, maar haar recensiepraktijk logenstraft dat. Kader Abdolahs abominabel geschreven Het huis van de moskee juichte ze toe om de ideologische strekking. De literaire interessante Naema Tahir moet het, om feministische redenen, in Etty’s optiek afleggen tegen het nontalent Heleen van Royen. Met zulke beoordelingscriteria naai je de op literatuur beluste lezer een oor aan.
Nu de recensent Etty toch ter sprake komt: dat een criticus zich aan fictie waagt, getuigt van moed. Wie week in, week uit hoog van de toren blaast en een permanent abonnement heeft op diverse jurylidmaatschappen – wie kortom zo’n beoordelings- en geldingsdrang heeft – moet goede of geen fictie schrijven. Natuurlijk hoeft een goede criticus geen begenadigd romancier te zijn, maar wat je mag verwachten, is dat hij eigen broddelwerk voor zich houdt. Dat nalaten is een smakeloze sneer naar alle, ooit door hem afgekraakte schrijvers.
Elsbeth Etty, ‘Maak jezelf maar klaar’, De Bezige Bij, 240 pagina’s, € 14,90
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




