VN MediagidsHet liquidatiekantoor
Justitie / crime / liquidatieproces 29.03.2008
Waarom laten verdachten van liquidaties, moord, afpersing of corruptie zich graag bijstaan door Meijering, Van Kleef, Ficq & Van der Werf? Impressie van een atypisch advocatenkantoor. ‘Wij stellen ons op tussen de cliënt en het overheidsmonster.’
Het is net een clubsandwich. Eerst een advocaat (Nico Meijering), dan een verdachte (Ali A.), vervolgens opnieuw een advocaat (Marnix van der Werf), daarna de tweede verdachte (Sjaak B.) en tenslotte de laatste raadsman (Leon van Kleef). Ze zitten gevijven naast elkaar in de Amsterdamse Bunker. Het is dinsdag 4 maart en links van hen, luttele meters verderop, staat een box. Die kubus wordt ook wel de Poppenkast genoemd. Het publiek op de tribune kan niet zien wie daar in zit, maar de vijf mannen hebben goed zicht op een met grijze pruik vermomde persoon. Het is hun tegenstander van deze dag: Giuseppe la Serpe, bijgenaamd Vieze Peter.
La Serpe wordt verdacht van onder meer de moord op crimineel Kees Houtman. Hij heeft zijn rol als schutter bij die liquidatie inmiddels bekend. Maar naast verdachte is La Serpe ook en vooral de kroongetuige met wie justitie een deal heeft gesloten. Door zijn verklaringen zitten Ali A. en Sjaak B. al een jaar in voorlopige hechtenis. La Serpe is het geheime wapen van het OM. De rechtbank die over hem en zijn verhaal moet oordelen, ziet hem vandaag voor het eerst. Hij zit er op verzoek van de verdediging. Zo kunnen de rechters zich een beeld vormen van de getuige-verdachte, zien wat voor vlees ze in de kuip hebben.
Het is ‘slechts’ een pro-forma-zitting, waarbij de rechtbank de voortgang van het onderzoek moet toetsen, de opmaat naar het grote liquidatieproces waarvan de inhoudelijke behandeling voor het najaar staat gepland. Desondanks is de belangstelling van pers en publiek groot. Men wil weten wat La Serpe, ‘de man in de doos’, heeft te vertellen. Dat geldt ook voor de betrokken rechercheurs en leden van het Openbaar Ministerie die achterin de zaal zitten.
De strafpleiters bijten het spits af. ‘We vormen met zijn drieën de verdediging voor beide cliënten,’ laat Nico Meijering bij aanvang van de zitting weten. Daarna begint het rituele steekspel met het OM, in deze zaak vertegenwoordigd door de officieren van justitie Betty Wind en Hans Oppe. Het gaat over wanneer welke stukken komen, over het horen van belangrijke getuigen, over de duur van het onderzoek.
Na wat getouwtrek is het woord aan de getuige. La Serpe zal in deze sessie vooral worden ondervraagd door de rechters. Advocaat Leon van Kleef zit licht onderuitgezakt, geheel op rechts. Hij zegt niet veel vandaag. Van Kleef is aangeschoven voor de ‘frisse blik’. Waar zijn confrères Meijering en Van der Werf de getuige eerder al dagenlang hebben gehoord bij de rechter-commissaris, ziet Van Kleef hem vandaag voor het eerst. Hij zal letten op de lichaamstaal en de reacties van La Serpe. De vierde vennoot van het Amsterdamse advocatenkantoor, Bénédicte Ficq, is er niet bij. Nog niet. Haar cliënt Dino S. is weliswaar verdachte in verschillende zaken en wordt door de kroongetuige als opdrachtgever genoemd, maar S. is al geruime tijd voortvluchtig.
Spijtoptant La Serpe spreekt in heldere taal uitvoerig over de voorbereiding en de uitvoering van de moord op Kees Houtman. Hij en zijn vermeende handlanger Jesse R. zouden de opdracht hebben gekregen van Ali A. en het wapen hebben gehaald bij Sjaak B. De kroongetuige is met justitie gaan praten omdat hij ‘uit het milieu wil stappen’. Voor de advocaten heeft hij weinig nieuws te melden. Ze kennen zijn verhaal inmiddels, na de vele sessies bij de rechter-commissaris. Toch vissen ze naar details en hopen op inconsequenties in La Serpes verklaringen. Bijvoorbeeld in zijn relaas over de aanschaf en het gebruik van de moordwapens, de herinneringen aan de aanslag op Houtman, de hoeveelheid gebruikte kogels, de vindplaats van de hulzen en de ‘gaten’ in zijn geheugen door excessief coke- en alcoholgebruik.
Het leidt af en toe tot wrevelige momenten tussen de verdediging, het OM en de getuige. Vooral als verdachte Ali A. zich direct richt tot La Serpe en hem vraagt waar hij ‘al die onzin’ vandaan haalt en hem toebijt: ‘Je zit mijn leven te verkloten.’ De familie van de verdachte laat vanaf de publieke tribune instemmende geluiden horen.
La Serpes stem neemt in volume toe als hij reageert: ‘Je kan mij niet intimideren, hoor.’
Ali, kwaad: ‘Wat kan ik nou tegen een tweede Joran van der Sloot inbrengen?’
Deze dag is La Serpe voor de rechters. De verdediging houdt zich in. Nico Meijering bemoeit zich slechts sporadisch met de ondervraging. Na enig gekrakeel met het OM volstaat hij met de droge constatering: ‘De temperatuur stijgt.’ Toch roept de aanwezigheid van het driekoppige team strafpleiters vragen op. Achterin in de zaal, aan de perstafel, buigt een verslaggever zich naar een collega en zegt zacht: ‘Geef toe, het is toch vreemd dat die moordzaken door hetzelfde kantoor worden gedaan?’
Justitiële thriller
Het liquidatiekantoor. Nico Meijering moet er om lachen. ‘Ik begrijp dat beeld wel. Maar ik verzeker je: er komt niets tussen mij en m’n cliënt. En zeker niet de invloed van een andere klant. Wij doen niet aan regie door derden. Er is niets dat prevaleert boven het belang van mijn cliënt.’ Het is vrijdagochtend 7 maart en de tien jaar oude blauwe Mercedes S-300 diesel van Meijering glijdt over de A4 door het Zuid-Hollandse landschap. Hij is op weg naar de rechtbank in Rotterdam, waar hij een verdachte in een cocaïnezaak bijstaat.
Bij Meijering, Van Kleef, Ficq & Van der Werf werken naast de vennoten nog zes advocaten. Ze beroemen zich op hun hechte samenwerking, publiekelijk zichtbaar in spraakmakende zaken. Bijvoorbeeld in het onderzoek naar de vermeend criminele organisatie die de Hells Angels zouden vormen. Verschillende kantoorgenoten stonden afgelopen jaar bij toerbeurt in de zittingszaal om members bij te staan. Het werd een justitiële thriller die uitliep op een blamage voor het Openbaar Ministerie. Toen bleek dat het OM honderden zogenaamde geheimhoudersgesprekken – afgeluisterde en opgenomen gesprekken tussen advocaten en hun cliënten – niet had vernietigd, vond de rechtbank dat de rechten van de verdachten ‘ernstig, omvangrijk en langdurig’ waren geschaad. Het OM werd niet-ontvankelijk verklaard, de leden van de motorclub konden naar huis.
Er zijn in het rijtje opvallende zaken meer recente successen voor het kantoor. De van moord verdachte leden van het voormalige Limburgse Hells Angels-chapter Nomads zagen vorig jaar in hoger beroep hun straf verdampen – Meijering had in die zaak clublid Harry R. als klant. Verder werd cliënt en vermeend topcrimineel Mink Kok in de zomer van 2007 vrijgesproken van de moord op drugshandelaar Jaap van der Heiden (1993). Datzelfde overkwam begin dit jaar Sjaak Kist en Hans van Eimeren, de voormalig rechercheur en ex-politieman die werden verdacht van lekken naar de onderwereld. Ten slotte mocht een maand geleden Ozgur C. naar huis. Tegen de wens van het OM in liet de rechter hem en zijn medeverdachte vrij uit voorlopige hechtenis. C. wordt verdacht van de moord op Willem Endstra.
Rode lap
Het zijn overwinningen in de strijd met het Openbaar Ministerie. Want als iets de kantoorgenoten verenigt, is het wel hun misnoegen over de wijze waarop het OM hun klanten en henzelf benadert. Er is een smaldeel bij de opsporingsinstantie dat het bloed doet koken bij de strafpleiters aan de Amsterdamse Vondelstraat. Vooral de officieren bij het landelijk parket moeten het ontgelden. De naam Michiel Zwinkels werkt bijvoorbeeld als een rode lap op Nico Meijering en zijn kantoorgenoten. Zwinkels was officier in de Hells Angels-zaak, als ook in het onderzoek naar corruptie bij politie en in de strafzaak tegen Meijerings cliënt Itzhak M., de vorig jaar veroordeelde afperser van vastgoedman Erik de Vlieger.
De animositeit vindt zijn oorsprong deels in het vermoeden dat het OM Meijering op de korrel heeft gehad als verdachte in de politiecorruptiezaak. De advocaat werd in dat onderzoek door de rechter-commissaris gehoord over zijn relatie met zijn cliënt, ex-politieman Hans van Eimeren. Maar Meijering zei niets; hij beriep zich op zijn verschoningsrecht. ‘Er was een dreiging dat ik zou worden gegijzeld omdat ik niet tegen mijn cliënt wilde getuigen. Je hebt geen idee wat het met me heeft gedaan. Ik had mijn kinderen er al op voorbereid dat ik zou komen vast te zitten. Ze hebben echt geprobeerd om me te grazen te nemen. Wat is er mooier voor het OM dan een advocaat pakken?’
Hij ziet bewijs in de manier waarop de rijksrecherche heeft geprobeerd om de cliënt van Leon van Kleef uit hetzelfde dossier, hoofdverdachte Sjaak Kist, in de val te laten lopen. Toen Kist nog werkte als rechercheur, kreeg hij door zijn meerderen een – met opzet vervalst – proces-verbaal toegespeeld in de hoop dat hij daarmee naar kopstukken uit de Nederlandse onderwereld zou lopen. Meijering: ‘Dat proces-verbaal ging over Mink Kok, een cliënt van mij. Het vermoeden bij justitie was dat Sjaak met die informatie naar mij zou komen die ik op mijn beurt zou doorspelen aan Mink.’
Dat alles gebeurde onder leiding van officier Zwinkels. Diezelfde Michiel Zwinkels vond Meijering tegenover zich in het Hells Angels-onderzoek. ‘Het OM gedraagt zich in zware zaken soms als een gorilla zonder natuurlijke tegenstanders. Men ziet mij als een lastig aapje dat zo is weg te slaan. We hebben met het hameren op die geheimhoudersgesprekken natuurlijk een olifant getackeld. Zelfs andere advocaten, onze collega’s, vonden dat we liepen te zeuren. Er is veel koudwatervrees. Het is angst dat je wordt vermorzeld als je je nek uitsteekt.’
‘Mijn passie is om tussen mijn cliënt en een opdringerige overheid te staan,’ zegt de strafpleiter, ‘En veel minder het pamperen van mijn cliënt.’ Meijering voorziet een nieuwe crisis in de opsporing, een tweede IRT-affaire. ‘Dat zou de boel eens goed opschonen. Er is een cultuur van: alles is geoorloofd, zolang je maar niet wordt betrapt. Harm Brouwer (de voorzitter van het college van procureurs-generaal, red.) riep na de blamage in de Hells Angels-zaak dat er “passende maatregelen” zouden worden getroffen. Een week later zei hij tegen De Telegraaf dat de officier in die zaak het ook wel héél moeilijk heeft gehad in zijn eentje. In het vervolg moesten er twee mensen op een dergelijk dossier worden gezet. Maar zo herstel je het vertrouwen toch niet! Mensen als Fred Teeven (huidig VVD-Kamerlid en ex-officier van justitie, red.) vinden dat er een lijst moet komen met advocaten waar een luchtje aan zit. Goed idee! Maar laten we dat dan ook meteen doen voor officieren van justitie. Dat ook duidelijk wordt wie daar de boel heeft besodemieterd.’
Vlak voor hij zijn Mercedes de parkeerplaats op draait, naast de Rotterdamse rechtbank, stokt de woordenstroom. De mobiele telefoon piept. Een sms’je van Bénédicte Ficq, die vandaag in Arnhem zit, waar de rechters het vonnis uitspreken over haar cliënt Marcel T., verdacht van de moord op activist Louis Sévèke. Slechts één woord verschijnt er in zijn gsm-schermpje: ‘Levenslang.’
Op de huid
Bénédicte Ficq is op kantoor de expert ‘moord en doodslag’. Ze is meermalen uitgeroepen tot beste vrouwelijke strafpleiter van Nederland en deed in het verleden ook veel drugszaken. Tegenwoordig laat ze dat liever over aan ‘de jongens’: ‘Die vinden dat spannend.’ Zij en Meijering werken al sinds 1987 samen, meestentijds in het ruime herenhuis aan het Amsterdamse Vondelpark.
Het is dinsdag, drie dagen na het vonnis-Sévèke. Op de eerste etage is de werkkamer van Ficq. De raadsvrouwe toont weinig animo om over de zaak te praten. ‘Er is al heel veel publiciteit geweest. Het is wel eventjes genoeg nu.’ Dan, na enig aandringen: ‘Ik moest afgelopen vrijdag vroeg mijn bed uit om om negen uur in Arnhem te zijn. Mijn cliënt was er zelf niet om het vonnis aan te horen. De uitspraak kwam niet onverwacht. Je calculeert dat in. En natuurlijk wil je dan je collega’s op de hoogte brengen van het resultaat. Vandaar dat sms’je. We houden elkaar scherp, ik weet precies wie waar mee bezig is. Belangrijke stappen in een grote zaak nemen we ook gezamenlijk door. Het is onmogelijk in ons kantoor om te soleren, je eigen weg te gaan. We zitten elkaar op de huid.’
De onderlinge band is sterk. En het interesseert Ficq geen snars wat de buitenwacht daarvan vindt. ‘Maar wanneer een serieuze procesdeelnemer als de officier van justitie zulke beschuldigingen uit tegen Nico, word ik razend. Als advocatenkantoor heb je je aan de regel te houden dat je geen cliënten aanneemt die tegenstrijdige belangen hebben. Het Openbaar Ministerie kan daar helemaal niet over oordelen, want het beschikt niet over de informatie die wij van onze cliënten krijgen. We zijn er juist zeer alert op om die conflicterende belangen te voorkomen.’
Dat Meijering, Van Kleef, Ficq & Van der Werf door de buitenwacht zijn betiteld als het liquidatiekantoor, vind ze ook niet erg. ‘Als we verscheidene verdachten in een zaak bijstaan, kan dat een cliënt ook ten goede komen. Je hebt als advocaat toch de plicht om een zo optimaal mogelijke verdediging te voeren? Dat is heel iets anders dan iemand van juridische adviezen te voorzien in criminele zaken. Voor zo’n klant is bij ons geen plaats.’
Mocht het gaan wringen, dan waarschuwen ze elkaar. De advocaten houden elkaar goed in de gaten, daar aan de Vondelstraat. ‘Als we op kantoor zijn, overleggen we de hele dag met elkaar, wippen voortdurend bij elkaar binnen. Maar ook als we op pad zijn, bellen en sms’en we heel veel.’ Overigens gaat het dan net zo vaak over luchtige zaken. ‘Ja, we roddelen natuurlijk volop. Over andere advocaten, over kantoren die uit elkaar zijn, over journalisten, rechters, en officieren. Iedereen gaat hier over de tong.’ Ficq, gniffelend: ‘Maar die verhalen zijn niet per definitie onaardig.’
Even voor de duidelijkheid: ze werkt onder voorbehoud mee aan een portret van het kantoor. Ficq is voorzichtig. Als we vragen naar de cliënt wiens dossier ze vandaag doorneemt, geeft ze niet thuis. ‘Nee, ik noem geen naam, dat gaat jullie niets aan. Ook al zie je hier een klant lopen die je uit de rechtszaal kent, ik verbied jullie om die naam te noemen in het stuk. Daar heeft zo iemand recht op. Ook dat hoort bij de geheimhoudingsplicht van de advocaat. Je moet er op toezien dat er zorgvuldig met de rechten van de verdachte wordt omgegaan.’
Dat zou het Openbaar Ministerie ook meer moeten doen, meent Ficq. ‘Het OM moet weer meer op zich zelf gaan vertrouwen, echt onderzoek doen, geen mensen van buiten, zoals de pers, inzetten om een zaak te winnen. Niet leunen op de verklaringen van kroongetuigen. Ik merk dat er vanuit de rechterlijke macht inmiddels een tegengeluid komt. De slechte resultaten van de afgelopen tijd heeft het OM aan zichzelf te wijten. Misschien moeten ze kiezen voor onderzoeken met een langere adem.’
Dus je zult Ficq met geen woord horen over haar cliënt Dino S., de vermeende handlanger van Willem Holleeder en verdachte in de liquidatiezaken. Hij is nog op vrije voeten. Justitie is naarstig op zoek naar hem en dus staat Dino internationaal gesignaleerd. Kroongetuige La Serpe heeft S. neergezet als de opdrachtgever van verschillende moorden, luisterend naar bijnamen als ‘de commissaris’ en ‘Rex’. Toen De Telegraaf berichtte dat S. zelfs de baas zou zijn van Holleeder, reageerde de verdachte bij monde van raadsvrouwe Ficq. Ze spande een kort geding aan tegen de krant, waarin ze rectificatie eiste. Dat verloor ze. Desondanks vindt de advocate ‘dat je je als verdachte moet verweren als er onzin over je wordt geschreven.’ Verder geen kik van Ficq over Dino. Die terughoudendheid betracht ze overigens met een brede lach en stralende ogen.
Gezonde paranoia
Een verdieping lager zegt confrère Marnix van der Werf zeker te weten dat hij wordt afgeluisterd. Het kantoor wordt sowieso in de gaten gehouden, meent de advocaat. ‘Lijkt me ook logisch, de meest gezochte verdachte van Nederland, Dino S., is hier cliënt.’ Hij noemt het ‘zijn gezonde paranoia’. Van der Werf: ‘Over de telefoon geef ik altijd een heel duidelijk, heel concreet antwoord, zodat er geen misverstand kan bestaan over wat ik bedoel. Als ik een echo in de lijn hoor, of als ik een sms’je niet kan thuisbrengen, vind ik dat bij elkaar te veel toevalligheden. Het gevoel van wantrouwen is wel erger geworden nu justitie heeft geprobeerd Nico te pakken. Maar Nico laat zich niet pakken. Ten eerste omdat hij volstrekt integer is en ten tweede omdat hij niet achterlijk is.’
Van der Werf is de laatste vennoot die is aangeschoven bij het kantoor. Hij heeft iets jongensachtigs, met zijn lange, rossige haar. Aan het lijf van Van der Werf geen scherp gesneden Italiaans maatkostuum. In de rechtbank steken de bruine gympen en spijkerbroek onder zijn toga uit. Hij heeft een soort bedachtzaamheid over zich, ongetwijfeld te danken aan veelvuldig verblijf in de bergen. Van der Werf is een verwoed klimmer, met de Alpen als hoofddiscipline.
Hoewel minder heftig dan Meijering, regeert ook Van der Werf fel op de uiterlijke schijn van belangenverstrengeling. ‘Wij hebben een zeer ouderwetse, degelijke benadering van ons vak. Er is een klant en er is zijn advocaat. Dat is het. Als kroongetuige Peter la Serpe op een zitting beweert dat onze klant Ali A. onze andere cliënt Sjaak B. heeft willen vermoorden, dan zijn wij niet verrast door zo’n trucje om onze cliënten tegen elkaar uit te spelen, aangezien we eventuele tegenstrijdigheden al lang van te voren hebben afgekaart. We zijn strikt in de leer. Toen Nico zou moeten getuigen tegen zijn eigen cliënt was één ding overduidelijk: dat gebeurt gewoon niet! Daar gaat het hele kantoor dan voor liggen. Die klassieke taakopvatting dat iedereen recht heeft op de beste verdediging, wordt in het huidige tijdsgewricht niet meer echt gewaardeerd. Tegenwoordig word je als strafpleiter al gauw gezien als de handlanger van de crimineel. Maar weet wel dat iedereen in de situatie van verdachte kan komen; het strafrecht is er niet alleen voor de buurman.’
Net als zijn kantoorgenoten ziet Van der Werf die vijandige houding ook doorwerken bij de overheid. ‘Beschaving betekent dat je je rechtsgang vrijmaakt van die emoties. Types als Geert Wilders en een krant als De Telegraaf gaan daar tegenin. Ze propageren het gezonde volksdenken. Het is een apenkolonie, waar primaire indrukken de collectieve onderbuik beheersen. Dat gevoel moet je eruit filteren. Niet alleen als rechter, maar ook als Openbaar Ministerie. Dat filter zie ik steeds minder bij het OM, terwijl het OM tegelijkertijd van de politiek steeds meer macht heeft gekregen. De crisis in de opsporing is er al. Kijk naar de ontsporende officieren van justitie, met een teveel aan bevoegdheden, een teveel aan geheimzinnigheid. Het is een overheidsmonster dat voortdendert. Gelukkig keren de rechters zich daar nu tegen. Dat zie je aan de uitspraken van de laatste tijd.’
Plastic tassen
Terug naar Rotterdam, de vrijdag ervoor. Op de parkeerplaats bij de rechtbank tilt Nico Meijering twee grote plastic tassen met stukken uit zijn kofferbak. Het wordt waarschijnlijk niet echt spannend vandaag, voorspelt hij. ‘Het is maar een gewone drugszaak.’ Des te opvallender dat zijn tegenstander van de dag officier van justitie Koos Plooij is, vindt de strafpleiter. ‘Koos komt normaal zijn bed niet uit voor een drugszaakje.’
Misschien heeft het iets te maken met Meijerings cliënt. Dat is Mike J., die samen met zijn medeverdachten een halve kilo cocaïne zou hebben verhandeld. Pas aan het einde van de zitting wordt duidelijk dat er achter Mike wellicht nog een tweede verhaal schuilgaat. Hem wordt ook het bezit van 626 wietplanten ten laste gelegd, gevonden in een woning aan de Amsterdamse Beethovenstraat. Als de rechter vraagt hoe dat zit, zegt J. dat hij slechts heeft bemiddeld tussen huurder en verhuurder. En wat blijkt? De verhuurder is het vastgoedbedrijf van wijlen Willem Endstra. Koos Plooij veert op. Wil de verdachte misschien iets meer vertellen over zijn relatie tot de vastgoedfamilie? Ook Meijering is direct scherp. ‘Dat heeft niets van doen met deze zaak,’ stelt de advocaat. De rechter geeft hem gelijk. Zo blijven kwesties uit de zaak-Holleeder onbesproken. Bijvoorbeeld dat J. ooit twee miljoen euro heeft geleend aan Willem Endstra, dat diens broer Haico hem aan een baantje heeft geholpen in de haven van IJmuiden nadat J. uit detentie kwam, en dat justitie Mike als een handlanger van Mink Kok ziet.
Op weg terug naar Amsterdam wil Meijering er niets over kwijt. Dat de grote namen uit de onderwereld bij hun kantoor aankloppen, komt zijns inziens omdat ze goede advocaten zijn. ‘Tenminste, dat laat ik me graag aanleunen. Maar er is meer. Misschien zijn we wel het enige kantoor in Nederland dat geen kroongetuigen bijstaat. We doen geen verklikkers, die veelal leugenaars blijken te zijn. Dat spreekt klanten aan. Tegelijkertijd zijn we geen loopjongens voor onze cliënten. Op vragen als: wil je dit even weghalen, of wil je die en die even bellen – terwijl er beperkingen zijn – krijgen ze “nee” te horen. We houden ons gewoon netjes aan de regels. Wij laten ons voor niemands karretje spannen. In de zaak tegen Ozgur C. (verdacht van de Endstra-moord, red.) heeft de officier van justitie geprobeerd om hem tegen mij op te zetten. Hij is naar mijn klant gegaan terwijl ik op vakantie was. Omdat Ozgur zich op mijn advies op zijn zwijgrecht beriep, suggereerde de officier dat ik dat advies had gegeven in opdracht van een andere klant (Dino S., red). Dat treft ons diep in ons hart, want zo gaan we niet met ons vak om. Woest waren we. Natuurlijk zitten we in de vuurlinie, and we can take the heat. Het hoort bij ons vak. Een chirurg moet ook werken in een steriele ruimte, moet ook handschoentjes aan. Maar kom niet met beschuldigingen die kant noch wal raken. Dat maakt het heftig en ongelooflijk vermoeiend om je daartegen steeds weer te moeten verweren. Nogmaals, ik word niet gestuurd door de onderwereld. Je zou eens moeten weten hoe vaak ze mij dingen hebben aangeboden. Hoeren, auto’s, geld. Hier, alsjeblieft, een nieuwe BMW. Maar nee, dankjewel. Niet. Nooit.’
Hartaanval
Advocaat en auto. Het is onderwerp van gesprek bij de kantoorlunch op dinsdagmiddag 11 maart. Nico Meijering heeft een paar jaar geleden een Mercedes cabriolet gekocht. Een tweedehandsje, dat spreekt voor zich. ‘Zit ik diezelfde avond met Inez Weski (advocate te Rotterdam, red.) bij Nova. Met haar kan ik altijd enorm lachen. We zijn flink aan het keten vlak voor de uitzending. Het gaat over een collega met een zwakke gezondheid, zegt ze ineens: “Ja, van die mannen die dan de veertig zijn gepasseerd en een minnares nemen om vervolgens een hartaanval te krijgen. En het eerste teken dat het fout gaat, is als ze een cabriolet aanschaffen.” En ze wist van niets!’
De lunchtafel gniffelt, terwijl Meijering driftig broodjes paté smeert. De Rotterdamse collega Weski blijft het gespreksthema, maar nu vooral omdat ze een dag eerder een glansrijke overwinning heeft geboekt. Haar cliënt Guus Kouwenhoven is in hoger beroep door het Hof in Den Haag vrijgesproken van oorlogsmisdaden en wapenhandel in Liberia. Vooral de reactie van enkele politici – Fred Teeven van de VVD, Krista van Velzen van de SP – wekt wrevel bij de advocaten. ‘Ze roepen meteen dat het OM te weinig geld en middelen heeft. Ach ja, weet je wat een goed idee is? Laten we ook maar meteen de rechters afschaffen,’ zegt Leon van Kleef cynisch.
Aspergeblikkenzaak
Twee dagen later stapt Van Kleef – duidelijk herkenbaar aan de karakteristieke kop met krullen die eigenwijs op het achterhoofd pieken – het Paleis van Justitie in Dordrecht binnen. De rechtbank doet vandaag uitspraak in een langlopend proces met zeventien verdachten. Van Kleef is opgewonden want het wordt ‘een spannende dag’ voor hem, maar vooral voor zijn twee cliënten. Ze worden verdacht van grootschalige cokesmokkel, waarbij de drugs waren verstopt in blikken asperges uit Peru. Tegen beiden is totaal zestien jaar geëist.
Het pakt gunstig uit voor het tweetal. Ze worden vrijgesproken. Veel andere verdachten zijn minder gelukkig. De hoofdverdachte, mede-eigenaar van de conservenfabriek, krijgt negen jaar cel. Anderen horen zeven jaar tot achttien maanden straf uitspreken. De oude moeder van de hoofdverdachte staart niet begrijpend naar de rechters. Weliswaar is haar zoon geen klant van Van Kleef, maar hij slaat toch even een arm om de vrouw heen.
Terug in de auto, op weg naar Amsterdam: ‘Ja, het is toch treurig. Het is haar zoon. En tijdens de duur van zo’n proces kom je elkaar veel tegen.’ Hij spreekt vloeiend Spaans en is de Zuid-Amerika-expert (cocaïnezaken) van het kantoor. ‘Spaans heb ik geleerd omdat ik de teksten van de tango wilde begrijpen. En ja, het is nu handig als we Spaanstalige cliënten hebben.’ Vervolgens belt hij in rad Spaans naar de vrouw van een van zijn cliënten. ‘Claro. Hij is vrij.’
In de aspergeblikkenzaak is Van Kleef op een vaker geconstateerd probleem gestuit. Ook hier waren gesprekken tussen advocaat en cliënt niet door justitie vernietigd. ‘Het ging om een advocaat in Peru. Die man heeft daar last mee gekregen. Hij is nu verdachte. Het is schering en inslag. Ik ben blij dat we in de Hells Angels-zaak uiteindelijk de rechtbank na drie keer pleiten hebben kunnen overtuigen dat wat hier gebeurde niet kon. Ik vind het erg dat het OM dacht ermee weg te komen door slechts excuses te maken. Een verdachte heeft recht om niet te worden afgeluisterd als hij met zijn raadsman praat.’
Wat vindt Van Kleef ervan als strafpleiters onder vuur komen te liggen? Als vakgenoten voor ‘maffiamaatje’ worden uitgemaakt? Hij haalt zijn schouders op. ‘Tegenover de buitenwereld hoef ik me niet te verdedigen. Ik hou me strikt aan de regels zoals de Orde van Advocaten die heeft opgelegd. Net als mijn kantoorgenoten laat ik me niet in met cliënten die tegenstrijdige belangen hebben. Kijk, ik ben al twintig jaar advocaat, dan heb je een netwerk opgebouwd, net als mensen in andere beroepen. De ene cliënt brengt een andere aan omdat hij tevreden is over hoe ik zijn belangen heb verdedigd.’
Niet meer, niet minder, zegt de raadsman. En als er twee verdachten zijn die hetzelfde belang in dezelfde zaak hebben, kan dat mooi meegenomen zijn, meent Van Kleef. ‘Zoiets kan in het voordeel van je cliënt werken, en daarbij moet de schoorsteen blijven roken.’ Dat de onwetenden in het publiek hem soms zien als een verlengstuk van de crimineel, weet Van Kleef ook wel.
Ernstig wordt het pas als de opsporingsinstanties die visie zijn toegedaan. ‘We zijn daar wel bang voor. Dat er ineens iets in je achterbak ligt om die verdenking te kunnen staven. Ik verzin dit niet zelf, een commissaris noemde die werkwijze ooit als een mogelijk opsporingsmiddel. Als achteraf blijkt dat je niets met die drugs te maken hebt, ben je desondanks de klos. Eenmaal verdacht heb je altijd de schijn tegen. Zo kan je dus als advocaat kapot worden gemaakt.’
Knellen
Vanuit Dordrecht snelt Van Kleef naar de Amsterdamse rechtbank. Daar wacht opnieuw een cokezaak. Hij mist daardoor de wekelijkse kantoorvergadering. Als hij aan het einde van de middag aan de beurt is om te pleiten, schuiven zijn kantoorgenoten op de Vondelstraat aan voor een rondje ‘knellen’. Met een biertje of wijntje in de hand vertellen de advocaten over hun zaken, laten weten wat er op de agenda staat en bespreken de ‘knelpunten’ in de dossiers. Naast Meijering, Ficq en Van der Werf zijn ook de advocaten Asmaa Ghonedale, Maike Steen, Patrick Rombouts en Sijbrand Krans aangeschoven.
Meijering vertelt dat hij bij Ali A. is geweest in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught. ‘Daar zit Ali omdat justitie zegt dat hij anders zal worden vermoord.’ De raadsman kampt met hetzelfde probleem als zijn collega Bram Moszkowicz en diens voormalige cliënt Willem Holleeder: overleg wordt bemoeilijkt door een glasplaat. Maar binnenkort mag de advocaat de verdachte op een andere locatie langdurig spreken zonder obstakels, zo is Meijering toegezegd. ‘Ik heb namelijk mijn woord gegeven aan het OM dat ik Ali niet zal vermoorden.’
Een dag eerder hebben hij en Marnix van der Werf bij de rechter-commissaris een wens in vervulling zien gaan. Ze konden Jesse R. horen, de vermeende ‘moordhandlanger’ van kroongetuige La Serpe. Jesse is eind vorig jaar uit Marokko overgebracht naar Nederland. Hij is een van de belangrijkste verdachten in het komende liquidatieproces. Volgens La Serpe is Jesse R. verantwoordelijk voor een groot aantal moorden, die hij onder andere zou hebben gepleegd in opdracht van Ali A. en in twee gevallen met wapens geleverd door Sjaak B.. Inderdaad, de cliënten van Meijering, Van Kleef, Ficq & Van der Werf.
Veel van de wetenschap die kroongetuige La Serpe heeft, is volgens hem afkomstig van Jesse R.. Ook daar waar het Ali en Sjaak betreft. Vandaar dat Meijering en Van der Werf het belangrijk vonden om Jesse R. te horen. Tot op heden heeft de verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen. Maar een dag eerder dicteerde hij bij de rechter-commissaris toch een korte mededeling, die samengevat op het volgende neerkwam: ‘De beschuldigingen die Peter la Serpe doet aan het adres van Ali A. en Sjaak B. zijn niet juist.’
De advocaten zijn blij. Het is een begin. Vervolgens gaat het gesprek over communicatietechniek en debiteren Meijering en Ficq verhalen uit de oude doos, toen mobiele telefonie nog niet bestond. ‘Ik heb me er begin jaren tachtig sterk voor gemaakt dat we semafoons kregen,’ gniffelt Meijering. ‘Semafoons! Nou, dat was toch wel een overbodige luxe, volgens mijn toenmalige kantoorgenoten.’
Over communicatie gesproken: Ficq wil nogmaals benadrukken dat ook de anderen zich moeten inhouden, nu er journalisten zijn aangeschoven. Meijering noemt met opzet enkele namen van cliënten hardop. Het zijn pesterijtjes. Ze zijn het wel gewend, buitenstaanders in hun kielzog. Scenarioschrijfster Maria Goos verpoosde enige tijd in het pand, wat resulteerde in het advocatenepos Pleidooi. Andere ‘creatieven’ deden op kantoor inspiratie op voor de tv-dramaserie Keijzer & De Boer.
Maar goed, dat was fictie.
Vlak voordat ieder zijns weegs gaat, wil Marnix van der Werf nog even de aandacht voor ‘een simpel hasjzaakje, met een spectaculaire ontwikkeling’. Hij geeft het woord aan collega Maike Steen. Zij heeft in de zaak de agenten gehoord die de hennepplanten hadden gevonden in een loods. Het kantoor staat de eigenaar van de loods bij, wat niet zeggen wil dat hij ook de eigenaar is van de planten. Steen krijgt het woord: ‘De agenten hebben verteld dat ze de avond ervoor poolshoogte hebben genomen. Een dag later hebben ze een ruitje ingetikt en zijn op onderzoek uitgegaan. Ze hebben geen proces-verbaal opgemaakt, maar hebben het wel verteld aan de officier.’
Nu glimt iedereen van genoegen. Suggesties voor het verweer buitelen over elkaar. Dit riekt naar een mogelijke niet-ontvankelijkheid. Misschien een punt voor het kantoor in zijn gevecht met het Openbaar Ministerie? Een pand binnentreden zonder toestemming van de rechter, was dat niet ooit het begin van de IRT-affaire?
Een week later. Nico Meijering en Marnix van der Werf zijn druk bezig met pleitnota’s voor hun cliënten Ali A. en Sjaak B.. Donderdag 27 maart is de volgende zitting in de liquidatiezaak. De puzzelstukjes vallen op hun plaats, nu de raadslieden ook begrijpen hoe de deal met kroongetuige La Serpe tot stand is gekomen. Ze hebben de verantwoordelijke rechercheur en officier van justitie hierover kunnen ondervragen. ‘Maar er is nog een lange weg te gaan. We hebben nog steeds maar een fractie van het dossier,’ zegt Van der Werf. Zijn kantoorgenoot maakt zich niet druk.
Meijering: ‘Je moet in dit vak geduld hebben. Hoe vaker Peter la Serpe getuigt, hoe meer hij verstrikt raakt in zijn eigen leugens. Hij kan namelijk niet leunen op de waarheid. En ik leun rustig achterover in mijn tuinstoel. Wachtend op wat komen gaat.’
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




