VN MediagidsFilosofe Joke Hermsen schreef vierde roman
12.02.2008
16-02-2008
Mischa Cohen
In de experimentele roman De liefde dus reconstrueert Joke Hermsen een periode uit het leven van Belle van Zuylen waarin ze een conflict in de liefde overwint. Zo nam Hermsen afstand van de relatieproblemen in haar eigen leven. ‘Een midlifecrisis is niet voorbehouden aan mannen.’
‘Kijk,’ wijst ze omhoog, voorbij de slotgracht en de slangenmuur rond Slot Zuylen. ‘Die drie ramen, daarachter lagen de vertrekken van Belle.’ In het ouderlijk kasteel vlak bij Utrecht schreef Belle van Zuylen op haar twintigste haar eerste roman. Le noble verscheen anoniem, leidde tot een klein schandaal en werd door haar ouders uit de boekhandel gehaald. Van Zuylen, later bekend geworden onder haar Franse naam Isabelle de Charrière, woonde tot haar dertigste op het slot, vertelt Joke Hermsen. Ze baseerde haar roman De liefde dus op brieffragmenten van Van Zuylen – en op een grondige kennis van haar leven en werk. ‘Belle had zo’n ontzettende hekel aan deze plek. Vroeger was het rond het kasteel één groot moeras. Vooral haar jaren als twintiger hier waren dramatisch, vol verveling en mislukte huwelijksonderhandelingen. De man op wie ze verliefd was, Constant d’Hermenches, was al getrouwd. Daarna passeerde nog een reeks mannen de revue die terugdeinsden voor haar esprit, zoals moraalfilosoof James Boswell.’
Belle van Zuylen (1740-1805) leek in Slot Zuylen ongetrouwd te zullen wegkwijnen – als eigenzinnige, intelligente vrouw was het kennelijk ook in de achttiende eeuw al moeilijk om aan de man te raken.
Onze eigen Belle
Joke Hermsen, die promoveerde op Belle van Zuylen, Lou Andreas-Salomé en Ingeborg Bachmann en die lange tijd verbonden was aan de vakgroepen wijsbegeerte van enkele Nederlandse universiteiten, heeft met De liefde dus haar vierde roman geschreven. Toch heeft het lang geduurd voor ze zichzelf behalve filosofe ook ‘schrijfster’ durfde te noemen. ‘Ik voel me nog steeds een buitenstaander in die literaire wereld.’ Dat die wereld in toenemende mate bepaald wordt door de commercie maakt het er niet gemakkelijker op, zegt Hermsen. ‘De inkopers van de boekenketens hebben het steeds meer voor het zeggen. Er wordt een bestsellerlijst ingekocht en nog wat titels ernaast en dat is het dan – experimentelere romans en poëzie vallen er buiten. Maar literatuur heeft méér nodig dan de well made novel.’
Film over De liefde dus van Joke Hermsen
De liefde dus is een experimentele roman, zij het een goed leesbare. Hermsen vermengt feiten en fictie en rekt het genre van de historische roman tot het uiterste op. ‘Het boek is geboren vanuit een afkeer van de academische manier van schrijven en redeneren, waarbij je elke zin moet verantwoorden en van voetnoten voorzien.’
Toen ze twintig jaar geleden in Parijs studeerde en bij Mme de Staël las over de bewondering van die schrijfster voor ‘Mme de Charrière uit Nederland’ was Hermsen meteen geïnteresseerd. ‘Het duurde even voor ik doorhad dat het over onze eigen Belle van Zuylen ging. Ik kende haar omdat in Nederland inmiddels haar brievenbundel Ik heb geen talent voor
ondergeschiktheid was verschenen.’
Hermsen was naar Frankrijk vertrokken om er als vervolg op haar studie literatuurwetenschap filosofie te gaan studeren. ‘Parijs was toen de bruisende hoofdstad van de internationale filosofie. Ik dook tot over mijn oren in het poststructuralisme, het was een soort hersenspoeling. Foucault was net dood, helaas, maar ik liep college bij filosofen als Gilles Deleuze, Julia Kristeva en Sarah Kofman.’
Ze promoveerde, schreef een boek over Hannah Arendt en gaf met veel plezier colleges. Maar al die tijd wist ze: je moet niet in Derrida blijven steken. Ze kon zich van het academisme bevrijden dankzij de inzichten van Hannah Arendt. ‘Het poststructuralisme ging vooral over tekst. Wat Hannah Arendt uitdraagt, ondanks haar hartverscheurende analyses over de holocaust, is haar amor mundi. Die liefde wist ze op mij over te brengen. Ik moest hoognodig terug naar de wereld.’
Eigen hachje
Het kwam haar niet slecht uit dat haar academische loopbaan na vijftien jaar vastliep. ‘Filosofie in Nederland is één groot discipelenkoor. Echt op de klassieke manier van de catechisatie: met het oude theologische instrumentarium teksten uitpluizen. Redetwisten over de échte Hegel of de juiste Heidegger, en daar dan een enorme voetnoot bij produceren. Ik ben daar echt op uitgekeken. Nederlandse filosofen houden nooit meer op met herkauwen. En ze zetten geen stap buiten hun ivoren toren.’
Ze verwerkte haar kritiek op de starre conventies van de academische filosofie en de ondergeschoven positie van vrouwen aan de universiteit in de satirische roman De profielschets – daarmee bezegelde ze haar afscheid van een academische carrière. ‘Er kwam uiteraard kritiek van hen die zich meenden te herkennen in het boek, maar ik kreeg vooral bijval: op andere faculteiten lukt het vrouwen namelijk ook niet om de goede banen te veroveren. In Nederland is dat in vergelijking met het buitenland in extreme mate het geval. Tijdens de studie gaat het allemaal goed, maar dan moet je je een plaats zien te verwerven in het jongensnetwerk. Omdat het universitaire bedrijf de afgelopen twintig jaar is uitgehold door steeds nieuwe bezuinigingsoperaties, zeker bij de alfa- en de gammastudies, vecht iedereen aan de universiteit voor zijn eigen hachje. Niemand zit te wachten op nieuwkomers van een andere sekse of een andere kleur.’
Haar vertrek van de universiteit was ook een keuze vóór de literatuur, zegt Hermsen. ‘Ik hield mezelf voor: je moet die last van je schouders werpen, anders schrijf je nooit meer één oorspronkelijke bladzijde.’
45+-rollen
Aan Isabelle Huppert is het te danken dat Hermsen na het proefschrift en de essays die ze aan Van Zuylen wijdde, in haar nieuwe roman bij Belle is teruggekeerd. Ze was vastgelopen in een hedendaagse ‘echtscheidingsroman’. ‘Heel actueel, kijk maar naar dat affiche van de scheidingsbeurs in Utrecht: een vrouw die treurig wegkijkt terwijl ze teder wordt omarmd – door haar man, haar nieuwe minnaar of de tuinman, je weet het niet. Maar mijn boek kwam te dicht in de buurt van mijzelf: mijn eigen relatie leek te stranden, ik leed aan slapeloosheid en twijfelde hoe het verder moest met mijn leven. Het was te dicht op mijn huid.’
In die tijd ontmoette ze Huppert, via een wederzijdse vriendin. ‘We waren in Berlijn, waar de tentoonstelling Isabelle Huppert, la femme aux portraits werd geopend, en Huppert beklaagde zich bij die gelegenheid over het geringe aantal interessante 45+-rollen. Waarom moest ze altijd een hysterica spelen, waarom niet eens een krachtig historisch personage? Ze had begrepen dat Mme de Charrière zo’n vrouw was en toen ik vertelde dat ik een proefschrift over die Belle van Zuylen had geschreven, vroeg Huppert: kun je niet een voorstel voor een scenario sturen? Ik voelde me vereerd, mijn scenario is ook daadwerkelijk bij haar beland, maar Huppert en mijn vriendin raakten gebrouilleerd – ik heb nooit een reactie gekregen op mijn voorstel.’
Met dat scenario had Hermsen wel het begin van de oplossing in handen voor haar eigen writer’s block: haar eigentijdse onderwerp bleek moeiteloos te verplaatsen naar de achttiende eeuw. ‘De centrale vraag die Belle van Zuylen zichzelf stelde – mag je voor je eigen geluk kiezen als je anderen er ongelukkig mee maakt – is immers de vraag die aan de basis van elke scheiding ligt. Moet je je hart volgen of je verstand laten overheersen? Neem je een beslissing op grond van je gevoel, of van rationele overwegingen? Die kwestie was eind achttiende eeuw met name zo interessant omdat deze zich afspeelde op het breukvlak tussen Verlichting en Romantiek. Nadat twee eeuwen lang de ratio overheerst heeft, weet je dat Schopenhauer, Nietzsche en Freud gaan komen. Wat eind achttiende eeuw nog bizar lijkt, het zuivere willen, de kracht van gevoelens en het onderbewuste, gaat het denken beïnvloeden. Er komt aandacht voor het lichaam en zijn driften en ook wat de ontkenning daarvan voor medische gevolgen heeft.’
Boeken of kinderen
Voor het Huppert-scenario had Hermsen de zomer van 1785 gekozen, een periode van crisis in het leven van Belle van Zuylen waarvan weinig feitelijks bekend is. Ze was eindelijk de ware liefde tegengekomen, maar die bleek ook nu onbereikbaar. Zijzelf was getrouwd – met Charles-Emmanuel de Charrière, een Zwitser en voormalig huisleraar van haar broers – en woonde op kasteelboerderij Le Pontet bij het Zwitserse Neuchâtel. Haar geliefde stond op het punt te trouwen met een ander. Er is dan ook een gat in de biografie, ze is maandenlang ‘verdwenen’ uit de historische bronnen. ‘In dat duistere jaar in Belles leven zag ik mijn kans schoon om afstand te nemen van de crisis in mijn eigen leven en toch te schrijven over het conflict dat mij – en Belle van Zuylen – bezig hield, de vraag: ‘wat is geluk?’ en de tegenstelling tussen ratio en gevoel, vrijheid en moraal.’
Dit dramatische jaar, besloot Hermsen, zou ze in haar roman beschrijven. ‘Belle is dan vierenveertig, echt een leeftijd voor een crisis. Zo’n beetje de leeftijd waarop velen zich afvragen: is dit nu alles? Moet de rest van mijn leven er ook zo uitzien?’ Ja, zegt Hermsen, dat was ook ongeveer haar eigen leeftijd tijdens haar relatieproblemen. ‘Een midlifecrisis is niet voorbehouden aan mannen. Misschien komt het bij vrouwen zelfs wel harder aan. De kinderen zijn zelfstandiger, vader en moeder zitten plotseling weer samen aan tafel en weten niet wat tegen elkaar te zeggen.’
Het gezin, ze heeft het vaker gezegd, is een vorm van terreur, omdat het van een liefdeskoppel een organisatorische eenheid maakt. ‘Het is moeilijk om daarbinnen de liefde te bewaren.’ Anders dan schrijfsters met wie ze zich verwant voelt (‘Charlotte Mutsaers, Marjolijn Februari’) en anders dan haar grote voorbeelden koos Hermsen wel voor kinderen. ‘Plato schreef: óf boeken óf kinderen. Ik gaf mijn proefschrift als motto mee: én kinderen én boeken. Daarin heb ik mijn heldinnen niet gevolgd. Lou Andreas-Salomé en Ingeborg Bachmann waren filosoof en schrijver en kinderloos. Net als trouwens Simone de Beauvoir, Hannah Arendt, Carry van Bruggen, Simone Weil, Virginia Woolf. Én Belle van Zuylen, die trouwens niet als keuze, maar tot haar verdriet kinderloos is gebleven.’
Rationele geest
De liefde dus is deels vanuit het perspectief van Belle geschreven, in de vorm van brieven en dagboeken, deels vanuit het perspectief van haar geliefde. Hermsen weet aannemelijk te maken dat die geliefde de bankier Charles Jean-Samuel D’Apples is geweest. De dagboeken waaruit wordt geciteerd, laat Hermsen door D’Apples uit Belles Parijse appartement ontvreemden. In werkelijkheid zijn er overigens nooit dagboeken gevonden van Van Zuylen die, discretie voor alles, een vriendin opdroeg na haar dood alle brieven en andere privéteksten te verbranden.
Bij het verschijnen van de vorige roman waarin Hermsen historische feiten en fictie vermengde, Tweeduister, over de Bloomsburygroep, verweet criticus Elsbeth Etty haar dat ze zich Virginia Woolf had ‘toegeëigend’. Ze schreef in NRC Handelsblad: ‘Sommige auteurs zijn me te lief om te worden misbruikt door gemakzuchtige parasieten. Handen af van Virginia Woolf.’
Terwijl Virginia Woolf niets anders deed dan feit en fictie vermengen, zegt Hermsen. ‘Volgens haar mocht de historische werkelijkheid door een literaire biograaf gemanipuleerd worden, zodat the light of personality may shine through.’ Ze is niet bang voor een actie ‘handen af van Belle van Zuylen’. ‘Zelfs de fanatiekste fan van Belle van Zuylen zal inzien dat het me juist dankzij de verbeelding is gelukt om haar innerlijke strijd te reconstrueren. Met dit boek ben ik daarin verder gekomen dan met mijn proefschrift.’
Schrijven met de pen van een achttiende-eeuwer ging Hermsen goed af doordat Van Zuylens stijl moderner is dan die van haar tijdgenoten. Het Frans, de taal waarin ze oorspronkelijk schreef, is in ruim twee eeuwen veel minder veranderd dan het Nederlands. Maar belangrijker is nog dat Belle in dat Frans heel Hollands recht op haar doel afgaat; daardoor ontbreekt het wollige van Franse teksten uit die tijd. ‘Ze is een kritisch rationele geest, heel onderzoekend, geïnteresseerd in wetenschap, wis- en natuurkunde, een achttiende-eeuwse duizendpoot. Ze schreef romans, politieke pamfletten én ze componeerde. Je ziet bij haar het moeilijke stadium tussen Verlichting en Romantiek, haar grote probleem is de voortdurende tweespalt: moet je nu de logische wetten van het verstand volgen of moet je luisteren naar wat je gevoel je vertelt.’
Kuisheidsgordels
Hoezeer ze de twee elementen ook heeft vervlochten, verwarring tussen letterlijke citaten van Van Zuylen – er staan er zo’n vijftig in het boek – en de tekst van Hermsen is niet echt mogelijk. ‘Iedereen zal merken dat mijn stijl te indiscreet is voor de achttiende eeuw, en dat er in mijn tekst eigenlijk een te groot besef van het “ik” is voor een achttiende-eeuwer. Ik moest aan de ene kant de indiscretie en het narcisme van de eenentwintigste eeuw laten zien, maar Belle van Zuylen moest als achttiende-eeuwse geloofwaardig blijven.’
Hermsen laat de zieke en ongelukkige Belle van Zuylen in 1785 naar Parijs reizen om bij de arts en alchemist Cagliostro genezing te zoeken voor haar waarschijnlijk psychosomatische klachten. Hermsen: ‘Dat ging toen hysterie heten, een ziektebeeld dat aan de vrouwelijke seksualiteit werd gekoppeld. Hoe hysterischer die vrouwen waren, hoe strakker de kuisheidsgordels werden aangesnoerd.’
De graaf van Cagliostro werd in zijn tijd afwisselend beschouwd als genie, charlatan, ketter en mysticus. Later in hetzelfde jaar 1785 zou hij een halfjaar worden opgesloten in de Bastille omdat zijn naam werd genoemd in de diamanten halssnoer-affaire, een voorspel tot de Franse Revolutie. ‘Zijn ideeën over de invloed van de geest op het lichaam lopen vooruit op die van Freud, zijn theorie over de zuivere wil verwijst naar Nietzsche. De graaf was new age op zijn achttiende-eeuws. Hij gaf Belle een soort homeopathische druppels, deed aan handoplegging, práátte met haar. Wat hij verder ook met haar gedaan mag hebben, ze voelde zich er een stuk beter door.’
Zonder dat zij dat weet, is haar geliefde Belle in Hermsens roman achterna gereisd. Als ze dat ontdekt, is er dus nog een laatste kans om te kiezen tussen terugreizen naar haar wettige echtgenoot in Zwitserland en een nieuw leven met haar grote liefde. Naar Amerika wil Charles Jean Samuel met haar, naar een nieuwe wereld, ver van de knellende maatschappelijke banden in de oude. ‘Nu kwam het er echt op aan voor Belle van Zuylen,’ zegt Hermsen. ‘Haar hele leven schreef ze er al over, maar nu moest ze werkelijk kiezen tussen haar gevoel en de conventies. Tussen haar liefde voor Charles en die voor haar ouders die ze nooit verdriet wilde doen. Tussen haar minnaar en de echtgenoot die ze niet wilde kwetsen.’
Dat Belle van Zuylen uiteindelijk kiest voor haar huwelijk was een historisch feit waar ook de eenentwintigste-eeuwse schrijfster niet omheen kon – al maakte Hermsen in haar eigen leven een andere keuze. ‘Belle lijkt eerst haar liefde te volgen, weifelt, en keert ten slotte terug naar haar echtgenoot en zijn doodsaaie kasteelboerderij. Daar zal ze blijven wonen tot haar dood, twintig jaar later.’
Joke Hermsen: ‘De liefde dus’.
De Arbeiderspers, 336 pagina’s, € 18,95
- Republikeins extremisme De interessantste onafhankelijke bronnen over ultra-conservatief Amerika en de meest radicale sites en blogs
- Anton Corbijn De populaire cultuur van Anton Corbijn
- Framing Wat is de wetenschappelijke basis van politieke framing? En wat zijn bekende frames uit de Nederlandse politiek?
- Politieke satire in de VS De beste sketches van Republikeinse presidentskandidaten
- Kernbom Iran Hoe gevaarlijk is de Iraanse kernbom?



