VN MediagidsDe dealmaker; waarheidsvinding volgens Fred Teeven

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / crime 18.11.2006

Door Harry Lensink / Marian Husken

Hij was dertien jaar officier van justitie, een periode die kort werd onderbroken door een politiek avontuur bij Leef­baar Nederland. Nu gaat crimefighter Fred Teeven opnieuw naar Den Haag. Vrij Nederland licht het justitieel curriculum van het toekomstige VVD-Kamer­lid. Criminelen, advocaten en collega’s over de Haarlemse dealmaker. ‘Je moet langs de rand durven lopen, anders laat je te veel liggen.’

Het waren lange dagen in Kabul. Een klein gezelschap Nederlandse juristen was eerder dit jaar afgereisd naar de roerige Afghaanse hoofdstad. Ze vormden een zogenaamde rogatoire commissie, op zoek naar informatie in de strafzaak tegen voormalige Afghaanse generaals. De oud-militairen werden verdacht van oorlogsmisdaden gedurende de Russische bezetting van Afghanistan.

Het gezelschap bivakkeerde twee weken op de Nederlandse compound. Veel vertier bood de islamitische metropool immers niet en buiten de muren was het te onveilig. De remedie? Klaverjassen! ‘Teeven was bloedfanatiek, terwijl de rechter-commissaris hem zat te jennen en de hele tijd vals speelde,’ zegt Liesbeth Zegveld, advocate voor een verdachte – en inmiddels veroordeelde – oud-militair. ‘Hij wilde maar één ding bij die sessies: winnen.’

Typisch voor deze officier van justitie, meent raadsvrouwe Zegveld. ‘Die mentaliteit heeft hij ook in zijn werk. Hij wil winnen en daarbij zoekt Fred de grenzen. Eerst zoekt hij het bewijs, of het nu linksom of rechtsom moet, zelfs als dat op een juridisch laakbare manier zou zijn. Vervolgens gaat hij kijken hoe hij dat bewijs aan de rechter presenteert op zo’n manier dat deze het accepteert. Hij wandelt door alle conventies, hoewel ik hem nooit heb kunnen betrappen op het schenden van de wet.’ Zegveld ondervond het aan den lijve toen Teeven in de zaak tegen haar Afghaanse cliënt suggereerde dat deze een tolk had bedreigd. ‘Daar is nooit bewijs van getoond, maar het leidde er wel toe dat mijn cliënt in voorarrest bleef. Dat vond ik echt niet kunnen.’

Toch overheerst de waardering voor de doortastende officier van justitie. Zegveld: ‘Die internationale zaken staan al sinds begin jaren negentig op de rails. Het is voorgaande officieren alleen niet gelukt om er vaart in te krijgen. Fred zei: laten we ze nou eerst eens als een gewone strafzaken benaderen. Zonder alle interculturele en historische haken en ogen. Hoewel ik het met de uitkomst van de Afghaanse zaak totaal niet eens ben, respecteer ik zijn aanpak.’

Fred Teeven (5 augustus 1958) ontpopte zich de afgelopen jaren als een vurig bestrijder van internationale oorlogsmisdadigers. Hij boekte succes in de vervolging van de martelende Afghaanse generaals en zorgde er eerder dit jaar voor dat Frans van Anraat werd veroordeeld tot vijftien jaar cel. De Nederlandse zakenman leverde in de jaren tachtig aan het regime van Saddam Hoessein grondstoffen voor de vervaardiging van chemische wapens.

Opnieuw kwam hij Liesbeth Zegveld tegen, deze keer aan zijn zijde. Ze verdedigde de belangen van Saddams – en dus Van Anraats ­– slachtoffers. ‘We zijn onder andere samen enkele keren op werkbezoek in Iran geweest,’ vertelt de advocate, ‘een land waar Nederland een ingewikkelde relatie mee heeft. Dan blijkt Fred een sociaal heel vaardig mens. Hij is open, eerlijk en direct. Bij de eerste Iran-reis zag je die mensen de kat uit de boom kijken, zich afvragen wie die man was. Bij de tweede werd hij met open armen ontvangen.’

Dooie mus
Wat deed crimefighter Fred Teeven op dat internationale speelveld? Wat zocht hij in brandhaarden als Bagdad en Kabul? Daar heeft zijn voormalig collega-officier Martin Witteveen een antwoord op: ‘Toen Fred begin 2003 terugkwam uit de politiek moest hij genoegen nemen met wat er op dat moment vacant was.’ De praktische jurist had een uitstapje gemaakt naar de landelijke politiek en als lijsttrekker van Leefbaar Nederland een half jaar een tandenloze fractie aangevoerd. Bepaald geen sidestep die zijn marktwaarde vergrootte. ‘Dus kreeg Fred een dooie mus voorgeschoteld bij zijn terugkeer,’ zegt een OM-medewerker. ‘De Afghaanse generaals.’

Maar bij Teeven is het glas altijd half vol, zo blijkt uit zijn rigoureuze aanpak. ‘Dat is het leuke van een dode mus, die kun je dan tot leven wekken,’ stelt de bijna-parlementariër zelf. ‘Je kunt er wat van maken. En ik begrijp wel dat je, als je terugkomt, niet meteen op de functie komt waar je zat. Het heeft me wel verbaasd hoe snel ik weer terug was in de belangstelling.’ Vooral toen hij de zaak tegen Willem Holleeder naar zich toe trok, stond Teeven gelijk weer in het middelpunt van de aandacht. Vilein: ‘Maar volgens mij zegt dat meer over de rest van het OM dan over mij.’

En daarmee was de Haarlemmer weer terug bij zijn oude stiel. Want hoewel Teeven zelf Van Anraat ziet als zijn belangwekkendste zaak, is de officier van justitie vooral bekend door zijn strijd tegen de Nederlandse onderwereld. Hij was het afgelopen jaar de kwelgeest van Willem Holleeder, hij bond eerder de strijd aan met topcriminelen als Johan ‘de Hakkelaar’ V. en Cor van Hout.

Hoewel hij natuurlijk niet de enige officier is die met harde hand de georganiseerde misdaad te lijf ging, is Teeven wel de belichaming geworden van het begrip crimefighter.

Intelligent baasje
‘Crimefighters? Dan denk ik ook: hallo, officieren van justitie zijn toch ook ingehuurd om misdaad te bestrijden?’ Aldus Hans Vrakking, zonder twijfel de mentor van deze lichting OM’ers. De toenmalige Amsterdamse hoofdofficier haalde Teeven en diens collega Witteveen begin jaren negentig naar de hoofdstad. Vrakking: ‘Toen ik aantrad, werd me al snel duidelijk dat er maar weinig mensen kaas hadden gegeten van fraude en aanverwante financiële zaken. Teeven zat bij de Fiscale Opsporingsdienst, de Fiod. Hij heeft ’s avonds rechten gestudeerd en in no time zijn bul gehaald. Ik vond hem een intelligent baasje met doorzettingsvermogen. Dat is weer eens wat anders dan iemand die uit de beschutte studeerkamer van de universiteit komt en meteen doorstroomt naar de functie van rechter of officier.’

Bij de Fiod had Teeven het klappen van de zweep geleerd. Hij had eigenlijk verkeersleider op Schiphol willen worden, maar zag die weg afgesloten door slechte ogen en gebrek aan bèta-inzicht. De pragmaticus koos voor een baan bij de belastingen: een goed salaris lag daar in het verschiet, inclusief een interne opleiding. Het was bepaald geen roeping, maar gelukkig was er een ontsnappingsroute: de Fiod. Teeven wilde rechercheur worden, desnoods bij de belastingen.

In het opleidingsklasje trof hij onder andere de huidige minister van Defensie Henk Kamp, met wie de officier sindsdien een vriendschappelijke relatie onderhoudt. Het is deze bewindsman en prominent VVD’er die Teeven nu opnieuw naar Den Haag haalt. ‘Rustig, serieus, sociaal vaardig,’ zo omschrijft Kamp zijn voormalige Fiod-collega. ‘Eigenlijk zoals iedereen bij de Fiod.’

Samen reden de liberale belastingspeurders in de auto van Kamp naar de cursus. Ook troffen ze elkaar iedere maandag tijdens het Fiod-sportuurtje, waar Teeven en de latere minister zich bekwaamden in jiu jitsu en judo. Een beetje weerbaarheid kon geen kwaad voor een Fiod-man. Kamp: ‘Fred won. Hij is sterker dan ik. Een grote, sterke kerel.’

Corrupte ambtenaren
Daar, op de judomat in Utrecht, troffen ze ook een instructeur die later een cruciale rol zou spelen in de discussie over opsporingspraktijken in Nederland: douaneman Cees de Jongh. De vechtsporter runde achter de schermen verscheidene informanten in de onderwereld, mensen die met toestemming van de opsporingsinstanties drugs en sigaretten het land binnensmokkelden. De overheidsambtenaren hoopten op deze manier criminele organisaties tot op het hoogste niveau te ontmantelen. Toen deze vergaande opsporingsmethode begin jaren negentig aan het licht kwam, stond het land op zijn achterste benen. De IRT-affaire (vernoemd naar het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland/Utrecht) was geboren. Criminelen zouden zich op grote schaal hebben verrijkt met behulp van corrupte ambtenaren.

In het daaropvolgend parlementair onderzoek, geleid door Tweede Kamerlid Maarten van Traa, moet een heel circus aan politie- en justitiemensen zich publiekelijk verantwoorden. Ook Fred Teeven. Hij werkte van 1980 tot 1990 voor de Fiod, maar was begin jaren negentig overgestapt naar de douanerecherche, ook een onderdeel van de Fiod, waar hij tot eind 1993 werkte als teamleider. Daar was hij de baas geworden van de judoka Cees de Jongh. Ten overstaan van Van Traa liet Teeven weten dat mensen als De Jongh en andere douaniers die onder hem werkten, maar ook collega’s van de politie uit Haarlem, verantwoordelijk waren voor de doorlevering van drugs. Onduidelijk was wie de verdiende miljoenen in zijn zak had gestoken. Teeven, die zich er in latere jaren graag op zou laten beroemen dat hij nauw contact houdt met de werkvloer, wierp alle smetten van zich. Hij wist van niets.

Klaas Langendoen, een Haarlemse politieman die sneuvelde in de IRT-affaire, werd beschouwd als een van de grootste boosdoeners. Hij is nog steeds verbitterd over de wijze waarop Fred Teeven de dans is ontsprongen. ‘Van de vier containers mochten en drie door. Eentje werd er gepakt. Dat stond goed. Teeven moet dat hebben geweten, hij was hoofd van de douanerecherche.’

Ook douanier Jan Prinssen moest vertrekken. ‘Wij runden een aantal informanten die ons goede informatie gaven. Fred Teeven van de douanerecherche was daarin ernstig geïnteresseerd. Hij zei ooit dat het niet veel heeft gescheeld of wij waren er achter gekomen hoe de vork in de steel zat. Op welk niveau de corruptie bij justitie en politie zat.’

Uiteindelijk is de IRT-beerput nooit helemaal geopend. De vraag is altijd blijven hangen: zijn er ambtenaren geweest die financieel hebben geprofiteerd van de getolereerde drugshandel?

Douanechef Teeven had toen hij bij Van Traa moest verschijnen, al een andere functie. Zijn beschermheer Vrakking had hem als officier van justitie naar Amsterdam gehaald. Tijdens zijn verhoor bij de onderzoekscommissie sprak Teeven enkele profetische woorden. ‘Het is van belang dat je op een goede manier omgaat met de klassieke opsporingsmiddelen en daarmee inventief opereert,’ hield hij de parlementariërs voor. Hij pleitte voor meer aandacht voor financieel rechercheren en zei vervolgens: ‘Verder zou je kunnen denken aan een regeling voor de kroongetuige. Ik denk dat dat in de sfeer van de Hollandse netwerken zeer bruikbaar zou kunnen zijn.’

Voilà. De aanzet tot deals met criminelen. Van die methode wordt Fred Teeven de fakkeldrager. Te beginnen in het proces tegen de machtige drugsbaron Johan V., alias De Hakkelaar.

Teeven heeft er nooit enige twijfel over laten bestaan: hij heeft een hekel aan drugs. De berechting van Johan V. rekent Teeven tot een van zijn grote successen. De drugsbaron werd in 1998 veroordeeld tot ruim vijf jaar cel. Dat was gelukt met Teevens nieuwe methode: zeer belastende verklaringen van twee kroongetuigen. De officier had samen met zijn maatje Witteveen inspiratie opgedaan bij Italiaanse en Amerikaanse collega’s. Daar boekte justitie succes met pentiti, criminele spijtoptanten die in ruil voor minder straf tegen maffiabazen getuigden.

Oud-Fiod-rechercheur Marcel Pheijffer keek er niet van op dat Teeven onconventioneel te werk ging. ‘Al was het inzetten van dit soort kroongetuigen toen nog niet in de wet geregeld,’ zegt de huidige hoogleraar accountancy aan Nyenrode. Pheijffer en een collega verhoorden destijds een van de twee kroongetuigen tegen De Hakkelaar: Fouad Abbas. Deze Pakistaanse hasjhandelaar ontliep zijn straf deels in ruil voor zijn getuigenis.

‘Alles was nieuw, nieuw, nieuw,’ zegt toenmalig hoofdofficier Vrakking. ‘Teeven heeft met die deals de grenzen opgezocht.’ De voormalig hoofdofficier geniet er nog van dat ‘zijn jongens Martin en Fred’ de verdediging van De Hakkelaar te slim af waren.

Er was nog een kroongetuige: Ad Karman. Hij was ‘chef laden & lossen’ van de bende. Zijn advocaat Joseph Rammelt wordt opnieuw kwaad als hij terugdenkt aan de zaak. Zonder medeweten van de raadsman hadden Teeven en Witteveen een deal gesloten met zijn cliënt. Karman was volgens Rammelt een rad voor ogen gedraaid. ‘Hij was bijna vrij, maar de officieren hadden hem wijsgemaakt dat hem een lange straf stond te wachten.’ En het kon nog erger. Om tweedracht te zaaien tussen advocaat en cliënt, maakte het OM Rammelt zwart, aldus de strafpleiter. ‘Ik werd door justitie tegenover Karman afgeschilderd als een verlengstuk van de bende. Natuurlijk kun je dit zien als een slim steekspel van de officieren, maar ik vind het een nogal leugenachtig optreden.’

De rechtbank was ontstemd over deze gang van zaken. Om problemen te voorkomen werd Karman een nieuwe raadsman aangeboden: Marcel van Gessel. ‘Het was puur pionierswerk,’ zegt deze Amsterdamse advocaat nu. ‘Dat gold voor zowel voor mij als voor Witteveen en Teeven. De deal was al gemaakt, maar verder was nergens over nagedacht. Ook niet over de beveiliging van mijn cliënt. Er was niet eens een beschermingsprogramma voor getuigen. Het was improviseren met de Pritt-stift en de plaksnor.’ Na deze zaak had Van Gessel zijn buik vol van deals met criminelen. ‘Het is een monstrum. Per definitie is een deal namelijk niet controleerbaar, want alles moet geheim blijven. Het gaat vaak om de losers, de mensen in de lagere echelons van de organisatie.’

Hoe dan ook, na de Karman-deal is de kroongetuige een gangbaar instrument voor het Openbaar Ministerie. Je kunt niet meer zonder, stelt officier Koos Plooij. Hij zat de afgelopen jaren samen met Teeven op de zaak-Holleeder, waarin geheime getuigen ook een belangrijke rol spelen. Dat een fatsoenlijke rechtsgang in het geding komt door het geheime karakter van deals, spreekt Plooij tegen. ‘Geen getuige wordt zó zwaar door iedereen getoetst als de dealgetuige. Over die noodzaak van zorgvuldigheid en transparantie denken Fred en ik exact gelijk.’

Boeven vang je met boeven
Zie daar de nieuwe aanpak van het Openbaar Ministerie: boeven vang je met boeven. Dat is Teevens pay off. Hoe dat intern in zijn werk gaat, deed oud-rechercheur Sjaak K. onlangs uit de doeken. De van corruptie verdachte Amsterdamse politieman stond op 19 oktober voor de rechter omdat hij informatie zou hebben doorgespeeld aan de onderwereld. K. ontkende ten stelligste corrupt te zijn. Wel zette de verdachte vraagtekens bij de manier waarop hij en zijn collega’s jarenlang hadden moeten werken, onder andere onder Fred Teeven. ‘Ik heb veel merkwaardige dingen gezien. Ik heb meegemaakt dat een officier van justitie naar het buitenland ging om een deal te sluiten met een verdachte. Vervolgens kregen wij de opdracht om in datzelfde buitenland bij nader onderzoek naar die verdachte niets te vinden.’

Na afloop van de zitting laat K. weten dat het om een zaak van Fred Teeven gaat. ‘We moesten een grote crimineel onderuit halen. Iemand die je niet zomaar vangt. Daar heb je trucs voor nodig’, zegt de verdachte rechercheur. Volgens hem had Teeven als getuige een chauffeur van een drugstransport naar Engeland op de korrel, met wie hij een deal maakte. ‘Mijn collega en ik moesten voor de vorm naar Engeland. We zijn in een hotel gaan zitten en hebben het plaatselijke kasteel bekeken. Ik vond dat niet kies.’

Het betreft hier de zaak tegen drugsbaron Henk R., de Zwarte Cobra. Teeven, met dit verhaal geconfronteerd, verwijst het naar het rijk der fabelen. ‘Allemaal flauwekul. Geloof wat je wilt geloven van K., maar het slaat allemaal nergens op. Ik merk het wel als de rechtbank me wil horen. Dat zie ik met vertrouwen tegemoet. Nu de zaak nog onder de rechter is, moet ik er verder over zwijgen.’

Gemor. Maar toch staan de zware jongens in de rij om met Teeven een afspraak te maken, zegt commissaris van politie John Olierook: ‘Criminelen zijn gecharmeerd van zijn werkwijze, potentiële kroongetuigen kloppen bij hem aan. Met hen doet hij zaken, daar gaat hij ver in.’ Olierook is commissaris bij de Nationale Recherche, Unit Randstad-Noord. De topdiender zat enkele malen aan tafel met criminelen die bij Teeven hun heil hadden gezocht. ‘Je ziet dan dat ze het doen omdat ze volledig vertrouwen hebben in de persoon van Fred. Nergens komen mensen zomaar met een mooi verhaal. Bij hem wel. Ik heb laatst samen met hem met enkele zware criminelen gesproken. Daar krijg je normaal geen contact mee. Fred wel.’

Maar sommigen betalen een hoge prijs voor zo’n gesprek. Precedenten te over. Van de tientallen doden die het afgelopen decennium sneuvelden in de onderwereldoorlog, waren er ettelijke die met justitie spraken. In het geval van Teeven werd er zelfs eentje vermoord een dag voordat hij de Amsterdamse officier zou spreken. Martin Swennen kreeg de kogel in een café, waarbij de schutter hem toe siste: ‘Je praat met de politie. Het is je verdiende loon.’ Swennen zou informatie hebben gehad over corrupte opsporingsambtenaren.

Teeven reageert gelaten: ‘Als mensen met mij gaan praten, gaan ze wel eens dood. Dat klopt, dat heb ik ook geconstateerd. Dat is niet helemaal typisch voor mij, maar omdat ik meer van dat soort gesprekken voer, maak ik het wel vaker mee.’

Corruptie
Hoe scherp Teeven aan de wind zeilt, blijkt wel in 1998. In dat jaar reist hij in zijn eentje naar Frankrijk om de daar gedetineerde topcrimineel Mink K. te bezoeken in diens cel. Mink en Teeven willen een deal sluiten. De voormalig drugs- en wapenhandelaar heeft in Nederland nog een straf van zes jaar en negen maanden uit te zitten. Hij is eerder tot aan de Hoge Raad veroordeeld voor een wapenvondst in de Amsterdamse Newtonstraat. In de Nederlandse onderwereld is Mink K. een vreemde eend in de bijt. Hij staat bekend om zijn goede contacten met opsporingsinstanties, naar verluidt ook geheime diensten, zowel in Nederland als daarbuiten. Dat maakt hem tot een mogelijk interessante bron voor Teeven, die hevig geïnteresseerd is in corruptie binnen het justitie- en politieapparaat. Vooral de open eindjes uit de IRT-affaire houden de crimefighter nog steeds bezig.

Dat geldt ook voor zijn collega Peter Snij­ders. In eerste instantie zou deze Haar­lemse officier van justitie zelfs met Teeven afreizen naar Frankrijk. Op het laatste moment haakte zijn reisgenoot af. Snijders vond dat je geen deal kon sluiten met iemand uit de top van een organisatie die je wilt aanpakken. ‘Het is niet verstandig om in je eentje met zo iemand te gaan praten. Het is immers niet controleerbaar.’

Onzin, meent Teeven: ‘Het college van procureurs-generaal vond het goed dat ik alleen ging.’ Dat wordt bevestigd door zijn toenmalige baas Hans Vrakking. ‘Dat is tot op het hoogste niveau dichtgetimmerd.’

‘Teeven nam contact op of hij kon komen koffiedrinken,’ laat Mink K. weten vanuit de Scheveningse gevangenis, waar hij tegenwoordig is gedetineerd. ‘Ik wilde hem niet alleen ontmoeten. Mijn advocaten moesten erbij zijn. Want wie wordt er straks geloofd: de crimineel of de officier? Het is dan mijn Calimero-stemmetje tegen dat van een magistraat.’ De onderhandelingen met Mink hadden geheim moeten blijven, maar lekten toch uit. Het Nederlandse parlement stond op zijn achterste benen. Hoe kon justitie een deal willen sluiten met zo’n grote crimineel? En wist de minister Benk Korthals daar wel van? De bewindsman ontkende dat er een deal was gesloten. Er waren slechts verkennende gesprekken geweest. Teeven was al tot de orde geroepen en de zaak was gestopt, verzekerde Korthals.

Gestopt? Helemaal niet, beweert hoofdrolspeler Mink K.. Hij zwijgt nog steeds over de inhoud van de gesprekken met Teeven. Onderdeel van de deal met justitie was dat K. een borgsom van 1 miljoen gulden moest betalen. Daardoor was hij voorlopig op vrije voeten. Ondertussen zou Teeven onderzoeken of hij iets kon doen met de verklaringen van K. Pas dan zou blijken of er een definitieve deal was. Wel moest de inhoud van de gesprekken geheim blijven. De officier zegt dat hij pas half september officieel te horen heeft gekregen dat hij met Mink moest stoppen.

Sindsdien is de deal gehuld in mysteriën. Wat is er gezegd? Wat waren de voorwaarden? Wie heeft het bestaan van de afspraken gelekt? Wat waren de belangen? Mink: ‘Dat lekken is bewust gebeurd. Dat gaat terug naar de IRT-tijd, de strijd die er tussen verschillende politiekorpsen werd gevoerd. Betrokkenen wilden voorkomen dat Teeven daar een vinger achter zou krijgen.’ Advocate Adèle van der Plas wijst op het gevaar van deze ‘lekkage’: ‘Mink hield zich aan de afspraak, terwijl die door justitie keer op keer werd geschonden. Mink vreesde voor zijn leven nu justitie hem via lekkages doelbewust publiekelijk als informant had neergezet.’

Over de inhoud van de gesprekken hebben zowel Mink K. als Teeven altijd gezwegen. Maar Teevens toenmalige baas bij het Amsterdamse parket licht toch een tipje van de sluier op. Vrakking: ‘Teeven was op zoek naar de corruptie binnen de politie. Hoe zat het nu werkelijk met het IRT? Dat weten we tot op de dag van vandaag eigenlijk niet, hè. De gedachte is geweest dat hier wat anders, wat groters achter zat.’

Complot of niet, met K. was Teeven over de schreef gegaan, meenden de justitiële kopstukken. Hij werd geparkeerd als districtsofficier in Amsterdam-Oost en moest zich met ‘gewone’ criminaliteit gaan bezighouden. Zelf heeft hij dat niet zo ervaren. ‘Ik wilde ook wel de luwte in, na zes jaar in het brandpunt van de belangstelling.’

Naar de marge
Hoe dan ook, Teeven was op de vingers getikt door de hoge heren in Den Haag, weggezet naar de marge. En dat na een decennium bikkelen in de loopgraven van de onderwereldoorlog. Geen wonder dat de officier op 10 maart 2002 koos voor een merkwaardig uitstapje. Hij werd lijsttrekker van Leefbaar Nederland, de partij die dacht de verkiezingen glorieus te winnen met Pim Fortuyn aan het roer. Na een politiek schandaaltje verliet de charismatische leider de partij om met zijn eigen, toen nog op te richten LPF verder te gaan. Opzienbarend is Teevens revelatie dat hij in eerste instantie met Fortuyn mee zou gaan. ‘Maar vanuit mijn achtergrond als officier wist ik te veel van sommige mensen binnen de LPF. Ik heb toen gekozen om bij Leefbaar Nederland te blijven. Als ik naar de LPF was gegaan, zou mijn terugkeer naar het OM zeer moeilijk zijn geweest.’

Teeven werd het gezicht van Leefbaar Nederland en in alle opzichten de tegenhanger van de flamboyante Fortuyn. Hij beloofde vijftien zetels binnen te halen. Het werden er twee. Toen Teeven hoorde dat het partijbestuur Emile Ratelband zou voordragen als lijsttrekker voor de vervroegde verkiezingen van januari 2003, vond hij het mooi geweest: Teeven keerde Den Haag de rug toe.

Hij verzilverde zijn terugkeergarantie bij het Openbaar Ministerie en werd gestationeerd bij het Landelijk Parket in Rotterdam. ‘Ik was heel bekend, het was niet zo handig om me meteen weer in de schijnwerpers te zetten, vonden ze. Ik werd onder andere de officier voor oorlogsmisdaden. In die portefeuille was de jaren daarvoor weinig gebeurd.’

Maar vanaf Teevens aantreden krijgen de Afghaanse generaals en zakenman Van Anraat het voor de kiezen. Het gaat al weer snel de Teeven-way en het podium is voor hem. Zeker als zijn collega Koos Plooij in zwaar weer terechtkomt. Er zijn aanwijzingen dat criminelen deze officier van justitie willen vermoorden. Omdat Plooij inmiddels een behoorlijke staat van dienst heeft, zijn er volop vijanden met een motief. Het OM neemt de zaak hoog op en zoekt een officier met de nodige historische bagage op het gebied van georganiseerde criminaliteit: Fred Teeven.

De verloren zoon gaat noest aan de slag en heeft al snel beet. De dreiging lijkt afkomstig vanuit de Joegoslavische onderwereld. Topcrimineel Joca Jocic en zijn adjudant Vukmirovic zouden nog een appeltje hebben te schillen met Plooij. Als er aan de Kroatisch-Bulgaarse grens anti-tankwapens worden gevonden, komt de zaak in een stroomversnelling. Blijkbaar zijn de wapens bedoeld om de officier uit zijn schoenen te schieten. Teeven hecht waarde aan deze theorie, mede door verklaringen van een kroongetuige.

En dan gebeurt voor Teeven het onmogelijke: het college van procureurs-generaal ziet niets in zijn kroongetuige. ‘Onbetrouwbaar’ luidt het oordeel. De officier krijgt een tik op zijn vingers van de hoogste OM-baas, Joan de Wijkerslooth, een man met wie Fred Teeven al eerder mot had (De Wijkerslooth had tegen Teevens zin in uiterst geheime stukken uit het Mink K.-dossier doorgespeeld aan de AIVD). De zaak ‘bedreiging Plooij’ verdween in de kast, mede omdat kort daarvoor de hoofdverdachte, Vukmirovic, in Spanje was geliquideerd.

Woedend was Teeven. ‘Ik vind als je onderzoek doet naar bedreiging van je eigen mensen, je eigen officier, dan moet je verder gaan met je onderzoek. Dan moet je dat aan de rechter voorleggen. Het klopt, het was een heel onbetrouwbare getuige. Maar er was steunbewijs. Dan moet je doorgaan.’

Er zat nog een pikant detail aan de bedreiging van Plooij. De onbetrouwbare bron die door de leiding van het OM wordt afgeschoten, blijkt niet de enige. Uit correspondentie tussen Teeven en Duitse collega’s van de officier blijkt dat er nóg een kroongetuige was. Een Joegoslaaf. Ook die is weggestreept door zijn bazen, geeft Teeven toe. In eerste instantie ontkent hij het bestaan van deze man, maar geconfronteerd met de Duitse correspondentie, geeft de Amsterdamse magistraat toe: ‘Ja, dat klopt. Het mocht niet. Ik leg altijd alles voor. Ik weet dat mijn kop er afgaat als ik het niet doe. Dus ik leg ook de ongemakkelijke dingen voor, die mensen soms liever niet voorgelegd krijgen.’

Geboren teamleider
Opnieuw staat Teeven met ezelsoren in de hoek. Is het dan nu echt afgelopen met de misdaadbestrijder? Geenszins. Blijkbaar heeft Teeven zoveel krediet dat hij wordt gestationeerd als teamleider van het Landelijk Parket op Schiphol. Van daaruit stuurt hij de kersverse nationale recherche aan. Boze tongen beweren dat Teeven een zodanige informatiepositie heeft, dat hij dergelijke benoemingen kan afdwingen. Vooral zijn kennis uit zijn Fiod-tijd, waarin Teeven toegang had tot menig belastingdossier, zou hem van pas komen. Teeven schiet in de lach. ‘Ja, ik heb veel gezien, maar zou dat nooit gebruiken. Maar ze moeten niet de kat op het spek binden. Toen ooit een hoge ambtenaar op Justitie mij vroeg: meneer Teeven, bent u wel zo integer? Antwoordde ik vanuit mijn Fiod-kennis met: ik wel, maar u ook?’

Zijn nieuwe werkplaats bij het Landelijk Parket is een non-descript kantoorgebouw op de nationale luchthaven. Alleen de letters ‘LP’ wijzen op de huurder van het pand. Boven, in de kantine, staan de pakjes hagelslag en potjes pindakaas opgestapeld. Aan de muur prijken foto’s van een recent paintball-uitje. Teeven met ontbloot bovenlijf, Teeven in camouflagekleuren, het schietijzer in de aanslag. Collega Gert Oldekamp, gezeten onder het fotografisch tafereeltje, heeft er een verhaal bij. ‘Fred is een gezelschapsdier. Ook hier.’ Collega Koos Plooij, naar verluidt goed in bowlen, haakt in: ‘Fred is een geboren teamleider. Ik vond hem niet alleen heel gedreven, maar ook humoristisch, sociaal en strategisch.’

Gert Oldekamp is ook van het soort met opgestroopte mouwen. Hij is onder andere de officier in de zaak tegen de Hells Angels. ‘Fred is een man met hart voor de zaak, die niet ten koste van alles criminelen achter slot en grendel wil hebben. Hij zoekt grenzen op en daar is niets mis mee. Op het ene punt wil Fred iets verder, op een ander punt Koos Plooij en ik. Als het gaat om deals sluiten, gaat Fred verder, als het gaat om getuigenbescherming, ga ik verder. Maar we blijven altijd binnen het kader van de wet.’

Het is duidelijk, hier zitten zijn vrienden. Hier bekokstoofde hij het afgelopen jaar hoe de zaak Holleeder aan te pakken. ‘Het laatste huzarenstukje,’ zoals hij het met een slip of the tongue zei. Het zou een sluitstuk worden van een mooie carrière, de kers op de taart. Helaas gooide Balkenende III roet in het eten. Nu er voortijdige verkiezingen zijn, moest Teeven kiezen. Hij koos voor zijn toekomst, hij koos voor de politiek.

Jammer, want het was een merkwaardig stel dat zich op de zaak-Holleeder had geworpen. De steile, magere en jongensachtige Plooij, met zijn keurige dictie, geflankeerd door de grote, ietwat onbehouwen Teeven, de streetwise officier met de hondenogen. De zaak-Holleeder moet voor Teeven deels een déjà vu zijn. Een stoet aan oude bekenden komt langs in het dossier, de door hem zo grondig bestudeerde Hollandse Netwerken vloeien ineen. Namen als Van Hout, Etienne U., Stanley H. en Mink K. staan veelvuldig verspreid door het dikke dossier.

Ook in de rechtszaal komt Teeven familiaire koppen tegen. De tronie van Holleeder bijvoorbeeld. Teeven was als Fiod-man al betrokken bij de Heineken-ontvoering. Later, midden jaren negentig, verdacht hij Holleeder samen met diens gabber Cor van Hout van drugshandel. De Neus ontsprong de dans.

Ook het typerende stemgeluid van strafpleiter Bram Moszkowicz is hem niet vreemd. Als ambitieuze juristen kruisten ze de degens in de zaak-Hakkelaar. Nu, tien jaar later, is het weer deze geduchte opponent die Teeven treft voor de rechter. Opnieuw spelen de heren het spel hard. Zo is het dossier-Holleeder doorspekt met ‘zachte’ informatie over de ongemakkelijke relatie tussen Moszkowicz en zijn cliënt. De advocaat zou in de tang zitten bij Holleeder. Ook het privéleven van de strafpleiter is niet heilig: zelfs de vermeende escapades van diens vrouw met misdaadverslaggever John van den Heuvel blijken informatief genoeg om aan het dossier toe te voegen.

Stijfkop
Teeven mag de verdediging graag uitdagen, maar ook in eigen gelederen is het soms knokken geblazen. Commissaris Olierook, vanuit de Nationale Recherche belast met het onderzoek naar de afpersingen, schetst een wat chagrijnige start van het proces-Holleeder. Er was bijvoorbeeld grote onenigheid over het tijdstip waarop Holleeder te arresteren. Teeven wilde wachten, want niet het risico lopen dat de Heineken-ontvoerder er makkelijk vanaf zou komen.

‘Je ziet op zo’n moment dat bij justitie de gelederen zich sluiten. Je hebt dan ineens twee partijen: politie en justitie. Normaal werk je goed samen, maar dan sta je ineens tegenover elkaar. Dit conflict was zo groot dat er andere krachten mee gingen spelen. De hoofdofficier van justitie kwam er zelfs aan te pas. Fred wilde later, toen hebben we alsnog een datum geprikt waar hij zich ook in kon vinden. Dat heeft geleid tot een ijstijd tussen Fred en mij. Via onze vrouwen is dat weer opgelost.’

Hoewel hij in Teeven de stijfkop herkent die hij zelf ook is, spijt het Olierook bijzonder dat Teeven niet meer bij de zaak-Holleeder is betrokken. ‘Het is meer dan een rechtszaak, het is een machtsspel. Iedereen bemoeit zich er mee. De advocaten, de media, de politiek. Je moet dan een officier hebben die sterk in zijn schoenen staat. Die zaak kon niet worden overgenomen door een willekeurige officier. Wat je nu ziet in die zaak is kwantiteit en niet kwaliteit. Je krijgt nu een groepje officieren dat zijn werk overneemt. Die doen allemaal een stukje.’

Teeven, niet gehinderd door valse bescheidenheid, geeft toe dat zijn inbreng zal worden gemist. Vooral als het gaat om de kroongetuige. ‘Het is zo lastig om mensen ervan te overtuigen ergens aan mee te werken. Ik denk dat ik daar heel goed in ben.’ Tot nu toe zijn er in de zaak-Holleeder drie anonieme getuigen door het OM naar voren geschoven. ‘Die zijn heel betrouwbaar,’ bezweert John Olierook. ‘Ze staan vaak in relatie tot Holleeder en de zijnen, ze zijn bedreigd of afgeperst. Dat zijn niet mensen die het doen om minder straf te krijgen. Ze zijn bang, omdat ze weten hoe het in elkaar steekt. Toch hebben we ze overtuigd. Ik verzeker jullie: we komen met voldoende bewijs.’

Alle betrokkenen beamen het: met de zaak-Holleeder komt het goed, althans vanuit het OM-oogpunt. Teeven kan met een gerust hart naar Den Haag vertrekken: vier officieren nemen zijn taken waar in deze prestigieuze zaak. Het zal zijn ego strelen.

Kortom, het leven lacht Teeven toe, zeker toen hij afgelopen zomer terugkwam van vakantie en z’n hoge plaats op de VVD-lijst zag. Dat had hij nooit verwacht. Maar er is ook een smetje. Nou ja, Teeven ligt er niet echt wakker van. ‘Het is geen smetje, maar een zeer onbetrouwbare verklaring,’ zegt hij. De officier heeft het meteen gemeld bij zijn partij. Wat is het geval? Oude verhalen over corruptie hebben de kop opgestoken. Deze beschuldigingen uit 2003 lagen al jaren in een stoffige la bij het college van procureurs-generaal. Het gaat om gedetailleerde verklaringen van een belangrijke kroongetuige in het huidige proces tegen een oude bekende, Mink K. dat nu vlak voor de verkiezingen dient. (De crimineel staat in Rotterdam terecht voor de moord op Jaap van der Heiden, die in 1993 in Alkmaar met een bom aan zijn voordeur werd vermoord.)

Wat is het vermeende lijk in de kast? Fred Teeven zou volgens deze kroongetuige begin jaren negentig 1,2 miljoen gulden hebben aangepakt. Het geld was bedoeld om een container vrij te krijgen. Daarin zat 2500 kilo cocaïne die door de douane in beslag was genomen. Ook zou Teeven een beloning van een half miljoen gulden hebben ontvangen voor Mink K.’s deal met justitie.

‘Ik heb die man nooit ontmoet,’ vertelt Teeven. ‘De rechercheurs die hem hebben verhoord, zijn de vijf w’s vergeten: wie, wat, waar, wanneer en waarom? Ze hebben niet doorgevraagd. Die verklaring dat ik op de payroll van Mink K. zou staan, is volstrekte bullshit.’

Hij wist al drie jaar van het bestaan van de aantijgingen, zegt Teeven. ‘Hoe? Dat gaat jullie niets aan.’ Hij stapte ‘om een bak ellende te voorkomen’ met zijn hoofdofficier naar de hoogste baas, super-pg De Wijkerslooth. Teeven wilde dat het verhaal tot op de bodem werd uitgezocht door de Rijksrecherche. ‘Ik wilde van alle beschuldigingen worden gezuiverd. Je kan het zelf wel ontkennen, maar het is beter dat dat ook nog eens onafhankelijk wordt vastgesteld.’ Helaas voor Teeven kreeg hij het deksel op de neus. ‘De Wijkerslooth vroeg alleen maar: “Is dit waar?” Ik zei: “Natuurlijk niet.” Verder hoorde ik er niets meer over.’

Verbaasd stelde Teeven begin dit jaar vast dat De Wijkerslooth het zelfs niet nodig had gevonden om zijn opvolger, de huidige procureur-generaal Harm Brouwers, over deze explosieve verklaring in te lichten. ‘Ik sprak met Brouwers over heikele grote strafzaken, zoals de Hells Angels en Holleeder, die er voor zorgen dat je bij justitie met zijn allen soms onder vuur kan komen te liggen. Ik merkte toen dat hij niets wist van de valselijke corruptiebeschuldigingen.’

Brouwer gelaste meteen een nieuw onderzoek. Teeven: ‘Ik kon toen zwart op wit aantonen dat deze beweringen onjuist waren. En dat is ook geconcludeerd door de Rijksrecherche.’ Opmerkelijk is dat bij een rondgang langs vriend en vijand eigenlijk niemand twijfelt aan de integriteit van Teeven op dit vlak. ‘Het is een keiharde werker en dan zijn er altijd mensen die zo iemand beentje willen lichten,’ stelt politiecommissaris John Olierook. ‘Zowel bij justitie als bij de criminelen. Hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. Fred heeft weinig vrienden bij het hogere echelon van justitie.’ Voor hem staat Teevens integriteit buiten kijf. ‘Als je bijvoorbeeld kijkt hoe hij leeft. Als hij drie weken op vakantie gaat met zijn partner dan koopt hij een tentje van 49 euro. Ik weet waar hij woont. Nou, dat is een kippenhok. Als ik dan zulke beschuldigingen hoor, denk ik, allemaal gelul.’

Haagse slangenkuil
Een integere man, dus. Die laverend tussen kuiperijen overeind is gebleven. Die eigenschap zal hem van pas komen in de Haagse slangenkuil. De verwachting is dat hij de portefeuille Justitie krijgt toebedeeld. Waarvoor gaat de parlementariër Teeven zich inspannen? Olierook: ‘Ik weet dat hij voor de nationale politie is. Als ik kijk hoeveel kleine korpsen we hebben en wat dat allemaal kost. Neem het korps Gooi- en Vechtstreek. Daar zit zo’n achthonderd man. Zo’n hoofdcommissaris heeft een staf van tien procent om zich heen, zo’n tachtig mensen. Allemaal dure jongens. Daar zet Fred vast het mes in.’

Toekomstig collega Aleid Wolfsen kijkt uit naar de samenwerking met de crimefighter. De justitiewoordvoerder van de PvdA ziet zelfs overeenkomsten, bijvoorbeeld bij de kroongetuige. Wolfsen ergert zich aan de huidige regeling. ‘Een officier kan nu bij een beetje grote crimineel de cel inlopen en hem aanbieden dat hij vijf van de tien jaar straf kan weghalen als de crimineel meewerkt. Maar een strafje van iemand die een klein delict heeft gepleegd, mag een officier niet seponeren, ik vind dat onbegrijpelijk. Ik hoop dat ik straks ook op dit punt zal kunnen rekenen op hem als mijn kompaan in de Kamer.’

Ook niets dan blijde verwachting bij partijgenoot Henk Kamp: ‘Ik weet dat Teeven voor zijn zaakjes staat. Ik zie hem als een man met de opdracht om de waarheid aan het licht te brengen, nee zeker niet als iemand die tegen grenzen aanbokst.’

En minister Teeven? Politieman Olierook wil er wel een voorschot opnemen: ‘Ik denk dat hij het zou kunnen. Of staatssecretaris. Hij gaat voor niemand opzij. Als je ziet hoe dat nu gaat bij Justitie: daar proberen die ambtenaren elke politicus onderuit te schoffelen.’ En hoe reageert advocate Adèle van der Plas op het idee van bewindsman Teeven? Ze zwijgt lang en verzucht dan: ‘Ik zeg niks.’

Maar zullen ze hem missen, de collega’s, de boeven en de advocaten? Oud-collega Peter Snijders, advocaat-generaal bij het Gerechtshof in Den Bosch, duidelijk niet: ‘Ze noemen Teeven een dossiervreter. Maar ik zie dat de resultaten in zijn zaken sterk worden overdreven. Er zijn veel collega’s die juridisch veel beter zijn onderlegd dan hij. Fred houdt meer van het pokerspel en laat zich daarom ook niet sturen. Hij laat niemand in zijn kaarten kijken.’

Officier van justitie Gert Oldekamp heeft wél bewondering voor zijn oud-collega. Hij ziet in Teeven, in Plooij en in zichzelf een lichting officieren die criminelen hun onaantastbaarheid afnemen. De Hells Angels, de oorlogsmisdadigers, Holleeder. ‘De onaantastbaarheid die die figuren vroeger hadden, is verdwenen. De publieke opinie is door die strafzaken veranderd. Zo’n begrafenis van Sam Klepper zou niet meer kunnen.’ (De topcrimineel werd in 2000 vermoord en door een enorme stoet bevriende Hells Angels door het centrum van Amsterdam naar zijn graf gebracht.)

Ook Koos Plooij is een en al lof. Hij heeft bewondering voor de vrije geest van zijn oud-collega. ‘Fred was er altijd groot voorstander van om veel wegen te bewandelen op zoek naar bewijs, maar altijd met het doel om zich er bij de rechter over te verantwoorden. En in al die jaren heeft hij slechts een enkele keer een tikje op de vingers gekregen. Hij zei altijd: je moet langs de rand durven lopen, anders laat je te veel liggen.’

De metafoor van de afgrond wordt ook aangehaald door een andere oude bekende, topcrimineel Mink K. ‘Ik vind hem een aardige kerel, maar ik bewonder dat crimefighter-achtige niet. Als hij zegt: “Ik hou ervan om langs de rand van de afgrond te lopen,” denk ik: zorg jij maar dat je er niet invalt. Zo’n anonieme kroongetuige gaat voor een tegenprestatie natuurlijk dingen roepen.’

Ook Minks advocate Van der Plas heeft gemengde gevoelens. ‘Zijn zwakke punt was het rechtsstatelijke gebeuren. Teeven omzeilt dat onder andere door met kroongetuigen te werken. Het hoort te gaan om waarheidvinding en een fair proces. Maar met hem is er een generatie officieren gekomen waarbij het gevoel voor nuance weg is. En dan gaan ze bij wijze van spreken over lijken. Ze jagen vanuit de idee: hij of zij zal het wel hebben gedaan. Ze willen zo min mogelijk gehinderd worden door de wet. Advocaten zijn vervelende bijzaken. Het kan allemaal in het huidige politieke klimaat. Maar ik zeg: iedereen die niet wordt gecontroleerd, corrumpeert.’

 





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?