VN Mediagids'Doodverf' - A.F.Th. van der Heijden
Recensie 20.06.2009
A.F.Th. Van der Heijden lichtte uit ‘De tandeloze tijd’ de verhaallijn over de zogeheten Gipsmoord en herschreef die tot de roman Doodverf. Hergebruik om in de smaak te vallen van liefhebbers van de literaire thriller? Daarvoor is het verhaal te duister. En te goed.
Author's cut
Waar we niet van opkijken: als een schrijver die succes genoot met een roman later de oerversie van dat boek publiceert, of als die postuum verschijnt.
Zeldzamer is het als een schrijver een eerder verschenen boek herneemt en herschrijft. En waarom ook niet: tenslotte heeft iedere filmregisseur eveneens recht op zijn director's cut, waarin zijn creatie eindelijk concessieloos getoond kan worden.
Maar hoe moeten we het duiden als een schrijver die periodiek een publiekslieveling is maar over succès d'estime nooit iets te klagen heeft gehad, de roman waarmee hij twaalf jaar geleden nota bene de Generale Bank Literatuurprijs won (officieus: de AKO Literatuurprijs), omvormt tot een thriller? Uit zijn roman fleuve 'De tandeloze tijd' lichtte hij, zo schrijft hij in de 'Verantwoording' van Doodverf, 'met de schaar in de hand', de verhaallijn over de zogeheten Gipsmoord, 'om die via een proces van herzien, aanvullen, herordenen en opnieuw monteren tot een roman te verzelfstandigen'. Kortom: wat bezielt A.F.Th. van der Heijden (Geldrop, 1951) om toonaangevende literatuur een beetje te gaan zitten verthrilleren?
Daar kan hij uiteraard alleen zelf antwoord op geven, maar hij laat dat na in die 'Verantwoording' - dus dwingt hij ons tot gissen. Doodverf verschijnt in de Maand van het Spannende Boek, het onderwerp is een moordzaak, dus je hoeft geen whizzkid te zijn om te zien dat A.F.Th. zich hiermee nadrukkelijk op het monetaire pad van de literaire thriller begeeft. Ook de uitvoering van het boek vormt een breuk met de rest van zijn gesoigneerd en meestal gebonden uitgegeven oeuvre: we houden een ronduit afzichtelijke paperback in handen, de gebruikte kleuren zijn zwart en wit en de majeure letters glanzen ons ordinair toe. De subtekst: welkom in de wereld van al die schrijvende Vinex-moeders met hun vettig populaire polderthrillers.
Simpel leesmoment
Is het de bedoeling het lezerspubliek hiermee te verversen, te verjeugdigen, uit te breiden? Moeten de minder geletterden verlokt worden, bij wijze van literaire evangelisatie? Zo'n zet zou je toch eerder verwacht hebben na De Movo Tapes, het in 2003 verschenen nuldeel van zijn jongste cyclus 'Homo duplex', en niet na zijn recente succes Het schervengericht (2007).
Als de receptie- en drukgeschiedenis van één boek de kentering in het literaire klimaat kan tekenen, dan is het wel De Movo Tapes. De kritieken waren welwillend tot juichend, maar de verhoopte nieuwe lezersschare bleef uit. De eerdere Van der Heijden-lezers stortten zich niet massaal op deze ambitieus ingezette, complexe romancyclus. De grote lezersschare grijpt tegenwoordig liever naar literatuur light, naar simpele boeken door simpele schrijvers voor lezers die een simpel leesmoment wensen. Het verschil tussen 1996, toen Het hof van barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras tegelijkertijd verschenen, samen deel drie van 'De tandeloze tijd', A.F.Th.'s éígen De Kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren, en 2003 met De Movo Tapes, is dat de canonvorming inmiddels is verdwenen - en daarmee het besef dat het moeilijke genot dat literatuur heet meestal inspanning vereist.
Een 'gelaagd' schrijvende auteur als Van der Heijden was in 1996 nog de laatste grote schrijver die - sinds Vallende ouders uit 1983 - voor even oude en jongere collega's de norm zette hoe er geschreven moest worden. Dat is inmiddels verleden tijd, ook al is Het schervengericht gunstig onthaald in de kritiek, bekroond en een bestseller.
Moord als pas op de plaats
De reden daarvan is dat zich in de jaren na 1996 in ons taalgebied een literary landslide voltrokken heeft: de roman als vormexperiment of die waarin de constructie en de wijze van vertellen bevraagd worden, de postmoderne roman waarin het spel tussen schijn en werkelijkheid centraal staat, met metabespiegelingen over het schrijven zelf, die roman dus is vrijwel verdwenen. In plaats daarvan regeert de (doorgaans psychologisch-realistische) roman waarin eerst en vooral een verhaal verteld wordt, in het gunstigste geval zo'n verhaal met reliëf, indringende beelden, sprekende details zoals Amerikaanse voorbeeldschrijvers die schrijven.
Ten teken van de hegemonie van het verhaal staat eveneens dat in de jaren zeventig nog gelaakte ironisch realisten als Mensje van Keulen nu eindelijk en terecht unanieme erkenning krijgen. En wie thans zo'n typische Revisor-auteur van weleer leest als Nicolaas Matsier, bijvoorbeeld diens novelle De eeuwige stad (1982), ervaart hoe verouderd en verstoken van literaire urgentie dat is. A.F.Th. was altijd een schrijver die, na zijn begintijd als Patrizio Canaponi, het sterkste van beide schrijfpraktijken - de postmoderne vormbeoefening en het verhalen vertellen pur sang - wist te combineren, zelfs tot een synthese wist te vormen, en dat verklaart waarom 'De tandeloze tijd' nog even leesbaar is als bij verschijnen.
Zo ook het derde deel van die cyclus, bestaande uit Het hof van barmhartigheid (eerste boek) en Onder het plaveisel het moeras (tweede boek), waaruit Van der Heijden Doodverf peurde. Tezamen 1419 pagina's. Doodverf telt 364 pagina's. Zulk schrapwerk is op zich al een hele prestatie, al is A.F.Th. geen woordkarige elsschottiaanse schrijver en moet hij het juist hebben van taalflonkering, bijzin, barokke beschrijving en omspelende beweging. Aan een strakke plot liet hij zich nooit veel gelegen liggen - met uitzondering van Advocaat van de hanen (1990) waarin die ingebed is in de volle wereld van Albert Egberts, zijn familie, vrienden en kennissen. Moord is doorgaans A.F.Th.'s romaneske 'oplossing' waarmee zijn schier eindeloos uitdijende universum een pas op de plaats maakt, een verhaallijn tot een einde komt.
Simpelweg 'Gesù Porporà'
In Doodverf haalt Van der Heijden het verhaal van de Napolitaanse kinderhandelaar Gesù Porporà naar voren; diens boosaardige praktijken vormen de rode draad, anders dan in 'De tandeloze tijd' waar het vooral om Albert Egberts draait. Het boek eindigt nu ook met Gesù, wiens duistere verhaal daarmee af is.
De tweede grote ingreep in Doodverf is de benaming van de hoofdstukjes; de oorspronkelijke titels maken hier plaats voor de naam van het personage waar het in zo'n hoofdstuk om gaat. Zo wordt 'Gunboat diplomacy' simpelweg 'Gesù Porporà'. Het vertelperspectief blijft alwetend, maar de nadruk via de hoofdstuktitels op steeds weer dezelfde personages vergroot de vertelvaart.
Het derde wat bij Van der Heijdens 'montage' opvalt is dat hij zo'n oorspronkelijk hoofdstukje nogal eens drastisch inkort; alles wat afleidt van de twee verstrengelde verhaallijnen verdwijnt, zeker de vaak cerebrale overwegingen van een personage. De eerste lijn: Gesù Porporà's gedoe met illegale adoptiekinderen en later met diens voorbereiding en transport van Thaise met heroïne opgevulde babylijkjes. De tweede: de noodlottige dans des doods die de met zijn heroïneverslaving kampende Albert en zijn vrienden Flix en Thjum gedrieën volvoeren, tot Thjum door Flix' toedoen eraan gaat.
Ten laatste: ook op microniveau is Van der Heijden danig in de weer geweest, met minieme veranderingen die steevast ervoor zorgen dat de personages meer in-character zijn. Als Gesù in Onder het plaveisel het moeras mijmert over de historische herkomst van heroïne, staat er nog: 'Het was tekenend genoeg ook een Brit die, eind vorige eeuw, net zo lang met morfine aan het klooien ging tot hij... nu moest Gesù even nadenken, scheikunde was in de tijden van Don Borelli nooit zijn sterkste vak geweest... tot hij diacetylmorfine kreeg.' De verandering voltrekt zich in Doodverf in het laatste deel van de slotzin: '... tot hij diacetyl-en-nog-wat kreeg.' Dat past beter bij de selfmade straatjongen Gesù.
Het is duidelijk waar Van der Heijdens vlijt toe geleid heeft. Niet alleen heeft hij, als gebruikelijk in een thriller, de plot tot vehikel van de andere verhaalingrediënten gemaakt. Ook heeft hij een chronologisch ankerpunt gecreëerd door zijn romanreeks over Alberts filosofische notie 'leven in de breedte', waarin heden, toekomst en verleden elkaar hoofdstukgewijs afwisselen, terug te brengen tot de dramatische gebeurtenissen in het najaar van 1977.
Aldus heeft hij, modern gezegd, een nieuw instapmoment geschapen, dat tegelijk houvast biedt voor de andere delen van 'De tandeloze tijd'. En, anders dan de 'proloog' De slag om de Blauwbrug, geen beroep doet op het literaire geduld van de hoogst sensitieve lezer, maar die thans veronderstelde liefhebber van rauw realisme direct bevredigt met heavy stuff: infanticide, kinderporno, prison rape, een junk die cold turkey gaat, moord onder kunstenaars.
Daarmee is Doodverf niet opeens een Gouden Strop-kanshebber: te literair. Tenslotte moet de doorsneethriller het niet hebben van A.F.Th.-geschenken als stijl, metaforiek en een uiterst verontrustende portee - het kwaad blijft onbestraft en sympathiekelingen gaan naar de verdommenis. Da's maar niks voor de genreverslaafde consument van 'het spannende boek'.
Doodverf is vooral een román met een sterk verhaal geworden. A.F.Th.'s lepe revitalisering van 'De tandeloze tijd' - de auteur heeft ons mettertijd nog een nieuw deel beloofd - is daarmee ronduit geslaagd te noemen. De vaste Van der Heijden-lezer wist heus wel wat deze schrijver te bieden heeft. Maar door diens labyrinthisch megaproject-in-aanbouw 'Homo duplex' vol Apollo, Oedipus, Manson, Polanski en hooligans, dreigde die lezer wel eens te vergeten dat A.F.Th. ook een krachtige verteller is. De pageturner Doodverf schudt hem aangenaam wakker.
A.F.Th. van der Heijden, ‘Doodverf’,
Querido, 364 pagina’s, € 15,-
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




