VN Mediagids'Lange dagen' - Pia de Jong

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Recensie 13.09.2008

Door Jeroen Vullings

Lange dagen van Pia de Jong doet denken aan Hermans en Theroux, maar is volkomen authentiek. Wat een debuut.

Hoeveel Nederlandse literatuur speelt eigenlijk in Lapland? Ik kom maar op een paar titels: W.F. Hermans’ klassieker’ Nooit meer slapen, Altijd Lapland van Gerrit Jan Zwier en nu Pia de Jongs debuutroman Lange dagen. Waarbij je nog kunt opmerken dat de queeste in Nooit meer slapen voert naar Finn­mark, het uiterste noorden van Noor­wegen (waar Lappen wonen). Zwier op zijn beurt doorploegt Lapland ongehinderd door landsgrenzen, maar hij beoefent een ander genre dan Hermans en De Jong; hij schrijft reisverhalen, non-fictie. Nieuwkomer Pia de Jong ten laatste situeert haar fictie in Fins Lap­land. Hermans’ Lapland steekt nog aantrekkelijk af bij de barre, godverlaten toendra in Lange dagen – met recht het einde van de wereld.

Voor lezing van Lange dagen was ik er – intuïtief – van overtuigd dat geen vaderlandse schrijver het in zijn hoofd zou halen een verhaal in Lapland te laten spelen zonder kennis van Nooit meer slapen. Tenslotte: hoe naïef kun je zijn? Bepaalde wegen zijn op zo’n onnavolgbare wijze literair betreden dat ze daarna door verstandige collega’s te vermijden terrein zijn. Of je moet als Zwier een ander genre kiezen en daarin en passant de grote voorganger – Hermans – eer betuigen.

Muggen
Misschien heeft Pia de Jong Nooit meer slapen gelezen, misschien ook niet. Maar de (oppervlakkige) overeenkomsten lijken mij eerder locatiebepaald. Goed, daar zwermen de muggen om het hoofd als elektronen om een atoom, maar in elk reisverslag over die noordelijke contreien op internet tref je soortgelijke klachten. Bij Hermans raakt een kompas zoek, bij De Jong doet dat ding het niet – soit. Op thematisch vlak staat in Nooit meer slapen de vader-zoonrelatie centraal: de adolescent Alfred torst daar de herinnering aan zijn overleden vader, zoals eertijds Aeneas vaderlief Anchises op de schouders nam. Klassieke problematiek, die op het moment van verschijnen (1966) voor een gehele generatie een actuele lading kreeg: als iets de jaren zestig kenmerkte, was het wel de wens niet hetzelfde leven te leiden als de stamvaders daarvoor deden.

Lange dagen is een coming-of-age-drama, dat verder reikt dan de (in dit geval) vader-dochterrelatie. Een ander punt van verschil is dat Nooit meer slapen bij publicatie een contemporain verhaal was, terwijl Lange dagen (ook al zijn de tijdsmarkeringen in het vage gelaten) de jaren zeventig of vroege jaren tachtig ademt. Met wat goede wil zou je voorts de stijl van De Jong hermansiaans kunnen noemen, in die zin dat ze zeer zorgvuldig, natuurgetrouw Nederlands schrijft. Met af en toe een metafoor, zoals Hermans dat ook placht te doen. Maar daarmee doe ik W.F. toch onrecht, want in Nooit meer slapen staan waarlijk schitterende zinnen, bijvoorbeeld: ‘In de lucht schreeuwen meeuwen met kouwelijke stemmen.’ Bij De Jong tref je die niet. Haar stijl is wat kleurloos, maar zeker niet lelijk, hoogst adequaat en trefzeker – en daarmee heel erg eigentijds.

Nee, dat wordt niks tussen W.F. en Pia de Jong. Met meer recht kun je Lange dagen vergelijken met Paul Theroux’ Mosquito Coast (1981): in beide romans voert een doorgedraaide vader zijn gezin uit weerzin tegen de ‘bezoedelde’ westerse samenleving naar een levensgevaarlijk, primitief land, waar de natuur sterker is dan de mens. Oók een coming-of-age-drama, ook volle aandacht voor de vader-kind-relatie. Maar: de waanzin bij de vader in Lange dagen is toch sluipender en bepaald niet zo briljant van karakter als in Mosquito Coast. De vaderfiguur in Lange dagen is eigenlijk een alledaagse man, dat is het griezelige.

Ik ga zo uitgebreid in op De Jongs literaire voorgangers om beter vat te kunnen krijgen op de specifieke sensatie van haar opmerkelijke debuutroman: het verhaal in Lange dagen lijkt eerder verteld, maar nochtans is het authentiek. Gebeeldhouwd alsof het altijd al bestond.
Het heeft, hetgeen meestal het geval is bij autobiografisch proza, de adem van het echte.

Slinkende voedselvoorraden
Natuurgetrouw, zei ik eerder. Dat effect berust grotendeels op de overtuigende stem van de veertienjarige vertelster, de dochter des huizes Eva. Via haar leren we de andere betrokkenen in dit drama kennen: de met een midlifecrisis kampende vader, met wie het van kwaad tot erger gaat: zijn afkeer van bespoten voedsel brengt hem eerst naar onbevoegde natuurgenezers, kwakzalvers. Vervolgens ziet hij verschijningen, een oude man op een bankje bijvoorbeeld, die hem tekens geven van God: naar het noorden moet hij gaan, zegt die oude, om zijn bestemming te vinden. Uiteindelijk ontwikkelt hij zich tot een ware survivalist, die zijn gezin wil harden om te overleven in nabije tijden waar het erop aan komt. Zijn zorgzame, zichzelf wegcijferende echtgenote An is loyaal tot op het bot aan haar wederhelft, al heeft zij vermoedelijk andere ideeën. Het grootste slachtoffer van dit familiedrama is de sombere, uiterst gevoelige zestienjarige Steven, Eva’s broer. Liefst wil hij tekenen, ruïnes of in ieder geval huizen met gaten. Maar van zijn vader moet hij op een overlevingskamp in de Ardennen – dat avontuur mislukt al vrijwel direct. De zachtmoedige Steven probeert de demonen in zijn hoofd te beteugelen en schikt zich fatalistisch, uit pure onmacht, naar het vaderlijk gezag. Wat moet hij anders?

Ook dient zich nog een oudere, voormalige schoolgenoot van Steven aan voor de expeditie naar Lapland, de eerstejaarsstudent Civiel Techniek Axel. Een echte doorzetter annex natuurmens, de gedroomde zoon van Eva’s en Stevens vader. De kinderen zien hem merkbaar niet zitten. Steven beschouwt hem als rivaal en Eva, voor wie Axel mooie gevoelens koestert, vindt hem meestal een engerd. De tergende, ijselijk spannende wekenlange dooltocht over de toendra, met slinkende voedsel- en watervoorraden, met een ondeugdelijk kompas, mondt uit in een déconfiture van de vader. Uiteindelijk blijkt Axel degene die hen kan redden, de natuurlijke aanvoerder, die – ironie van het lot – voor de anderen geheel onverwacht, maar in lijn met zijn pathologische gesteldheid, de eenzaamheid van de toendra met alle gevaren van dat armzalige Eden, verkiest boven de menselijke beschaving. Zo bezien is ‘Lapland’ de katalysator die de menselijke aard in al zijn facetten toont.

Permanente dreiging
Geen moment trapt De Jong in de valkuil van een gemakzuchtige zwart-wittekening. Voor een deel wordt dat bepaald doordat Eva een puberend meisje is, die koerst tussen halfbegrepen gevoelens, meestal seksueel van aard – voor haar beste, vroegrijpe vriendin Made­leine; voor de dikke Duitser Dennis, ook een Lapland­ganger, die haar probeert te verkrachten; voor Axel die haar aanbidt en van Dennis redt; voor Steven die ze adoreert en die ze niet kan helpen in zijn peilloze gekweldheid.

Maar niet alleen de dramatische ironie, waardoor we anders dan Eva beseffen aan welke gevaren zij en het gezin blootgesteld zijn, brengt die magnifieke geladenheid teweeg van Lange dagen, die in elke scène, elk gesprek, elke waarneming, elke zin schuilt. Dat komt ook doordat de schrijfster, in dit verhaal in ik-vorm, ook reacties van anderen registreert waarover Eva niet oordeelt. Zo is er een buurvrouw die het gezin naar de trein brengt en almaar zwijgt. Of het oudere echtpaar in een camper in Lapland dat, steeds wanhopiger, probeert de vader zover te krijgen in elk geval Eva bij hen te laten voor de duur van dit onverantwoorde avontuur.

Op een gegeven ogenblik, en dat is het knappe in een relaas dat in wezen een monotone voettocht in opeenvolging van lange, uitzichtloze dagen is, wordt ieder detail veelbetekenend – door de permanente dreiging en de nabijheid van de dood. In zo’n toestand is het niet meer mogelijk uit te maken wat echt of onecht is. Is de vader inderdaad een Canadese soldaat tegenkomen in het niemandsland, die hem de weg wees? In ieder geval kon er kracht uit geput worden om door te gaan, met krachten die niemand meer dacht te hebben. Het sinistere van Lange dagen is dat de gebeurtenissen, hoe onaangenaam ook, als ogenschijnlijk normaal gepresenteerd worden. Iets dat nu eenmaal met je kan gebeuren als je nog onder ouderlijk gezag staat. Ook iets dat je wegstopt, bij behouden thuiskomst. Want, waar ging het die new age-achtige vader eigenlijk om? Zijn hond noemde hij al veelbetekenend Balder, in het tragische en tevens aandoenlijke verlangen van de kleine burgerman naar het hogere. Maar mis ging het toen hij een glossy natuurfoto zag in Time Life, van een adembenemend landschap, en naar dat ongerepte paradijs wilde hij zijn gezin voeren. Koste wat het kost. Van meet af aan joeg hij een illusie na en experimenteerde daarvoor met de levens van zijn naasten. De bittere waarheid is: ze bereiken hun doel nooit en brengen het ternauwernood levend vanaf, door toeval.

Een oordeel achteraf ontbreekt in dit relaas. Goed, die vader is niet meer de charismatische heerser (‘een magneet’) die hij een tijdlang voor Eva was. De kinderen zijn versneld volwassen geworden. Wat hun rest, is realisme in de rest van hun leven. Toch ontbreekt een vleugje Bildung niet ten gevolge van deze vormende, vermoedelijk traumatische ervaring. Op de keper beschouwd hebben zowel Axel en de vader, ieder op hun eigen manier - Axel met geweld, de vader door een beroep op normaliteit - Eva gered van gevaarlijke snoodaards, die het op haar lichaam voorzien hadden. Op de vraag wiens reddingsstrategie beter is, volgt geen antwoord. Het was zoals het was, lijkt dit debuut te zeggen. Het enige wat je kunt doen, is het herbeleven – dat is de werking van Lange dagen, ook op de lezer die feitelijk en goddank buiten deze gebeurtenissen staat.

Wat een debuut. Als iedereen, zoals W.F. Hermans beweerde, een door eigen levensfeiten geïnspireerd boek in zich draagt, dan heeft Pia de Jong zich met Lange dagen in ieder geval krachtig van die taak gekweten. Maar voor de roman zelf maakt het al dan niet autobiografische niks uit. De Jong creëert niet alleen ondraaglijke spanning, maar biedt ook een wereld die ijzingwekkend echt, menselijk, al te menselijk aandoet, vol personages van vlees en bloed. Ze toont subtiel hoe het mis kan gaan in een gezin waar het niet aan liefde ontbreekt. En ook hoe ‘normale’ gezinsleden juist uit affectie zich laten ringeloren door een gek, omdat het ze overkomt. Dat maakt korte metten met ons moderne mensbeeld, waarin we allen assertieve individuen zijn, die zich geen knollen voor citroenen laten verkopen en naar niemands pijpen willen dansen. Maar dat de waanzin ons al te gemakkelijk besluipt, maakt Lange dagen indringend aanschouwelijk.

Pia de Jong, ‘Lange dagen’, Prometheus, 254 pagina’s, € 17,95

 





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?