VN MediagidsHerman Koch: ‘Een restaurant is geen museum’
17.01.2009
Een roman die zich volledig in een deftig restaurant afspeelt, bedacht Herman Koch tijdens een diner in Barcelona. Een gesprek over zijn nieuwe boek onder het genot van een goede maaltijd: ‘Ik houd ook niet van obers die met hun pink elk slablaadje aanwijzen.’
Er dobbert een minuscuul oestertje op de tomaatrode amuse die de gast aanstaart. Hoe eet je zoiets nou? Een lepeltje bij het gerecht ontbreekt. 'De serveerster zei iets over een delicatesse op basis van een bloody mary, dus volgens mij mogen we dit in één teug achterover slaan,' concludeert Herman Koch. Huppekee, nog voordat hij is uitgesproken, voegt hij de daad bij het woord. Dit is materie waar hij toevallig kijk op heeft.
Zijn nieuwe roman Het diner, waarvan een fietskoerier hem daags tevoren het allereerste exemplaar kwam aanreiken, is volledig gesitueerd in een van de deftigste restaurants ter stede. De auteur observeert in zijn boek de pittig geprijsde culinaire pretenties van de horeca-eredivisie met een mengeling van ergernis en verbazing. Al direct in het eerste hoofdstuk, 'Aperitief' getiteld, laat de ik-figuur doorschemeren dat hij in diepste wezen de ongecompliceerde sparerib à € 11,50 in zijn favoriete eetcafé prefereert. Tegen de tijd dat de lezer het slothoofdstuk 'Fooi' heeft bereikt, zijn de protagonisten aan hun lapje scharrelvlees op een bedje van versgeplukte pijnboompitten het tienvoudige kwijt van wat de dagschotel in hun stamkroeg zou hebben gekost. De mens bedoelt het goed, maar is desondanks nogal eens veroordeeld tot het lijdzaam ondergaan van ongemakkelijke situaties.
Concentratiemoment
Het drama van het menselijk tekort is een terugkerend thema in het oeuvre van Herman Koch. Dit keer schoot het decor voor zijn duistere vertelling hem te binnen in zijn voormalige woonplaats Barcelona (zijn echtgenote Amalia komt er vandaan), waar hij op oudejaarsdag in 2005 met twintig disgenoten een mediterraan middagmaal in een restaurant gebruikte. Vrienden, familie, kinderen - iedereen was present en alles kakelde vrolijk door elkaar. 'Op dat moment realiseerde ik me in een flits dat mijn volgende roman zich in een restaurant zou afspelen. Ik wist ook meteen dat het boek Het diner zou heten, dat het aardig zou zijn om de hoofdstukken in te delen als een menu, ik wist zelfs hoe de eerste twee zinnen zouden luiden. In gedachten werd de essentie van het leven voor mij gereduceerd tot mensen die in een restaurant zitten en urenlang met elkaar praten. Wat moeten ze anders? In restaurants wordt openhartiger van gedachten gewisseld. Niet eens door de drank, maar doordat je er geen andere handelingen kunt verrichten. Ik zie het ook aan onze veertienjarige zoon. In een restaurant praat hij. Dat is een concentratiemoment. Thuis wordt hij afgeleid door zijn mobieltje of voetballen op de televisie.'
Nadat hem de titel, een paar zinnen en een indeling voor het boek waren komen aanwaaien, stelde de auteur onder het genot van een espresso en een glaasje orujo vast dat hij zijn ideeën nog slechts hoefde uit te schrijven en het werk zat erop. De gelukzalige gemoedstoestand werd vergroot toen hij zich realiseerde dat een geruchtmakend misdrijf dat in die dagen de Spaanse media beheerste, zich perfect leende om als tweede verhaallijn in het boek te fungeren. Twee ogenschijnlijk doodgewone jongens uit een fatsoenlijk milieu hadden een zwerfster bij een pinautomaat van een bank met vuilnis bekogeld en daarna 'per ongeluk' in brand gestoken. Het slachtoffer overleed ter plekke, zoals was te zien op de schokkende beelden die beveiligingscamera's registreerden.
De zaak zal, vanwege de alledaagse achtergrond van beide pubers, menige bezorgde ouder uit de slaap hebben gehouden. Het zou je kind maar wezen. Sterker nog: deze coïncidentie van het lot bleek bij nader inzien geknipt om een personage uit Het diner mee in te kleuren. Zo schoof alles in elkaar, automatisch bijna. 'Ik hoefde er niet veel aan te doen, het boek schreef zich bijna vanzelf,' merkt de auteur bescheiden op, al voegt hij daar later aan toe dat 'een paar jaar' verstreek eer het manuscript was voltooid. Vervolgens verplichtte hij zichzelf tot meedogenloos schrappen, onder het motto dat meesterschap blijkt uit het vermogen jezelf te beperken. Daarna hield hij een kloek uitgevallen roman van driehonderd pagina's over.
Romantisch tafelen
Na het inspecteren van de spijskaart in het door culinair chroniqueur Johannes van Dam met een 'negen' gewaardeerde hoofdstedelijke restaurant Salle du Jour, concludeert Koch dat hij voor het driegangenmenu en het bijbehorende wijnarrangement gaat. Het voorgerecht wordt gebakken coquilles op een avocadosalade. Terwijl de droge witte wijn in de glazen klettert, bestudeert de schrijver het etiket van de Calatayud Cruz de Piedra. 'Ik ben altijd benieuwd naar Spaanse wijnen. De Calatayud, die ken ik. Dat is bepaald geen rioja,' zegt hij.
In de weerzin die de ik-figuur uit Het diner bekruipt als hij gedoemd is tot een avond in een restaurant 'waar de flauwekul tot ongekende hoogte wordt opgeklopt', kan diens schepper een eind meegaan. 'Zonde van het geld. Dat vindt mijn hoofdpersoon, maar ik ben niet zo laf dat ik me daar achter wil verschuilen. Zelf houd ik ook niet van obers die met hun pink elk gekruld slablaadje afzonderlijk beginnen aan te wijzen. Dat komt lichamelijk te dichtbij. Ze zitten soms zowat met hun vingers in je eten om je op de versgeplukte rozemarijn te attenderen. Dat vind ik raar. Evenmin ben ik ervan gediend dat bedienend personeel zich niets van de conversatie aan tafel aantrekt en er doodleuk doorheen tettert dat de lamszwezerik vandaag is gemarineerd in Sardijnse olie met rucola. Een restaurant is geen museum waar Picasso in de keuken staat, terwijl jij geacht wordt iets lovends over het schilderij te zeggen.'
In de jaren zestig namen zijn ouders hem mee naar het Chinees-Indische eethuis in de Leidsedwarsstraat, destijds het summum van de exotische keuken. Het betere restaurantwezen begon hem pas te boeien nadat hij had ontdekt dat romantisch tafelen een prachtkans bood om het intermenselijk contact te verdiepen. 'Ik herinner me dat ik een vrouw mee uit eten nam naar een Spaans restaurant. Ik werkte destijds in de nachtdienst bij de broodfabriek van Albert Heijn. Die avond joeg ik mijn hele weeksalaris er in één keer doorheen zonder dat ik ergens spijt van had. Het ging alle perken te buiten, maar dat was het me wel waard. Dat heb ik altijd met eten gehad. Ik ga niet krenterig zitten uitrekenen wat iets kost, maar het ergert me als de prijs en de kwaliteit niets meer met elkaar te maken hebben. De prijsstijgingen in de horeca hielden geen gelijke tred met de inflatie, maar met de euro. Het verbaast me dat in de betere restaurants in Spanje nog steeds voorgerechten van zes euro op de kaart staan. Een hoofdgerecht kost twaalf euro, dat heb je hier alleen in eetcafés. Onlangs bleek dat negentig procent van de Spanjaarden nog steeds in peseta's denkt. Ze zitten constant om te rekenen.'
Onsympathieke man
Paul Lohman, de aanvankelijk zo sympathieke, maar allengs verknipter blijkende ik-figuur uit Het diner, heeft met zijn bevallige echtgenote Claire afgesproken in het chique restaurant waar met broer Serge en diens Babette op stand zal worden gedineerd. Serge zit in de politiek. Dat zijn naam als kanshebber op het premierschap circuleert, verschaft de moord op de zwerver door beide vijftienjarige zoons van de hoofdrolspelers een precair aspect. 'Doordat die vader een publiek figuur is, kan hij niet onbevangen nadenken over wat hij met zijn zoon aanmoet. Zijn privéleven is niet langer privé; in zijn overwegingen sleept hij zijn broer mee.'
Koch bet de mond met zijn servet. De serveerster is naast de tafel komen staan. 'Wilt u de zeebaars gebakken of gegrild?' vraagt ze.
'Oei,' zegt de schrijver. 'Wat zou u aanraden?'
'Gegrild.'
'Niet omdat ik slap wil meekletsen, maar inderdaad, ik zou ook denken: gegrild.'
De gedachte dat de knorrige impressie van het poenige sterrenrestaurant minstens zo autobiografisch is als de passages waarin de tol van de roem wordt beschreven, ontmoet een instemmende hoofdknik. 'Bij dit boek heb ik voor het eerst gebruik gemaakt van de kennis die ik opdeed toen ik door Jiskefet een publieke persoon werd. Ik dacht, ik maak er een politicus van, dan komt het minder dichtbij. In die zin heb ik meer sympathie voor die onsympathieke man dan men zou denken. Een politicus is er op uit om door iedereen aardig te worden gevonden. Hij moet voortdurend schipperen en oppassen bij alles wat hij zegt. Het zou zijn carrière verwoesten als hij een fotograaf slaat of zoiets. Als een acteur zou flikken wat Rob Oudkerk heeft gedaan, dan is er niets aan de hand. Dat een politicus extra voorzichtig moet zijn, vond ik interessant voor het boek.'
Het gebeurde afgelopen week op het Koningsplein. Stond hij te praten met een schoolvriend die hij in geen tien jaar had gezien, hoorde hij ineens een lijzige stem: 'Hé meneer Koch, ziet u Michiel Romeyn nog wel eens?' De aangesprokene draaide zich om en keek in de lens van een videocamera. 'Die jongen dacht natuurlijk: wat GeenStijl kan, dat kan ik ook. Ik had er helemaal geen zin in, dus ik zei: "Ik sta hier met iemand te praten." Tegelijkertijd dacht ik: "O jee, hoe sta ik straks op de een of andere site?" Ik heb nog iets gezegd als: "Ik herhaal, ik heb geen spin doctor," maar dat begreep die jongen niet. Daarna ben ik naar hem uitgevallen: "Sodemieter op, nu wegwezen." Hij maakte zich direct uit de voeten.'
Of die keer dat hij met zijn Amalia bij Sluizer zat te eten en het ineens benauwd kreeg. Als bekende Nederlander was hem een tafeltje aan het raam gegund, akelig goed in het zicht van voorbijgangers. 'Waarschijnlijk door een combinatie van geklets en de warmte kwam er een moment waarop ik dacht: als ik nu niet naar buiten ga, kots ik de boel onder. Ik ging een ommetje maken en was twintig minuten later weer terug. Wie de bron van het gerucht was, weet ik niet, maar weken daarna vroegen mensen nog steeds aan me of het wel goed ging met onze relatie. Er zou iets geweest zijn met een ruzie in een restaurant; ik was in ieder geval woedend weggelopen. Ik zit dan zo in elkaar dat ik zo'n verhaal niet erg ga ontkennen. Laat de mensen maar een beetje gissen; dat soort misverstanden vind ik altijd leuk.'
Of neem het hilarische bezoek dat hij met zoon Pablo bracht aan een voetbalkantine in Almere. 'Dat was op de dag waarop risicovolle wedstrijden werden afgelast omdat de politie in staking was. Ineens stormde een cameraploeg binnen, die wilde natuurlijk weten wat de supporters daarvan vonden. Ik zei tegen mijn zoon: "Wegwezen hier." Terwijl ik langs de bar sneakte, hoorde ik ineens: "Hé, Herman Koch daar, snel, camera… Mogen we even wat vragen?" Het overviel me, maar terwijl de camera draaide, zei ik: "Nee, dat is nogal vervelend want mijn vrouw weet helemaal niet dat ik hier ben." Die journalist had meteen iets van: camera uit. Hij trapte er direct in.'
Op zijn kop in de emmer
De serveerster zet de zeebaars met spaghetti, vongole, pesto en rode pepers op tafel. Het glas Domaine Massiac Sauvignon Blanc dat bij het hoofdgerecht hoort, wordt begroet met een quasi-verschrikt: 'Drinken we uitsluitend witte wijn vanavond? Ik mag helemaal geen witte wijn!' Op pagina 53 van Het diner maakt de verteller zich giftig over 'het te pas en te onpas bijschenken van de glazen zonder dat iemand dat had gevraagd'. In geen enkel ander land zou dat gebeuren. 'Alleen in Nederland staan ze om de haverklap aan je tafeltje, ze schenken je niet alleen bij, maar werpen ook nog eens peinzende blikken op de fles wanneer deze leeg dreigt te raken.' Zoals bekend, mag de denkwereld van een romanpersonage onder geen beding worden verward met wat een schrijver vindt, maar in dit geval dringt zich onvermijdelijk de vraag op: zou het wáár zijn?
'Daar heb ik inmiddels mijn twijfels over,' zegt de auteur. 'Ik hoorde laatst van iemand dat in binnen- en buitenland bij restaurants met een Michelinster de wijn altijd wordt bijgeschonken. Misschien heb ik me daar wel in vergist, maar mijn indruk was dat het in Nederland vaker gebeurt dan in het buitenland. Ik vind het niet prettig als mijn glas ongevraagd voortdurend wordt bijgeschonken. Dat doe ik liever zelf. Je merkt dat er soms iets van een versnelling achter zit. En dan laten ze die fles heel subtiel in de koelemmer glijden, zodat je kunt zien dat die leeg begint te raken. Of ze zetten hem uitnodigend op zijn kop in die emmer, wat mag worden opgevat als signaal om een nieuwe fles te bestellen.'
Het wordt wel eens vergeten, maar Koch had al een reputatie als romanschrijver (met het veelgeprezen Red ons, Maria Montanelli) toen Jiskefet in 1990 voor het eerst werd uitgezonden. Hoewel hij inmiddels dertien boeken op zijn naam heeft staan, beschouwt hij zichzelf niet als fulltime auteur. 'Ik sta vrij vroeg op, mijn zoon gaat om acht uur naar school,' zegt hij. 'Rond die tijd begin ik met schrijven, met als gevolg dat ik vaak om tien uur 's ochtends denk, moet ik door of ben ik er eigenlijk wel voor vandaag? Soms werk ik dan nog tot elf, twaalf uur door, maar niet veel langer. Daarna ga ik andere dingen doen. Met anderhalf à twee pagina's per dag ben ik al heel tevreden. Mijn vrouw en ik zitten regelmatig rond half een ergens lekker in een restaurant te lunchen. Omdat mijn Spaanse werkdag er dan op zit.'
Voor de jonge vrouw die ter afronding een parfait en een glas Eiswein serveert, heeft hij een laatste vraag. 'Klopt het dat bij Sourcy tegenwoordig zo'n bolle jeneverfles hoort?'
Hoe interessant - vooral gezien het feit dat het drinkwater dat in Amsterdam gratis uit de kraan komt tot het allerbeste ter wereld wordt gerekend. 'Daar kan geen Evian of Perrier tegenop. Gehoord van een ontwikkelingswerker die in Tanzania waterputten aanlegt.'
Verder lezen
In romans van Herman Koch (1953) draait het steevast om personages die hun omgeving met scepsis doorzien en becommentariëren, zonder zich er al te veel om te bekommeren dat ze er zelf ook deel van uitmaken. Red ons, Maria Montanelli (1989) is een afstandelijke afrekening met het bevoorrechte milieu van de leerlingen van het Montessori Lyceum. In Eten met Emma (2000) wil de protagonist een beroemd schrijver worden, zonder te beseffen wat hij verkeerd doet. Ook in Odessa Star (2003) hunkert de hoofdpersoon naar een spannender leven.
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




