VN MediagidsDe Jiddische Politiebond - Michael Chabon
Recensie 18.09.2007
Dit is (g)een detective
22-09-2007
Door Stephan Sanders
In De Jiddische politiebond, de nieuwe roman van Michael Chabon, is de staat Israël nooit gesticht. In plaats daarvan zijn drie miljoen Joden na de oorlog noodgedwongen neergestreken in Alaska, waar de heroïek van het uitverkoren volk ver is te zoeken. Via de verbeelding wekt Chabon zo een uitgemoorde wereld tot leven, inclusief zelfverzonnen Jiddisch.
Het was een tijd dat de genres het begaven. Het was natuurlijk ook de tijd dat nieuwe genres geboren werden, maar dat zag ik toen niet zo, omdat ik er met mijn neus bovenop stond.
1983, Johnny Rotten, mascottebeest van de punk en toen nog zanger van de Sex Pistols, schreef het nummer ‘This is not a love song’. Ik herinner me dat lied, en dat is uitzonderlijk, want mijn oor was horend doof voor de nieuwste ontwikkelingen in de pop en zogenoemde new wave. Maar alleen de titel al droeg een filosofische boodschap uit. Liefdesliedjes hadden definitief afgedaan, ballades klonken belachelijk en zelfs de oude protestsongs waren klassiekers geworden die hun alarmerende lading hadden verloren. Je kon zwijmelen bij Bob Dylan. En dus moest je de dingen opnieuw benaderen, en niet bij hun naam noemen maar bij hun anti-naam, in de hoop opnieuw betekenis toe te kennen aan genres en categorieën die in de loop van de tijd uitgesleten waren.
In de ontkenning school de redding. Dit is geen mode. Dit is geen literatuur. Dit is geen filosofie, geen muziek, geen modern project. Dit ben ik niet.
En dus belandden de oude, vaststaande indelingen op de schroothoop, en kon je alleen de hybride vormen nog serieus nemen, de vormen waarvan de maker zei: ‘Het is niet dit… het is niet dat… het is een commentaar op dit en dat en eigenlijk ook nog een samenraapsel van wat andere dingen.’
Samenraapsels waren goed, ze hadden geen essentie of kern, pretendeerden dat ook niet te hebben, je kon ze nergens op vastpinnen, en dat kwam mooi uit, want wie wilde nu ergens op vastgepind worden in 1983.
De Amerikaanse schrijver Michael Chabon was twintig in die tijd, en ik twijfel eigenlijk niet of hij kende Rottens ‘This is not a love song’. Chabon groeide op in een gegoed Joods gezin (vader dokter, moeder advocaat), en bracht na de scheiding van zijn ouders negen maanden per jaar door bij zijn moeder in Columbia, Maryland – een van de meest liberale progressieve plekken van die toch al liberale, Amerikaanse oostkust.
‘Columbia,’ zegt de schrijver zelf ‘was zo’n geplande enclave, een vooruitstrevende gemeenschap, die trots was op haar raciale, economische en religieuze diversiteit, die kost wat kost bevorderd moest worden.’
Als je dat leest, weet je bijna zeker dat zelfs de docenten van Michael Chabon het lied van Rotten moeten hebben gekend, als ze het al niet een ‘veelzeggende samenvatting van de tijdgeest’ vonden.
En deze man met het multi-verleden heeft het later als schrijver nu juist opgenomen voor de eenduidige genres in de literatuur: voor de liefdesroman, de horror story, het sciencefictionverhaal, de detective. Verhalen met herkenbare karakters, typische ingrediënten en een plot. Boeken met een echt begin, een midden en een einde, die hun genrenaam niet proberen tegen te spreken, maar met hernieuwde trots juist bevestigen.
Met zijn nieuwste boek De Jiddische politiebond zou Chabon een ‘hard boiled detective’ geschreven hebben, met karakters die zo uit de boeken van Raymond Chandler konden zijn weggelopen. Er zit veel ‘film noir’ in het verhaal: ik bedoel daarmee, dat als de hoofdpersonen hoeden dragen, dat ook bijna altijd vilten gleufhoeden zijn, en dat het buiten dan zachtjes mot of mist, terwijl de schemer inzet. Mannen roken en drinken, vrouwen ondergaan smoezelige abortussen. Dit boek schreeuwt het met zoveel woorden: ‘Ik ben een detective, this is a love song.’
In interviews neemt Chabon het op voor het ouderwetse schrijversambacht, voor krantenfeuilletons die het grote lezerspubliek bereiken, voor verhalen die bedoeld zijn om te onderhouden, niets meer en niets minder. ‘I write to entertain. Period,’ zegt de man in een van de kortste zinnen die hij ooit in zijn leven zal hebben geformuleerd.
Dit klinkt als een geloofsbelijdenis, maar in mijn ogen is het onherroepelijk ook een anti-anti-liefdeslied, een poging om de dingen weer bij hun oude, ongecompliceerde namen te noemen. Liefde. Moord. Horror. Detective. Er is dus een vertrouwde vlag, die de lading dekt. Maar die lading zelf – die is onherkenbaar veranderd.
Op zijn nummer gezet
Een paar jaar geleden kreeg Michael Chabon, die toen al flink naam had gemaakt met boeken als Wonderboys en met De wonderlijke avonturen van Kavalier & Clay een reisboekje in handen uit 1958 met als titel: Say it in Yiddish. Ja, dacht Chabon cynisch, voor welk land moet dat nou van pas komen? Vragen naar de weg, reserveren voor de opera, afdingen op de markt, en dat alles in een taal die nergens ter wereld wordt gesproken.
Hij schreef daar een behoorlijk sardonisch essay over, en werd vervolgens gekapitteld om zijn onwetendheid, want in de jaren vijftig, wisten zijn lezers, sprak en/of en verstond meer dan de helft van de Israëlische bevolking Jiddisch.
Jonge, veelbelovende Joodse schrijver op zijn nummer gezet.
Wat volgt is het verweer van een jonge, veelbelovende, getalenteerde Joodse schrijver, opgegroeid met het heilige Lernen voor ogen, die het eenvoudigweg niet kan verkroppen te worden betrapt op een omissie in zijn kennis. En wat voor verweer: De Jiddische politiebond telt 415 pagina’s, waarin het leven wordt behandeld in het reservaat Sitka, een stukje grond in Alaska, waar alle koks, animeermeisjes, politieagenten en professoren zich bedienen van het Jiddisch.
Het reisboek was er al, en dus moest er nog even een bijpassend land uit de grond worden gestampt.
Noem het gerust een overreactie van een jonge, getalenteerde, Joodse schrijver.
Historisch feit: in 1940, toen de nazi’s al weldoende huishielden in Europa en er zich zoiets als een nieuw Jodenprobleem aandiende, overwoog de Amerikaanse minister van Binnenlandse Zaken Harold Ickes om een klein deel van Alaska te reserveren voor de vervolgde Joden, die daar in dat mensenarme land een kolonie konden stichten. Het voorstel is nog behandeld in het Amerikaanse Congres, en heeft het daar bij lange na niet gehaald.
Wat volgde was de holocaust, de nazi’s die uiteindelijk verslagen werden door de geallieerden, en de schaamtevolle verbijstering over wat er met de Joden was gebeurd. Wat volgde was Israël, in 1948, en het slechte geweten van het Westen, dat de eerstkomende decennia niet tot rust zou komen. (Dat is nu, als ik de opiniepagina’s lees, op een haartje na gepiept).
En dan komt er een schrijver, die de hele geschiedenis naar zijn hand zet, en er dit van maakt: de Russen verliezen aanvankelijk de strijd tegen de nazi’s totdat de Amerikanen een atoombom op Berlijn gooien, Israël wordt uiteindelijk niet gesticht, want de Joden leggen het af tegen de Palestijnen en de andere Arabische landen, wel is er de belofte van Harold Ickes die wordt waargemaakt, een rare pannensteel in Alaska waar de Oost-Europese Joden zich mogen vestigen, drie miljoen in getal.
Daar ontstaat een Joods land, dat in niets lijkt op het Israël van toen of nu, want niemand heeft het ooit gewild, het is de laatste redding, niet het lichtende Zion waarvan zoveel Joden droomden.
Citaat: ‘Het Heilige Land heeft nooit verder of onbereikbaarder geleken dan voor een Jood uit Sitka.’
In Sitka is niet de holocaust de overweldigende herinnering, maar de val van Jeruzalem, het mislukte project-Israël. Er is nooit een einde gekomen aan de diaspora, het Jiddisch is niet uitgestorven maar springlevend, de wereld van de Oost-Europese Joden niet vergast, maar verplaatst naar dit noordelijke gebied, waar de vluchtelingen tegen wil en danken overleven in een omgeving van sneeuw, ijs, en beren.
De ‘Frozen Chosen’ worden ze wel genoemd. Als men er drinkt, drinkt men slivovitsj. De winkelketens heten ‘KosherMart’ of ‘Big Macher’. Er is geen spoor van socialisme te bekennen op deze plek, maar alle soorten chassidische Joden zijn er aanwezig, met peies, hoed, mantel en al.
Niemand loopt warm voor dit land, het is door de Amerikanen in bruikleen gegeven voor een periode van zestig jaar, tot 2007 – en laat dat nu uitgerekend de setting zijn van ‘de Jiddische Politiebond’, de laatste maanden van die termijn. ‘Het zijn rare tijden voor de Joden,’ zeggen de personages dan ook om de haverklap tegen elkaar.
Als u deze krankzinnige gegevens even tot u door laat dringen wordt het wel duidelijk: Chabons boek is echt zo’n ouderwetse, ongecompliceerde detectiveroman.
Maar niet heus.
Bangelijk volk
Het verhaal: er wordt een oude man vermoord in een sjofel hotel, en achter die ene moord, die onderzocht wordt door detective Meyer Landsman, blijkt een wereldwijd complot schuil te gaan.
Meer is er niet, als verhaal.
Waarna het er alles van weg heeft dat Chabon hier het detectivegenre heeft gebruikt om opnieuw het verhaal te vertellen van de Joden – maar nu zonder de vaste ingrediënten die de geschiedenis van de laatste zestig jaar hebben bepaald.
Er is dus geen schuldgevoel van het Westen tegenover de Joden – er is dezelfde, licht geraakte onverschilligheid als in de jaren van voor de Shoah. En ook moeten de Joden het doen zonder de heilige aura dat ze na de catastrofe wel is toebedeeld, als de ultiem gelouterden onder de mensen. En dus schetst Chabon een wereld waar slechte, nog slechtere en een paar welwillende Joden de dienst uitmaken, alsof ze niet een Voorbeeld hoeven te zijn voor de wereld.
Chabon in een interview: ‘Joden zijn volgens hun religieuze traditie het uitverkoren volk. Ik wil weten wat dat betekent. Is dat goed, uitverkoren zijn, is dat slecht? Moet je er blij mee zijn?’
In Sitka geen Mossad, geen machtig Israëlisch leger, maar een bangelijk volk, dat gedoogd wordt door de Amerikanen, en dat zich alleen staande kan houden in het eigen getto. Niemand zal ze die plek betwisten, of het zou het Tlingit-volk moeten zijn – de inheemse indianen, die door de Amerikaans en joodse planners van Sitka compleet over het hoofd zijn gezien, zoals de eerste zionisten ook meenden in Palestina een land te hebben gevonden zonder volk.
Er is in Sitka vooral geen spoor van heroïek te vinden – het is een onderkomen, een schuilplaats, geen natie.
Die sfeer van beklemming slaat je op de eerste pagina’s meteen tegemoet; het is een grijze, zompige wereld die Chabon tekent; je waant je in de straten van Boekarest of van Sofia onder de communistische dictatuur. Het enige, stralende lichtpunt te midden van die misère is het zuigende, vitale, hilarische Jiddisch.
Probleem: Hoe schrijf je een boek waarin iedereen een taal spreekt, die in werkelijkheid bijna niemand meer kan lezen? Door Jiddische woorden in de tekst te verwerken, eindeloos veel, die door de personages achteloos in de mond worden genomen, zonder dat ze de ondertiteling erbij leveren. Dus is een Jood consequent een Jehoede en een pistool een sholem. Dat laatste woord is een door Chabon verzonnen Jiddisch, en dat gaat dan ongeveer zo. Sholem betekent vrede, of, in het Engels peace. Nu zijn fonetisch de woorden peace en piece hetzelfde, en elke, zichzelf respecterende Amerikaanse detective heeft wel een ‘piece’ op zak, een pistool. Ziedaar de taalkundige acrobatiek die Chabon losjes demonstreert. En nee, een verklarende woordenlijst is lekker niet in het boek opgenomen. Dus onderga je als lezer de merkwaardige sensatie de precieze betekenis van veel woorden niet te kennen: veel laat zich uit de context verklaren, maar veel blijft ook giswerk. Het is alsof je weer dertien bent, en een grote mensenboek leest, waarin de gebruikte begrippen bij benadering iets uitdrukken. Is dat storend? Ik vond het uiteindelijk niet, omdat je als lezer in een onwerkelijke sfeer wordt gebracht, waarin alles mogelijk is – precies zoals ik mij mijn eerste, serieuze lectuur herinner van lang geleden.
Er staan prachtige observaties in De Jiddische Politiebond. Als iemand breed geschouderd is, heeft hij ‘de schouders van een held of een pianosjouwer’. Want, let wel, het blijven Joden, dus ook de detectives spelen schaak, piano of viool. Wat te denken van deze situatieschets, waarin iemand ‘een seintje van zijn moeder krijgt via de ultrasone frequentie die de regering vrijhoudt voor Joodse moeders in het geval van Middageten’.
Dit is dus wat Chabon gedaan heeft: onder dekking van het detectivegenre heeft hij een complete wereld bij elkaar verzonnen, een wereld die in werkelijkheid is uitgemoord, maar die via de verbeelding weer in elkaar is gezet en tot leven is geschreven. Michael Chabon is een detectiveschrijver zoals Paul Celan een detectiveschrijver is.
Michael Chabon, ‘De Jiddische politiebond’, vertaald door Christien Jonkheer & Gerda Baardman. Anthos, 415 pagina’s, € 19,95
- Republikeins extremisme De interessantste onafhankelijke bronnen over ultra-conservatief Amerika en de meest radicale sites en blogs
- Anton Corbijn De populaire cultuur van Anton Corbijn
- Framing Wat is de wetenschappelijke basis van politieke framing? En wat zijn bekende frames uit de Nederlandse politiek?
- Politieke satire in de VS De beste sketches van Republikeinse presidentskandidaten
- Kernbom Iran Hoe gevaarlijk is de Iraanse kernbom?



