Julianne Moore: ‘Ik ben een gulzig mens’
01-01-2005
Door Ab van Ieperen
Julianne Moore is de ongekroonde koningin van de Engelstalige auteursfilm. Ze speelde in wereldwijd geprezen films als The Hours en Far from Heaven en is op dit ogenblik te zien in de thriller ‘The Forgotten’, waarin ze probeert het bestaan van haar overleden zoon te bewijzen. ‘Fysiek ben ik een lafaard, maar emotioneel is er weinig waar ik voor terugschrik.’
Het rode haar vlamt minder dan op het filmdoek, ze lijkt kleiner en meisjesachtiger, maar vooral is Julianne Moore in het dagelijks leven innemend gewoon. De dochter van een Amerikaanse rechter en een Schotse sociaal werkster spreekt Midden-Atlantisch Engels, keurige dictie die vreemd contrasteert met het tempo waarin ze praat en haar onvertogen woordkeus.
Halverwege het gesprek verliest ze een contactlens. Als het niet lukt die in te zetten, gaat ze naar een andere kamer. Bij terugkomst heeft ze ook meteen haar make-up gedaan en is er de glamour die ze in sommige rollen uitstraalt.
Met zestien kritiek-, drie festival- en twee carrièreprijzen in de kast plus talloze nominaties is Julianne Moore (44) de officieuze koningin van de Engelstalige auteursfilm. In New York speelde ze klassiek en avant-gardetoneel, simultaan met drie seizoenen de soap As the World Turns. Later werkte ze met regisseurs als Louis Malle, Robert Altman, Todd Haynes, James Ivory, Gus Van Sant, Ethan en Joel Coen, P.T. Anderson, Neil Jordan, Lasse Hallström en Stephen Daltry. Niet altijd in hun beste films, maar met rollen die steeds indruk maakten. Beklijvender dan haar aandeel in commerciële krakers als The Lost World van Steven Spielberg of Hannibal van Ridley Scott. Na twee oscarnominaties in één jaar, voor The Hours en Far from Heaven, nam ze in 2003 zwangerschapsverlof. Vervolgens speelde ze zeven films in één jaar, waarvan de thriller The Forgotten en de romantische komedie Laws of Attraction het eerst de Nederlandse bioscoop hebben gehaald.
Uw man, regisseur Bart Freundlich, zegt dat u nooit een megaster zult worden, omdat u opgaat in uw rollen en geen imago speelt.
Ironisch: ‘Dank je, Bart! Het blijft trouwens onwennig praten over “echtgenoot— in plaats van boyfriend. Ahum! Het lijkt of iedereen zich bezorgder maakt over mijn status dan ikzelf. Voor mij is de uitdaging het spelen van de rol en de samenwerking met anderen. Mijn aandeel in een film zou ik even lief níét zien. Ik weet wel hoe ik het heb gedaan. Niet dat ik me distantieer van bekendheid. Als ze in restaurants zeggen: “Welkom, mevrouw Moore, we zullen een tafel vrijmaken,— zeg ik niet: nee, ik wacht mijn beurt af.
Van de meeste films wéét ik niet of ze succes hebben. Als ik verneem dat een film commercieel tegenvalt, denk ik: pech voor de producer. Ik kan daar niks aan veranderen, dus waarom zou ik slapeloze nachten hebben? Misschien moest ik meer aandacht geven aan de financiële loopbaan van mijn films, strategieën verzinnen. Ik zou rijker of beroemder worden. Maar ik wil doen waar ik zin in heb. Spreekt de rol me aan, kan ik met de regisseur werken, zijn de acteurs inspirerend? De vraag is nooit: hoe groot zal het publiek hiervoor zijn? Ik ben een gulzig mens, wil veel verschillende personages spelen. Net als veel andere acteurs denk ik van elke rol dat hij de laatste is, dat daarna niemand me nog wil. Ik word panisch van lege plekken in mijn agenda. Toch zeg ik zonder meer nee als een script me niet aanstaat.’
Heeft u als meisje nooit gefantaseerd over latere roem?
‘Roem in welke vorm ook leek voor mij niet weggelegd. Op school word je gepest als je slecht bent in sport, kleiner dan de rest of een bril draagt. Ik begon pas laat te groeien, was een onooglijke hark en voldeed aan alle voorwaarden. Omdat mijn vader steeds werd overgeplaatst, was ik op véél scholen de pispaal. En ik was een gruwelijk gedwee kind, zo eentje dat werd gekozen om ondeugende klasgenoten naar het schoolhoofd te brengen. Dat maakt je niet geliefd. Schooltoneel was een reservaat voor nerds, dat ik daar uitblonk, bevestigde de lage dunk die anderen van me hadden. Toen kwam er een lerares die zei: dit zou je als beroep kunnen doen. Mijn ouders waren teleurgesteld, ze vonden toneelspelen geen vak, maar ze hebben het niet verboden. Mijn vader zei: als je per se wilt, studeer dan drama aan de universiteit. Daar steek je nog wat op dat nuttig kan zijn als acteren mislukt.’
Er wordt beweerd dat je op acteeropleidingen niets leert, behalve er gefundeerd mee bezig zijn.
‘De voornaamste les die ik heb onthouden: denk nooit dat mensen voor jou komen, ze komen om zichzelf te zien – al weten ze dat niet. Film- en toneelrollen gaan meestal over uitzonderlijke figuren, ik probeer dat uitzonderlijke zoveel mogelijk te verhullen en zoek wat ze gemeen hebben met iedereen. Ik streef naar sameness. Waarschijnlijk bedoelt Bart dát, als hij zegt dat ik achter een rol verdwijn. Misschien komt het ook door het gereis in mijn jeugd dat ik me altijd aan een groep probeer aan te passen.
Omdat ik in mijn jeugd weinig vrienden had, zat ik ook altijd met mijn neus in de boeken. Ik ben nog altijd een goede lezer. Als ik een script lees, zie ik meteen hoe het geacteerd moet worden, wat niet betekent dat ik direct weet of ík dat klaarspeel. Acteurs die pas de betekenis van een tekst vatten nadat ze hem tien keer hebben gerepeteerd, spelen misschien beter dan ik.
Als acteur moet je vasthoudend zijn, weet ik uit eigen ervaring. Al kleun je nog zo mis, je moet doorgaan. Bij de benadering van een rol én in je carrière. Na een pijnlijke scheiding was ik voor een frisse start van New York naar LA verhuisd. Toen ik daar was, besefte ik dat ik me had veroordeeld tot film. Toneel is niemandsland in Californië, televisie een afgeleide van de industrie. Sociaal en privé waren dat weinig gelukkige jaren, voor het werk gaven ze de impuls die ik nodig had. Ik heb nooit zo’n grote hit gehad dat iedereen mij ineens kende, ik vorderde met kleine stapjes. Maar als ik terugkijk op de laatste tien jaar, besef ik met hoeveel speciale mensen ik mocht werken.’
Acteurs kiezen toch niet, ze worden gekozen?
‘Je kiest uit wat wordt aangeboden. Elke actrice wordt in de eerste plaats beoordeeld op uiterlijk. Op film zie je er vijf kilo zwaarder uit dan in werkelijkheid. Al mijn collega’s leven daarom op yoghurt en granen en beulen zich af op fitness. Net als ik, al háát ik dat. Voor zover ik weet ben ik nooit films misgelopen omdat ze vonden dat ik ondermaats acteerde, wel omdat ik niet mooi genoeg was en een enkele keer omdat ze me té mooi vonden.
Voorbeelden? Die zal ik u geven. Ik wilde dolgraag in The Player van Robert Altman, maar Bob zei: ik heb liever iemand die er gewoontjes uitziet, met een schoonheid als jij is de love story te voorspelbaar. Ik dacht: wat een lief compliment, tot ik vernam dat hij Greta Scacchi, het sekssymbool du jour, had gecast. En na Vanya on 42nd Street las ik dat Louis Malle me een “ravaged beauty— noemde. Ik was begin dertig, ik vroeg me af: takel ik nu al af? Pas toen ik vernam dat hij me vergeleek met Jeanne Moreau, snapte ik gevleid wat hij bedoelde. Inmiddels weet ik dat ik “mooi— kan spelen als een rol dat eist en dat het publiek het gelooft – wanneer de grime zich ook inspant. Maar eerst moet je een kans krijgen om dat te bewijzen.’
Een deel van uw reputatie is dat u rollen accepteert die anderen niet aandurven.
‘Fysiek ben ik een lafaard – ik was bijna dertig toen ik leerde zwemmen – maar emotioneel is er weinig waar ik voor terugschrik. Als je ja zegt tegen een rol, ga je voor alle aspecten. Huilen voor de camera is minstens zo eng als uit de kleren gaan. Ik ben even preuts als iedereen, maar van actrices die systematisch naakt weigeren, vind ik dat ze ook in andere opzichten weinig geven. Het staat nooit op zichzelf. Als je van naaktscènes denkt: totaal onnodig, lees je een paar pagina’s verder scènes die óók rubbish zijn. Als filmers niet weten wat ze met erotiek aan moeten, vluchten ze meestal in gymnastisch gedoe. Volstrekt irreëel. Zou er heus zo vaak staande worden geneukt, zoals in films gebeurt? Ik heb nooit de liefde bedreven op een aanrecht of halverwege de trap. Als iemand me de kleren van het lijf scheurt, raak ik alleen opgewonden in de zin dat ik hem wil sláán.’
Ze giechelt ondeugend en verandert abrupt van onderwerp. ‘Het keerpunt kwam toen ik tien jaar geleden het script kreeg van Safe. Niet omdat het de eerste hoofdrol was waarvoor ik werd benaderd, het was zo poëtisch geschreven dat ik dacht: elke actrice die dit leest, wil het spelen. Ik informeerde bij mijn agent wie de concurrentie was en hoorde dat ik als eerste was gevraagd. De casting director had Todd Haynes gezegd dat ik voldoende onbekend was om een low-budgetfilm misschien niet beneden mijn stand te vinden.
Voor het eerst voelde ik me meteen verantwoordelijk voor de rol. Ik dacht: die vrouw leeft niet in haar lichaam, mijn stem moet hoger en vrijwel toonloos zijn, alsof ik ben nagesynchroniseerd. Maar ook: als ik niet mag spelen zoals ík het voel, doe ik het niet. Nogal overmoedig, terwijl ik Todd Haynes niet kende. Hij kende mij evenmin. Bij de auditie zaten we meteen op een lijn, zo onverhoopt dat Todd me op video testte of hij het wel goed had gezien. Toen ik hoorde dat ik was gecast, stortte ik in, twijfelde of ik het kón, maar het was snel voorbij. Bij iemand met zo’n uitgesproken visie als Todd word je heel ontspannen, niet afgeleid door zorgen of de camera goed staat.
Ik ben een actrice die duidelijkheid van regisseurs nodig heeft. Als wordt gezegd: laten we improviseren, dan vloeit mijn vertrouwen weg. Bij mij moet de regisseur exact weten wat hij wil en hoe ik daarin pas. En weten dat hij verantwoordelijkheid voor de rol dient over te dragen aan de acteur. Niets is erger dan iemand die zegt: dit is een droevige scène, denk maar aan je dode lievelingskonijn. Die heeft er niks van begrepen. Ten eerste beledigt hij mijn intelligentie, alsof ik niet zelf kan lezen hoe de stemming is, ten tweede schrijft niemand me voor hoe ik mijn emoties moet aanboren.
Vooraf wil ik alles bespreken met de regisseur, bekijk zijn eerdere werk voor een idee van zijn stijl, bestudeer de films waaraan hij refereert. Maar zodra er wordt gedraaid, moet hij me met rust laten, alleen een goed- of afkeurende blik.
Voor Far from Heaven heb ik die jarenvijftig-melodrama’s van Douglas Sirk opnieuw bekeken. Opeens wist ik: ik moet blond zijn. Destijds waren roodharigen in films avonturiers, middleclass-vrouwen waren blond. Daar was Todd zelf niet opgekomen, maar zonder uitleg van het Technicolor-gamma dat hij wilde, had ik het ook niet bedacht.’
Ik dacht dat het blonde haar was om de rol te onderscheiden van die in ‘The Hours’.
‘Na The Hours had ik gespeeld in The Shipping News, voor ik begon aan Far from Heaven. Het was toeval dat ze tegelijk in première kwamen. Ik had nooit gedacht dat de films vergeleken zouden worden, hun enige raakvlak is dat ze in de jaren vijftig spelen. Cunninghams roman The Hours had ik cadeau gekregen toen die net uit was. Nooit gedacht dat er een film in zat, al identificeerde ik me onmiddellijk met de figuur van Laura. Laura gaat uiteindelijk kapot, terwijl Cathy in Far from Heaven zich staande houdt.’
Moore haalt een hand door haar rode haar, en hop, daar komt weer een ander onderwerp naar boven. ‘Na Safe hield ik contact met Todd Haynes, hij vroeg me als groupie in Velvet Goldmine. Daar voelde ik me echt te oud voor. Als je een rol weigert, wordt de regisseur vaak een vijand voor het leven, maar dit beïnvloedde onze verstandhouding niet – tegen Altman kan ik gelukkig ook nee zeggen. Todd belde een paar jaar na mijn resolute weigering stotterend op: ik heb wat voor jou geschreven. Hij liet het script van Far from Heaven brengen en ik las het op weg naar de sportschool, in de ondergrondse. De passagiers moeten hebben gedacht dat ik gek was, ik liet iedereen delen in mijn enthousiasme. Ik zag ze denken: waar hééft dat wijf het over? Uniek als iemand speciaal voor jou zo prachtig schrijft.’
Zo uniek kan die ervaring niet zijn, met een partner die schrijft en regisseert.
‘Dat moet blijken bij Trust the Man die we nú gaan doen.’ Moore is helemaal vol van haar man. ‘Na mijn scheiding was ik voorzichtig gaan daten, mijn liefdesleven was puin. Toen Bart me in 1996 vroeg voor The Myth of Fingerprints, kwam niet in me op dat ik verliefd kon worden, ik had geen affaires met regisseurs. En Bart was jonger dan ik, daar tilde ik zwaar aan, ik vond de hele relatie beschamend banaal. Ik belde Ellen Barkin die me de les las: die knul heeft alle aandacht nodig voor zijn eerste film, wat doe je hem aan? Heb je al met hem geslapen, vroeg ze. Nee, loog ik. Stel dat dan uit tot ná de opnamen, zei Ellen, anders gaat de film zeker mis! We hielden onze romance angstvallig geheim voor onze collega’s, maar die herkenden al gauw de symptomen. Toen de film af was, hebben we elkaar een tijd vilein getart – ik vooral – tot het voorbij zou gaan. Maar ik raakte in verwachting, toen moesten we serieus nadenken of we samen verder wilden. Sinds Livs geboorte ben ik een betere actrice. Met een gezin moet je voor meer mensen denken, dat verruimt de horizon.’
Vaak worden ‘independent films’ gezien als opstap naar de mainstream, u lijkt commerciële producties te spelen om meer te kunnen betekenen voor afwijkende films.
‘Vleiend dat u dat vindt, maar zo redeneer ik niet. Natuurlijk, als Todd Haynes of Paul Thomas Anderson met Magnolia iets bijzonders proberen te maken en je hulp inroepen, mag je alleen vereerd zijn. Dan vraag je niet: hoeveel verdien ik? Verbazend veel mensen lijken me Hannibal kwalijk te nemen, zeggen: hoe heb je dat kunnen doen? Ik kan alleen antwoorden: het leek léúk. Altijd heb ik bedenkingen tegen geweld in film, maar toen volstrekt niet, het was zo onrealistisch. Een zwart sprookje. En met Tony Hopkins spelen. Ik dacht niet: dit zal mijn marktwaarde verhogen. Voor zulke afwegingen heb ik een agent, die weet dat hij mij daarmee niet moet lastig vallen.
De scheidslijn tussen studio- en non-studioproducties wordt steeds vager, ik merk soms dat ik een independent film heb gedaan als hij is geselecteerd voor het Sundance Festival. Bij independent films word ik gepolst in een vroeg stadium vóór er financiering is, bij een commercieel project kort voor de opnamen, als ze niemand anders kunnen krijgen. Ik had nooit sciencefiction gedaan als The Forgotten, ik word zelden gevraagd voor komedies als Laws of Attraction. Een uitdaging: intellectueel en emotioneel vragen ze hetzelfde, al spit je minder diep.
Ik schijn momenteel in een commerciële periode te zijn, alle films hebben happy endings. Een positieve afloop is commerciëler dan een tragische. Wanneer je zo vaak moest huilen in rollen als ik, is het een opluchting als je een script leest waarin dat een keer níet hoeft. Wie weet ben ik eraan toe happy endings te exploreren in deze levensfase. Ik was vijf maanden zwanger toen ik Far from Heaven deed, na de geboorte van Cal heb ik een jaar geen camera’s gezien. Eerst was er de ingesleten onrust: ik moet naar de set. Geleidelijk betrapte ik me erop dat ik steeds vrolijker werd. Onuitstaanbaar gelukkig. Ik heb profielen gelezen waarvan ik dacht: zelfingenomen trut! Maar ik kan iedereen gerust stellen: er komt weer een trits in- en indroevige films aan.’ ?
The Forgotten van Joseph Ruben draait op dit ogenblik in de Nederlandse bioscopen. Laws of Attraction met Julianne Moore en Pierce Brosnan gaat binnenkort in roulatie
