Vrij Nederland De nieuwe asceten
01-08-2009
Door Thomas van Aalten
‘Wat denk jij, moet ik mij nou zorgen maken?’ vroeg mijn vader, een dag na de uitslag van de Europese verkiezingen van 2009. Ook in zijn gemeente had de PVV een grote aanhang. Het begon bij mij een beetje te knagen.
Hele epistels had ik op de weblog Sargasso aan het fenomeen Geert Wilders besteed. Dan weer genuanceerd, dan weer opruiend. De oproep voor de ‘opstand der elite’ van Ter Horst zette me aan het denken. Een petitie, een collectief, een zoveelste pamflet, heeft dat zin? Het hoogst haalbare is vijf minuten aan de borreltafel van een talkshow of, in een minder gunstige situatie, drie regels op nu.nl.
Maarten van Rossem (‘Het volk bestaat niet’) en Freek de Jonge (‘De intellectuele elite bestaat niet’) lieten later in een reactie op Ter Horst zien dat elite en volk lastige concepten zijn. Toch bestaat er wel degelijk een elite. Ik noem ze de nieuwe asceten. De nieuwe asceet heeft zich afgewend van de meningen van politici, gastheren en tafeldames bij de publieke en commerciële zenders, straatinterviews en meningenpanels in gratis kranten en landelijke dagbladen.
Wilders maakt er gretig gebruik van, als het maar op zijn manier gaat. Voortdurend dat wijzende vingertje in de media. En het volk trapt erin. De nieuwe asceten weten: absurdisme is alles wat ons rest, het soort waarvan schrijver-filosoof Albert Camus de geestelijke vader is. Het vormt daarmee niet per se een grote opstand tegen Wilders, maar wel tegen een gedachtegoed van verregaande bekrompenheid, kleingeestigheid, begrenzing en tunnelvisie in een taal van harde oneliners.
De opstand is al begonnen op internet. In die virtuele straten is een prettig soort anarchie aan de gang. Met zelfgemaakte films en videoclips als download of op YouTube, verrassende muziek via MySpace, essays op blogs.
Maar ook buiten de digitale wereld gebeurt veel interessants. Neem kunstenaar Jonas Staal (1981). Met het plaatsen van fotolijstjes van Wilders op straat, omgeven met kaarsjes en beertjes, speelde hij in 2005 een spel met de politicus als icoon en met het onderbuikgevoel. De actie riep ook andere vragen op: hoe zouden we hebben gereageerd als niet Wilders, maar bijvoorbeeld Pechtold op die foto’s stond? Met de werken ‘Autobom I’ en ‘Autobom II’ plaatste Staal – in de geest van J.G. Ballard – autowrakken in de Rotterdamse binnenstad, die sterk deden denken aan de restanten van een terroristische aanslag. De nieuwe asceet weet: goede kunst geeft geen antwoorden, maar stelt vragen.
Samen met Vincent W.J. Van Gerven Oei ging Staal een stap verder als nieuwe asceet. Met de installatie ‘Forty Years of Boredom 1968 - 2008’ (maart 2008 in de Rotterdamse galerie TENT) zagen we in een afgemeten stijl beelden van studentenrellen in het Parijs van 1968 geplaatst naast de studentenrellen in het Amsterdam van 2008. Veertig jaar verder en het levende bewijs dat opstand slechts relatief is. De nieuwe asceet ontbeert de droom van de jaren zestig, maar weet ook dat het No Future-gedachtegoed van de jaren zeventig en tachtig geen oplossing biedt en dat het optimisme van de jaren negentig grenzen heeft.
Nog zo’n nieuwe asceet: Edwin Brienen (1971). Samen schreven we een script voor wat hij zelf ‘een neosurrealistische’ film noemde, L’Amour Toujours (2008). Twee cruciale scènes (die ik niet heb bedacht, overigens) uit L’Amour Toujours wil ik hier beschrijven.
De eerste: een dikke clown hangt zich op terwijl hij kijkt naar televisiebeelden van twee mannen die eindeloos keuvelen over Marokkanen, terrorisme en beroemdheden. Als de clown zijn kruk wegtrapt, gaat het gesprek over op Don Johnson. In de andere scène zien we een duivelse pierrot die een speech geeft met als belangrijkste boodschap dat logica de dood wordt verklaard. Wat volgt zijn beelden van de aanslagen van 9/11, begeleid door vrolijke circusmuziek. De pierrot schaterlacht. Dit staat mijlen verwijderd van Theo van Goghs Submission, terwijl Van Gogh en Brienen in het verleden wel hebben samengewerkt.
Is dit dan de opstand van de elite? Misschien. Ik signaleer in elk geval een reactie op een politiek klimaat. Opmerkelijk dat de nieuwe generatie creatievelingen opgroeiden in een tijdperk waar mensen als Wim T. Schippers de ruimte kregen bij de publieke omroep. Zelfs de anarchie van De Stratemakeropzeeshow heeft ons gevormd, al dan niet onbewust. Maar het is ook een internationaal verschijnsel. Op het web is de absurde opstand van de nieuwe asceten al lang begonnen. Dát is de nieuwe elite: die houdt zich nog voornamelijk schuil in het digitale universum. Of ze het volk ooit zal raken? Ik hoop het. Vader, je hoeft je geen zorgen te maken.
Thomas van Aalten is schrijver, columnist en journalist. Hij doceert Crossmediale journalistiek aan de Hogeschool van Amsterdam.