VN MediagidsKen Loach: ‘Ik heb de arbeiders niet uitgevonden’

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Interview / archief filmsterren / film 16.10.2004

Door Ab van Ieperen

16-10-2004
Ab van Ieperen

De films van Ken Loach worden bevolkt door de underdogs van Engeland en Schotland. Junks, alcoholisten en daklozen. In zijn nieuwste ‘Ae Fond Kiss’ zijn het Pakistani. Hij blijft dus trouw aan zijn socialistische overtuiging. ‘Film hoort méér te zijn dan een alibi om popcorn te verkopen.’

Hoe krampachtig ik het ook probeer, het lukt niet voor mijn gesprekspartner een andere vergelijking te bedenken dan die iedereen al heeft gemaakt: boekhouder. Een beige man in een vaal pak wiens bedachtzame woorden zelden boven de fluistertoon gaan en die zelf lijkt te schrikken van een enkele stemverheffing. Alleen de alerte blik achter grote brillenglazen verraadt dat de Brit Ken Loach regisseur is van veertig jaar speelfilms, documentaires en tv-producties. Daarin bleef hij altijd kritisch trouw aan zijn socialistische overtuiging en gaf in vele genres aandacht aan underdogs die zijn verstoten of nooit werden geaccepteerd door het systeem.

De laatste jaren waren dat vooral Schotse personages; ook weer in zijn nieuwste film, Ae Fond Kiss. Vlotte diskjockey Casim, tweede generatie Pakistaan die ooit een eigen club wil beginnen, en gescheiden lerares uit Glasgow Roisin vallen hevig en gretig op elkaar. Maar hij heeft al een Pakistaanse aanstaande die de familie voor hem heeft geregeld en brengt met zijn romance schande over zijn jongere zussen. En ook Roisins katholieke omgeving staat allesbehalve welwillend tegenover een moslim.

De prijzen die Ae Fond Kiss dit jaar kreeg op het Festival van Berlijn voegen zich bij het record aantal onderscheidingen voor zijn films op de festivals van Cannes en alle bekroningen in Italië, Duitsland, Scandinavië, Zwitserland, Cuba, Spanje en Australië en van de Europese en Franse Film Academies. Plus alle Lifetime Achievement Awards die de nu achtenzestigjarige overal zijn toegekend. Als laatste voegde vorig jaar Groot-Brittannië zich schoorvoetend in die rij. Ken Loach, droog: ‘De gedachte was zeker: en dan kan hij nu met goed fatsoen doodgaan.’

‘Ae Fond Kiss’ wordt deel 3 van een Glasgow-trilogie genoemd, na ‘My Name Is Joe’ en ‘Sweet Sixteen’. Heeft u echt gedacht: ik ga meerdere films draaien in die stad?

‘Zo werkt dat niet. Ik heb nooit opzettelijk gekozen voor de lokatie, ik heb een schrijver gekozen – Paul Laverty – die in Glasgow woont. Ik had toen al kunnen bedenken dat hij vooral zou komen met scenario-ideeën over de stad die hij door en door kent. Ik ga hem daar niet vanaf brengen, tenslotte kent elke Britse stad identieke problemen. Hoe meer ik reis, hoe scherper ik zie dat arbeiders overal op dezelfde manier worden afgeknepen.

In mijn recentere films waren migranten vaak personages uit andere culturen. Daarmee wilde ik niets aantonen, ik gaf weer wat ik zag. En toen kwam opeens 11 september, ik was in die tijd in de Verenigde Staten en zag instant-haat opvlammen tegen moslimgemeenschappen. In Engeland sprak ik Aziaten die dat ook voelden. Dus vroeg ik Paul een script over meerdere culturen in één stad. Voor hem was die stad vanzelf Glasgow.

Ae Fond Kiss is een film die nog had kunnen stranden op de casting. We hadden Pakistaanse acteurs nodig die vloeiend Glaswegian spraken en als ouders zochten we mensen met een mix van Glaswegian en Punjabi. Maar moslims kennen geen traditie van optreden voor publiek. We konden niet ons gebruikelijke rondje maken langs amateurtoneel en variété. De hoofdrol is gevonden via een modellenbureau, waar ik normaliter nooit zou kijken.’

Er wordt weleens gezegd dat u zich achter uw medewerkers verschuilt, terwijl al uw films toch ‘typisch Ken Loach’ zijn - ondanks de uiteenlopende scenaristen?

‘Als ik sprak van “onze film—, merkte ik dat mensen die me niet welgezind zijn dat opvatten als pluralis majestatis. Terwijl ik simpelweg bedoel dat film teamwork is. En daarin ben ik niet een veldspeler, ik ben maar de trainer. Ik heb zelf ook scenario’s bedacht, maar was altijd blij als ik kon werken met schrijvers die ideeën hadden die ik nooit zelf zou krijgen. Wat een schrijver creëert, is toch van hogere orde dan de inspanning van een regisseur om dat levensecht te maken.

Als een schrijver in de credits staat genoemd, mag niet slinks nog aan zijn script worden geknutseld. Nooit zal ik bij de montage scènes weggooien zonder eerst de auteur te raadplegen. Bij de voorbereiding van de tv-serie Land of Hope viel me op dat elke scène van het echtpaar daarin een politieke discussie was. Ik zei tegen (schrijver) Jim Allen: “Die mensen slapen en ontbijten samen, als niet één episode iets toont van die intimiteit, gelooft niemand in dat huwelijk.— “Dat kán ik helemaal niet!— riep hij geschrokken. Na heel veel hoofdbrekens kwam hij met een flutscènetje, waarin de man nachtgoed aantrok en bij zijn vrouw in bed stapte. Dat kostte meer moeite dan de Ierse Revolutie beschrijven. Maar als ik daarvoor zelf wat had bedacht, had het niet gedeugd. De eigenheid van de auteur moet je respecteren.

Ik denk niet dat ik een specifieke stijl heb, mijn films kenmerken zich door eh... géén stijl. Misschien mag je ze democratisch noemen: daglicht schijnt over mens, gebouw of landschap met gelijke sterkte, geen speciaal strijklicht voor hoofdrollen. Zo simpel film ik ook, ik privilegieer niemand, maak geen opzettelijk fraaie shots.

Van Land and Freedom zei men: “Spanje is mooier dan jij laat zien.— Alsof mensen midden in de Burgeroorlog tijd hadden om zich te vergapen aan de natuur. Misschien is het luiheid of onkunde die mij zo doet werken: zoals ik film, is het de makkelijkste job ter wereld. Alleen het gedoe eromheen is zwaar. Die imposante decors en effecten, daarmee zou ik niks kunnen. Ik denk dat het publiek er óók niets mee kan. Mogelijk zijn ze geamuseerd, maar na afloop gaan ze gewoon over tot de orde van de dag. Die versiering verhindert ze om werkelijk geraakt te zijn. Film hoort méér te zijn dan een alibi om popcorn te verkopen. Je moet eigenwijs zijn, uitsluitend vertrouwen op jouw instinct. De invloed van filmscholen is funest, omdat ze je daar leren te kijken door de ogen van anderen. Alleen wie zijn eigen blik volgt, merkt dingen op die niemand anders heeft gezien. Onvoorstelbaar dat regisseurs tegen hun acteurs zeggen: “Ga kijken hoe Pacino een addict speelt.— Ik zeg: “Ga zelf op straat kijken.—’

In veel films benadrukt u het belang van vakbonden en arbeidsrecht. Neemt de acteursbond u het gebruik van amateurs niet kwalijk?

‘Ik zal niemand wegsturen omdat hij een toneelschooldiploma heeft. Maar mijn films gaan over groepen waarin je weinig geschoolde acteurs zult treffen. En wie u zo halsstarrig ‘amateur’ noemt, wordt gesalarieerd volgens bondstarief. Rechtvaardiger dan het star system, als één uitverkorene een veelvoud verdient van alle anderen. Het is niet alleen uit economisch principe dat ik niet met sterren werk, een star image gaat altijd ten koste van het personage. Ik kan mijn verhalen niet vertellen met een star cast, dan worden het andere verhalen. Vóór mijn film Family Life had ik dezelfde stof geregisseerd als tv-drama, In Two Worlds, met bekende acteurs. Die uitzending is geprezen, maar snel vergeten. Pas toen ik later de film maakte met spelers die niemand eerder had gezien, kreeg het drama echt impact, toen gelóófde iedereen de schizofrenie van dat meisje. Casting is cruciaal, daarom stap ik niet in het Amerikaanse systeem waar bioscoopeigenaren bepalen wie in jouw film speelt. Elke Europese regisseur maakt in Hollywood films die minder zijn dan wat hij maakte in eigen land.’

U maakt wel politieke, maar geen militante films.

‘Dat is een benepen definitie van politiek. Politiek is hoe mensen dagelijks trachten te leven met elkaar en overeind blijven binnen economische en sociale machtsverhoudingen. Het gaat om mensen, niet om partijprogramma’s. Ik ben dertig jaar lid geweest van Labour, maar toen de partij ging centraliseren, was ik weg. Politieke organisaties moeten contacten vergemakkelijken, niet bemoeilijken. Ik hoor tot de minderheid die vindt dat het systeem om moet: en dat kan niet door een beetje te schudden zodat er wat kruimels van tafel vallen en iedereen even zoet is.

Voor militante films moet je kwáád zijn – en woede ligt niet in mijn aard. Behalve in de jaren tachtig, toen ik documentaires maakte met als doel Thatcher ten val te brengen. Ik weet niet of dat de juiste instelling was – het bleek in elk geval nutteloos, de films zijn nooit vertoond. Tien verspilde jaren die ik nog steeds tracht in te halen.

Toen mijn vrouw Roemeense weesjes ging begeleiden, is mij gevraagd of het niet deemoedigend was te leven met iemand die écht nuttig werk deed. Ik probeer zo goed mogelijk te doen wat ik het beste kan, niet meer en niet minder. Ook zonder illusie dat ik de wereld verander met films, hoop ik dat de vragen die ik me stel over hoe het toegaat in de maatschappij anderen ook doen nadenken. Met name in Engeland krijg ik het verwijt dat ik te weinig cynisch ben. Op mijn leeftijd hóórt cynisme, schijnt het. Maar door mijn vak heb ik zo vaak mensen gezien die tegen de klippen op doorknokken voor een betere toekomst, dat ik geen gronden weet voor cynisme. Al klinkt dat misschien wee, ik hoop vooral dat de films die mensen troost schenken.’

Van niemand zijn de films zo vaak bekroond de laatste decennia. Maar ondanks alle internationale erkennning trekken uw films in Engeland minder publiek dan elders.

‘Wanneer je je niet geapprecieerd voelt, geeft zo’n volle prijzenkast enig soelaas. Als ik constateer dat ik al die jaren nooit een Bafta (de Engelse oscar) heb gehad, dan vind ik dat krenkende onachtzaamheid. Of lijd ik dan aan grootheidswaan? Hoe kunnen mijn Beste Europese Films níét Beste Britse Films zijn? Kes – uit 1969 – staat bij de Tien Beste Engelse Films Aller Tijden. Of dat terecht is, kan ik niet beoordelen, maar ik weet dat ik nú beter film dan toen.

In de jaren zestig was er vertoningskans voor afwijkende films, nu bereiken ze door de almachtige multiplexen nauwelijks publiek. Altijd als zo’n multiplex opengaat, wordt gejubeld: extra doeken, het filmaanbod wordt rijker! In de praktijk draait in vijf verschillende zalen één en dezelfde blockbuster, wordt alles schraler en blijven steeds meer films kansloos.

Ook voor mijn films is het lastig om financiering te vinden – omdat ze te weinig Britse verspreiding krijgen. Gelukkig kan mijn producent Europese coproductiegelden aanboren, maar is het niet bizar dat ik zonder Franse steun geen Britse film kan maken? Dat The Navigators recordrecettes haalt in Frankrijk en in eigen land één week draait in één bioscoopje?’

‘Ae Fond Kiss’ is uw eerste film die niet gaat over arbeiders, én de meeste sexy film die u ooit maakte.

‘Alsof ík de arbeiders heb uitgevonden en patent op ze heb! Shakespeare beschreef ze al; we hebben Dickens gehad; toen ik me bezighield met toneel, had het sociale theater van Joan Littlewood een immense invloed. Natuurlijk wens ik dat er méér wordt gefilmd over stakers en daklozen – liever dan over die rare striphelden – maar dat betekent niet dat ik alleen maar kijk naar de onderlaag.

‘Met zo weinig films over Pakistani leek het me zinvol in deze film een personage te hebben met een carrière. Tenslotte is dat een realiteit. En juist die tamelijke welstand gaf reliëf aan andere problemen van de hoofdpersoon, problemen die je niet oplost met geld. Wat betreft seks... dat is de tijdgeest. Nu mensen zich niet meer met collectieven identificeren, zie je dat de aandacht voor relaties groeit. Ik ben veertig jaar getrouwd en zou niet anders willen, maar mij ontgaat niet dat monogamie steeds minder zaligmakend wordt. Ik wil niet filmen over jongeren, terwijl ik ze de moraal opleg van mijn generatie. Maar het blijft lastig. Zodra er in een film seks voorkomt, gaat iedereen anders kijken.

Binnen dit verhaal kon ik de seksscène motiveren. Ik dacht: mag ik het de acteurs aandoen? Zij bleken er bij lezing geen moeite mee te hebben, terwijl ze andere aspecten van het script wel discutabel vonden. Bij de opnamen werden ze evenmin gehinderd door gêne, terwijl ik me ondertussen stil stond te schamen.’

Hoe regisseert u hen dan?

‘O gewoon, terwijl ik de andere kant opkijk.’









  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?