Dominique Weesie van GeenStijl: ‘Bij inbreken ligt voor ons de grens’
30-08-2008
Door Robert van de Griend
‘We hebben het voor elkaar,’ zei de verslaggever van de website GeenStijl met een triomfantelijke blik toen hij vorige week woensdag in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam Wijnand Duyvendak interviewde. Het gevallen GroenLinks-Kamerlid, dat die middag zijn boek Klimaatactivist in de politiek presenteerde, was een seconde overdonderd. Maar toen beaamde hij: ‘Ja, jullie hebben voor elkaar dat ik even een stapje opzij heb gedaan.’
GeenStijl was niet het enige medium dat Duyvendak keihard aanpakte nadat de politicus had opgebiecht in zijn activistenjaren te hebben ingebroken bij het ministerie van Economische Zaken. De Volkskrant vergeleek hem met Gerry Adams, leider van de radicale Noord-Ierse beweging Sinn Féin. De Telegraaf voerde anonieme BVD’ers op die beweerden dat Duyvendak een sleutelpost had vervuld binnen RaRa en in kringen had verkeerd van krakers die hun sperma mixten om toprevolutionairen te kweken. Elsevier nam het bericht over het vermeende Rara-verleden gretig over.
Maar waar andere media nog deden alsof ze journalistiek bedreven, deed GeenStijl geen enkele moeite te verhullen dat het fel campagne voerde tegen de politicus. ‘Is Wijnand Duyvendak nou nog niet weg?’ schreef het weblog al snel. En later: ‘Wijnand, wees verstandig en ga wat leuks doen met negertjes voor een NGO in Afrika. Je bent er geweest, het is over en voorbij. Dit stopt pas als je weg bent. Dat is geen bedreiging, maar een feit.’

GeenStijl noemde de GroenLinkser een ‘bedreiger’, een ‘brandstichter’, een ‘bommenlegger’, een ‘linkse hooligan’, en een ‘Rara-activist’. Kortom: een ‘gevaarlijk mannetje’. Dat ging ver. Maar GeenStijl-hoofdredacteur Dominique Weesie (39) laat iedere kritiek van zich afglijden. ‘Ik vond het wel meevallen,’ zegt hij op de redactie van GeenStijl in Amsterdam-Noord. ‘Wat wij hebben gedaan, verschilt niet van hoe De Telegraaf en Elsevier het hebben aangepakt.’
Veel aantijgingen op GeenStijl waren ongefundeerd. Duyvendak is bijvoorbeeld nooit vervolgd voor betrokkenheid bij RaRa.
‘Hij wordt van alle kanten van RaRa-acties beticht. Iedereen schrijft dat op. Zouden wij dat dan niet mogen opschrijven?’
Jullie berichtgeving over Duyvendak lokte buitengewoon heftige reacties uit onder de bezoekers van GeenStijl. ‘Hij verdient de doodstraf voor zijn RaRa werk en het martelen van mensen,’ schreef iemand op het forum. ‘Alles met elkaar voldoende reden om Duyvendak c.s. dood te trappen,’ schreef een ander. Weer iemand anders stelde een ‘nekschot’ voor.
‘Er komen dagelijks tienduizend reacties bij ons binnen. Ik betaal drie man om al die reacties te modereren. Wie iemand dood wenst, wordt in principe op een zwarte lijst gezet en krijgt een IP-ban waardoor hij niet meer kan reageren. Maar soms glipt er wel eens een reactie doorheen.’
Duyvendak streed als activist onder meer tegen een militaire top in Nederland die overal het Rode Gevaar zag en geen onderscheid maakte tussen communisten, anarchisten en sociaal-democraten. Dat zou het anarchistische, antifundamentalistische GeenStijl toch moeten aanspreken?
‘Nee. Je moet gewoon met je poten van andermans spullen afblijven. Als je gaat kraken en inbreken, ligt daar voor ons de grens. Daarin zijn we misschien wel verschrikkelijk conservatief.’
GeenStijl plaatste vorig jaar gestolen naaktfoto’s van presentatrice Manon Thomas op de website.
‘Wij wisten niet dat die foto’s gestolen waren. Had Manon ons even gebeld, dan hadden we ze meteen van de site gehaald.’
Volgens technologiemagazine ‘Bright’ is een voormalig GeenStijl-redacteur, die schuilging onder de naam ‘De Chileen’, ooit veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke celstraf voor het hacken van honderdduizenden inloggegevens en creditcardnummers bij internetprovider Sonera.
‘Ik vind het een mooie anekdote. Maar dat klopt gewoon niet.’
Wijnand Duyvendak publiceerde in het activistenblad ‘Bluf!’ telefoonnummers en adressen van topambtenaren. Sommige ambtenaren werden vervolgens bedreigd. GeenStijl publiceerde ooit het telefoonnummer van Trudy Prins, toenmalig voorzitter van antirokersclub Stivoro. Ook zij ontving bedreigingen.
‘Wij linkten slechts door naar een persbericht van Stivoro. In eerste instantie had ik niet eens gezien dat daar een telefoonnummer op stond. Trudy Prins zal ongetwijfeld een telefoontje hebben gehad. Maar mensen die namens GeenStijl iemand gaan opbellen met de boodschap “Ik weet waar je kinderen op school zitten” kunnen wat mij betreft een virtueel nekschot krijgen. Daar wil ik helemaal niets mee te maken hebben.’

Anderhalve maand geleden plaatste de Volkskrant op de voorpagina een artikel met de kop ‘GeenStijlgeneratie bedreigt erop los’. Ministers en Tweede Kamerleden zijn steeds vaker doelwit van bedreigingen, zo meldde een woordvoerder van de Politie Haaglanden in het artikel. Op eigen gezag voegde de Volkskrant daaraan toe: ‘Een grote leverancier (…) is het schoolkinderencircuit van de ongeremde GeenStijlgeneratie, gewend als dat is primair te reageren op alles wat onwelgevallig is.’ Dominique Weesie werd woedend toen hij dat las, en diende een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek.
In uw brief aan de Raad maakt u bezwaar tegen de term GeenStijlgeneratie omdat noch uw weblog, noch uw achterban ooit zou zijn veroordeeld voor het bedreigen van een politicus. Voor GeenStijl vormt het ontbreken van een veroordeling ook nooit een belemmering om iets onaardigs aan iemand toe te schrijven.
‘Wij zijn geen journalistiek medium. Ons motto is: “Tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend.” Maar de Volkskrant pretendeert objectieve journalistiek te bedrijven. Dan kun je niet zomaar ergens een stempel op plakken.’
U schrijft ook in uw brief dat het feitelijk onjuist is dat GeenStijl bezocht wordt door schoolkinderen. U haalt cijfers aan van de Stichting Internetreclame (STIR) die zouden uitwijzen dat 52 procent van uw bezoekers tussen achttien en vierendertig jaar oud is.
‘Dat klopt. Kinderen onder de achttien zitten op hele andere websites, zoals Fok.nl en Sugababes.nl. Mijn vriendin, die lerares is op een middelbare school, zegt dat ook altijd.’
Uw cijfers kloppen niet. Volgens de STIR is 52 procent van uw bezoekers tussen dertien en vierendertig jaar oud.
Weesie staat op van zijn stoel en loopt naar muur waar de STIR-cijfers hangen. Daar ziet hij dat hij zich heeft vergist. ‘O… ik was echt in de veronderstelling dat het achttien was.’
Waarom diende u eigenlijk een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek? GeenStijl heeft dat orgaan nooit erkend.
‘Laten we eerlijk zijn, toen ik die klacht indiende, was het komkommertijd. Dan flikker je er een brief uit en krijg je meteen ongelooflijk veel publiciteit.’
Vijf jaar nadat Weesie met GeenStijl begon, is zijn digitale schandpaal uitgegroeid tot een goedlopend bedrijf. De achterban van de site bestaat inmiddels uit zo’n 1,8 miljoen bezoekers. Aan adverteerders heeft GeenStijl, in tegenstelling tot veel papieren media, geen gebrek. Vanaf november zal het domein van GeenStijl zich uitbreiden naar de televisie, met een wekelijks programma op Veronica. In maart 2006 kwam de website voor veertig procent in handen van de Telegraaf Media Group, onlangs werd bekend dat ook de resterende GeenStijl-aandelen door TMG zijn overgenomen. Met de transactie zouden miljoenen euro’s zijn gemoeid.
Geenstijl schreef al nooit erg kritisch over ‘De Telegraaf’. Worden jullie nu nog milder?
‘Nou, ik heb de voorbeelden nu even niet paraat, maar we hebben De Telegraaf een paar keer stevig aangepakt, hoor.’
Elke misser die ‘de Volkskrant’ maakt, meten jullie breed uit. Zo streng zijn jullie niet voor ‘De Telegraaf’.
‘Dat heeft niets te maken met het aandeelhouderschap van TMG. We vinden het gewoon leuk om Pieter Broertjes (hoofdredacteur van de Volkskrant, red.) te pesten. Net zo goed als we het leuk vinden om de Volkskrant de Azijnbode te noemen. Dat is een soort gimmick van ons geworden.’
Als bekend wordt dat bij ‘HP/De Tijd’ een derde van de banen op de tocht staat, wijden jullie daar drie venijnige berichten aan. Als naar buiten komt dat bij TMG 425 banen worden geschrapt, doen jullie dat af met één halfzacht berichtje.
‘Ik wil het niet als excuus opvoeren, maar ik was op vakantie toen dat gebeurde. Maar laten we wel wezen, TMG is natuurlijk gewoon een gezond bedrijf. Dat er wat mensen uitgaan om meer rendement te behalen, vind ik niet meer dan normaal.’
Als van een ander medium bekend zou zijn dat het fout was in de oorlog, zouden jullie niet schromen dat consequent te blijven vermelden. Bij ‘De Telegraaf’ laten jullie die kans liggen.
‘Ik heb twaalfeneenhalf jaar als verslaggever bij De Telegraaf gewerkt, dus ik heb nogal eens op feestjes moeten aanhoren dat die krant in de oorlog fout was. Maar ik vind dat zo’n oude koe. Hoe lang moeten we daar nog over praten?’
Opvallend is dat GeenStijl altijd heel snel achternamen weet te noemen van criminelen of ontsnapte tbs’ers. Bert Huisjes, misdaadverslaggever bij ‘De Telegraaf’, is een goede vriend van u. Speelt hij u die informatie toe?
‘Nee, die informatie verkrijgen we via onze eigen contacten binnen Justitie. GeenStijl is geen journalistiek medium, maar er werken wel allemaal journalisten, en ons productieproces is ook journalistiek.’
GeenStijl is niet het doodseskader van ‘De Telegraaf’?
'Zeker niet. Het is nog nooit voorgekomen dat Telegraaf-redacteuren ons nieuwtjes doorspeelden omdat de krant die zelf niet durfde te plaatsen. Journalisten van andere media doen dat wel. Dan hebben we het ook over verslaggevers van de Volkskrant en NRC Handelsblad.’
Zijn er ook politici die GeenStijl voeden met nieuwtjes?
‘Heel veel. Van alle partijen, behalve het CDA en de ChristenUnie.’
Man en paard graag.
‘Nee, daar ga ik niet aan beginnen.’
