VN MediagidsLiteraire tijdschriften: kasplantjes

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

10.01.2009

Door Kim Bos / Lisa Kuitert

Ze zijn verworden van een baken voor lezers tot een speeltuin voor schrijvers. Ondanks subsidies houden de meeste literaire tijdschriften zich in deze ontleesde tijden moeilijk staande.

De Gids De Revisor Bunker Hill
Hollands Maandblad Passionate Raster
Deus Ex Machina Yang


In de literatuurtuin verblijven nog altijd een paar bijna uitgestorven organismen, die als groep literaire tijdschriften worden genoemd. Het aantal bezoekers dat nog de moeite neemt om deze inheemse soorten te bekijken, neemt af. Van tijd tot tijd legt een tijdschrift het loodje, ondanks inspanningen van de overheid en andere liefhebbers. Bastiaan Bommeljé, enig redacteur van Hollands Maandblad, reageerde onlangs woest op een redactioneel commentaar in NRC Handelsblad, dat het gewaagd had het praktisch nut van de literaire tijdschriften te betwijfelen. Wie aan de literaire tijdschriften komt, komt aan de literatuur! Maar het literaire tijdschrift is momenteel een kasplantje, een bedreigde soort die met kunstlicht en gedestilleerd water in leven gehouden moet worden.

Dat was vroeger anders. In de negentiende eeuw bijvoorbeeld kwamen er jaarlijks nieuwe literaire tijdschriften bij, die even gemakkelijk weer verdwenen. Sommige waren nauwelijks meer dan een informatieblaadje van een uitgever, andere waren vooral succesvol in hun rol als 'gids' voor de zoekende lezer. In de twintigste eeuw zie je meer programmatische tijdschriften zoals Forum en Podium. In de jaren negentig, de laatste bloeiperiode van het literaire tijdschrift, is de meligheid toegeslagen met titels waarvan je het ook niet erg vindt dat je de bijbehorende bladen vergeten bent, zoals Mondzeer en de Reuzenkreeft, Zoetermeer, Vrijstaat Austerlitz. Allemaal weer verdwenen. Net als Maatstaf, Optima en nu Bunker Hill en Raster.

De grote boosdoener is internet. Zegt men. Bzzlletin, opgericht in 1972, had in de hoogtijdagen een oplage van 25.000 exemplaren, en was vooral een informatief blad. Als het gaat om informatie, kun je niet tegen internet op. En met weblogs zoals 'De Papieren Man' is ook de actualiteit daar in goede handen.

Opschoningsrituelen
Je zou verwachten dat álle tijdschriften te lijden hebben onder internet, maar dat is niet zo. Algemene tijdschriften, zoals vrouwenbladen, komen en verdwijnen, maar de slotsom is toch dat er met een publiekstijdschrift geld te verdienen valt omdat er ‘een markt’ voor is. De oplagen van de publiekstijdschriften steken schril af tegen die van de literaire tijdschriften. Een oplage van onder de dertigduizend is voor een tijdschriftenuitgeverij niet eens de moeite van het overdenken waard. Voor de literaire tijdschriften moet je er zeker twee nullen afhalen.

Het probleem is niet alleen internet. Het is vooral dat literatuur en dus het literaire tijdschrift een groot deel van zijn urgentie heeft verloren. Zo’n tien jaar geleden telde Nederland nog 68 literaire of semi-literaire tijdschriften in papieren vorm, blijkt uit de folder Literaire tijdschriften. Een overzicht, van het productiefonds. Nu hooguit 20. In die folder uit 1999 komen ook lezers aan het woord. Een is een leraar Nederlands uit Doetinchem, die zegt dat de tijdschriften van groot belang zijn voor leerlingen: 'Met de achtergrondinformatie uit deze tijdschriften krijgen de niet zo ervaren lezers meer inzicht in de visie van een auteur en wat literatuur is: kortom het wordt gebruikt als secundaire literatuur bij de leeslijst.' En een meisje dat bij een telecommunicatiebedrijf werkt, zegt: 'Omdat ik altijd op zoek ben naar nieuwe schrijvers en wil weten wat er op literair gebied gebeurt, heb ik een abonnement genomen.' Zijn er nu nog leerlingen die moeten leren wat literatuur is? Nee, dat is weg. Verdwenen in (onder meer) de opschoningsrituelen van weer een nieuwe staatssecretaris van onderwijs.

Speeltuin voor schrijvers
De literaire tijdschriften volgen dit afvlakkende klimaat, want de bladen waarin literatuur als een levend organisme wordt behandeld, zijn met een lampje te zoeken. Als er al een nieuw blad wordt opgericht, is het een doelgroepenblad: literatuur en schaken, literatuur en sport, literatuur en popmuziek. Een literair tijdschrift moet reflectie bieden, tegengas geven, wijzen op oude of nieuwe verbanden. In die vorm is het een voorportaal voor nieuwe stromingen en maakt het geschiedenis. Bij Hollands Maandblad en De Revisor zie je dat nog, soms. Maar voor veel bladen is zoeken naar nieuw talent de hoofdmoot, en wordt de rest gevuld met nieuwe stukken van eerder ontdekte schrijvers. In die vorm heeft het literaire tijdschrift alleen nog urgentie voor de schrijvers zelf. Het literaire tijdschrift is geen baken meer voor lezers, het is een speeltuin geworden voor schrijvers.

Dat heeft natuurlijk ook nut. De schrijver kan er experimenteren, maar dan wordt het wel wat mal om van de bladen te verlangen dat ze meer aan pr doen. Niet lezers maar schrijvers moeten zich moreel verplicht voelen om op literaire tijdschriften geabonneerd te zijn. Nederland telt zoals bekend steeds meer mensen die zich schrijver noemen – al ruim één miljoen, blijkt uit onderzoek van de Stichting Schrijven. Dus met de literaire tijdschriften kan het vanzelf nog goed komen.

Terug naar boven

De Gids

Redactie: Willem Otterspeer, Maria Barnas, Jeroen van Dongen, Noortje Marres, Edzard Mik, Annet Mooij, Arjen Mulder, Dirk van Weelden
Oplage: ongeveer 1000
Verschijnt: tweemaandelijks
Uitgever: Balans
website: www.literairtijdschrift-degids.nl

<b>De Gids</b> v.l.n.r. Edzard Mik, Noortje Marres, Esther Wils, Dirk van weelden, Willem Otterspeer, Annet Mooij en Arjen Mulder <b>De Gids</b> v.l.n.r. Edzard Mik, Noortje Marres, Esther Wils, Dirk van weelden, Willem Otterspeer, Annet Mooij en Arjen Mulder



Willem Otterspeer, redacteur sinds 2002
'Het is een eer en een plezier mee te werken aan een literair tijdschrift. Ik weet nog precies waar ik was toen ik gevraagd werd voor De Gids, want je solliciteert niet, je wordt gevraagd. Ik wil niet zeggen dat ik een gat in de lucht sprong, maar ik was wel blij met het verzoek. Vanzelfsprekend zei ik ja, zo’n aanbod sla je niet af.

Al sinds mijn studietijd lees ik De Gids. Wat dat betreft was ik geen doorsnee student, het is niet dat iedere geschiedenisstudent een literair tijdschrift verslindt. Dan hadden we wel meer abonnees gehad. We zitten – net als praktisch elk geschreven medium – met het probleem van ontlezing en een krimpende markt. Aan respons komen we niets tekort, vaak genoeg schrijven kranten over wat we te melden hebben, of over een pas verschenen themanummer.

Het is vreemd dat literaire tijdschriften niet meer abonnees hebben, het zijn uitstekende producten. Waarschijnlijk ligt het aan de gigantische hoeveelheid papier waar mensen toch al mee overdonderd worden. Waar moet je in godsnaam de tijd vandaan halen om ook De Gids nog te lezen? Het Cultureel Supplement van NRC, van ongeveer gelijkwaardig intellectueel niveau, belandt direct in de prullenbak, er is geen tijd om dat ook nog eens door te spitten. Daar hoor je niemand over. De lezers die we hebben, lezen het blad grondig, niet zoals het vermoeide publiek dat door de NRC zit te bladeren.'

Terug naar boven

De Revisor

Redactie: Menno Lievers, Ilja Leonard Pfeijffer, Toef Jaeger, Allard Schröder, Manon Uphoff
Oplage: 1000
Verschijnt: vijf keer per jaar
Uitgever: Querido
Website: www.revisor.nl

<b>De Revisor</b> Menno Lievers <b>De Revisor</b> Menno Lievers



Menno Lievers, redacteur sinds 2000
'Sinds een aantal jaar is de samenstelling van de redactie van De Revisor zoals de huidige, we werken fijn samen, zijn een vriendenploeg. Om de veertien dagen komen we samen in café Schiller in Amsterdam. Een verleidelijke locatie, maar we proberen zo’n vergadering strak te organiseren. We bespreken de ingezonden kopij, vervolgens bepalen we welke schrijvers we vragen voor een volgend nummer.

Het is dikwijls lastig om aan voldoende goede stukken te komen: je vraagt tien mensen om iets te schrijven en drie doen het daadwerkelijk. Dat is logisch, we hebben nauwelijks budget om ze te betalen, het is een vriendendienst. Een aantal schrijvers helpt ons graag, maar je kunt niet telkens dezelfde vragen. Als een auteur succesvol is, schrijft hij net zo lief een stuk voor bijvoorbeeld Vrij Nederland, waar hij meer geld voor krijgt.

In de bloeiperiode van de literaire tijdschriften, eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, werd De Revisor vaker besproken in kranten en lag het blad in elke bibliotheek. Mensen snuffelden toen graag even in een literair tijdschrift. Nu valt er niets te snuffelen, het gros van de bibliotheken heeft ons blad niet eens. Als we eens een enkele keer worden besproken in de krant, verkopen we gelijk een paar honderd exemplaren meer. Jammer genoeg gebeurt dat weinig. Dan moet je natuurlijk allereerst bij jezelf te raden gaan, maar het probleem ligt niet alleen bij ons. Literatuur wordt alsmaar oppervlakkiger. Het is de periode van gemakkelijke verhalenvertellers, van chicklit. Daar gaan we niet in mee, we doen geen concessies aan de markt.'

Terug naar boven

Bunker Hill



Victor Schiferli, redacteur sinds 2002
'Bunker Hill is gestopt. Aan de ene kant vonden we het tijd worden om de fakkel door te geven, en aan de andere kant is het bereik heel klein. De vorige redactie, die het blad oprichtte, heeft het vijf jaar gedaan, zij droegen het blad in 2002 aan ons over.

<b>Bunker Hill</b> v.l.n.r. Caroline Mulder, Victor Schiferli, Dirk-Jan Arensman, Martijn Simons <b>Bunker Hill</b> v.l.n.r. Caroline Mulder, Victor Schiferli, Dirk-Jan Arensman, Martijn Simons



In onderling overleg hebben we besloten dat het mooi is geweest, dat we de fakkel helemaal doven. Ik geloof echt dat Bunker Hill een mooi geheel was, zonder duidelijke eigen poëtica, maar dat is ook juist altijd het beginsel geweest. We publiceerden interviews met auteurs over de kunst van het schrijven, in de traditie van The Paris Review, lange stukken tekst van ruim vijfduizend woorden. We hebben een bepaald ideaal uitgedragen – ruimte voor debutanten, vergeten klassieke schrijvers, Amerikaans georiënteerde literatuur, de kunst van het schrijven – maar het is een probleem als je in de boekhandel niet te koop en in de bibliotheek niet te leen bent, en er in de pers weinig aandacht bestaat voor literaire tijdschriften.

Het aantal abonnees is klein – hoewel dat voor veel andere literaire bladen van grotere naam en faam niet veel beter of soms zelfs slechter is. Ik weet dat er voor Bunker Hill een groter publiek zou kunnen zijn. Maar zelfs in Amsterdam was er maar een handvol plekken waar het blad werd verkocht. En dan moesten we zelfs langs die boekhandels om stapeltjes af te leveren, omdat ze vaak zelf niet weten of ze nu een abonnement hebben of dat ze het als boek via de uitgever hebben besteld. Dat is het probleem ook een beetje: je bent geen boek en je bent geen tijdschrift. In Amerika is de oplage van literaire tijdschriften ook niet hoog, maar daar is toch altijd wel een plankje bij concernboekhandels als Barnes & Noble.

Een tijdschrift is altijd een kwestie van een groepje mensen die graag een blaadje willen maken. Blaadjes maken is leuk. Ik geloof nog steeds in literaire tijdschriften, maar er moet in deze tijden van internet en bestsellers gezocht worden naar een nieuwe formule. Hoe maak je je blad toegankelijker? Hoe zorg je dat het wél aandacht krijgt? Misschien moet het wel in plaats van het aloude boekformaat voortaan op tijdschriftformaat verschijnen. Of misschien helemaal op internet, als je dat op een heel aantrekkelijke manier doet en dagelijks ververst. Maar daar gaat veel tijd in zitten.'

Website: www.bunkerhill.nl


Terug naar boven

Hollands Maandblad

Hollands Maandblad
Redactie: Bastiaan Bommeljé
Oplage: 1200
Verschijnt: maandelijks
Uitgever: Nieuw Amsterdam
Website: www.hollandsmaandblad.nl

<b>Hollands Maandblad</b> Bastiaan Bommeljé <b>Hollands Maandblad</b> Bastiaan Bommeljé



Bastiaan Bommeljé, redacteur sinds 1994, sinds 2000 hoofdredacteur
'Het gaat niet bijzonder florissant met veel literaire tijdschriften. Ik heb oplagecijfers gezien van andere bladen en die zijn niet bemoedigend. Met HM gaat het dan nog behoorlijk goed. We hebben het stabielste abonneebestand, en waarschijnlijk het grootste, en we kregen vorig jaar de LOF-penning als "beste literaire tijdschrift". En als je kijkt naar de geringe aandacht die er voor de tijdschriften is vanuit de literaire pers, mogen we al helemaal niet klagen. Die desinteresse is denk ik een symptoom van een breder verschijnsel.

Er is onder - wellicht door - het huidige informatiebombardement sprake van een vrij radicale ontintellectualisering en een afnemend vermogen tot concentratie. Het is cultuurhistorisch gezien dan ook interessant dat kranten juist in deze tijd zijn gestopt met het volgen van literaire tijdschriften. Publiciteit krijg je alleen met themanummers, als die tenminste aansluiten bij de journalistieke horizon. Tegenwoordig is er geen journalist meer die schrijft: "Hollands Maandblad of De Gids heeft deze maand mooie verhalen, maar vergeleken met drie jaar geleden is de toon van het blad veranderd." Dat is te veel gevraagd. Gisteren is voor de meeste journalisten al prehistorie. Er is een soort autisme ontstaan bij de media, niet alleen vanuit een hic et nunc-fixatie, maar ook vanuit een We rule this World-houding. Kranten willen niet meer over de literaire wereld schrijven, neen, ze willen zelf de literaire wereld zijn. Zonderling, hoor, journalisten die zich geen buitenstaander weten, maar hoofdrolspeler wanen.'

Terug naar boven

Passionate Magazine

Redactie: Iris van Erve, Coen Geertsema, Said El Haji, Richard Dekker, Erik Brus
Oplage: ongeveer 1000
Verschijnt: tweemaandelijks
Uitgever: Passionate
Website: www.passionatemagazine.nl

<b>Passionate</b> v.l.n.r. Erik Brus, Said El Haji, Coen Geertsema, Richard Dekker, Lisa Van erp en Iris van Erve <b>Passionate</b> v.l.n.r. Erik Brus, Said El Haji, Coen Geertsema, Richard Dekker, Lisa Van erp en Iris van Erve



Iris van Erve, hoofdredacteur sinds 2006
'Het grootste verschil met andere literaire tijdschriften, is dat we altijd bezig zijn met het werven van nieuwe abonnees. We maken het blad niet voor onszelf maar voor hén, de lezers. We zijn commercieel ingesteld, doen niet alles met een hoger doel. Als we een themanummer maken over Afrika, kijken we of er ergens een Afrika-avond wordt gehouden, misschien kunnen we wel samenwerken of daar ons blad aan de man brengen. Zelf organiseren we ook evenementen zoals onze schrijfwedstrijd 'Write Now!'. Onze marktgerichte houding, en het gebrek daaraan bij de gevestigde literaire bladen, zal wel een generatieverschil zijn.

Het beste nummer is een stukgelezen of een uitverkocht nummer. Je kunt wel iets maken waar je heel trots op bent, maar wat heb je eraan als niemand het leest? Andere literaire tijdschriften zoals Hollands Maandblad horen, en dat bedoel ik niet denigrerend, in de boekenkast, na een tijdje blader je ze nog eens door. Dat kan ook, het zijn miniboeken. Passionate Magazine wil echt een tijdschrift zijn. Met interviews, recensies en rubrieken. Het is niet dat we geen principes hebben, we kunnen ook nog meer "tijdschrift" gaan, met meer rubriekjes en korte stukken, maar dat doen we niet. We willen geen La Vie en Rose-achtig blad worden, maar wel toegankelijk zijn. Onze literair-inhoudelijke visie - gebaseerd op grootstedelijkheid, tempo van de tijd en new journalism - is hierin leidend. We houden ons bezig met literatuurminnende jongeren, onze doelgroep. Wat lezen ze? Naar welke evenementen willen ze? We moeten het zelf natuurlijk ook de moeite waard vinden, maar als onze doelgroep het te gek vindt, wie zijn wij dan om er geen aandacht aan te besteden? We zullen nooit door miljoenen lezers verslonden worden, zo veel literatuurliefhebbers zijn er niet, maar binnen onze niche willen we eruit halen wat erin zit.'

Terug naar boven

Raster

Redactieraad: Hans W. Bakx, H.C. ten Berge, Bernlef, Nicolaas Matsier, Piet Meeuse, K. Michel, Pieter de Meijer, Kees Nieuwenhuijzen, Cyrille Offermans, Hans Tentije, Willem van Toorn, Jacq Vogelaar, Marjoleine de Vos
Oplage: 1500
Verscheen: 3 keer per jaar
Uitgever: De Bezige Bij

<b>Raster</b> Jacq Vogelaar <b>Raster</b> Jacq Vogelaar



Jacq Vogelaar, redacteur sinds 1977
'In februari verschijnt het laatste nummer. Raster wordt sinds 1977 gemaakt door dezelfde dertien redacteuren, zij maken nog altijd deel uit van de redactieraad. We wilden het stokje niet doorgeven, het is het werk van een generatie, dat wil zeggen van auteurs die inmiddels bijna allemaal meer dan veertig jaar literair actief zijn. Het blad is niet op, het idee niet en wij zijn ook niet op, maar we zijn er wel klaar mee. We willen de eer aan onszelf houden. Drie jaar geleden speelden we al met de gedachte ermee te stoppen, nu is de tijd gekomen. Na meer dan veertig jaar. Het criterium is niet geweest: zitten mensen er nog wel op te wachten? Want waar zitten mensen ooit op te wachten? Er is maar één echt criterium en dat is: hebben wij er zelf nog zin in? Maar op een gegeven moment gaat het eigen werk voor, dat heeft voor elke redacteur zo gegolden.

In Frankrijk zijn literaire tijdschriften op één hand te tellen en in Duitsland is het genre nagenoeg uitgestorven. Wat dat betreft doen we het hier in Nederland goed met zoveel aanbod. Uiteraard moet er duidelijk onderscheid zijn tussen de verschillende bladen, daaraan ontlenen ze hun bestaansrecht. Maar alle literaire bladen samen vormen 'het' literaire tijdschrift, zou je kunnen zeggen, en dan is de vraag wat dit te bieden heeft naast kranten, tijdschriften en andere media. Zo moet de mentaliteit ook wel zijn als je kijkt naar het lage aantal abonnees, voor faam hoef je het niet te doen. Je doet het omdat je iets wilt laten zien: dit is wat wij van en met literatuur willen. Raster was nooit een postadres, een brievenbus, een vergaarbak - het was de redactie die het blad maakte, zelf schrijvend en vertalend. Het doel was altijd: boeken maken die anders niet gemaakt zouden worden.

Als ik terugblik, heb ik weinig reden tot spijt. We hadden bereikbaarder kunnen zijn. Daarvoor moeten lezers weten dat je er bent. Een website was al veel eerder nodig geweest. Helaas beschikten we niet over de kennis. Binnenkort, als het blad al niet meer bestaat, krijgen we eindelijk een website. Er wordt aan gewerkt.'

Terug naar boven

Deus Ex machina

Deus ex Machina
Redactie: Erik Verhaar, Jan Bettens, Anneleen De Coux, Ann Vertongen, Michiel Kroese, Kris Lauwerys, Jan M. Meier, Lies Van Gasse, Sylvie Marie
Oplage: 550-750
Verschijnt: driemaandelijks
Uitgever: in eigen beheer
Website: www.deusexmachina.be

<b>Deus Ex Machina</b> v.l.n.r.: Jan Bettens, Ann Vertongen, Lies van Gasse, Michiel Kroese, Kris Lauwerys, Erik Verhaar <b>Deus Ex Machina</b> v.l.n.r.: Jan Bettens, Ann Vertongen, Lies van Gasse, Michiel Kroese, Kris Lauwerys, Erik Verhaar



Erik Verhaar, redacteur sinds 2004
'We hebben heus wel in de gaten dat we een luxeproduct zijn. En dan ook nog eens een luxeproduct waar door de massa weinig waarde aan wordt gehecht. Dat is jammer, maar werken voor een literair tijdschrift moet je voor jezelf doen. Ik ben twee tot drie uur per dag bezig met DEM. Bij een naderende deadline werk ik in het weekend ook nog een uur of acht. Het gaat bij het maken van een literair tijdschrift echt om de voldoening die je er zelf uit haalt, niet om de waardering die je van anderen krijgt. Dat is moeilijk en soms frustrerend maar ik doe het graag. Toen ik een paar jaar geleden bij DEM begon, was het blad een stuk minder bekend dan nu. Mensen dachten dat we een vertalerstijdschrift waren met alleen maar vertaalde stukken van buitenlandse schrijvers. Nu publiceren we nog steeds veel van auteurs uit het buitenland, maar proberen we ook meer met Vlamingen en Nederlanders te werken. Ik merk dat de bekendheid groter is geworden, maar we zijn nog steeds marginaal.

Een van de bestaansredenen van literaire tijdschriften is het ontdekken van nieuw talent, maar wil je een kwalitatief hoogstaand blad maken, dan red je het daar niet mee. Dan is het niveau niet hoog genoeg en de vraag vanuit het publiek ontoereikend. Je moet met bekende namen komen.

Als ik aan sommige familieleden vertel waar ik me mee bezig houd, hebben ze geen idee wat ik precies doe. Als ik het blad aan ze laat zien, zeggen ze: 'Ziet er mooi uit, hoor.' Daarin onderscheiden we ons. We zijn professioneel opgemaakt en grafisch sterk. Maar zodra mensen met een geringe interesse voor literatuur het woord vooraf lezen, schrikken ze, dan is het literaire karakter van het tijdschrift een brug te ver.'

Terug naar boven

Yang

Redactie: Marc Reugebrink, Sascha Bru, Bram Ieven, Piet Joostens, Sarah Posman, Johan Sonnenschein, Jeroen Theunissen
Oplage: 650
Verschijnt: driemaandelijks
Uitgever: in eigen beheer
Website: www.yangtijdschrift.be

<b>Yang</b> v.l.n.r. Piet Joosten, Sarah Posman, Marc Reugebrink, Bram Ieven, Jeroen Theinissen, Sascah Bru en Johan Sonnenschein <b>Yang</b> v.l.n.r. Piet Joosten, Sarah Posman, Marc Reugebrink, Bram Ieven, Jeroen Theinissen, Sascah Bru en Johan Sonnenschein



Marc Reugebrink, redacteur sinds 2001
'Voor elk nummer krijgen we ongeveer vijftig inzendingen van schrijvers die hun verhaal in Yang willen publiceren. Bijna 99 procent valt af. We stellen hoge eisen, we zijn niet per se een podium voor debutanten maar voor kwaliteit. De content van een editie zoeken we zelf bij elkaar, we vragen aan schrijvers die we bewonderen of ze nog iets hebben liggen of geven een opdracht om iets te schrijven.

De oplage van Yang is niet hoog, maar dat heeft niet de prioriteit. Er moeten geen koppen worden geteld, het gaat om de kwaliteit, niet om de kwantiteit. Boekenbijlagen van kranten en tijdschriften worden steeds oppervlakkiger, er is verschraling en er heerst een monocultuur. Alsof de wereld alleen maar uit Grunbergs bestaat! Wat wij willen is tegenwicht bieden.

In 2007 gaven we een themanummer uit over "anders vertalen". Uitgeverijen leggen een heleboel restricties op als het om vertalen gaat. Dan mag de vertaler bijvoorbeeld niet het woord "venster" gebruiken maar alleen "raam". Dat slaat toch nergens op? We hebben toen laten zien dat er door meer vrijheid te geven een compleet ander, soms beter, resultaat uit kan komen. Op dat nummer hebben we veel positieve reacties gehad. Dan merk je dat je als blad met kleine oplage toch iets teweeg kunt brengen. De literaire wereld is klein, iedereen kent elkaar, dus de boodschap die je wilt overdragen komt uiteindelijk wel op de juiste plek terecht.

Het is moeilijk om de aandacht van het grote publiek op Yang te vestigen. Ze horen domweg niets over ons. Vroeger had elke zichzelf respecterende boekenrubriek een plek waar tijdschriften werden besproken. Nu niet meer. Er is een steeds verdere segmentering van het veld. Mensen blijven literatuur schrijven, maar literaire tijdschriften zullen in de toekomst een nog saaier en taaier karakter krijgen. Zo hoort het niet, maar zo gaat het wel. Toch geloof ik absoluut dat literaire tijdschriften moeten blijven bestaan. Wat wij doen, zie je nergens meer terug.'

Terug naar boven





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?