Het paniekvirus van Ab Osterhaus
Viroloog Ab Osterhaus verkoopt onzin over het nut van virusremmers, vindt epidemioloog Luc Bonneux. Een artikel in The Lancet geeft hem gelijk.
Als er iemand is die in Nederland de toon heeft gezet van de berichtgeving over de griep, is het Ab Osterhaus. Geen wetenschapper die zo vaak op de buis en in de krant zijn mening heeft verkondigd over de ernst van de pandemie en de manier waarop die te bestrijden. Al voordat hij als lid van een commissie van de Gezondheidsraad het kabinet officieel adviseerde over de aanschaf van griepvaccins, riep hij in de media de regering op daar haast mee te maken.

Osterhaus verricht zijn missiewerk ook als voorzitter van de European Scientific Working Group on Influenza (ESWI). Dit gezelschap van naar eigen zeggen 'onafhankelijke wetenschappers' spant zich al jaren in om de wereld te doordringen van het gevaar van een griepepidemie. Lang voordat de Mexicaanse griep toesloeg, stelde de ESWI zich al als doel regeringen te overtuigen van de noodzaak jaarlijks eenderde van de bevolking te vaccineren tegen een influenza-epidemie. Ook pogen deze 'Europese wetenschappers die vechten tegen de griep' overheidsdienaren te bewerken met de boodschap dat 'vaccinatie tegen influenza en het gebruik van antivirale middelen nuttig en veilig is'.
Niet iedereen is overtuigd van de objectiviteit van de ESWI. Epidemioloog Luc Bonneux baarde onlangs opzien door op de opiniepagina van de Belgische krant De Standaard te stellen dat de informatie op de site www.eswi.org 'evenveel te maken heeft met wetenschap als McDonalds met gezond voedsel'. Hij wees er fijntjes op dat de sponsorlijst van de ESWI leest als een who is who in de griepindustrie: in het lijstje van farmaceuten die de organisatie financieel ondersteunen, staan onder meer Tamiflu-producent Roche en de twee bedrijven waarbij Nederland de vaccins inkocht, GSK en Novartis. Een woordvoerder van de ESWI bevestigt desgevraagd dat de organisatie volledig wordt gefinancierd door tien farmaceutische bedrijven. De bedoeling van de club is volgens haar 'te sensibiliseren rond de griep, niet om wetenschappelijk bezig te zijn'.
Met zijn bewering dat het om 'louter lobby' gaat, schoot Bonneux dus niet ver mis. Maar in al zijn polemische geweld verzuimde hij te vertellen op welke punten de door ESWI geboden informatie gekleurd of zelfs onjuist is. Ernaar gevraagd, kan hij het haarfijn uitleggen. Zijn woede richt zich vooral op wat Osterhaus en zijn confraters over virusremmers te berde brengen: ze zouden het optreden van ernstige complicaties aanzienlijk verlagen en bovendien helpen bij het tegengaan van de verspreiding van het virus. 'Een pandemie proberen te stoppen met virusremmers is pissen op een open brand,' zegt de epidemioloog. De effectiviteit van medicijnen als Tamiflu is volgens hem nog nooit uit enige overtuigende studie gebleken. Ja, het middel verkort de ziekte misschien met een dagje, maar dat is het wel zo'n beetje.
Geen betekenisvol effect
Al eerder, in oktober 2005, toen de vogelgriep de bangmaker van de dag was, kruisten Bonneux en Osterhaus hierover de degens bij NOVA. Osterhaus beweerde (zie einde filmpje) toen dat de complicaties en ziekenhuisopnames door virusremmers 'dramatisch omlaag' zouden gaan, volgens recente studies zelfs met tweederde. Onzin, nergens op gebaseerd, zei Bonneux toen.
Luc Bonneux bij Nova
Dat Osterhaus de effectiviteit van virusremmers werkelijk veel te rooskleurig voorstelde, bewijst een net verschenen advies van een commissie van de gezondheidsraad waar de Rotterdamse viroloog nota bene zelf in zit. Daar is in te lezen dat de resultaten in verschillende studies nogal uiteenlopen, van vijftien procent minder complicaties tot vijftig procent minder. Zelfs die ruime bandbreedte is volgens Bonneux nog veel te optimistisch. Hij wijst erop dat het hoge cijfer vooral wordt ondersteund met een overzichtsstudie uit 2003 die is gefinancierd door Roche. Zelf heeft hij net een artikel naar het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde gestuurd waarin hij de gegevens uit de Roche-studie analyseert.
Wat blijkt: de mensen in de groep die Tamiflu kregen, waren gemiddeld 4,5 jaar jonger dan de placebogroep. Het optreden van complicaties is sterk afhankelijk van de leeftijd. Zelfs als we hier geen rekening mee houden, bleef als enige statistisch beduidende resultaat over dat je tussen de veertig en tweehonderddertig gezonde mensen moest behandelen om één geval van met antibiotica te behandelen bronchitis te voorkomen. Zowel bij risicogroepen als bij gezonde mensen is er geen betekenisvol effect op de ziekenhuisopnames.
Om zijn gelijk te bewijzen stuurt Bonneux ook een recent in The Lancet Infectious Diseases gepubliceerde meta-analyse van de effectiviteit van virusremmers. Inderdaad staat daar glashelder in dat er geen betrouwbare gegevens zijn die de stelling kunnen staven dat het gebruik van anti-griepmedicijnen het optreden van complicaties vermindert.
Nerd community
Nog een opmerkelijk feit: de commissie van de Gezondheidsraad adviseert kinderen jonger dan twee jaar te behandelen met virusremmers. Maar vorige week publiceerde het British Medical Journal een onderzoek van Oxfordse wetenschappers naar het gebruik daarvan bij kinderen van twaalf jaar en jonger. Hun conclusie: de voordelen - verkorting van de ziekte met ruim een halve dag - wegen niet op tegen de nadelen - serieuze bijwerkingen zoals overgeven, wat tot uitdroging kan leiden.
De voorzitter van de commissie, de Leidse hoogleraar interne geneeskunde en infectieziekten Jaap van Dissel, vindt dat er weinig licht zit tussen zijn advies en de bevindingen van de Oxfordse onderzoekers. 'Ook wij adviseren terughoudendheid bij kinderen en roepen de arts op bij elk individueel geval een zorgvuldige afweging te maken.' Dat mag zo zijn, toch luidt het algemene advies 'kinderen jonger dan twee jaar te behandelen met neuraminidaseremmers'.
De argumentatie is dat tijdens gewone seizoensgriepen is gebleken dat onder die groep 'een overmaat aan huisartsbezoeken en ziekenhuisopnames' is. Dat is natuurlijk alleen een goede onderbouwing als het gebruik van virusremmers echt leidt tot minder complicaties. Daarover zegt Van Dissel: 'Het glas is half vol of half leeg. De werkzaamheid bij influenza hangt sterk af van hoe snel het gegeven wordt, en uiteraard wat de kans is dat de klachten inderdaad op influenza berusten. Bij een grieppandemie is dat laatste geen punt.' Het Lancet-artikel heeft hij nog niet gezien. 'Het definitieve oordeel zal uit oorspronkelijke klinische onderzoeken moet komen, en niet uit meta-analyses,' vindt hij. Aan de conclusie dat de effectiviteit ergens tussen de vijftien en vijftig procent ligt, verandert het Britse artikel naar zijn overtuiging niets.
Bonneux denkt daar anders over. 'Complicaties na griep zijn zeldzaam, zelfs bij risicogroepen. Je moet dus grote aantallen mensen behandelen om één complicatie te voorkomen, waardoor het middel zijn geld niet waard is.' Ook wijst de epidemioloog erop dat de Lancet-publicatie is geschreven in opdracht van het Britse National Institute for Health and Clinical Excellence. In die organisatie heeft hij veel vertrouwen, omdat zij altijd werkt met wetenschappers die uit een aanpalend onderzoeksgebied komen. Daardoor zijn ze niet rechtstreeks belanghebbend. 'In Nederland is er geen onafhankelijk evaluatie-instituut,' vindt de epidemioloog van Belgische komaf. 'De adviseurs vormen een nerd community van mensen die langzamerhand van elkaar overtuigd raken en die aangezwengeld worden door mensen met belangen.'
Paniekvirus
Het RIVM mag de griep intussen als mild hebben gekarakteriseerd, het paniekvirus is nog lang niet uitgewoed. Op eigen houtje slaan bedrijven en consumenten Tamiflu in, in de verwachting daarmee de ellende te kunnen beteugelen. Van Osterhaus en het door hem aangevoerde gezelschap van Europese wetenschappers tegen de griep mogen we in ieder geval geen poging verwachten de gemoederen te kalmeren. In de laatste nieuwsbrief van juli wijst de ESWI op de opmerkelijke parallellen tussen het nieuwe virus en de Spaanse griep die vijftig miljoen doden eiste. Osterhaus en zijn collega's tamboereren zo op het gevaar van een pandemie in een gevecht om gehoor en geld, denkt Bonneux. 'Verschillende ziektegroepen strijden om aandacht. Dat doe je niet door je ziekte te relativeren.'
En die vierendertig miljoen vaccins die minister Klink op advies van Osterhaus cum suis aanschafte? 'Ik ben een groot voorstander van de vaccinatie van gezondheidswerkers en risicogroepen,' zegt de epidemioloog. 'Met de aanschaf van tien miljoen zit je dan al ruim in de kleren. Maar die snelle aankoop van een veel grotere voorraad was een verwerpelijk besluit in het licht van het feit dat de capaciteit van de vaccinatie-productie beperkt is. Als jij als rijk land aan de deken trekt, komt elders iemand anders bloot te liggen.'

