VN MediagidsLouis Theroux: 'Ik was moe van televisie'

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Interview 10.11.2008

Door Gerard Janssen

Afbeelding bij Louis Theroux: 'Ik was moe van televisie'

Soho is de kunstenaarswijk van Londen. Het lijkt of iedereen verkleed is. Langs een mysterieus winkeltje met oude Chinese spulletjes lopen modebewuste jongens en meisjes. Jonge mannen met wilde baarden, hoeden, lange jassen en acid house smiley-buttons. Lange meisjes met gemillimeterd haar bewegen zich als modellen en op Soho Square zit een jongen op een bankje te lezen in een boek met de titel The Male Multiple Orgasm.

In een snackbar in Dean Street vertelt Louis Theroux waarom iemand die knappe documentaires maakt een boek wil schrijven. ‘Op een bijna religieuze manier voelde het schrijven van dit boek als iets dat ik moest doen. Om de kunstmatigheden van de televisie van me af te schudden,’ zegt hij. Theroux is net klaar met het inspreken van een voice-overtekst voor zijn nieuwste documentaire, over geweld in Johannesburg. Zijn stem klinkt alsof hij een octaaf hoger spreekt dan nodig is. Als hij een onverstaanbare taal zou spreken, zou je denken dat hij altijd verontwaardigd is.

Vaak zijn de mensen die je kent van televisie kleiner, dikker of onaardiger dan je verwacht, maar Louis Theroux ziet er in het echt hetzelfde uit als op televisie. Hij heeft de motoriek van Shaggy uit Scooby Doo, blinkt uit in kennisspelletjes als Triviant en hij belt zijn broer Marcel, evenals zijn vader een gevierd schrijver, nog steeds enthousiast op als hij zijn moeder heeft verslagen bij een woordspelletje. Als zoon van Paul Theroux bezocht hij de Westminster Public School en studeerde hij geschiedenis aan Magdalen College in Oxford. Hij koppelt een Harry-Potterachtige wijsneuzigheid aan een ontwapenende eerlijkheid.

Deze combinatie is een katalyserende factor in zijn televisieprogramma’s. Zet een goed opgevoede Britse wijsneus tussen nazi’s of godsdienstwaanzinnigen en je krijgt een interessant programma. Dat is een beetje het idee achter de documentaireseries Wild Weekends en Louis Theroux meets... Aan de ene kant nemen zijn slachtoffers Theroux makkelijk in vertrouwen, aan de andere kant veroorzaakt hij bij hen een reactie in de trant van: jij denkt dat je alles weet, met je studiebollenkennis, maar ik zal jou eens een lesje straatwijsheid leren.

Theroux op een "Swingers party"
Theroux op een "Swingers party"

Meeslepend portret
‘Mijn favoriete afleveringen zijn die waarin de onderwerpen van de documentaire de touwtjes in handen nemen. Waarin de karakters het zaakje beginnen te controleren. Waarin ze als het ware zeggen: je gaat geen programma over mij maken, ik zal jou eens aan het denken zetten.’ Het is bijna een formule: Theroux bezoekt een persoon of groep mensen waar een sfeer van gevaar, excentriciteit of verleiding omheen hangt, hij verliest de greep op de gebeurtenissen en er volgt een confrontatie. Het levert altijd boeiende televisie op. Zoals wanneer Theroux de subcultuur van het Amerikaanse wrestling opzoekt. Hij is oprecht benieuwd naar hoe het spelletje werkt. Wat is echt? Wat is nep? Is het sport of theater? Zijn het wel echte sporters? Hij mag een kijkje nemen op worstelaarsschool The Power Plant in Atlanta, als hij maar wel met de training meedoet. Op de worstelaarsschool moet hij zich tientallen keren opdrukken. Als hij lijkbleek aangeeft dat hij niet verder kan, wordt hem duidelijk gemaakt dat stoppen geen optie is. Worstelaars schreeuwen hem in het gezicht. Hij moet op de grond gaan liggen en de bewegingen van een kakkerlak maken. Hij moet beloven dat hij nooit meer stomme vragen zal stellen over worstelaars. Uiteindelijk moet Theroux oefeningen doen tot hij overgeeft.


Theroux en "Extreme bodybuilders"
Theroux en "Extreme bodybuilders"



Hebben jullie de opbouw van de documentaires van tevoren bedacht?
‘Als je iets voor de eerste keer doet, of het nu journalistiek is of kunst, dan moet je strategieën verzinnen om dat wat je maakt recht te laten doen aan de ervaringen. Wat vaak gebeurt, is dat dergelijke strategieën zichzelf in stand gaan houden. Ze worden een formule. Dan begin je je materiaal op zo’n manier te verzamelen dat het in die formule past. Het gevaar sluimert dan dat je de realiteit vervormt om een leesbaar of kijkbaar stuk journalistiek te maken. Je moet daar voorzichtig mee zijn. Je ziet het ook in reality-televisie, dat het format het leven uit het programma haalt. Dat er niets overblijft dat het publiek of de regisseur verrast.’

Is dat de reden dat je even genoeg had van televisie?
‘Als je televisie maakt, word je geholpen door zes of zeven mensen. Ik had een serieproducer en een executive producer. Dat is heel prettig, want die mensen zorgen ervoor dat je het niet al te veel kunt verkloten. Maar het gevolg is ook dat ik me niet helemaal de auteur voel van mijn programma’s. Hoewel ik gehecht ben aan de programma’s die ik gemaakt heb, zijn ze niet puur van mij. De documentaires over Jimmy Savile, ministerechtpaar de Hamiltons en pr-goeroe Max Clifford kregen hoge waarderingen en het gevoel groeide: wie is het volgende slachtoffer?

Daardoor werd het steeds moeilijker mensen te vinden, en bovendien nam de druk op mezelf toe om weer zo’n goede aflevering te maken. Het balanceren tussen eerlijkheid aan de ene kant, en de noodzaak om een coherent werkstuk te maken aan de andere kant, werkte verlammend. Ik begon te denken: ik maak deze televisieprogramma’s wel, maar die jongen die je in beeld ziet, dat ben ik eigenlijk niet. Ik wil zijn wie ik eigenlijk ben en doen wat ik wil doen. Ik ga een boek schrijven en mezelf zijn.’

Schoon schip
Louis Theroux nam een pauze van twee jaar waarin hij terugging naar Amerika om zijn ‘onderwerpen’ uit de tijd van zijn Wild Weekends nog eens op te zoeken: de neonazi’s, ufo-jagers, pornoacteurs en prostituees. Nu niet met een cameraploeg, maar met een opschrijfboekje, zoals het een Theroux betaamt.

‘Ik had al die mensen bezocht, was met ze opgetrokken, had documentaires gemaakt, had een vriendschappelijke band opgebouwd, maar ik had daarna niks meer laten horen. Het voelde een beetje onafgemaakt. Ik begon het boek niet met een idee, maar met een impuls, een drang, bijna een gevoel van schuld. Ik was moe van televisie. Ik wilde schoon schip maken. Ik wilde mijn morele uitgangspunten onderzoeken.’

Hoe was het om al die mensen na jaren weer tegen te komen?
‘Een van de verrassingen van het schrijven van het boek was dat er een gebrek aan connectie was. Ik heb altijd het idee gehad dat er een soort vriendschap bestond tussen mij en de mensen over wie ik verhalen maakte. Ik denk nu dat ik daar te veel waarde aan hechtte. Toen ik ze weer opzocht, bleek dat een aantal van de mensen gekker was dan ik dacht. Dat hun overtuigingen dieper gingen dan ik veronderstelde. Soms dacht ik: wat doe ik hier? Ik wil hier helemaal niet zijn.’
Zonder de ‘bewapening’ van een cameraploeg leken de nazi’s stommer, de rappers gewelddadiger en de hoeren eenzamer. Hayley, een prostituee met wie Theroux vriendschap sloot toen hij met zijn filmploeg zes weken in het bordeel The White Horse in Nevada verbleef, vindt hij terug in het kleine plaatsje Maryville in Noord-Californië. Ze heeft inmiddels een vriend, is gelovig, en verbaast zich over het feit dat Theroux het volhoudt om neonazi’s, ufo-jagers en pornoacteurs op te zoeken.

Ze waarschuwt hem: ‘Je moet voorzichtig zijn met al die negativiteit. Ik zou dat niet kunnen. Jij moet óf mentaal heel sterk zijn, óf je bent gewoon heel koel en je benadert het op een voyeuristische manier.’ Op het moment dat ze het zegt, is Theroux verbaasd. Hij vindt de programma’s die hij maakte helemaal niet donker of negatief. Maar de woorden blijven door zijn hoofd spoken, en het gevoel bekruipt hem dat de afstand en de humor waarmee hij zijn ‘onderwerpen’ benadert, misschien ook wel raar en excentriek zijn. En dat hij de vriendschap die hij vaak sluit met de mensen die in zijn documentaires figureren nodig heeft als een soort alibi, zoals een prostituee vriendschappen nodig heeft om haar werk voor zichzelf te kunnen verantwoorden. De vage grens tussen geacteerde en echte vriendschappelijkheid van de journalist lijkt soms op die van de prostituee. Zoals prostituees soms echt een zwak hebben voor hun klanten, zo heeft Theroux soms echt een zwak voor zijn slachtoffers.

‘Ik denk nu dat ik zo gehecht was aan het idee van vriendschappelijkheid omdat het iets was waar ik me achter kon verschuilen,’ zegt hij. ‘Het geeft je een excuus voor wat je doet: de hoofdpersoon van mijn documentaire maakt zichzelf belachelijk, maar we zijn een soort van vrienden en hij vind het oké dat de documentaire wordt uitgezonden, dus het is allemaal goed. Dat vond ik een prettig idee.’

Eigen lot
Een bijzondere warmte klinkt in het boek door voor Mike Cain, een oude hippie die met zijn gezin in Idaho zelfvoorzienend in een ‘VN-vrije zone’ leefde, zonder nummerplaat, zonder rijbewijs en zonder belasting te betalen. Het huis dat hij bouwde, was illegaal. Hij citeerde Goethe en Engelse filosofen. De staat mocht Mike komen halen, in een bodybag. In de woonkamer stonden de vuurwapens klaar. Theroux maakt zich, als hij Mike voor zijn boek opspoort, oprechte zorgen en is duidelijk blij als hij hem met zijn gezin terugvindt in Las Vegas. Mikes vrouw trok het gevecht tegen de overheid niet meer en ook Mike capituleerde, omdat zijn gezin hem meer waard was dan de strijd tegen de beestachtige staat.

‘Toen ik aan het boek begon, vroeg ik me af: wat is het dat deze mensen in mijn boek gemeenschappelijk hebben? Veel later realiseerde ik me dat ze allemaal op krachtige wijze hun eigen lot bepalen.’

Een beetje zoals Tom Cruise?
‘Ja, ik denk dat hij dat ook heeft. Je kunt de dingen die hij gelooft belachelijk noemen, maar hij straalt een optimisme uit dat heel krachtig is. Het is een Amerikaanse kwaliteit waar ik me sterk toe aangetrokken voel: ga heen en neem je eigen lot in handen, ga naar het westen en organiseer je leven en je religie op de manier waarop jij dat wilt. Get out, get up and do it. Je zag het ook bij iemand als Sarah Palin. Er zijn weinig mensen wier denkbeelden zo op het randje zitten als die van haar, maar een deel van mij reageert positief op haar energie, op dat naïeve Amerikaanse optimisme. Die militiejongens uit Idaho belichaamden dat voor mij het meest: “Ik ben mijn eigen land. Laat me alleen. Ik verbouw mijn eigen groente, heb mijn eigen ideeën en wil verder met rust gelaten worden.” Dat gevoel.’

Is er iets dat je van deze excentriekelingen hebt opgepikt?
‘Ik nam het iets te serieus allemaal. Ik maak programma’s en de meeste mensen die meewerken, hebben daar niet al te grote problemen mee. Door dat besef ben ik mijn schuldgevoel kwijtgeraakt en dat geeft me ontspanning. Ik kan weer door. Ik kan weer terugkeren naar televisie met het gevoel dat ik weer weet waarvoor ik het allemaal doe.’

En waarvoor is dat?
‘In eerste instantie om mezelf te stimuleren... Dat klinkt als iets obsceens, hè.’
Theroux slaat een hoog zenuwachtig lachje aan. ‘De verhalen die ik nu maak, zijn serieuzer. Ik probeer niet de hele tijd meer grappig te zijn. Als het programma voor mij interessant is, is het hopelijk ook interessant voor de kijkers.’

Stenigen
De invalshoek die je campy zou kunnen noemen, is verdwenen bij Theroux. De nieuwe reeks documentaires van Theroux is op het eerste oog grimmiger, maar uiteindelijk ook weer positiever.
‘De documentaire die de BBC binnenkort uitzendt, gaat over de hoge moordcijfers in een wijk van Philadelphia, waar in een gebied van honderd vierkante kilometer vierhonderd moorden per jaar gepleegd worden. Ik reed daar twee weken met de politie rond. De politiemensen fungeren daar als een soort gevangenisbewakers. Ze kunnen de misdaad niet aan, maar zorgen ervoor dat die zich niet naar andere delen van de stad verspreidt. Een andere aflevering gaat over Johannesburg, waar de misdaad uit de hand gelopen is. De documentaire onderzoekt de mob-rechtsgang die ontstaat als een gemeenschap samensmelt en zich keert tegen mensen die gezien worden als misdadigers. Hoe burgers letterlijk mensen stenigen en daarna in brand steken. Om eerlijk te zijn, is dat niet erg grappig.’

Zijn deze nieuwe documentaires dan niet meteen erg donker?
‘Dat gevaar is er, maar er is altijd ook een positieve boodschap. Wat me trof aan de San Quentin-gevangenis, was dat het een enorme, overbevolkte, griezelige gevangenis is, maar dat er ook een gevoel van kameraadschap heerst. Heteromannen die een relatie beginnen met homoseksuele mannen of transseksuelen. Mannen die gehecht raken aan de bewakers en gevangenisbewakers die gehecht raken aan gevangenen. Hetzelfde gebeurt tussen politiemannen en bendeleden in Philadelphia. Onwaarschijnlijke momenten van warmte in een vijandige omgeving zijn er zelfs te zien in Johannesburg. Je ziet sprankjes positiviteit in een volksgericht als je je realiseert dat een menigte een uiting geeft aan een rechtsgevoel: een gemeenschappelijke manier om uit te drukken dat de politie niets doet. Ik denk niet dat het de juiste manier is. Maar het is genuanceerder dan het lijkt. Het zijn geen griezelige, onnadenkende mensen die de straat op gaan om rotzooi te trappen, gewoon omdat ze het leuk vinden. Het zijn mensen die geen enkele andere mogelijkheid meer zien en dan maar zelf orde op zaken stellen.’

Ga je daar nu ook weer een boek over schrijven?
‘Nee, ik zal niet al te makkelijk aan een nieuw boek beginnen. Mijn vader zegt wel dat ik nóg een boek moet schrijven. Maar ik moet eigenlijk eens tegen hem zeggen: “Rustig aan, pa. Ik zal heus nog wel een ander boek schrijven als ik me daar goed genoeg en klaar voor voel.”

Ik had nog nooit eerder een boek geschreven, en het schrijfproces maakte me erg onzeker. Ik dacht: o god, misschien ben ik altijd wel omringd geweest door talentvolle mensen en heb ik me nooit gerealiseerd dat ik eigenlijk nergens goed in ben. Als ik in mijn eentje in een kamer zat te worstelen met een stuk proza kon ik mijzelf op een gruwelijke manier ter discussie stellen. Ik dacht, als ik dat boek niet eens kan schrijven, wat blijft er dan van me over? Wie ben ik? Het is het gevaar dat je loopt als je jezelf identificeert met je werk. Als je werk dan niet zo goed gaat, dan denk je dat je niks waard bent.’

The call of the weird
The call of the weird

Heeft je vader je nog geholpen bij het schrijven?
‘Jazeker. Hij gaf me veel advies. Maar advies is niet wat je van je vader wil. Begrijp je wat ik bedoel? Hij was bijna de enige persoon op wereld van wie ik geen advies kon gebruiken. Ik moest mijn eigen problemen oplossen. De problemen die ik tegenkom, zijn niet de problemen die hij tegenkomt als hij een boek schrijft. Hij heeft veertig of vijftig boeken geschreven. Hij heeft een zelfbewuste vertelstem en hij is echt in contact met zijn meningen, op een benijdenswaardige manier. Daardoor kan hij heel makkelijk schrijven. Bij mij werkt dat niet zo. Ik twijfel altijd. Ik heb veel tijd nodig om te achterhalen wat ik van iets vind. Verschillende keren wist ik bij het schrijven niet of ik nu dit of dat voelde. Ik weet soms écht niet wat ik voel. Ik zal met die ambivalentie moeten leven.’

Hoe vindt je vader jouw televisiedocumentaires?
‘Die vindt hij leuk, maar voor hem als schrijver betekenen de televisieprogramma’s niet zo veel als het gedrukte woord. Hij had in elk geval plotseling heel veel interesse toen hij hoorde dat ik een boek aan het schrijven was. Hij zeurt al vanaf mijn achttiende dat ik een boek moet schrijven. Al langer eigenlijk.’

Hoe vindt je vader het boek?
Hij was erg positief over het boek. Maar hij heeft me altijd geprezen. Hij is een erg aanmoedigende vader. Als hij het niet goed had gevonden, zou hij ook hebben gezegd dat hij het goed vond. Ikzelf ben trouwens niet helemaal blij met het boek, als ik eerlijk ben. Nu ik erop terugkijk, zijn er dingen die ik anders gedaan zou hebben. Ik denk dat ik meer moeite had moeten doen om er een coherente vertelling van te maken. Ik heb het gevoel dat ik het boek cynischer had moeten schrijven. Realistischer over waar ik mee bezig was.’

Theroux denkt even na.
‘Maar ik geloof dat mijn vader het echt wel leuk vond. Om welke reden dan ook.’

Louis Theroux, ‘The Call of the Weird’,
The Perseus Books Group, 266 pagina’s, € 13,–. Nederlandse vertaling: ‘De wonderlijke reünietour. Reizen door de subculturen van Amerika’. De Arbeiderspers, 256 pagina’s, € 19,95


Donderdag 20 november, 22.30-23.30 uur, wordt Louis Theroux op het Crossing Border Festival geïnterviewd door VN-redacteur Sander Donkers.

Sander Donkers interviewt Louis Theroux tijdens Crossing Border 2008

Louis ontmoet een "Nazi-family"

Theroux en de extreem godsdienstige "Phelps family"


Terug naar tekst

Theroux tijdens een "Swingers weekend"


Terug naar tekst

Theroux en de worstelaars


Terug naar tekst