VN MediagidsHoe spelersmakelaars jonge topvoetballers verleiden

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving 04.09.2008

Door jeroen siebelink

Afbeelding bij Hoe spelersmakelaars jonge topvoetballers verleiden

06-09-2008
Door Jeroen Siebelink

Meer dan honderd erkende spelersmakelaars – en nog veel meer niet erkende – vissen in de vijver van de jeugdcompetities. Sjaak Swart en andere talentenjagers over hun spelershandel. ‘We babbelen wat en doen een rondootje, met Søren Lerby in het midden.’

Topclubs FC Bar­ce­lona en Arsenal probeerden onlangs de zeventienjarige centrale verdediger van Ajax A1 Daley Blind in te lijven. Vader Danny – oud-speler en tegenwoordig manager bij Ajax – wist zijn zoon er na een bezoekje aan Ar­se­nal van te overtuigen dat hij nog niet voor het grote geld moest kiezen. De Blindjes zagen hoe scouts jaarlijks tientallen ambitieuze jongens uit heel Europa bij het Emirates Stadium afzetten. De competitieve sfeer onder deze beloftespelers deed zelfs de twee doorgewinterde Ajacieden huiveren. Daley tekende toch maar liever een driejarig semiprofcontract in Amsterdam.

Daarmee is hij een uitzondering – Britse clubs deden deze zomer weer ongestoord inkopen op het Europese vasteland. Vooral uit Ne­der­land keerden de Engelse talentenscouts opgewekt terug: het wemelt hier van betaalbare, goed opgeleide talenten. FC Ports­mouth haalde spits Nadir Ciftci (16) weg bij ADO Den Haag, FC Fulham nam aanvaller Danny Hoe­sen (17) van Fortuna Sittard over – Hoe­sen had nog maar één wedstrijd in het eerste van For­tu­na gespeeld. Liverpool en Arsenal importeerden linksbuiten Vincent Weijl (17) en middenvelder Oguzhan Özyakup (15) van AZ. Voor jaarinkomens van soms twee ton spelen en trainen ze nu met topspelers uit het eerste elftal en een keur aan jeugdspelers uit de hele wereld.

Met zoveel concurrentie is de Premier League heel ver weg, waarschuwde Danny zijn Daley. Niet erg, vinden Nadir, Danny, Vincent en Oguz­han. Op een debuut in de eredivisie hadden ze net zolang moeten wachten. In de eredivisie en eerste divisie krijgen elk jaar zo’n dertig spelers uit de opleidingen een kansje in het eerste. Als ze niet heel snel voldoen aan de wensen van de hoofdtrainer, dan ruilt die hen in voor een ander. Ondertussen verpieteren ze in het tweede elftal.

Dan liever het ongewisse avontuur. ‘Natuurlijk kies ik daarvoor,’ zegt Nadir Ciftci van FC Ports­mouth. ‘Een Franse en een Australische jongen azen op dezelfde positie als ik. Alleen maar goed toch, om daar tegen op te boksen?’

Play hard, sign smart
De talentenkoorts onder buitenlandse clubs wordt aangewakkerd door de Homegrown Rule, die de UEFA vorig seizoen invoerde. Bij internationale wedstrijden, zo bepaalde de Europese voetbalorganisatie, moeten acht van de vijfentwintig selectiespelers door de club zelf zijn opgeleid. Tussen hun vijftiende en eenentwintigste, minimaal drie jaar lang. Veel Britse clubs beschikken over redelijke opleidingen, maar voor de ontwikkeling van talent onder vijftien zijn in Engeland nog altijd de scholen verantwoordelijk. Zodoende moeten vóór hun achttiende briljantjes van elders worden gehaald. Dan gelden ze wél als local trained.

‘Britse, maar ook Duitse en Spaanse talentenvissers hebben de Nederlandse kweekvijver nauwkeurig in kaart gebracht,’ zegt Dun­can Smit van zaakwaarnemerskantoor Pro Un­limi­ted – motto: play hard, sign smart. In zijn kantoor tegenover het Haagse Vredespaleis hangen gesigneerde voetbalshirts in lijsten. ‘In het buitenland weten ze precies wat er hier rondloopt. De grotere Engelse clubs hebben elk vijftien scouts permanent op het Europese vasteland rondlopen.’

De ex-speler van SVV en Ipswich Town begeleidt naast profspelers als Ricky van den Berg vijftien jeugdspelers van clubs als ADO Den Haag, HFC Haarlem, Top Oss en het Belgische Beveren. Met zijn vader, die fiscalist is, voerde hij een jaar geleden namens Arjen Robben en zijn vader de onderhandelingen met Real Madrid. Smit bezoekt vijf jeugdwedstrijden per week. Daar treft hij steeds dezelfde gezichten. ‘Minstens drie buitenlandse scouts per wedstrijd. Zelfs bij de C- en B-junioren van betaaldvoetbalorganisaties zijn ze van de partij.’ Om een jonge speler te kunnen vastleggen, moeten ze eerst langs een spelersmakelaar als Smit. Die behartigt de belangen van het talent – vaak tot ergernis van de KNVB, clubs en opleiders. Met hun honoraria van soms tientallen procenten per profcontract onttrekken zaakwaarnemers jaarlijks dertig miljoen euro aan Nederlandse voetbalclubs.

Bijgoochem
Omdat het makelaars is verboden om spelers op jeugdcomplex De Toekomst van Ajax te benaderen, wachten ze buiten de hekken. Hun opdringerigheid ergert Jan Olde Riekerink, hoofd opleiding van Ajax. ‘Onze spelers denken door al die aandacht niet meer aan het spel, maar aan een contract,’ zegt hij in zijn kantoortje achter in het clubhuis. In de kast achter hem staat van elke speler een ordner met beoordelingen. Onder de namen van de talenten staat een streep, bij die van de toptalenten een sterretje.

Aan wie stoort Olde Riekerink zich het meest? Aan Johan Cruijff, die altijd maar kritiek spuit op zijn opleiding? Aan de hijgerige media? Aan de klagende ouders van zijn jeugdspelers? ‘Nee, echt hoofdpijn krijg ik pas van de tientallen zaakwaarnemers die altijd maar aan onze jeugdspelers trekken.’

Op steenworp afstand van De Toekomst houdt Sjaak Swart kantoor bij het bedrijf van spelersmakelaar Søren Lerby. De ogen van Swart (70) – Ajax-icoon en begeleider van veel jonge Ajacieden – glanzen donker van ergernis als hem de kritiek van Olde Riekerink wordt voorgelegd. ‘Krijgt Jan hoofdpijn van zaakwaarnemers? Dan zal hij óns zeker niet bedoelen. Wij zijn heel correct. Sommige anderen niet nee, die doen zaken vanuit de Febo. Jan laat die types zelf binnen, bij Ajax. Terwijl hij wéét wie het zijn. In het clubhuis houdt hij ze wel in de gaten. Maar als hij in zijn kantoortje zit, ziet hij niet dat die kerels buiten bij de kleedkamers rondhangen. Ik zit elke dag op De Toekomst, maar als een speler mij een handje komt geven, is er altijd wel de een of andere bijgoochem van Ajax die erop let of we niet met elkaar praten.’

Kan Swart zich voorstellen dat hij onrust veroorzaakt onder de jeugdspelers? ‘Kijk, je hebt zaakwaarnemers die jonge jongetjes gek maken. “Ik breng je wel weg naar Engeland,” zeggen ze dan, “bij Ajax krijg je geen kans.” Díe moeten worden aangepakt.’ Hij en Lerby doen dat anders, zegt de voormalige rechtsbuiten die op zijn achttiende debuteerde in het eerste elftal van Ajax en er zeventien jaar bleef voetballen. ‘Wij doen alles samen met de ouders. Wij brengen in principe geen spelers naar het buitenland.’ Hoe A1-topscorer Jordy Brouwer dan vorig jaar bij Liverpool terechtkwam? ‘Aan Jordy was een profcontract beloofd, maar Ajax stelde het steeds uit omdat jeugdtrainers hem lui vonden. Liverpool keek al een half jaar naar Jordy, en Jordy wilde ook. We hebben Ajax nog gewaarschuwd, maar Jordy tekende een mooi contract. Of Ajax pissig was? Ze weten dat het hun eigen schuld was.’

Brouwer kreeg deze zomer bij Liverpool geen officieel rugnummer toegewezen. Hij klaagt nu over het ‘dramatische’ rugbyveld waarop hij moet spelen, is bang stil te staan in zijn ontwikkeling. Hij wil weg – dat betekent handel voor Swart en Lerby. En het wás al zo’n goed jaar voor het tweetal. Ter bescherming van ­talenten – en om leegloop van de jeugdteams te voorkomen – bood Ajax afgelopen seizoen maar liefst achttien B- en A-junioren een jeugdcontract aan. Een hoogst ongebruikelijke actie, die andere Nederlandse clubs zich niet kunnen veroorloven. Ajax houdt er eigenlijk ook niet van, het zorgt maar voor scheve gezichten in de kleedkamer. Nu verdienen de zestienjarige jongens het minimumloon. En het werkt: dit seizoen zijn maar liefst zestien van de 28 selectiespelers van Ajax eigen kweek – veel meer dan voorheen. De meesten worden begeleid door Sjaak Swart en Sören Lerby.

Pepermuntje
Danny Hesp, voorzitter van spelersvakbond VVCS, schrikt regelmatig van contracten van jonge spelers die hij onder ogen krijgt. ‘Bij sommige transfers gaat meer geld naar de zaakwaarnemer dan naar de speler. Gebruikelijk is drie tot vijf procent van het budget dat een club over heeft voor een speler. Maar als een rijke buitenlandse club een speler heel graag wil, loopt dat soms op tot twintig, dertig.’

Laatst kreeg Hesp een vader van een talentvolle speler van veertien jaar op bezoek – helemaal overstuur. Hij had het ‘managementcontract’ voor drie jaar dat hij namens zijn zoon met een licentieloze makelaar tekende eens goed nagelezen. Bij een eerste profcontract van zijn zoon krijgt die man twintig procent, bij doorverkoop nog eens twintig. Alle bijkomende juridische kosten zijn voor rekening van de speler. ‘Hoewel de FIFA het niet erkent, is zo’n contract op zichzelf legaal. De familie kan er niet onderuit. Die jongen voelt op zijn veertiende al de druk van een wurgcontract.’

Sjaak Swart kent ze wel, mannen die – tegen de FIFA-regels in – jongens al ruim voor hun zestiende benaderen. ‘De hoogste tijd dat Ajax ze eruit schopt, maar dat doen ze niet. Wij worden meegetrokken in dat sfeertje. Er zijn makelaars die al op de dertiende verjaardag bij de mensen thuis komen.’ Met een scooter als ­cadeau? ‘Nee, dat kregen ze van míj, volgens meneer Derksen in de Voetbal International. Nou, nog geen pepermuntje geef ik ze.’

Lerby en Swart zijn met de spelersstallen van Rob Jansen (Ibrahim Afellay, Vincent van den Berg van Arsenal), Sigi Lens (Royston Drenthe, Calvin Jong-a-Pin) en Kees Ploegsma (Dirk Marcellis, Jeremain Lens) marktleiders in de handel in jonge voetballers. De bureaus richtten samen Pro Agent op, een belangenvereniging die alleen makelaars toelaat met een FIFA-licentie die zich onderwerpen aan het tuchtrecht van de KNVB. Toch herken je volgens Pro Agent een goede zaakwaarnemer niet aan dat papiertje, maar aan zijn voetbalachtergrond of onderhandelingstalent.
‘Flauwekul,’ vindt Remy Reynierse, assistent-bondscoach van Jong Oranje, ‘die zaakwaarnemers voegen helemaal niks toe aan een speler. Ouders hebben geen idee wie ze in huis halen. Maar hun zoons leveren zich met huid en haar over aan zo iemand uit.’ Hij maakte eens de onderhandelingen over een PSV-jeugdspeler mee. Diens zaakwaarnemer wilde tachtigduizend pond als jaarsalaris. De Engelse club bood dertigduizend. De zaakwaarnemer zei: oké, dan zakken we naar zeventig. ‘Hij kreeg uiteindelijk veertig,’ zucht Reynierse. ‘Een hoop poeha, en een scheet erbij. Maar die tien stak hij wel in eigen zak.’

Bij excessen mag de voetbalbond de licentie intrekken, maar de KNVB deelde nog nooit een waarschuwing uit aan een van de 107 makelaars met licentie. Op het veelvoud aan makelaars zónder licentie heeft de bond al helemaal geen zicht. Dat zijn advocaten en fiscalisten, die uit liefde voor één voetballer diens zaken behartigen. Maar ook taxichauffeurs en snackbarhouders beproeven hun geluk in de voetballerij. ‘Geef ze eens ongelijk. Werden de twee ongelicentieerde zaakwaarnemers van Afonso Alves ook niet met alle égards door AZ ontvangen?’ zegt Danny Hesp.

Makelaarsstop
Om jonge spelers te behouden voor de nationale competitie, kondigt de voetbalbond de ene maatregel na de andere af. Makelaars moeten om de vijf jaar herexamen doen, hun minimumvergoeding daalt van vijf naar drie procent van het jaarinkomen van de speler, advocaten mogen niet langer optreden namens makelaars zonder licentie. Met als gevolg dat alleen maar méér gelukszoekers de KNVB-reglementenbundel uit het hoofd leren en zich inschrijven voor het examen. De verhouding is nu: één makelaar op de tien Nederlandse profspelers. De KNVB vindt dat meer dan genoeg en besloot het examen tijdelijk af te schaffen.

Danny Hesp van de VVCS zou het liefst zien dat minderjarige voetballertjes een transfer­verbod krijgen opgelegd. ‘In Frankrijk moeten spelers hun eerste profcontract tekenen bij de club waar ze zijn opgeleid. Door de druk die scouts en zaakwaarnemers nu op de Nederlandse markt leggen, begint de beroepsopleiding tot voetballer al op zesjarige leeftijd. Toch breken er niet meer talenten door dan vroeger. Ik kwam pas op mijn zestiende van mijn vierdeklasse amateurclubje naar Ajax. Twee jaar later debuteerde ik in het eerste onder Cruyff. Maar liefst zestien jongens uit die generatie zijn grote voetballers geworden, van de broertjes Witschge tot Dennis Bergkamp. Bijna allemaal laatbloeiers.’

Twintig jaar geleden, toen er nog geen voetbalmakelaars bestonden, meldde Duncan Smit zichzelf bij het Engelse Ipswich Town, waar ze goede herinneringen hadden aan de Neder­land­se spelers Frans Thijssen en Arnold Mühren. ‘Ik vroeg of ik mee mocht trainen, en zo verdiende ik mijn profcontract.’ Smit, nu makelaar bij Pro Unlimited, schudt zijn hoofd om het conservatisme van mensen als Danny Hesp. ‘Zo’n transferverbod zou echt niet van deze tijd zijn. In Europa bestaat vrij verkeer van personen. Ook jonge spelers mogen werken waar ze willen. Of dat goed is voor hun ontwikkeling? Soms niet, soms wel. Maar zelf je keuzes leren maken, samen met je ouders – dat is pas goed voor je ontwikkeling. Jeffrey Bruma (15), centrale verdediger van Feyenoord B1, zei ja tegen de zesduizend euro per week van Chelsea. Natuurlijk greep hij die kans! Haalt hij het eerste niet, dan kan hij met deze ervaring bij elke Nederlandse profclub aan de bak.’ Smits Haagse collega Rodger Linse, zaakwaarnemer van onder meer Ruud van Nistelrooy, brengt jonge spelers juist ‘liever niet’ naar Engeland. ‘De Nederlandse jeugdopleiding is de beste ter wereld. In Engeland worden spelers fysiek en mentaal sterker, maar technisch en tactisch leren ze er niks bij. Ze geven daar niet echt om je, terwijl veel Nederlandse opleiders je als hun eigen kind beschouwen.’

Lokkertje
Onttrekken zaakwaarnemers te veel geld aan de voetballerij? ‘Sorry hoor, maar ik lever gewoon een dienst,’ zegt Duncan Smit. ‘Ik reken maximaal zeven procent op profcontracten van vijftig- tot honderdduizend euro. Daarmee kom ik maar net uit de kosten.’ Amateurmakelaars die één of twee spelers begeleiden, zullen het volgens Smit niet overleven. ‘Dit zijn nog maar de beginjaren van deze markt. Ik verwacht een shake-out waarbij makelaars sneuvelen die te weinig investeren in hun spelers.’

Makelaars zoeken het in extra diensten om het de speler zoveel mogelijk naar de zin te maken. Essel Sports, het kantoor van Sören Lerby en Sjaak Swart, regelt schoencontracten, verzekeringen, relaties met de media. Van elke speler worden statistieken bijgehouden – speelminuten, doelpunten, beslissende passes, blessures. Een website en een dvd met de mooiste acties behoren ook tot het pakket. Belangrijkste lokkertje voor jonge spelers blijft Sjaak Swart zelf. Hij wil liever geen makelaar worden genoemd, maar begeleider. Hij beschikt niet over een ­licentie, wat hem bij de VVCS wel eens het predikaat ‘stroman’ opleverde. ‘Ik ben constant met de jongens bezig. Ze bellen me na de wedstrijd, vragen: wat vond je ervan, Sjaak. Of ze zoeken troost na een rotwedstrijd. Ik geniet enorm als die jongens steeds beter worden, als ze gaan ­scoren. Dan krijg ik kippenvel. Elke dag komen er wel een paar spelers hier langs op kantoor.

Kijk, daar komt net het broertje van Sneijder binnen. We babbelen even, of we doen een rondootje – liefst met Søren in het midden. Dat kost je dus een vloerkleed want die maakt nog een sliding ook. Het is hier gezellig, wij zijn hier één grote familie.’ Dat klopt ook letterlijk. Aan het bedrijf van Sören Lerby zijn ook de vaders Barry Sneijder en Ramon van der Vaart én Lerby’s zoon Kaj verbonden.

Als het tijd is om een contract open te breken, stappen Sjaak Swart en Søren Lerby naar De Arena. ‘Jonge spelers moeten blij zijn met een contractje van vijfentwintigduizend euro. Ze moeten het éérst laten zien. Maar als ze het een tijdje goed doen, zijn we er heel snel bij. Dan gaan we om de tafel zitten en breken we dat contractje open.’

Met het contract van de Belgische verdediger Thomas Vermaelen gebeurde dat al twee keer. ‘Die wordt beter en beter, Ajax komt in zo’n geval naar ons toe omdat ze bang zijn dat-ie naar het buitenland vertrekt.’ Als de onderhandelingen niet naar wens verlopen, schermt hij echt niet meteen met ‘interesse uit Engeland’, zegt Swart. ‘Dat begint altijd bij de speler, díe wil op een gegeven moment weg. Nou, dan bellen wij even rond in ons netwerk – niet alleen om zo’n speler ergens weg te zetten, maar vooral om zijn waarde in de markt vast te stellen.’ Zeventien jaar, tweebenig, fluwelen techniek, vijf jaar trouwe dienst bij Ajax, een jeugdcontract en gewild door meerdere clubs? Dat is dan naast de internationale opleidingsvergoeding van vieren­eenhalve ton: een transfersom van een miljoen euro, een weeksalaris van vierduizend euro en baan en huisvesting voor vader en moeder. Maar nog even niet voor Daley Blind.

Op 3 oktober verschijnt van Jeroen Siebelink het boek ‘De voetbalbelofte – zo word je prof­speler bij een topclub’.





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?