Een moorddadig theekransje
Twee weken geleden werd de Vlaamse woning van Edgar van Lent tot drie keer toe beschoten. Heeft de gedetineerde drugshandelaar te veel gebabbeld? Hij en zijn broer zijn kroongetuigen en verklaren uitvoerig over de vele moordplannen op Willem Holleeder.
Gezellig was het. Ze kwamen bij elkaar over de vloer, keuvelden wat, wandelden door de lommerrijke omgeving, aten een ijsje. De in België neergestreken Nederlandse criminelen John Mieremet, Marco Eijk en de broers Edgar en Pieter van Lent zagen elkaar frequent, vooral in de eerste maanden van 2004. Onderwijl lieten ze hun gedachten de vrije loop over hoe Willem Holleeder te vermoorden.
Met name Mieremets villa in Neerpelt was een geliefde ontmoetingsplaats. Edgar van Lent kwam er bijkans elke dag in die periode. Maar als het over concrete plannen ging, dan gebeurde dat buiten de deur. ‘John wilde nooit in zijn huis of in de auto over vertrouwelijke zaken spreken,’ zegt Edgars broer Pieter in een verklaring bij de politie op 7 november 2006. ‘Hij dacht constant dat hij werd afgeluisterd. Hij hield er ook rekening mee dat ze hem wilden vermoorden.’
Al snel komen Pieter en Edgar erachter voor wie Mieremet bang is: zijn ‘aartsvijand’ Willem Holleeder. ‘Voor wie hij het echt warm had,’ aldus Pieter. Hij legt uit wat Mieremet daarmee bedoelde: ‘Dat Holleeder degene was door wie hij vermoord zou worden.’ Mieremet richtte zijn hoop op de broertjes. ‘Hij was dringend op zoek naar een moordenaar.’
Johnny Mieremet was niet de enige. Ook Willem Endstra zocht begin 2004 naar een betrouwbare hitman. De vastgoedman had in de voorgaande periode vele gesprekken gevoerd met rechercheurs van de Criminele Inlichtingeneenheid. Daarin zei hij te worden bedreigd en afgeperst door Holleeder. Maar witwasser Endstra kwam niet tot een vergelijk met de opsporingsambtenaren. Hij wilde geen aangifte doen. En zonder aangifte wilde de politie Holleeder niet arresteren.
Eind januari brak Endstra de gesprekken af. De geplaagde ondernemer gooide het over een andere boeg, suggereren de broers Van Lent in hun verklaringen. Volgens hen sprak Mieremet ‘voortdurend’ met Endstra over plannen om Holleeder uit de weg te ruimen. ‘Iedereen die ze op dat moment om zich heen hadden en die ze vertrouwden, hebben ze gevraagd.’ De verzoeken worden neergelegd bij de broers en hun maat Marco Eijk, een beruchte drugshandelaar en een kennis van Willem Endstra. Ook worden Edgar en Pieter van Lent naar eigen zeggen benaderd door een vertrouwenspersoon van de vastgoedman, de IJmuidense Hells Angel ‘Grote’ Willem P. De liquidatieacquisitie is dus in volle gang in de eerste maanden van 2004. Het leidde tot veel speculaties. Pieter van Lent: ‘En iedereen hoort het dan weer van elkaar.’
Snoeiharde gangster
De verklaringen van de gedetineerde Pieter (38) en Edgar (34) van Lent dateren van eind 2006. De broers waren eerder in Duitsland veroordeeld tot lange gevangenisstraffen voor drugshandel, die ze uitzitten in Nederland. In ruil voor strafvermindering zijn ze gaan praten. Hun woorden spelen een rol in de onderzoeken naar verscheidene liquidaties, net als de verklaringen van Giuseppe la Serpe, de kroongetuige die volop heeft verhaald over moord en doodslag in het Nederlandse milieu.
Waar La Serpe vooral de hoofdstedelijke scene in kaart brengt, schetsen de broertjes hoe net over de grens meerdere complotteurs hun plannen smeden. Het begint volgens de Van Lents met een miljoen euro voor hun vriend Marco Eijk. Hij moet de klus te klaren. De dan zevenenveertigjarige drugshandelaar Eijk is een grote naam in het milieu. Hij is in het Belgische Neerpelt de buurman van John Mieremet – de Delftenaar kocht de villa van Mieremets maatje Sam Klepper na diens gewelddadige dood in 2000.
De broers Van Lent zetten hun zakenpartner Eijk neer als een snoeiharde gangster die zijn hand niet omdraait voor een moord meer of minder. Edgar van Lent geeft een voorbeeld. Hij kent het verhaal van een afnemer die de door Eijk geleverde cocaïne niet wilde betalen. ‘Hij heeft de man samen met iemand anders vermoord. De man is vervolgens in stukken gesneden en door het riool gespoeld.’ In het verhaal van Van Lent is Eijk de criminele macho die het zelfs opneemt
tegen de grootste drugsbazen uit het zuiden, zoals Peter van D. en Piet S., die volgens Edgar ‘doodsbang’ waren voor Eijk.
Het is deze xtc-handelaar die de broers vertelt over dit eerste verzoek van Mieremet en Endstra om Willem Holleeder op te ruimen. Volgens Pieter van Lent wilde Eijk de opdracht uitbesteden aan Ron W. uit Schiedam, ‘een grote gozer met blond haar’. Die zou op zijn beurt de daadwerkelijke moordenaar regelen, George K., ‘een lullo met een staartje’.
Dat is plan één. Maar er is in die eerste maanden van 2004 nog een begin gemaakt met een tweede ‘moordfinanciering’. Via een wederzijdse kennis kreeg Marco Eijk een ‘lening’ van 2,3 miljoen euro van Willem Endstra. Volgens Pieter van Lent is dit bedrag bemiddeld door een met Endstra bevriende zakenrelatie, Leen Bosnie. Via een in Zwitserland gevestigde Panamese vennootschap zou dit geld bij drugshandelaar Eijk terechtkomen, vermomd als hypotheek op een nieuw te kopen pand. Pieter: ‘Ons vertelde hij dat het geld was van een opdracht van Endstra om Holleeder op te ruimen.’ Edgar meldt dat er een Rotterdamse advocaat bij werd betrokken. ‘Advocaat H. heeft het nodige geregeld in Zwitserland. H. was niet op de hoogte van deze moordplannen. H. regelde alleen de administratieve afhandelingen.’
En dan is er nog een derde scenario. De broers worden die dagen benaderd door een andere Endstra-vertrouweling, de IJmuidense Hells Angel ‘Grote’ Willem P. Tijdens een ontmoeting in wegrestaurant De Witte Bergen aan de A1 laten de broers aan P. weten dat ze de opdracht aannemen. ‘Toen hebben wij hem een lulverhaal verteld over een bom. Wij waren een beetje cowboyverhalen aan het vertellen. Als Willem met een sterk verhaal kwam, kwamen wij met een sterker verhaal.’
Dat ging zo. De broers zouden in het Amsterdamse clubhuis van de Hells Angels een bom tot ontploffing brengen op het moment dat Holleeder daar was. Een ‘lulverhaal’ dus. Maar Grote Willem neemt het serieus en zoekt nog meer samenzweerders. Hij stapt naar de president van de Amsterdamse Angels, ‘Big’ Willem van Boxtel, om hem in het complot te betrekken. Die voelt er niets voor, maar daarmee is het verhaal out in the open. Pieter van Lent: ‘Het verhaal “bom” is toen een eigen leven gaan leiden en dan moet je niet raar opkijken als een Holleeder of een Harry (Harry S., een invloedrijke Amsterdamse Angel en vriend van Holleeder) daar ook van horen’ (zie ook het crimedossier: ‘Een gefabuleerde bom’).
Wederzijds wantrouwen
Drie moordplannen, twee grote geldbedragen, geen aanslag. Hoe serieus zijn de verhalen van de Van Lents? Het klinkt in eerste instantie allemaal weinig aannemelijk. Leen Bosnie, die volgens de broers bemiddelde tussen de beoogde moordenaars en Willem Endstra, liet eerder schriftelijk aan Vrij Nederland weten: ‘Ik heb nooit met Endstra over een mogelijke aanslag op Holleeder gesproken en ik heb geen idee waarom de gebroeders Van Lent (die ik niet ken) mijn naam noemen’ (zie ook crimedossier www.vn.nl: ‘Vriend van Endstra weet niets van aanslag’).
Maar feit is dat er in die tijd in de Nederlandse onderwereld een dodelijke controverse gaande was over bij Endstra belegde gelden. Willem Holleeder leeft, maar enkele van de hoofdrolspelers uit het ‘andere kamp’ zijn inmiddels vermoord: Marco Eijk (april 2004), Willem Endstra (mei 2004) en John Mieremet (november 2005). In dat rijtje past Endstra-adviseur Bram Zeegers ook (oktober 2007). Het was volgens getuigen – onder wie neef Arnold Endstra – Zeegers die probeerde om Mieremet via diens advocaat te overtuigen dat er een oplossing moest komen voor het probleem Holleeder. Arnold Endstra: ‘Om Holleeder uit het veld te ruimen.’
Als het allemaal waar is, waarom waren de samenzweerders dan niet ‘succesvol’? Daarvoor geven de Van Lents ook een verklaring. Niemand is te vertrouwen, te beginnen bij henzelf. Pieter van Lent: ‘Wij hebben nooit de intentie gehad om iemand te vermoorden. Wij wilden er alleen maar geld aan verdienen en dit zou een mooie manier zijn. We wilden de boel gewoon oplichten, meer niet. (…) Als je benaderd wordt om iemand te vermoorden dan kan het dat je dat echt wil, wat wij dus niet wilden. Of je licht hem op en denkt: als we geluk hebben, wordt hij toch wel door een andere opgeruimd en dan hebben wij die poen.’
De boodschap? Beroepsethiek is een schaars goed in het milieu. Met als gevolg dat het wederzijds wantrouwen gigantisch is. Ook als je een gemeenschappelijk doel hebt, in dit geval de liquidatie van Holleeder. Dat blijkt wel uit de opmerkingen van Pieter van Lent over de financiering van de moordopdracht. Hij denkt dat Mieremet tegen Endstra heeft gezegd: een moord kost 5 miljoen euro; 2,5 voor jou, 2,5 voor mij. Vervolgens zou Mieremet zelf 1 miljoen hebben geboden aan Marco Eijk om de klus te klaren. Dus zijn aartsrivaal Holleeder zou uit de weg worden geruimd en Mieremet zou er zelf nog 1,5 miljoen aan verdienen. Pieter: ‘En die spelletjes, dat heeft hun allemaal opgebroken natuurlijk. Dat kunnen ze niet laten. (…) Mieremet wilde graag Holleeder uit de weg ruimen en wilde natuurlijk het liefst dat Endstra daarvoor betaalde.’
Dubbelspel
Maar waar de pijn echt zit, is bij de vijfde samenzweerder, menen beide Van Lents. Er was namelijk nog een gemeenschappelijke kennis die van de complotten wist. Walter W., ook een criminele Nederbelg, maar eentje die wedde op meerdere paarden. Walter sprak ook met de ‘tegenpartij’, stelt Pieter van Lent. Daarmee doelt hij op het kamp-Holleeder. Hij noemt specifiek de naam Dino S., een vriend van Holleeder, die wordt gezocht door justitie. Dino S. is door kroongetuige Giuseppe la Serpe neergezet als de opdrachtgever achter verscheidene liquidaties. Pieter: ‘Dus als Walter het aan deze kant oppakt en hij haalt het geld op om iemand te vermoorden en hij regelt aan de andere kant dat de man die al betaald heeft weg is, heeft hij de poen en heeft hij niks gedaan.’ Nee, Pieter heeft zo zijn vermoedens. ‘Ik denkt dat Walter achterlangs is gegaan naar die jongens in Amsterdam en het daar allemaal verteld heeft. Ik denk dat hij dubbelspel gespeeld heeft.’
Tja. Het waarheidsgehalte van de Van Lent-verklaringen wordt flink betwijfeld. ‘Ze zijn vergeten te melden dat Osama bin Laden een regelmatige bezoeker van Angels Place was,’ sneerde een advocaat in Het Parool. Hoe dan ook, voor justitie zal het een middel zijn om dodelijke vetes in het milieu bloot te leggen en de vermeende daders en opdrachtgevers aan te pakken.
Voor zover ze nog leven, natuurlijk. Want of het komt door het gebabbel uit België – door de Van Lents, door verraderlijke anderen – of dat het andere oorzaken heeft, is niet duidelijk. Maar zoals Pieter van Lent zelf zegt: ‘Het is opmerkelijk dat iedereen die betrokken is bij de opdracht om Holleeder te vermoorden, zelf vermoord is en dat Holleeder nog niet dood is.’ Die conclusie loopt deels spaak, want de Van Lents leven nog. Of was de kogelregen op de villa van Edgar een niet mis te verstane waarschuwing?
