Afbeelding bij Filosoferuh met Rob Wijnberg

Filosoferuh met Rob Wijnberg

Filosoof Rob Wijnberg, zesentwintig jaar jong en vol brille en bravoure, schopt graag heilige huisjes omver. Maar heeft hij geen blinde vlek voor de eigen dogma’s? Een twistgesprek.

Rob Wijnberg, de jonge God van de vaderlandse filosofie, zit niet om meningen verlegen. In zijn nieuwe boek Nietzsche & Kant lezen de krant, een bewerkte bundeling van zijn stukken uit nrc.next, schiet hij met scherp.

Hirsch Ballin? Aftreden die man, want nota bene op zes mei 2008, zes jaar na de moord op Fortuyn, durfde de minister een brief uit te sturen waarin hij de vrijheid van meningsuiting trachtte te beknotten. Dierenrechten? Onzin. Mensen mogen plichten hebben jegens dieren, maar de beesten zelf kunnen hun rechten verwoorden noch claimen. Solidariteit? Daar gaat egoïsme onder schuil, want elk wij-gevoel is gebaseerd op een afzetten tegen een 'zij'.

Niet alleen op papier, ook in levenden lijve blijkt Wijnberg niet bang voor stevige stellingnamen. In het restaurant van hotel The Grand - een rijzende ster ontmoet je op een plek met grandeur - verdedigt hij zijn standpunten met een heilig vuur. Opvallend, want hij vestigde zijn naam met Boeiuh! (2007), waarin hij een portret tekende van een apathische generatie, 'op de hoogte van alles, bewogen door niets', die van mening wisselt als een kameleon van kleur.

In zijn tweede boek, In Dubio (2008), verhief hij de twijfel van zijn generatie tot het hoogste goed. Friedrich Nietzsche, de filosoof met de hamer, opende hem de ogen. Waarheid is een illusie, elke waarheidsclaim een poging het eigen gelijk aan een ander op te leggen. Alleen de diepe twijfel die uit dit inzicht voortvloeit, kan ons bevrijden, schreef hij. Een prikkelende gedachte, maar niet een die tot rotsvaste overtuigingen leidt. 'Elke keer moet ik een drempel over om stelling te nemen,' verklaart Wijnberg. 'Ik denk dat ik misschien wel zo ongelooflijk stellig doe omdat ik uit zo'n twijfelachtige beginsituatie kom. Ik ben columnist. Elke week een keiharde mening opschrijven is ook niet echt te verenigen met mijn ideeën.'

Columns schrijft Wijnberg vanaf zijn veertiende. 'Jarenlang heb ik geoefend. Op mijn negentiende heb ik de drie beste naar alle landelijke kranten gestuurd. De Telegraaf zei wonderwel ja.' Vier jaar schreef hij op de jongerenpagina van de krant van wakker Nederland. Toen nrc.next werd opgericht, greep hij zijn kans om meer de diepte in te gaan. Wekelijks laat hij nu filosofisch licht schijnen in de duisternis van de actualiteit.

Een van zijn stokpaardjes is de vrijheid van meningsuiting, die naar zijn inzicht absoluut is. Ze ontleent haar bestaansrecht immers aan het feit dat niemand voor eens en voor altijd kan bepalen wat 'goed' en wat 'kwaad' is. Zouden morele waarheden wel objectief vast te stellen zijn, dan was elke discussie zinloos en konden we de vrijheid van meningsuiting net zo goed afschaffen.
Mooi, zo'n principiële redenering. Maar komt dat absolute recht in de praktijk niet in aanvaring met een andere bepaling uit de grondwet, het verbod op discriminatie? Neem Wilders' uitspraak 'Geen islamieten Nederland meer in'. Die maakt onderscheid tussen mensen op basis van hun geloofsovertuiging.

'Een taaluiting kan nooit juridisch worden aangemerkt als strafbare discriminatie,' vindt de filosoof, die een fel tegenstander is van de vervolging van Wilders. 'Taal is onderscheid maken tussen dingen. Als je uitingen over groepen strafbaar maakt, kun je het alleen nog maar over de mens hebben. Wanneer je het discrimineren in taal onmogelijk maakt, maak je het spreken onmogelijk.'

'Kankerneger' zeggen is geen discriminatie volgens Wijnberg, zwarten niet aannemen vanwege hun huidkleur wel. Taal en handeling, hij bakent ze netjes af. 'Sommige mensen zeggen dat schelden pijn doet. Maar een belediging is een interne toestand. Die is niet te toetsen. Op het moment dat een gemoedstoestand een criterium wordt voor het in- of uitsluiten van bepaalde opvattingen, kun je bijna alles wel gaan verbieden.'

Bang dat haatdragende ideeën de samenleving ontwrichten als je ze vrij spel geeft, is Wijnberg niet. 'Ik denk dat er een veel grotere chaos ontstaat als je ze probeert te verbieden. Dan krijgen ze veel meer aanhang. Als je ze in het politieke debat toelaat en ze probeert te ontmaskeren, is dat gevaar veel minder aanwezig. We krijgen altijd het Derde Rijk als voorbeeld. Maar Hitler wist juist de vrijheid van meningsuiting compleet aan banden te leggen. De dictator bestaat bij gratie van het stilzwijgen dat hem omgeeft.'

Waar Wijnberg de vrijheid van meningsuiting als onbegrensd ziet, wil hij de vrijheid van godsdienst juist afschaffen. Die twee staan volgens hem op gespannen voet. Dat lijkt wonderlijk, want hij beweert ook dat het onmogelijk is een religieuze opvatting van een andersoortige mening te onderscheiden. En als dat zo is, zijn vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst toch precies hetzelfde in plaats van tegenstrijdig?

'In hun filosofische fundament zijn ze hetzelfde,' legt hij uit. 'Maar ze zijn strijdig in de praktische belofte die ze doen. Vrijheid van meningsuiting is de vrijheid elk wereldbeeld te uiten en te bekritiseren. In de vrijheid van godsdienst zit de suggestie: wij hebben het recht om met rust gelaten te worden.'

Niemand heeft de waarheid in pacht, en daarom is het rijk van de meningsvrijheid onbegrensd, vindt Wijnberg. Een postmodernist in hart en nieren noemt hij zich. Maar niet altijd lijkt hij even consequent in zijn ondergraven van het waarheidsbegrip.

Je schrijft dat het 'bekend' is dat de opwarming van de aarde wordt veroorzaakt door kooldioxide. Maar de waarheid bestaat toch niet? Wetenschappers die dit beweren, zijn toch ook maar mensen die op hun manier macht proberen te krijgen?
'In metafysische zin wel, met dien verstande dat het risico aanwezig is dat je een groot probleem hebt als het klopt.'

Wat bedoel je met 'als het klopt'? Bestaat er dan toch iets als correspondentie met de werkelijkheid?
'Dat moet je interpreteren als een bruikbare, niet als een ware interpretatie. Elke beschrijving is as good as any other afhankelijk van wat je ermee beoogt.'

Je betoont je enthousiast over Obama, die gelooft in vooruitgang op sociaal en technologisch gebied. Daar geloof jij toch juist niet in?
'Nee. Ik vind het filosofische illusies, maar goede politiek. Politiek hoeft zich niet te conformeren aan wat de filosofie dicteert. Politiek moet inspireren. Wil je mensen bewegen om betere mensen te zijn, dan heb je dat soort illusies nodig om ze zich aan vast te laten klampen. De politiek was heel erg geïnfecteerd door de filosofie die heerste: we weten het niet, we gedogen het maar, we hebben de waarheid ook niet in pacht. Daar kwam slappe, ongeïnspireerde politiek uit.'

Maar als deze postmoderne filosofie niet goed bruikbaar is, waarom zou je die dan niet overboord gooien?
'Omdat de filosofie niet in dienst staat van de politiek.'

Je zegt zelf dat overtuigingen niet als doel hebben de waarheid te achterhalen, maar bruikbaar te zijn. Waarom zou dat voor filosofische overtuigingen niet gelden? Waarom daar aan vasthouden als ze onbruikbaar zijn?
'Richard Rorty stelt in zijn boek Contingency, Irony and Solidarity precies die vraag. Als je weet dat de waarheid niet bestaat, hoe kan je het streven naar rechtvaardigheid dan nog billijken, als je je ook nog bewust bent van je toevallige positie daarin? De filosofie heeft altijd geprobeerd een ultieme rechtvaardiging te vinden. Daar moet ze mee ophouden. Dat wil niet zeggen dat filosofie niet tot andere dingen in staat is. Bijvoorbeeld verhalen vertellen die de wereld in een ander daglicht stellen.'

In Wijnberg schuilt niet alleen een postmoderne, maar ook een romantische inborst. In de slotzin van Boeiuh! pleitte hij tenminste voor een 'rehabilitatie van de romantiek'. Wat verstaat hij daaronder?

'Wat ik ermee bedoelde, was dat de overtuigingen van ons hart weer naar ons hoofd moeten overslaan. Ik heb het vermoeden dat wat veel mensen denken ze verlamt in hun maatschappelijk handelen. Je rationele overtuigingen vertellen je dat je in je eentje niets voor elkaar kunt krijgen. Dat is waar, maar als je ze vermengt met in je hart gevoelde motivatie om iets te betekenen, kan je, zonder je overtuigingen overboord te gooien en een idealist te worden, toch iets betekenen.'

Wouter Bos moet een film maken, schrijf je. Om ons hart te bespelen?
'Wilders en Thieme hebben er ook een gemaakt. Maar als Wouter Bos het zou doen, zouden we het misschien opvatten als een populistische move. Terwijl hij precies een soort politiek zonder principes bedrijft dat niet over het voetlicht komt omdat mensen nog steeds principes van hem als politicus verwachten.'

Als hij geen ideologie heeft, wat moet hij dan in die film laten zien?
'Je moet mensen gevoelig maken voor een bepaald lijden. Marianne Thieme maakt ons gevoelig voor het lijden van dieren, Al Gore voor dat van de aarde, Wilders voor dat van onze cultuur. De een slaagt er meer in dan de ander. Wouter Bos zou ons gevoelig moeten maken voor de onrechtvaardigheid die voortvloeit uit de zeer ongelijk verdeelde welvaart in de wereld. Dat is toch waarom hij sociaal-democraat is geworden. In het PvdA-programma staat precies wat hij vindt, onderbouwd met argumenten en met cijfers. Maar dat heeft geen effect meer op mensen, dat overtuigt niet meer.'

In 'Boeiuh!' maak je je er juist druk over dat alle inhoud tegenwoordig wordt verpakt als vermaak.
'Dat je iets verbeeldt, wil nog niet zeggen dat je het opleukt. Je kan ook een serieuze, diepgravende roman schrijven. Het grote probleem waar ik in Boeiuh! mee liep, was dat jonge mensen als zo ongeïnteresseerd worden beschouwd dat alles gezellig, oppervlakkig, kort en simpel wordt gemaakt.'

Je eigen stukken zijn argumentatief en betogend. Waarom kies je zelf niet voor de verbeelding?
'Ja, dat had gekund. Bij Boeiuh! kon ik er heel makkelijk een verhaal doorheen weven. In mijn nieuwe boek was dat lastiger. Het gaat over politieke zaken en er lopen vijftig thema's door elkaar. Mijn volgende boek zal wel een roman zijn. De hoofdpersoon is een man zonder overtuigingen. Hij wordt inhuurbare demonstrant. Het is een innerlijke strijd voor mij die ik graag op papier zet: hoe vertaal je nergens echt in geloven naar gewoon leven? Ik durf me niet te verbinden aan een idee, omdat ik weet hoe ongefundeerd het is. Maar tegelijkertijd moet ik hier, bij dit interview, wel iets vertellen. In dit soort situaties moet je iemand zijn. Deze strijd zie ik bij heel veel generatiegenoten.'

Is er iets veranderd in de houding van jouw generatie sinds je twee jaar geleden 'Boeiuh!' schreef? Hakt de kredietcrisis erin?
'Sinds Obama hebben ze het over de Obama-generatie. Een soort nieuw elan. Ik zie het nog niet zo erg. De meesten hebben het nog te fijn om zich heel druk te maken. Ik denk wel dat er iets zal veranderen als de problemen ook ons gaan raken. Dat begint met een kredietcrisis, maar uiteindelijk zal ook het energieprobleem zich laten voelen. Een van de dingen die ik in mijn nieuwe boek heb geprobeerd, is om een diepere interesse voor dat soort kwesties te wekken. Nu heb ik het idee dat mensen van mijn leeftijd vaak zo overdonderd zijn door de hoeveelheid informatie en de complexiteit van deze problemen dat ze zichzelf al gauw wegcijferen. Ik kan het al niet eens uitleggen, laat staan oplossen, denken ze. En dan keren ze zich ervan af.'

Onverschilligheid en twijfel mogen zijn leeftijdgenoten dan misschien kenmerken, Wijnberg zelf lijkt iemand die recht op zijn doel af gaat. Niet alleen heeft hij een roman in zijn hoofd, ook wil hij aan Columbia University gaan promoveren. De titel van zijn dissertatie weet hij al: In Defense of Nihilism.

'Ik blijf het aantrekkelijk vinden te verdedigen wat niemand verdedigt. Absolute vrijheid van meningsuiting. Apathie. Dingen die normaal als ondeugden worden gezien. Niet om het trucje, maar omdat mijn aard mij daartoe leidt.'

Van de menselijke aard werd in huize Wijnberg in Groningen volop studie gemaakt. 'Mijn ouders zijn allebei psycholoog. Bij ons was het altijd discussiëren aan tafel. Daarvan heb ik dat extreem analytische gekregen. Alles maar willen analyseren, tot je er moedeloos van wordt.'

Ook je eigen psychologische gesteldheid?
'Daar ben ik heel slecht in. Het ging altijd over de emoties van anderen. Het gedrag van mensen die bij mijn ouders in therapie kwamen of van kinderen bij mij op school. De fascinatie voor mensen en de maatschappij die ze vormen, is daardoor wel aangewakkerd. Er is ook wel een link tussen wat mijn vader doet en mijn ideeën. Hij werkt met provocatieve therapie. Wat je daarbij doet, is alles wat iemand vertelt uitvergroten tot hij gaat tegenstribbelen. Een mooi voorbeeld is dat iemand zei: "Ik zie het niet meer zitten, ik wil zelfmoord plegen." Mijn vader antwoordde: wacht, ik ga even het spoorboekje halen, ik kijk even welke intercity voor je langskomt. Op dat moment krabbelde hij in één keer terug: "Wat is dit nu weer? Je moet me ervan af helpen."'

Hoe heb jij je hier door laten inspireren?
'Mijn vader neemt als uitgangspunt - dat is ook best wel postmodern - dat er geen juiste oplossing is die hij moet aandragen door een gedegen analyse te maken. Hij is er alleen maar om de oplossing die er al in zit eruit te trekken. Het antwoord is wat jij ervan maakt.'

Is het geen tijd voor vadermoord?
'Nou, nee. Hij heeft dezelfde ambiguïteit als ik tussen zijn werk en hoe hij is. Bij de opvoeding was het ook niet: doe maar waar je zin in hebt. Er is een scheiding tussen hoe je denkt als psycholoog of filosoof en als mens. Het probleem van de meeste mensen is dat ze te zeer hechten aan hun eigen ideeën. Hoe fundamentalistischer je je daaraan vastklampt, hoe kwetsbaarder dat je maakt. Als iemand je dan aanvalt op je ideeën, valt hij jou zelf aan. Hoe zwakker het verband tussen wat je denkt en hoe je bent, hoe weerbaarder je uiteindelijk wordt.'

Rob Wijnberg, Nietzsche & Kant lezen de krant
De Bezige Bij, 288 pagina’s, € 18,90

Door Tomas Vanheste / 17 maart 2009 / ()