VN MediagidsIn de War Room
De Nederlandse Kirsten Verdel (1978) werkt tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen voor het landelijk campagneteam van Barack Obama. Een persoonlijk verslag: ‘We reageren direct met fact checks die nog tijdens het debat verstuurd worden.’
01-11-2008
Door Kirsten Verdel
Toen ik in juni dit jaar aan de slag ging op het landelijk hoofdkantoor van de Democraten in Washington DC was een van mijn eerste vragen aan Research Director Mike Gehrke of we deze keer wel voorbereid waren op Swiftboat attacks van de Republikeinen. Vier jaar geleden hadden de Democraten zich laten verrassen door een secuur geplande aanval van de Swiftboat Veterans For Truth, die beweerden dat de toenmalige Democratische presidentskandidaat John Kerry helemaal niet zo’n grote held was als hij zelf beweerde. Pas na vijftien dagen reageerde Kerry op de aantijgingen van de Swiftboaters. Vijftien dagen waarin de media en de Republikeinen eindeloos doorgingen met het plaatsen van vraagtekens over Kerry. Zijn voorsprong op Bush verdween als sneeuw voor de zon en hij vocht zelfs de uitslag van de verkiezingen niet aan, die hij nipt verloor, ook al was er een discrepantie van maar liefst twintig procent tussen de exit polls en de werkelijke uitslag in Florida en Ohio.
Alles was anders in 2008, zo verzekerde Gehrke. De bedoeling was dat we een zo positief mogelijke campagne zouden voeren, maar als de Republikeinen weer een smear campaign zouden beginnen, dan zouden we dit keer direct reageren. Niet met als doel om zelf het nieuws te pakken met schandalen over McCain, maar om hun negatieve aanvallen in de kiem te smoren. De eerste maanden hielden we ons dan ook vooral bezig met het voorbereiden van tegenaanvallen, waarbij we ons altijd baseerden op feitelijke informatie, die we uit publiekelijk toegankelijke bronnen haalden. Roddels en geruchten hoorden niet in onze campagne thuis, daar moesten we ons verre van houden. Een feit over McCain dat niet met verifieerbare bron was aangeleverd, werd direct teruggestuurd naar de afzender, doorgaans vergezeld van een reprimande.
Laagbijdegrondse aanvallen
In augustus kwam de eerste test: Jeromi Corsi publiceerde zijn boek The Obama Nation. In 2004 schreef hij het boek Unfit for Command, dat onderdeel uitmaakte van de Swiftboat-campagne tegen John Kerry; dit was zijn nieuwste poging om de Democratische kandidaat onderuit te halen. Dit keer duurde het geen vijftien dagen voor er een antwoord lag, maar slechts minuten. Binnen enkele dagen was de kwestie ‘Is Obama een moslim?’ omgezet naar ‘Controversiële auteur onder vuur’. Corsi kwam weliswaar bovenaan te staan in de verkooplijsten, maar bereikte dit keer vooral de eigen achterban, niet de mainstream-media en kiezers. Zijn boek was slechts een van de vele over de verkiezingen.
De grootste uitdaging zou later in de race komen, zo wisten we. Jeremiah Wright, de Afro-Amerikaanse dominee van Obama’s thuiskerk die omstreden uitspraken had gedaan over de ‘terroristische’ en ‘racistische’ Verenigde Staten, was door John McCain uit de lijst van mogelijke aanvallen geschrapt. Hij had al in een vroeg stadium aan zijn campagneteam laten weten niet met laagbijdegrondse aanvallen te willen komen. Wright was off limits.
Dat liet – voor zover wij wisten – slechts één andere aanval open: Bill Ayers. Tijdens de voorverkiezingen was de naam van de oud-terrorist die ooit met Obama in een bestuur van een liefdadigheidsorganisatie had gezeten al een paar keer kort opgedoken, waarbij werd geprobeerd hem aan Obama te linken. Het vermoeden bestond dat er een grotere aanval zou komen rond september of oktober; we zouden in dat geval direct terug slaan met het Keating Five-verhaal (McCains betrokkenheid bij een omkopingsschandaal twintig jaar geleden). Onze verwachtingen kwamen uit en de strategie werkte: toen Ayers opkwam in het nieuws, sloeg het campagneteam direct terug en domineerde ons verhaal twee dagen de krantenkoppen. Ayers werd – net als Corsi’s boek – slechts een van de vele onderwerpen in de campagne, in plaats van het grote verkiezingsthema. Binnen een week haalden we onze Keating Five-spotjes weer uit het nieuws: we waren klaar, en gingen terug naar positief campagne voeren.
Sneller dan McCain
McCains campagne werd steeds negatiever, maar met de economische crisis op het netvlies werkte dat deze keer juist averechts. De Amerikaanse kiezer had geen behoefte aan negatief gezeur over de andere kandidaat – men wilde oplossingen voor de economische problemen. Begin oktober werd bekend dat honderd procent van McCains reclamespotjes inmiddels negatief was, tegenover vierendertig procent van die van Obama. In de peilingen vertaalde zich dat naar een grote voorsprong voor Obama.
De debatten waren voor McCain de laatste kans om nog terrein terug te winnen. Maar ook daar waren we als Democraten deze keer beter op voorbereid dan voorheen. In de aanloop naar en tijdens de debatten zaten er telkens veertig man in Chicago en vijftig man bij ons in Washington DC die van half negen ’s morgens tot vier uur ’s nachts aan voorbereiding en uitvoering van de debatstrategie werkten.
Zelf ben ik veel bezig geweest met stijl en zwakten en sterkten van McCain en Obama en een van de dingen die me opviel, was dat Obama veel sterker was in debatten op buitenlands beleid dan de meeste mensen veronderstelden. Het zou McCains sterkste punt zijn in de campagne, en het debat over buitenlands beleid was als laatste gepland. We stelden voor om het te verschuiven naar het eerste debat, en het laatste debat over domestic issues (lees: de economie) te laten gaan. McCain ging daarmee akkoord, denkende dat hij bij debat één al een dusdanige voorsprong kon nemen, dat Obama dat niet meer in kon halen. Het tegenovergestelde gebeurde.
Tijdens de debatten zelf waren we dus met negentig man actief: we keken mee op twintig tv-schermen (afgestemd op verschillende kanalen) en elke keer als McCain (of Palin, in het Biden-Palin-debat) iets onjuists zei, reageerden wij direct met fact checks die nog tijdens het debat verstuurd werden. Tijdens het tweede debat werden er bijvoorbeeld tweeënveertig fact checks naar de media gestuurd. Direct na afloop (binnen een minuut na het debat) stuurden we er dan nog een mail achteraan met daarin de negatieve reacties vanuit de pers op McCain en positieve op Obama: de spin room in actie, telkens sneller dan McCains campagne. Tijdens de debatten communiceerden we via een chat met Obama’s hoofdstrateeg David Axelrod. De lijnen naar Obama’s persoonlijke campagnetop waren korter dan ooit, en zodoende ook onze responstijd.
Vaak spraken we niet eens meer over rapid response, maar over rapid attack, omdat we de Republikeinen steeds vaker voor waren.
Nu ben ik, net als vrijwel iedereen op het landelijk hoofdkwartier, na het laatste debat naar een swing state gestuurd, een staat waarin de strijd tussen de twee kandidaten nog niet is beslecht – in mijn geval: Pennsylvania. Het binnenhalen van zoveel mogelijk stemmers: ook die operatie is groter dan vier jaar geleden. Er zijn nu 3,3 miljoen donateurs, we hebben 6,5 miljoen e-mailadressen en er gaan in de laatste dagen voor de verkiezingen zo’n acht miljoen mensen voor Obama op pad. Wellicht nog belangrijker: er staan dit jaar tweeduizend advocaten klaar op verkiezingsdag om ongeregeldheden bij de stembureaus direct te signaleren.
Ook al lijkt het er op dat we klaar zijn voor de verkiezingsdag, de angst blijft regeren. Zoals Obama zelf al zei: ‘Don’t underestimate the capacity of Democrats to snatch defeat from the jaws of victory. Don’t underestimate our ability to screw it up.’
Lees ook het blog van Kirsten Verdel, dat zij exclusief voor Vrij Nederland bijhoudt, elders op deze pagina
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




