Londonstani - Als pa een slappeling is

6 november 2006
Leestijd:

06-11-2006
Door Margalith Kleijwegt

Londonstani
Gautam Malkani komt bijna niet meer aan schrijven toe sinds zijn debuut ‘Londonstani’ op de Frankfurter Buchmesse vorig jaar een sensatie veroorzaakte. In zijn boek terroriseren vier Pakistaanse en Indiase vrienden de ‘coconuts’ in hun buurt – Aziaten die hun afkomst verloochenen. ‘Ze verzetten zich tegen de hypocrisie binnen hun eigen cultuur.’

Metrostation hounslow East ligt vlak bij de Londense luchthaven Heathrow. Het is een typische suburb met veel news agents, stomerijtjes, reisbureautjes en exotische fastfoodketens, zoals Aladin Fried Chicken. Groepjes jongens hangen rond bij de bushalte voor een Chinees kruidencentrum, die volgens de tekst op het raam tevens dienstdoet als een speciale pijnkliniek voor vrouwen.

Aan de lantaarnpalen hangen borden met daarop de waarschuwing dat je in verband met jatgevaar goed op je mobiele telefoon moet letten. Het bord lijkt zo weggelopen uit Londonstani, het debuut van de Britse schrijver Gautam Malkani (30), die ik hier zo zal ontmoeten. Het verhandelen van gestolen mobiele telefoons is precies een van de bezigheden waar de hoofdpersonen, de vrienden Hardjit, Amit, Ravi en Jas, zich mee bezighouden.

Londonstani was de grote sensatie op de Frankfurter Buchmesse van vorig jaar. Malkani’s rauwe beschrijving van het leven van een voornamelijk Aziatische vriendengroep in Hounslow, een buitenwijk van Londen, kwam op het goeie moment. Wie was er zo vlak na de aanslagen van 7 juli niet geïnteresseerd in het schimmige leven van een groep Pakistaanse en Indiase jongens?

Londonstani zit heel dicht op de huid van de jongens, Malkani schrijft direct en indringend. Maar zijn boek gaat niet over geloof of radicalisering, sterker nog, in Londonstani komen nauwelijks moslims voor. De belangrijkste personages hebben een sikh-achtergrond, of ze zijn Hindoestaans.

De verteller in het boek is Jas, vroeger een studieus type, nu maakt hij deel uit van een groepje wannabe-gangsters. Leider van de groep is de agressieve Hardjit, een sikh, zijn vrienden Ravi en Amit doen braaf met hem mee. Met zijn vieren terroriseren ze vooral de coconuts in de buurt: Aziaten die hun afkomst zouden verloochenen. Ze spreken in soms onnavolgbaar slang: ‘Hear wat my bredren b sayin, sala kutta?’ roept Hardjit op pagina één tegen een van zijn slachtoffers. ‘Come out wid da t shit again n ma knock u so hard u’ll b shittin out yo mouth 4 real, innit.’ Malkani heeft de taal van de straat nauwkeurig bestudeerd, het zal niet makkelijk zijn om het Engelse slang in het Nederlands te vertalen.

Gehypt
Na een halfuur wachten bij het metrostation duikt Gautam Malkani plotseling voor me op. Klein, tenger, een zachtaardige blik in zijn ogen. ‘Sorry. Sorry, dat ik zo laat ben,’ verontschuldigt hij zich. Hij wórdt de laatste maanden geleefd, verzucht hij. Sinds zijn boek afgelopen maart uitkwam, holt hij van de ene naar de andere promotionele activiteit. Een interview hier, een optreden daar; de veelgevraagde debutant lijkt enigszins gebukt te gaan onder alle verwachtingen.

Londonstani werd in Frankfurt zo gehypt dat er, zo wordt beweerd, 350.000 Engelse ponden voor de rechten zijn neergeteld. Aan Malkani de zware plicht om dat hoge bedrag waar te maken. Nu, een jaar later, wil zijn agent nog niet zeggen hoe groot het succes van Londonstani tot nu toe is. In Canada, vertelt ze, stond het boek weken in de top-tien.

Toch zal de paperback nog heel wat records moeten breken om de investeerders tevreden te stellen. Robert McCrum, een belangrijke literair criticus, maakte zich in The Guardian van 28 mei kwaad op Fourth Estate, de uitgever van Londonstani. Die wil, zegt McCrum, meeliften op de successen van Zadie Smiths White Teeth en Monica Ali’s Brick Lane, bestsellers die ook over immigrantengemeenschappen gaan. Omdat de uitgever meer dan 300.000 pond voor Londonstani neertelde, moesten ze het boek volgens McCrum wel verkopen als hét literaire debuut van het jaar. Volgens McCrum is Londonstani in Engeland helemaal niet zo’n spectaculair succes, hij hoort er tenminste niemand meer over.

Behalve de bijtende alinea van McCrum in The Guardian was er ook veel lof voor Londonstani. ‘Heel goed geschreven’, oordeelde TimeOut, ‘Een prima debuut’, vond The Independent. Al ergerden sommige critici zich wel aan de onverwacht dramatische wending aan het eind van het boek, en vonden anderen de karakters van de hoofdpersonen niet genoeg uitgewerkt. Een terugkerende vraag van recensenten was hoe deze aan Cambridge afgestudeerde Malkani over zulke randfiguren kon schrijven. Wat wist hij er eigenlijk van?

De criticus van TimeOut nam het voor Malkani op, hij schreef bits dat Nabokov, de schrijver van Lolita, toch ook geen pedofiel was. Gelukkig kan Malkani zijn lezers geruststellen, hij weet precies waar hij het over heeft. Behalve dat hij zelf in Hounslow opgroeide, als zoon van Indiase ouders, onderzocht hij als Cambridge-student het gedrag van jongens met verschillende etnische achtergronden die in Hounslow opgroeiden. Het feit dat zo veel leerlingen tot hun elfde, twaalfde brave jongens waren om daarna materialistische, irritante wannabe-gangstertjes te worden, bleef hem na zijn eigen schooltijd bezighouden. ‘Jongens die tot het begin van hun pubertijd braaf en aangepast waren,’ vertelt hij, ‘gingen leraren beledigen, ze wilden de harde jongen uithangen. Ze dachten er niet over om hun school af te maken. Ik vroeg me af waarom ze hun leven zo vergooiden.’

Mengelmoes
Malkani is ervan overtuigd dat een van de verklaringen hun verzet tegen hun allesoverheersende moeder is. ‘In de Indiase cultuur is de vader een machtig man, maar hier in Engeland heeft hij nauwelijks iets te zeggen. Hij bemoeit zich weinig met de opvoeding van zijn kinderen. Vader is óf aan het werk, óf hij zit cricket te kijken. Omdat veel jongens hun vader als een slappeling zien, worden ze van de weeromstuit enorm macho. De jongens in mijn boek verzetten zich tegen de hypocrisie binnen hun eigen cultuur. Vervolgens keert hun agressie zich tegen de maatschappij.’

Zelf was Malkani een buitengewoon ijverige leerling. ‘Ik hield van leren. Dat maakte mijn leven op school er niet gemakkelijker op. Als ik mijn best deed, kreeg ik het verwijt van mijn medeleerlingen dat ik me als een blanke gedroeg.’ De verschillende etnische groepen mengden in die tijd niet met elkaar. De Hindoestanen zochten elkaar op, de sikhs waren altijd samen, datzelfde gold voor de moslims en de autochtone Britten. ‘Er was sprake van vrijwillige segregatie. Misschien was dat toen ook wel nodig, we moesten bepalen wie we zelf waren.’

Nu is dat is niet meer zo, vertelt hij. ‘Tegenwoordig maakt het niet uit wat voor etnische achtergrond je hebt. Sikhs, hindoes, moslims, Engelsen, het is één grote mengelmoes. Dat is bijzonder, en dat probeer ik ook te beschrijven.’

Hij vindt de kritiek dat zijn karakters te rechttoe rechtaan zouden zijn, niet terecht. ‘Ik wilde juist laten zien hoe oppervlakkig de jeugdcultuur is. Die ís tweedimensionaal. In die wereld wordt geen letter gelezen. Naast het spelen van videogames bestaat er een grote leegte. Oppervlakkigheid is de norm, lezen of vragen stellen is niet cool. Nadenken wordt als een vrouwelijke eigenschap gezien. Wees alsjeblieft niet zo DNM (deep and meaningful) roepen de jongens zodra er iemand serieus wordt. Diepgang wordt echt als een grote handicap beschouwd.’

In het dagelijks leven is Gautam Malkani redacteur bij de Financial Times. Drie jaar lang schreef hij in de avonduren en weekeinden aan zijn boek. Zijn persoonlijk leven maakte hij ondergeschikt aan zijn missie: hij móést en zou de wereld vertellen hoe de urban scene in de voorsteden van Londen in elkaar zit. Hij wilde laten zien dat jonge jongens vooral heel stoer en mannelijk willen zijn. Dat ze daarom zo homofoob zijn, en dat de homohaat dus weinig met ras en geloof te maken heeft. Malkani wilde schrijven over het belang van vriendschap tussen jongens met verschillende etnische achtergronden. De onstuitbare opmars van urban culture, dáár wilde hij het over hebben.

Nachtenlang was hij aan het tikken, drie jaar lang, koffie en cafeïnetabletten had hij binnen handbereik. ’s Ochtends sleepte hij zich naar kantoor, doodmoe zat hij achter zijn bureau. Inmiddels drinkt Malkani geen koffie meer, hij wil alleen nog zacht en helder water, zijn nieren bleken een tik te hebben gekregen van de permanente stroom cafeïne.

Trendy Sikh
We lopen door de wijk waar hij naar school ging. Ik moet vooral niet denken dat Houns­low een slum is, zegt hij. Zijn boek gaat niet, ook alweer zo’n misverstand bij sommige critici, over de onderkant van de samenleving, maar juist over kinderen die het in materieel opzicht aan niets ontbreekt. Verwende jongens die overal schijt aan hebben. ‘Ze hangen de gangster uit omdat ze denken dat dat cool is.’ Ze stelen, ze schelden, en worden uit pure verveling gewetenloos.

In de buurt waar hij opgroeide, staan keurige huizen met kleine tuintjes, hier en daar een onopvallende schotelantenne aan de muur. Zelf heeft hij net een huis in een wat betere buurt gekocht. Afgelopen zomer trouwde hij, zijn bruid ontmoette hij toen ze allebei met vakantie in Thailand waren. Ze heeft wel dezelfde achtergrond als Malkani en werkt bij een ict-bedrijf. Zijn moeder overleed toen hij eenentwintig was, zij was de drijvende kracht achter zijn goede schoolprestaties. ‘Ze gaf mij en mijn broer in de weekends les, dat vond ze leuk om te doen.’ Zijn ouders gingen uit elkaar toen hij zeven was, met zijn vader heeft hij nauwelijks of geen contact.

We zijn een coffeeshop binnengegaan, de enige plek in Hounslow waar cappuccino wordt geschonken. Malkani neemt toch maar mineraalwater, hij zucht diep. Het is zeven uur ’s avonds en om elf uur moet hij nog een Canadese journalist te woord staan. Naast alle pr-klusjes voor zijn boek, werkt hij ook nog steeds bij de Financial Times en vorige week zijn hij en zijn vrouw verhuisd. Druk, druk, druk, terwijl de jonge schrijver juist van stilte houdt. ‘De afgelopen maanden moet ik voortdurend praten terwijl ik zo graag alleen ben, ik houd van de eenzaamheid van het schrijven.’

Hij kijkt om zich heen en constateert tevreden dat het etablissement een mengeling van nationaliteiten herbergt, Naast ons een zeer gespierde en trendy geklede sikh. ‘Zie je, dat bedoel ik’, fluistert Malkani. ‘Die mengeling van mannelijkheid en Aziatische jeugdcultuur, dat is het helemaal. Toen ik naar school ging, luisterde ik naar moderne Indiase muziek. Toch werden de jongens die naar Tupac luisterden, de gangsterrapper uit Amerika, meer als Indiërs gezien dan ik. Tupac was namelijk viriel, en mannelijkheid is het enige wat telt.’

Subcultuur
Niet alleen in Canada, maar ook in Amerika, vertelt Malkani, loopt zijn boek veel beter dan in Engeland. ‘Het lijkt alsof ze me daar beter begrijpen, ik krijg uit dat deel van de wereld alleen maar positieve reacties.’ Zijn verklaring: ‘Ze zijn daar natuurlijk ook veel verder en vertrouwder met minderheden en integratie.’

Malkani vindt het jammer dat hij, net als de door hem bewonderde Hanif Kureishi, door veel recensenten als Aziatische schrijver wordt gezien. ‘Ze vergelijken ons nooit met klassieke Britse schrijvers als Emily Brontë en Evelyn Waugh. We blijven exotisch vanwege onze achtergrond.’

Hanif Kureishi, zoon van een Engelse moeder en een islamitisch-Pakistaanse vader, werd in de jaren tachtig beroemd met het door hem geschreven scenario van de film My Beautiful Laundrette, en boeken als The Buddha of Suburbia en The Black Album. Thema bij alle drie is het opgroeien in twee culturen. Kureishi was in zijn begintijd een veel angrier young man dan Malkani nu is. Hij ageerde voortdurend tegen de Thatcher-regering die Engeland in zijn idee naar de rand van de afgrond bracht. Racisme was een terugkerend thema in zijn werk.

De schrijver van Londonstani praat met ontzag over de man die hij ‘de godfather van de Aziatische schrijvers’ noemt. Ook al is het vechten voor gelijke rechten volgens Malkani nu toch wel min of meer achterhaald. ‘De tegenstelling blank-zwart speelt veel minder. Toen Kureishi zijn eerste boeken schreef, was het extreem-rechtse National Front heel actief, daar maakte iedereen zich druk over. Kureishi heeft in de jaren negentig het pad voor jonge Aziatische schrijvers geëffend, ik bewonder hem enorm. Hij was de eerste die over Engelsen met een Aziatische achtergrond schreef; ik verslond zijn boeken. Kureishi heeft vanaf het begin ook zo op het belang van die machocultuur gehamerd. Voor mij is hij nog steeds een bron van inspiratie.’

Die nieuwe, gemengde subcultuur die Malkani de afgelopen jaren heeft zien ontstaan, stemt hem zeer optimistisch. Kennelijk was die tijdelijke segregatie nodig om erachter te komen wat je roots zijn, zegt hij. Ras doet er op dit moment niet zo toe. ‘Indiërs zijn meer zichzelf, ze werken zich niet meer in allerlei bochten om Brits over te komen. We zijn nu geïntegreerde Indiërs, in plaats van Indiërs die net doen alsof ze Brits zijn. Jongeren ontlenen hun identiteit nu vooral aan de subcultuur waarbinnen ze leven.’

Natuurlijk hebben de aanslagen van 7 juli vorig jaar de verhoudingen tussen blank en zwart zeker geen goed gedaan, beseft hij, het wederzijdse wantrouwen is weer gegroeid. ‘De oorlog tegen Irak, de beelden uit de Abu Ghraib-gevangenis in Irak hebben ervoor gezorgd dat mensen zich van het Westen afkeren. Maar de meeste jongeren zijn eigenlijk niet geïnteresseerd in politiek. Ze willen gewoon lekker leven. Ze willen allemaal een leuke tijd hebben, geld uitgeven, genieten. Ze verheerlijken het kapitalisme. Als je naar de tv kijkt, kun je de indruk krijgen dat alle jongeren gelovig of militant zijn. Maar dat is een klein deel van de werkelijkheid. Ga maar eens naar een sportschool, of naar een nachtclub. Iedereen komt daar samen.’

Lachend: ‘Echt, het gaat heel goed met de integratie!’

Reportage

Hans Jaap Melissen

En opeens was alles weer anders in Noord-Irak

Hoe de VS de luchtmacht va nde PKK werd en IS zich mogelijk in zijn voet schiet

Column

Kees Kraaijeveld

Het verhaal achter de groeicijfers

Is Nederland nu opeens een Europese koploper? Een paar nuanceringen

 

Tonya Sudiono

Week 34: Het Sad Story Project

Week 34: Het Sad Story Project

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal