VN MediagidsJoost Zwagerman over Norman Mailer

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Interview 15.11.2007

Door Joost Zwagerman

Afbeelding bij Joost Zwagerman over Norman Mailer

Twinkelende pretoogjes

17-11-2007
Door Joost Zwagerman

Norman Mailer had een kennelijk onwrikbare reputatie als literaire rabauw en ruziezoeker. Joost Zwagerman ontdekte tijdens verschillende ontmoetingen een zachtmoedige, nieuws­gierige en geduldige man, die in was voor nieuwe experimenten.

Drie maanden geleden vertelde Norris Church Mailer in The Times hoe zij de dag doorbracht met haar man Norman, met wie zij nu al meer dan dertig jaar getrouwd was. Zij ontbeten en lunchten apart, want de echtelieden hielden ervan overdag in afzondering te werken. Aan het einde van de middag kwamen ze bij elkaar om de dag te bepraten. Zij dineerden altijd samen, heel soms uit, maar meestal thuis. ’s Avonds las Norris een boek en keek Norman televisie. De dagen moesten vooral veel op elkaar lijken, vertelde Norris, want zij en haar man hielden van rust, orde en regelmaat.

De inkijk in het dagelijks leven stond in contrast met het beeld dat sinds decennia van Norman Mailer bestaat. Mailer, dat was de literaire rabauw en ruziezoeker, de onverbeterlijke macho die zes keer getrouwd was; die op een feestje en in dronkenschap zijn derde echtgenote met een mes stak; de driftkop die collega en concurrent Gore Vidal te lijf ging en die pleitte voor vrijlating van de moordenaar Jack Abbott, omdat deze Abbott beschikte over literair talent, en talent hoort niet thuis in de gevangenis. Abott kwam wonder boven wonder vrij – en vermoordde een week na die vrijlating een kelner die hem slecht had bediend. Commentaar van Mailer: ‘Culture is worth a little risk.’

Zwagerman had zo zijn gedachten over die kennelijk onwrikbare reputatie. In 2002 was hij in de gelegenheid Norman Mailer te interviewen, op het podium van Crossing Border Festival en, later die week, voor Vrij Nederland. Zwagerman ontmoette een zachtmoedige, nieuwsgierige en geduldige man, die zich moeizaam voortbewoog met twee berkenhouten stokken met gewelfde handgrepen, maar die er ondanks zijn lichamelijke gebreken graag op uit wilde. Mailer had er schik in om in een bestelbusje een rondleiding door Amsterdam te krijgen, nee, niet naar de onvermijdelijke Wallen of de seedy neighbourhoods, de schrijver wilde graag naar het IJ, want hij hield van de combinatie van stadse buurten aan het water.

Er was iets mis met de krukas van het bestelbusje. Zwagerman en de chauffeur excuseerden zich voor het ongemak als de tocht door weer een hobbelige en half opgebroken straat leidde. Mailer werd onbarmharig door elkaar geschud, en Zwagerman merkte dat dit de rug van de broze passagier belastte. Maar Mailer bezwoer hem dat niemand zich zorgen hoefde te maken; het uitzicht over het IJ maakte alles goed.

Samengetrokken ogen
Toen Zwagerman hem later die dag iets vroeg over collega en concurrent Gore Vidal, betrok heel even zijn gezicht: niet wéér iemand die hengelde naar een zoveelste terugblik op literaire vetes van weleer. Maar er twinkelden bescheiden pretvonkjes in zijn ogen toen Zwagerman zijn vraag toelichtte. Wat die controverse inhield, stond wel in de literaire annalen, maar waren er ook aspecten van Vidals schrijverschap die hij waardeerde? Diezelfde vraag stelde Zwagerman met betrekking tot een andere legende met wie hij ooit overhoop had gelegen, Truman Capote.
Mailer ging er eens goed voor zitten. Hij vertelde wat hem beviel aan de zelfdiscipline van de jonge Capote van weleer, en aan de combinatie van journalistiek en literatuur die zijn ándere rivaal, Gore Vidal, altijd in ere had gehouden. Zonder het geringste spoor van rancune prees Mailer zijn rivalen van toen: ‘Truman had wit, style. He had guts.’

Capote had het postuum ook getroffen met zijn biograaf, ging Mailer verder. Capote-biograaf Gerard Clarke had mooi werk geleverd, in tegenstelling tot James Atlas, biograaf van Saul Bellow, die een veel betere biografie verdiende. Het leven van Nobel-laureaat Bellow was verbroddeld tot een aaneenrijging van roddels en kabouter-anekdoten. Mailer was zo beschaafd om de drie biografieën die er over hemzélf waren verschenen, en die vooral over zijn levensstijl en minder over zijn werk gingen, ongenoemd te laten.

Ook bij deze uitweiding over andermans biografen trok Norman Mailer telkens zijn ogen samen. Gezien zijn reputatie van rabauw en heethoofd hield Zwagerman vaag rekening met een grom of een grauw, maar die samengetrokken ogen vormden uitsluitend een voorbode van plezier, goede moed en frisse zin. En: nooit eerder had Zwagerman een schrijver gesproken die zich de moeite getroostte om mee te denken over de vorm en de literaire merites van het interview. Had hij er al eens over nagedacht om zichzelf in de derde persoon op te voeren? opperde Mailer. Om het hele portret in de hij-vorm te publiceren? ‘Voer jezelf op als personage,’ zei Mailer. ‘Dat is een interessant literair experiment als je een interview afneemt of een autobiografisch stuk schrijft.’

Hijzelf had dat vaak gedaan, in de ‘faction novel’ The Armies of the Night, over de grote protestdemonstratie tegen de oorlog in Vietnam. Ook in zijn portretten van Mohammed Ali en Madonna of in zijn stukken over de Amerikaanse presidentsverkiezingen in de jaren zestig en zeventig hanteerde Mailer die – licht vervreemdend werkende – hij-vorm. ‘Doe het maar,’ hield Mailer aan. ‘Je zult zien dat het werkt. En als het niet werkt, heb je het toch maar mooi geprobeerd.’ Toen Mailer dit laatste zei, dacht Zwagerman onwillekeurig aan die ene zin uit Mailers oeuvre, die in zoveel van diens nonfictie-stukken opdook: the best move lies close to the worst.

Enige tijd daarna, in juni 2002, was Mailer opnieuw in Nederland, deze keer om samen met George Plimpton, decennialang de hoofdredacteur van het legendarische tijdschrift Paris Review (en overigens ook al dood), een tweegesprek te voeren in de Stadsschouwburg in Amsterdam over Hemingway en Fitzgerald. Voorafgaand aan die literaire voorstelling ontmoette Zwagerman Mailer voor de tweede keer. Mailer hernam direct het gesprek. ‘Is het gelukt?’ vroeg hij. Zwagerman dacht even dat hij het had over het interview in het algemeen, maar nee, benadrukte Mailer, hij doelde op die hij-vorm die hij Zwagerman destijds had aangeraden. Was dat gelukt? Of juist niet? Had hij er misschien wat lezers mee geërgerd en tegen de haren in gestreken?

Zwagerman had het interview inderdaad in die hij-vorm gepubliceerd. Hij vertelde Mailer dat men er bij Vrij Nederland wel even aan had moeten wennen. Tevreden trok Mailer zijn schouders op, zo van: zie je wel. ‘Alles wat over jezelf zou kunnen gaan,’ zei hij, ‘is gebaat bij de hij-vorm. En als je iets verzint wat niets met je eigen leven te maken heeft, is het soms zo gek nog niet om in de ik-vorm schrijven. Dat schept verwarring bij de lezer, maar is een feest voor de schrijver.’ En weer vernauwden zich die levendig-blauwe ogen tot vreugdevolle streepjes. ‘Dan heb ik met die tip in zekere zin een beetje meegeschreven aan jouw artikel.’

For Joost
Afgelopen weekend stond Zwagerman op het punt om voor twee dagen te vertrekken naar een houten huisje in de Noord-Hollandse polder toen zijn gsm ging. Een vriend belde. Mailer was dood. Vierentachtig geworden. Zwagerman stelde het vertrek even uit en laadde zoveel mogelijk Mailer-titels in de kofferbak. Er zaten onvergetelijke en messcherp geschreven boeken bij, zoals The Fight, over de legendarische boksmatch tussen Mohammed Ali en George Foreman, de wilde en bijna anarchistische bundel Advertisements for Myself en diens debuut uit 1948, The Naked and the Dead.

Maar ook nam hij enkele door de literaire kritiek streng en zelfs spottend ontvangen titels mee: het met Dostojevskiaanse bedoelingen geschreven An American Dream en het polemische The Prisoner of Sex, Mailers schotschrift tegen feministes als Germaine Greer. Want ook als bij Mailer het proza neigde naar overschreeuwing en mislukking (met als dieptepunt het oeverloze Ancient Eve­nings uit 1983) was het bij vlagen adembenemend om die mislukking tot in detail te volgen. The best move lies close to the worst, nietwaar?

Eén titel mocht niet ontbreken in de kofferbak. Dat was The Time of Our Times, de bijna dertienhonderd bladzijden dikke bloemlezing uit wat wel de parel uit Mailers oeuvre mag worden genoemd, zijn literaire nonfictie. Mailer had Zwagermans exemplaar van The Time of Our Times bij die tweede ontmoeting in 2002 voor hem gesigneerd, vlak nadat ze hadden gesproken over die hij-vorm en nadat Mailer had gezegd in zekere zin te hebben meegeschreven aan het interview van weleer: ‘For Joost, in appreciation for the work we’ve done together.'





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?