'Een goed verhaal' - Mensje van Keulen

Je verhalenbundel Een goed verhaal noemen is niet bepaald een lichtzinnige stap: dan dien je kwaliteit te leveren. Maar de doorgaans bescheiden opererende Mensje van Keulen (1946) bindt met die titel de kat niet op het spek. Over de gehele linie is haar vorige verhalenbundel, Het andere gezicht (2003), positief tot juichend ontvangen. En ja, ook de zes nog minimalistischer verhalen in Een goed verhaal tonen dat ze het kan: op de korte baan puike literatuur scheppen.

Interessant aan deze bundel is dat daarin de twee sporen die zij als verhalenverteller volgt, zo duidelijk zichtbaar zijn - soms ook binnen één en hetzelfde verhaal. Het eerste verhaal, 'De eerste man', over een oude vader die na decennia van afwezigheid weer terug in het leven van zijn volwassen dochter probeert te komen, eindigt met alledaagse horror. Die dochter gaat op de uitnodiging in, maar niet dan nadat ze haar vaders nieuwe liefde eventjes afdoende geïntimideerd en weggetreiterd heeft. Hij was de eerste man in haar leven en hij zal het weten.

Zo'n wending binnen het verhaal volgt uit Van Keulens hang naar huiselijke gothic - op de wijze van Roald Dahls Tales of the Unexpected. Nog doller wordt het in 'Zand' waarin een man na bittere verwijten van zijn echtgenote over zijn voorbije overspeligheid - gevangen in een schitterende, vertwijfelde monoloog - naar het strand gaat om uit te blazen en daar ellenlang, tot in elk niet-functioneel ziek detail beschreven, door een grote neger wordt verkracht.

Het tweede spoor dat Van Keulen volgt, is dat van de slice of life-literatuur, waarbij de stille wanhoop, het redeloze verdriet en het innerlijk huilen op de loer liggen, als in het voorbeeldige proza van Raymond Carver. Zo besluit de hoogzwangere Kim in 'Laatste wens' na een ontmoeting met een terminaal zieke, oudere, beschaafde heer haar proleterige, voortratelende man te verlaten.

Wat mij betreft ontwikkelt Van Keulen die slice of life-kant nog meer, laat ze de franje (een gezochte plot, al te opzichtige bizarriteiten) achter zich en beschrijft ze sec de tot een conflictsituatie teruggebrachte situatie waarin haar al te menselijke personages zich bevinden.

Wat daar nu al op wijst, is haar zeer vaardige gebruik in alle zes verhalen van de innerlijke monoloog of van een monomane woordenstroom, die zo'n verhaal boven een schets uittilt en ze algemeen menselijke zeggingskracht verleent. Het diepst snijdt ze als ze daarbij irrationeel gedrag toont, zoals dat van Paula in 'Bedevaart', die dronken een mannenurinoir bepotelt: 'Ze haalt haar vingertoppen door de gele stroperigheid die onder haar nagels kruipt. Lager, nog lager, tot de bodem, Paula.'

Mensje van Keulen, ‘Een goed verhaal’,
Atlas, 160 pagina’s, € 17,50

Door Jeroen Vullings / 10 maart 2009 / ()