VN MediagidsDe nevelige nering van John Wijsmuller
Samen met twee Turkse Amsterdammers wordt Holleeder verdacht van de afpersing van John Wijsmuller. Wie is deze zakenman met een voorkeur voor mistige zaakjes?
Wijsmuller (1944) is de grote onbekende bij het publiek, maar niet voor justitie. Hoewel nooit veroordeeld, was de Aerdenhoutse vastgoedman eerder verdachte in meerdere dossiers – onder andere als financier van drugstransporten en als importeur van valse merkkleding. In beide affaires speelde zijn toenmalige zakenpartner Willem Endstra ook een rol.
Midden jaren negentig vormde Wijsmuller de vierde man in een vastgoedkwartet met de Amsterdammers Endstra en Klaas Hummel en de in Londen residerende Jan-Dirk Paarberg. In 1995 stapten ze in een vennootschap waarmee het viertal voor tientallen miljoenen aan woningen en kantoren verhandelde. Dat gebeurde vanaf de Amsterdamse Stadionweg; op het adres waar Wijsmuller tegenwoordig nog steeds kantoor houdt.
Zijn bijnaam Tarzan dankt hij aan de Amerikaanse vertolker van de junglemens, een acteur met dezelfde naam. ‘Wijsmuller was een beetje old school’, typeerde Klaas Hummel hem eerder. ‘Een beetje Brits. John droeg klassieke tweedpakken en reed in een Jaguar naar z’n klanten, een sigaartje tussen de lippen. Zo’n uitstraling van: mijn familie doet al tweehonderd jaar in vastgoed. Hij had op kantoor zo’n Engelse klok en handelde deals letterlijk af op de achterkant van het sigarendoosje.’
Afrika
Een losjes opererende handelaar, die ooit z’n nering haalde uit een restaurant, een strandtent en een nachtclub. Hij raakt als zakenman betrokken bij de meest uiteenlopende zaakjes, sommige ronduit schimmig. Daar komen z’n gelegenheidspartners Hummel, Endstra en Paarlberg achter als de recherche in 1997 het kantoor aan de Stadionweg binnendringt: Wijsmuller wordt ervan verdacht boten te financieren die zijn gebruikt voor hasjtransporten vanuit Afrika.
Het vastgoedkwartet valt uiteen. Maar met Willem Endstra onderhoudt John Wijsmuller ook daarna een warme band. Aan het einde van de vorige eeuw figureren beiden in een onderzoek naar de import van valse merkkleding van Turkije naar Rotterdam. Het bedrijfje van de twee vastgoedcollega’s dat hierin een rol speelt, is dezelfde bv die eerder is gebruikt om geld te pompen in een Liberiaans visserijproject, vermoedelijk een dekmantel voor een hasjbende. Hoewel verdacht, zijn Wijsmuller en Endstra geen van beide voor deze zaken verder vervolgd.
Ze hebben naast hun voorliefde voor duistere dealtjes nog een overeenkomst: net als Endstra is de Aerdenhoutse ondernemer in deze zaak slachtoffer in plaats van verdachte. En net als de vermoorde vastgoedhandelaar zag Wijsmuller er jarenlang gestresst en afgemat uit; ‘opgejaagd’ is het woord dat de omgeving van beide mannen gebruikt.
In eerste instantie is de Wijsmuller-casus simpel: hij is afgeperst door de Turkse verdachten, met Holleeder als manager op de achtergrond. Dat heeft ‘Tarzan’ vijf miljoen gulden gekost. Daarmee is het wat eenvoudig. Maar op het wie, waar, waarom, wanneer en hoe breken de opsporingsinstanties hun hoofd. De zaak, gevat in klapper B23 ‘Afpersing Wijsmuller’, begint niet voor niets met de opmerking: ‘Dit dossier is vanwege haar omvang en complexiteit onderverdeeld in hoofdstukken.’ En dat zijn er dertien, op hun beurt weer in subcategorieën gehakt.
Keihard janken
Het zijn de woorden van Willem Endstra die de aftrap voor het onderzoek vormen, net als bij de andere vermoedelijke slachtoffers van afpersing. Endstra suggereert op de Achterbank bij de recherche dat Wijsmuller ook heeft moeten betalen en dat hij is gechanteerd met zijn verleden, de periode dat Wijsmuller werd verdacht van betrokkenheid bij drugshandel. ‘Nou, op een gegeven moment ging John dus in het park op de grond liggen’, vertelt Endstra op 4 april 2003. ‘Ja, in het grint, in de troep, in zijn pak. Hij ging keihard janken en aan zijn (Holleeders) been hangen. Hij zegt (Endstra doet alsof hij huilt): Asjeblieft, ik smeek het je, ik smeek het je!’
Zo komt het vermeende leed van Wijsmuller veelvuldig aan bod, z’n naam duikt 53 keer op in Endstra’s relaas. ‘Hij zegt: ik wil zelfmoord plegen’, ‘Zijn bedrijf gaat steeds bijna failliet, omdat hij steeds zoveel moet betalen’, ‘Hij is helemaal bont en blauw geslagen’ en ‘Hij heeft geen smaak en geen reuk meer. Daar is ie voor bij de dokter geweest.’ De daders zijn Holleeder en z’n Turkse vrienden, onder andere ene ‘Arian’, aldus Endstra. De vastgoedman bedoelt Senol Ayhan T., die ook door de kantoorgenoten van Wijsmuller wel ‘Arjan’ wordt genoemd. Endstra zegt Wijsmuller meerdere keren te hebben geholpen met de betalingen ‘om te zorgen dat hij niet wordt vermoord’.
Dat laatste overkomt de biechtende zakenman zelf. Na de gewelddadige dood van Endstra werpt de recherche zich onverwijld op de handel en wandel van Wijsmuller. Hij en zijn vermoedelijke belagers worden getapt en geobserveerd. De politie pluist de administratie van het vastgoedbedrijf uit en verhoort zakenpartners, medewerkers en getuigen. Dat laatste is niet altijd even makkelijk, noteren de aanklagers. Een aantal getuigen heeft ‘terughoudend’ gereageerd, omdat ze zich ‘zorgen maken over hun veiligheid’. Een zakenrelatie die het kantoor deelt met Wijsmuller wil in eerste instantie zelfs helemaal geen verklaring afleggen.
En het vermeende slachtoffer zelf? Geen woord. Al eerder, tijdens de gesprekken met Endstra is de recherche wezen buurten bij Wijsmuller, zegt een rechercheur op de Achterbank tegen Endstra. Maar hij geeft geen kick. ‘Hij zegt gewoon dat het niet waar is. Kijk, dat is het vervelende.’ En dat blijft Wijsmuller lang volhouden. Ook als de verdachten begin 2006 worden gearresteerd, laat de Aerdenhoutse ondernemer via zijn advocaat weten dat hij er niets over heeft te zeggen.
Ontvangstruimte
Ondanks Wijsmullers zwijgen denken de aanklagers toch een zaak te hebben. In de periode dat ze Wijsmuller en zijn omgeving in de gaten houden, valt het de recherche op dat hij en de hoofdverdachten Senol Ayhan T. en diens rechterhand Ozan T. elkaar vaak treffen. Dat gebeurt echter zelden in de daarvoor bestemde ontvangstruimte van de zakenman; veeleer komen ze samen in een nabijgelegen hotel, op een parkeerplaats of in het keukentje van het kantoor. Als de Turken langskomen, meestal onverwacht, maakt Wijsmuller daar altijd tijd voor vrij, zo meldt een getuige. Datzelfde geldt voor de komst van Holleeder. Een medewerker: ‘Meneer Holleeder komt op kantoor, ook al zat John in bespreking over de meest belangrijke projecten, dat interesseerde hem niets.’
Af en toe vermoeden de werknemers aan de Stadionweg dat iets niet in de haak is, maar hun baas doet alsof z’n neus bloedt. Soms letterlijk, zoals de keer dat hij met een verbouwd gezicht op kantoor verschijnt. Hij heeft het blauwe oog en de schrammen in z’n gezicht opgelopen, omdat hij ‘met de hond aan het spelen was en omver is gegooid’, zo vertelt Wijsmuller z’n personeel.
Op 10 september 2001 komt er bij de politie een melding binnen dat er ruzie is in het bedrijfspand. Als de agenten arriveren, krijgen ze van Wijsmuller te horen dat het ‘een vergissing’ is. Niets aan de hand, bezweert hij. Het tumult dat zijn medewerkers hebben gehoord betreft waarschijnlijk een prullenbak of een omgevallen lamp. Die middag zijn volgens een getuige Holleeder, Senol T. en nog een Turkse man op bezoek.
Een van de personeelsleden vindt dat zijn baas een opmerkelijke interesse toont voor al het nieuws over Holleeder, Endstra en aanverwante onderwereldzaken. Als in het najaar van 2005 John Mieremet wordt doodgeschoten, hoort een medewerker Wijsmuller tegen zijn zakenpartner Tom van Dam zeggen: ‘Onze vriend is dood, we kunnen gebak halen.’
Boete
Curieus, maar wat zegt het? Helemaal niets. Om bedreiging en afpersing aan te tonen, brengt het Openbaar Ministerie andere munitie in. Kort gezegd komt dat hier op neer: Wijsmuller financiert enkele Turken zonder dat daar iets tegenover staat; hij heeft onder dwang een villa in Frankrijk aan hen overgedragen; hij gebruikt een Spaans vastgoedproject om cash te genereren, bedoeld voor zijn belagers; hij heeft een boete opgelegd gekregen voor een mislukt hasjtransport.
Van elke verdenking hebben de aanklagers afzonderlijk een ‘relaas van bevindingen’ opgesteld. Zo krijgt bijvoorbeeld de financiering van de Amsterdamse wasserette De Schoonheid een heel hoofdstuk. Dat bedrijf staat officieel op naam van de vrouw van Senol T. Uit Wijsmullers administratie blijkt dat hij – samen met de in 2005 vermoorde onderwereldadvocaat Evert Hingst – tonnen heeft gestoken in de wasserette, alsook in een auto voor de verdachte. De bedragen worden in Wijsmullers administratie als leningen weggeschreven, zonder dat er iets tegenover staat, stelt justitie. Sterker nog, ze worden uiteindelijk als verlies afgeboekt.
Senol T. is niet de enige Turk die het Wijsmuller moeilijk zou maken. Het Openbaar Ministerie ziet Ozan T. (geen familie) als de ondergeschikte van Senol, een loopjongen die verslag uitbrengt aan zijn baas. Zo ook op 10 augustus 2004. Dan ontmoeten Hingst, Wijsmuller en Ozan elkaar. Na afloop belt Ozan met Senol. De politie luistert mee. ‘Ozan [geeft] telefonisch een terugkoppeling van genoemde ontmoeting aan Senol en zegt dat Wijsmuller sluw begon te doen, maar dat Ozan daar niet intrapte.’
Om aan te tonen dat de ondernemer al langer onder de knoet van Senol lijdt, heeft het OM ook oude tapverslagen uit de kast getrokken. Het gaat om een gesprek tussen Senol en de verdachte freefighter annex bodyguard Hans Nijman. Daarin spreekt Senol over ‘een rijk, bekakt, stinkend mannetje’ die miljoenen op tafel zou kunnen leggen. Liever echter zou de wasserette-eigenaar hem ‘kapot slaan’. Waarop Nijman reageert met: ‘dan kan je ook de kip met de gouden eieren weggooien.’ Volgens justitie hebben de heren het hier over Wijsmuller, die ze spottend ook wel ‘Jeroentje’ noemen.
Niet vrijwillig
Wijsmuller heeft iets met Turken. In de Holleeder-zaak is er ook volop aandacht voor zijn relatie met de verdachte Servet Y. Die heeft eind jaren negentig, net als Senol T., een flink bedrag van de vastgoedman gekregen. In totaal 226.000 gulden. Ook hiervan vermoedt justitie dat het geld niet vrijwillig is betaald.
Daarvoor krijgt de recherche een aanwijzing uit de Endstra-hoek. Als Wijsmuller op 21 februari 2005 ‘s middags een ontmoeting heeft met Servet Y., heeft Haico Endstra, de broer van Willem, die ochtend de recherche op bezoek gehad. Haico heeft al meerdere keren het vermoeden uitgesproken dat Wijsmuller ook wordt afgeperst. Hij heeft het van Wijsmuller zelf gehoord. Maar Haico wil er op dat moment niet al te veel over kwijt. Aan het einde van het gesprek met de politie volgt er dan toch een ontboezeming van Endstra’s broer: ‘Ik zal het u maar zeggen ook. Wijsmuller zou vandaag om vier uur de Turk zien die hem vroeger heeft afgeperst.’
De ‘lening’ aan Servet Y. stamt uit 1999; zes jaar later vermoedt justitie dat deze verdachte opnieuw Wijsmuller afperst. Dat zou hij doen samen met een kennis, ene Ozden T. uit Apeldoorn, alias ‘Papa Mike’. Daarmee wordt het ingewikkeld, want de aanklagers zien vervolgens een ingenieus spel, waarbij het slachtoffer Wijsmuller zelf opdracht geeft tot rigoureuze incasso. ‘Om [zijn eigen] afpersing af te schuiven heeft Wijsmuller beiden mannen kennelijk de opdracht gegeven geld te incasseren bij zakenrelaties van hem. Zo heeft Wijsmuller Servet Y. en Papa Mike gestuurd naar Hans Lammers, een vastgoedhandelaar welke woonachtig is in Apeldoorn.’ Daarmee ontstaat een vreemde cirkel, want Hans Lammers was een bevriende zakenrelatie van wijlen Willem Endstra en onderhoudt nog steeds warme banden met de nabestaanden van Endstra.
Lammers krijgt in 2005 de boodschap dat hij moet betalen aan Wijsmuller. De Apeldoornse vastgoedman schrikt zich een hoedje als hij merkt wie de schuld komt innen. Van lieverlee belt hij Haico Endstra, de broer van z’n voormalige zakenmaat. De politie luistert mee op 22 februari 2005. ‘Haico Endstra wordt gebeld door Hans Lammers. Hans vertelt dat Wijsmuller nog 15.000 euro van hem krijgt maar dat Hans het niet heeft en nu heeft Wijsmuller een Turk op hem afgestuurd. De grootste onderwereld die er maar denkbaar is. Die vent stond bij Hans aan de deur en begon te dreigen. Mike heet die vent, een levensgevaarlijke Turk uit Apeldoorn. Die 15.000 wordt gelijk 30.000, het is gelijk verdubbeld. Hans zegt: “We weten uit ervaring dat... hoe zoiets kan lopen.” Haico gaat met Wijsmuller bellen.’
Dat doet de Endstra-broer en hij maakt een deal met Wijsmuller: omdat de Endstra’s nog geld krijgen van Wijsmuller, kan de schuld van Lammers met die vordering worden verrekend. Haico betaalt dus voor Lammers. Dat geld – uiteindelijk 16.000 euro – gaat via Wijsmullers rekening voor de helft naar de twee Turkse schuldeisers: Servet Y. en Papa Mike.
Rottigheid
Er is nog een geldroute waar politie en justitie rottigheid vermoeden: de Spaanse vastgoedinvestering Gata de Gordos. In het tiende gesprek met de recherche, op 27 augustus 2003, zegt Endstra: ‘Wijsmuller wilde van mij twee ton lenen. Die maakt hij dan over naar Spanje en dan krijgt hij dat contant terug. Hij betaalt die Turk daar dan contant mee.’
Wijsmullers zakenpartner en kantoorgenoot Tom van Dam voegt daar vorig jaar bij de recherche aan toe: ‘De politie moet in haar onderzoek kijken naar de grote projecten. Ik bedoel daarmee bijvoorbeeld de projecten in Italië, een project in Spanje en de luchthaven. Daar moet toch op een gegeven moment zichtbaar zijn waar wat betaald wordt.’
Dat doet de recherche. Wat Spanje betreft stuiten ze op Gata de Gordos, een zogenaamd ‘tweedehuizenproject’ dat wordt geleid door een kennis van Wijsmuller, de Zandvoortse handelaar in tweedehands auto’s Ton Rooseboom. Wijsmuller steekt honderdduizenden euro’s in het Spaanse avontuur van de autohandelaar. Maar wat gebeurt er met dat geld? In 2001 opent de onderneming Excellent Finance and Investment Ltd. een rekening bij de Postbank, met Dick Roseboom, de broer van Ton, als gemachtigde. Die rekening wordt voornamelijk gespekt met stortingen van Wijsmullers vennootschappen, de eerste keer meteen drie ton. In de periode daarna neemt de familie Rooseboom regelmatig cash geld op van deze rekening, in porties van rond de tienduizend euro.
Woonparadijs
Dat ritueel herhaalt zich meerdere malen in de periode 2001-2003. In totaal komt er 2.124.356 euro binnen bij Excellent Finance. Dat alles als investering in het te bouwen Spaanse woonparadijs. Maar dat blijkt een idee fixe. Als Ton Rooseboom overlijdt, is de motor achter Gata de Gordos verdwenen en is het project niet meer te realiseren, houdt Wijsmuller zijn verbouwereerde medewerkers voor. Het geld is foetsie en de Aerdenhoutse investeerder neemt z’n verlies, zo lijkt.
Maar dat is niet zo. Na de dood van Willem Endstra klopt Wijsmuller aan bij de nabestaanden. Hij en ‘Wim’ Endstra hadden afgesproken samen te investeren in het Spaanse project, laat Wijsmuller weten. Alleen is Endstra nooit over de brug gekomen met het geld. Of Haico alsnog het bedrag – de helft van 1,9 miljoen euro – zou willen overmaken. Haico is flabbergasted. Hij heeft nog nooit van het project gehoord en stuurt zijn mensen op onderzoek uit. ‘[Dat] was ons helemaal onbekend in de boeken. [...] Er is nooit [...] op papier hierover geschreven.’ De broer van Endstra vermoedt dat oud-zakenpartner Wijsmuller hem er ‘in wil luizen’.
'Stuk zand'
Ook medewerkers van Wijsmuller snappen niet waarom hun baas zo veel heeft geïnvesteerd in ‘een stuk zand in Spanje’. De boekhouder heeft daarover gezegd: ‘Gata de Gordos dat wordt niets, dat kunnen we eigenlijk afschrijven.’ Volgens een andere medewerker zei Wijsmullers zakenpartner Van Dam altijd: ‘dat is geld aan de Turken.’
Justitie heeft zo z’n eigen idee. Zij ziet, geheel in lijn met de veronderstelling van Endstra, het Spaanse traject als een witwasmachine voor afpersgeld. Geld dat gaat naar afpersers als Senol T. Als Senol op 2 juli 2003 samen met Holleeder in de PC Hooftstraat wordt aangehouden, vindt de politie grote bedragen cash geld in zijn auto en zijn huis. Volgens de verdachte zijn het leningen van een Turkse kennis; justitie vermoedt dat het hier gaat om Wijsmuller-geld.
De Spaanse U-bocht als dekmantel voor afgedwongen gelden, het is een van de trucs om de opsporingsinstanties te foppen, menen de aanklagers. Maar blijkbaar genereert de buitenlandconstructie niet voldoende cash, want Wijsmuller betaalt ook in stenen. Dat is tenminste de verdenking bij de overdracht van Villa Skyros, een luxe vakantieonderkomen in Frankrijk. Wijsmuller moest vijf miljoen aan Senol T. betalen, stelt Endstra bij de recherche. Toen dat niet lukte, heeft hij z’n Turkse ‘relatie’ de Franse villa gegeven. Daarnaast zou Wijsmuller ook nog gedwongen zijn om 40.000 euro te betalen om de huurders eruit te procederen. Een klusje voor ‘witwasadvocaat’ Evert Hingst, die in 2005 werd geliquideerd.
Volgens justitie is hier Senols handlanger Ozan T. weer naar voren geschoven. Hij is degene die als aandeelhouder staat ingeschreven bij de vennootschap waar het Franse bezit in is ondergebracht. De speurders vinden het vreemd dat Wijsmuller de villa van de hand heeft gedaan, maar ondertussen nog wel de correspondentie met consigliere Hingst voert over de huurders en de rekeningen van de advocaat betaalt. Ook hier is de verdenking dat de zakenman onder dwang heeft gehandeld.
Notendop
Dat zijn in een notendop de zaken waaruit de afpersing van Wijsmuller moet blijken. Toch lijkt er geen ‘bikkelhard’ bewijs onder deze veronderstelling te liggen. En het feit dat het vermeende slachtoffer ontkent te zijn afgeperst helpt ook niet echt. Ongetwijfeld zullen officier van justitie Koos Plooij en de zijnen uitvoerig steun zoeken in alle verklaringen van derden.
Toch heeft het OM nog een konijn in de hoge hoed gevonden. Op 19 juli 2005 doorzoekt de recherche het kantoor van Wijsmuller. Op een server van het computernetwerk vindt de politie het volgende document, een krabbel opgetekend naar aanleiding van een etentje met Wijsmuller, zijn zakenmaat Van Dam en hun vrouwen. ‘Gespreksnotitie tijdens diner 2002’, staat er boven. ‘Aanwezig: T.J.C. van Dam, W.M. van Dam-Benschop, J.H. Wijsmuller en M. Wijsmuller. Betreft: Rapenburg-Amsterdam, privé-perikelen J.H. Wijsmuller.’
En dan staat er zo ineens: ‘Wijsmuller geeft een vertrouwelijke toelichting betreffende zaken met Wim [Endstra] inzake transacties met sigaretten. E.e.a. staat in relatie tot Henk Scherpenzeel, Sam Klepper, Senol T., Mieremet. Benadeelde partijen eisten f. 3 mln en een strafpenalty van f. 2 mln in totaal dus 5 mln. Omdat de winsten niet zouden zijn afgedeeld.’
Oeps. In één kattebelletje drie bekende criminelen (Klepper, Mieremet, Senol T.), twee zakenmensen (Endstra, Wijsmuller), sigarettentransacties en een strafpenalty. Daar krijgt het om toch zomaar een bruikbare casus in de schoot geworpen. Hoe is dat gegaan? Uit de aantekening blijkt dat Endstra zijn vriend Wijsmuller een handje heeft geholpen. De eerste twee miljoen is ‘opgelost’ en Endstra heeft toegezegd de volgende drie miljoen ook te betalen. Daartegenover moet Wijsmuller vastgoed als garantie stellen. Dat wordt het Amsterdamse Rapenburg-project, voor de helft eigendom van Tom van Dam. Die wilde daarom graag het volgende zwart op wit, verderop te lezen in de gespreksnotitie: ‘Aangezien dit een gezamenlijk project is van Xantippe-J.H. Wijsmuller en Vandam Invest-T.J.C. van Dam, garandeerde John dat uiteraard deze f. 3 mln winstverrekening met de schuld aan Wim niet ten nadele zal zijn voor de winstdeling tussen Xantippe en Vandam Invest.’
Brazilië
In de aantekening duikt de naam Van Scherpenzeel op. Dat is niet voor het eerst. Deze duistere Nederlandse zakenman woonde met zijn vrouw in de Franse villa Skyros en heeft volgens sommige getuigen een ‘crimineel verleden’. Hij figureert al samen met Endstra en Wijsmuller in een onderzoek naar hasjtransporten in de jaren negentig. Van Scherpenzeel zou naar Brazilië zijn verhuisd. Het verhaal gaat dat het deze kennis van Wijsmuller is die de vastgoedman ooit heeft mishandeld voor de deur van zijn huis in Aerdenhout, de reden waarom hij ooit gehavend op kantoor verscheen.
Op de Achterbank verklaart Endstra dat Wijsmuller en Van Scherpenzeel volgens ‘hen’ (Holleeder en de Turken) onder een hoedje spelen. Kortom, dat de twee de boel belazeren. Justitie omschrijft het als volgt: ‘Ze zouden een container met hasj of wiet binnenhalen, maar bij binnenkomst bleken er geen drugs in te zitten. Die Turk heeft toen gezegd dat hij recht op dat geld had omdat er wel drugs in zouden moeten zitten. Opmerkelijk zijn de parallellen tussen de verklaring van Endstra en het verantwoordelijk stellen van Wijsmuller voor een mislukt hasjtransport en de in de gespreksnotitie beschreven sigarettensmokkel. In het onderzoek is naast deze notitie geen enkele aanwijzing naar sigarettentransport gevonden.’
Ergo, een interessant spoor om terug te volgen. De financiële mensen van de recherche duiken in de afhandeling van de opgelegde penalty. Dat levert een ingewikkeld geschuif met vastgoed op, waar ook de politie de vinger niet helemaal achter krijgt. Het OM concludeert slechts dat: ‘Wijsmuller een privé-schuld heeft aan Willem Endstra van drie miljoen gulden, welke wordt verrekend via het project Rapenburg.’ De vraag blijft: hoe zat Wijsmuller hierin? Had hij het ‘sigarettenverhaal’ (volgens justitie hasj) gefinancierd? Wordt hij hier afgeperst? Wat is de rol van Endstra? Wat die van Henk Scherpenzeel?
Die vragen blijven onbeantwoord in zaakdossier ‘B23’. Vooralsnog lijken de aanklagers hun verdenkingen vooral te staven met onduidelijke geldstromen en – soms tegenstrijdige – verklaringen van derden.
Grote stelligheid
Centraal in de Wijsmuller-casus staat de relatie van de vastgoedman tot de Turkse verdachten. Beide partijen bezweren dat er niets aan de hand is: de verdachten in hun verhoren, het vermeende slachtoffer op vragen van de aanklagers en de advocaten. Want in het voorjaar van 2006, op 22 mei en 22 juni, doet Wijsmuller voor het eerst z’n mond open. Bij de rechter-commissaris benadrukt de ondernemer met grote stelligheid: ‘Ik ben nooit afgeperst door Senol T., Ozan T., Holleeder of Servet Y. Nooit ben ik door hen bedreigd en nooit is door hen fysiek geweld tegen mij gebruikt. Ik ben nooit door Senol T. in elkaar geslagen of geschopt. Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit bij hen een vuurwapen heb gezien. Ik heb nooit zomaar betalingen voor hen verricht en ook nooit onroerend goed voor een bedrag verkocht dat veel lager lag dan de economische waarde daarvan.’
Wijsmuller weerstaat het spervuur aan vragen, waarbij vooral het OM met scherp op hem schiet. Als het echt lastig wordt, wil het geheugen van de zestiger wel eens haperen, maar door de bank genomen komt hij met volstrekt logische antwoorden. Althans, in de ogen van Wijsmuller is er niets verdachts aan zijn zaken. Dat hij miljoenen in een Spaans vastgoedproject stak en het geld nu kwijt is, soit. Een bedrijfsrisico. ‘Wij zijn een middelgrote ontwikkelaar met zo’n 30 à 35 projecten in portefeuille. Daar gaat heel veel geld in om. De positieve financiële resultaten uit het verleden worden weer geïnvesteerd in nieuwe projecten, zoals in dit geval Gata de Gordos.’ Dat het allemaal fout is gelopen, hoorde hij ook pas achteraf. ‘[Toen] was namelijk gebleken dat er gelden niet op de juiste plaats terecht waren gekomen en dat Ton (Rooseboom, een goede kennis van Wijsmuller, red.) deze gelden gedeeltelijk had geïnvesteerd in tweedehands auto’s.’
Jammer dan, zo gaat dat in deze bedrijfstak, lijkt Wijsmuller te zeggen. De officieren van justitie kunnen het maar moeilijk geloven, maar de zakenman persisteert. ‘Ik wil wel benadrukken dat ik in mijn huidige portefeuille op vier projecten heb moeten afboeken omdat het niets werd, en dat als je vijf of zes goede projecten hebt op de tien projecten, je een goed resultaat hebt.’ En als zijn boekhouder zegt dat het ‘geld is aan Turken’, dan is dat ‘klinkklare onzin’. ‘Het zal toch niet zo zijn dat een boekhoudertje zich met onze projecten gaat bezighouden.’ Ook het feit dat hij op een kaart niet kan aangeven waar zijn miljoenen hadden moeten worden besteed, vindt de projectontwikkelaar niet vreemd. ‘Mijn topografische kennis is niet van die aard dat ik die grond kan aanwijzen.’
Veiligstelling
Natuurlijk zijn OM en verdediging ook benieuwd naar die andere investering: de Franse villa Skyros. Dat is volgens Wijsmuller een belegging die hij formeel heeft overgedaan aan zijn Turkse contact Ozan T. Dat is gebeurd als ‘veiligstelling’, want Henk van Scherpenzeel, zijn voormalig zakenpartner, met wie hij dit object had aangeschaft en die er woonde, kwam op gegeven moment terug op gemaakte afspraken en wilde z’n aandelen retour. ‘Dat heb ik geweigerd. Toen ben ik een keer hardhandig aangepakt door Van Scherpenzeel bij mij thuis in Aerdenhout. Op die manier wilde hij mij dwingen toch die aandelen aan hem over te dragen. Ik ben toen naar Senol T. gegaan en heb aan hem gevraagd of ik die aandelen niet bij hem veilig kon stellen.’
Z’n Turkse vriend kwam toen met Ozan op de proppen; iemand met een ‘schoon’ verleden – lees: geen strafblad. Het was slechts een ‘kapstok’ om de zaak veilig te stellen, stelt Wijsmuller. Hij zat al die tijd gewoon aan de knoppen. Het is ook de reden dat de administratie en de correspondentie over de villa bij hem op kantoor liggen.
En verdomd, het verhaal van Wijsmuller klinkt op onderdelen heel aannemelijk. Dat zaken niet op papier staan, maakt de boel er niet gemakkelijker op. Zo gaat dat nu eenmaal in het vastgoed, daar is een mondelinge overeenkomst soms voldoende om met elkaar in zee te gaan. En dat zijn voormalige zakenpartner Willem Endstra op de Achterbank stelt dat Wijsmuller is afgeperst, daar kan hij ook niet bij. ‘Wat Endstra zegt is niet gebeurd’ en ‘Endstra liegt [...] het is klinkklare nonsens’.
Opvallend is wel de reden waarom Wijsmuller en Endstra eind jaren negentig zakelijk afscheid van elkaar hebben genomen: onder andere omdat Holleeder bij Endstra over de vloer kwam. Daarentegen sluit Wijsmuller niet uit dat Holleeder een keer op zijn kantoor is geweest, ‘maar ik kan me dat niet herinneren’. Tegelijkertijd: ‘Ik persoonlijk ken Holleeder als een aimabele vent die nooit met enige stemverheffing tegen mij heeft gesproken. Er is ook geen enkele reden waarom ik angst zou moeten hebben voor Holleeder.’
Ga er maar aanstaan als officier van justitie. Zowel verdachten als slachtoffer spreken je tegen. Maar de aanklagers zijn niet uit het veld geslagen, zo laten ze weten tijdens de tweede pro-formazitting, vorig jaar. Ze hebben wel een vermoeden waarom Wijsmuller ontkent. Hij is doodsbang voor represailles. Daarnaast menen de officieren van justitie dat de zakenman vreest voor zijn eigen reputatie, gezien zijn duistere verleden. De ontkennende verklaringen van Wijsmuller doet het OM af als ‘ongeloofwaardig’ en zijn gedrag wordt, met getuigenissen van derden in de hand, als ‘leugenachtig’ bestempeld.
Op één punt heeft het om in ieder geval al gelijk: het zaakje riekt. Maar dat is geen argument waar een rechtbank gevoelig voor zal zijn.
- Professor Wim de Bie Welke rol spelen geleerden in de geschiedenis van de Nederlandse satire?





