VN Mediagids'Blinde wilg, slapende vrouw' - Haruki Murakami

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Recensie 15.08.2009

Door Jeroen Vullings

Afbeelding bij 'Blinde wilg, slapende vrouw' - Haruki Murakami

Murakami lezen is het ‘andere’ aanvaarden: in proza van een verbeeldingskracht die onze ratio vaak te boven gaat. Gebeurtenissen gaan een magisch verband aan, gewoonweg omdat dat kán.

Een god van de jazz
Eigenlijk zou de term ‘leesavontuur’ niet meer gebruikt moeten worden, omdat die zo aan misbruik onderhevig is. Te veel vertellers, brave gasten die hun roman via het van tevoren bedachte schema stapsgewijs in elkaar zetten, doen later, in de publiciteit, alsof hun bricolage louter ontstond door de schrijfader wijd open te stellen. Onversneden creativiteit, meneer, je weet als je begint niet waar je uitkomt – zulke praatjes.

Een beetje lezer ziet daar doorheen, hij signaleert de staketsels, het inlegwerk, de thematische bebotering – opgelegd pandoer. Niks kwaads over klussers, laat staan over vaklui. Maar het is wel een verademing om een schrijver te lezen die een écht leesavontuur biedt, zodanig extreem – want verstoken van vertrouwde aanknopingspunten – dat de lezer schoksgewijs beseft dat de literatuur altijd in verandering blijft. De verhalen zijn niet onuitputtelijk, maar de beeldentaal, de tonen en de betekenissen wel – boek na boek.

B-kantjes
We hebben het over Haruki Murakami (Kyoto, 1949), de populairste schrijver uit Japan, tot vervelens toe genoemd als Nobel­prijs­kandidaat, auteur van een aanstekelijk oeuvre, een forse plank vol, met romans als Kafka op het strand, Norwegian Wood, zijn magnum opus De opwindvogelkronieken. En ook Blinde wilg, slapende vrouw, een verhalenbundel uit 2005 die net in het Nederlands vertaald is.

De vierentwintig verspreide verhalen zijn gelicht uit de periode 1983-2005 en daarmee lijkt het een staalkaart van zijn kunnen. Maar daarmee doe ik hem als schrijver onrecht: de bundel bevat sterke, maar ook mindere verhalen, die toch niet te versmaden zijn omdat ze altijd wel een beeld of personage bevatten dat zijn grote werk, de romans, in herinnering brengt. Goed als introductie, hoor je dan te zeggen. Maar waarom zou je niet direct beginnen met zijn meest intrigerende werk, De opwindvogelkronieken, dat ik in het prachtige Nederlands van vertaler Jacques Westerhoven genoot?

Toch, ook zo’n niet te versmaden verzameling met B-kantjes als Blinde wilg, slapende vrouw biedt de lezer de Haruki Murakami-sensatie: dit is anders dan alles wat we gelezen hebben. Anders dan de oudere Japanse literatuur, met haar geisha’s, theerituelen, samoerai, fijnzinnige kalligrafie. Ondanks de verwijzingen naar westerse literatuur, muziek en films, ondanks de Amerikaansige levensstijl van nogal wat personages, is zijn proza toch ook niet westers te noemen. Je komt nog het verst als je denkt aan schrijvers als Bruno Schulz of Franz Kafka, die eveneens ruimte bieden aan het irrationele, maar tot zulke literaire iconen verhoudt Murakami’s zeer hedendaagse, toegankelijke schrijfstijl zich weer slecht.

Arme tante
Aan een plot doet Murakami niet of nauwelijks, gebeurtenissen gaan een magisch verband aan, gewoonweg omdat dat kán. In het verhaal ‘Een toevalsreiziger’ uit deze nieuwe bundel ontmoet een homoseksuele pianostemmer in een winkelcentrum een eenzame vrouw, die nerveus is omdat ze zich op borstkanker moet laten onderzoeken. Op een vreemde manier doet ze hem aan zijn zus denken, die hij al jaren niet gezien heeft; zijn zwager is homofoob. Hij belt die zus, ze spreken af en ja, ze heeft kanker. Zoals ik dit verhaal nu noodgedwongen amuzisch samenvat, verplat ik het tot een rare anekdote. Dat is jammer, maar onvermijdelijk gezien de aard van het beestje. Murakami is zich daarvan bewust, want in een ander verhaal, ‘Een armetanteverhaal’, neemt hij deze scène op met een schrijvende ik-persoon en diens vriendin:

‘“Ik wil een verhaal schrijven over een arme tante,’’ verklaarde ik tegen mijn vriendin. Ik ben nu eenmaal een schrijver.

“Een arme tante?” zei ze een beetje verbaasd. Ze keek me een tijdlang aan met een blik alsof ze iets aan het meten was. “Waarom een arme tante?”

Ik had zelf ook geen idee waarom. Ik werd altijd gegrepen door dingen die ik niet begreep.’
De enige manier om onder woorden te brengen waarom, is dus: dat verhaal schrijven. En, voortredenerend: heb je dat geschreven, dan hoef je het niet meer uit te leggen. Zelf zei de jazzfanaat Murakami ooit, over zijn wens tot schrijven: ‘Ik bedacht alleen hoe mooi het zou zijn als ik zou kunnen schrijven alsof ik een muziekinstrument bespeelde.’

Er is veel voor te zeggen om zijn proza in muzikale termen als vrije improvisatie op te vatten, het equivalent van een leesavontuur. Dan spreek ik over het schrijven van dat proza, niet over de totstandkoming daarvan in het hoofd van de lezer.

Een belangrijke kracht van Murakami’s literatuur is, wat ik maar zal noemen, die zelfwerkzaamheid. In Blinde wilg, slapende vrouw rept een personage gekscherend van zijn geloof in ‘een god van de jazz’, maar ik denk dat Murakami stilletjes heilig in die freakende vogel gelooft.

Achter de spiegel
Murakami lezen is het ‘andere’ aanvaarden: in proza van een verbeeldingskracht die onze ratio vaak te boven gaat, maar niet ons gevoel dat de emotionele impact van al Murakami’s als vanzelfsprekend opgevoerde onbegrijpelijkheden wel ‘herkent’. Stap twee, na die acceptatie van het andere, is dat we – door de klassieke roman geconditioneerde lezers die we zijn – op zoek gaan naar houvast. Naar motieven, patronen, thematiek. En ja, dat lukt redelijk, zeker als we galmende woorden aandragen, ter overschreeuwing van het knagend besef dat die te vaag zijn om de kwikzilverachtige lading van dit mysterieuze, in maatschappelijke zin escapistische proza te dekken.

Het heeft daarom niet zoveel zin, ook al is het waar, te zeggen dat het bij Murakami meestal over een queeste naar menselijk contact gaat, dat zijn werk – een niet aflatend onderzoek naar de grenzen van het menselijk bewustzijn – het antwoord behelst van het individu op de omringende chaos, waarin de mens nu eenmaal moet verkeren in een wereld die van onopgeloste raadsels aaneenhangt.

Ik zei het al eerder: Murakami’s verhalen zijn in laatste instantie niet geheel te verklaren, de kern is binnengericht en verontrustend. Aan empathie heb je in dit geval meer dan aan ratio. Je kunt er dan ook het best over blijven ‘peinzen’ als een kat die zit te staren naar de vallende regen. Van belang is dat je door Murakami te ondergaan het duistere terrein achter de spiegel betreedt, waar onder meer het innerlijk vrij maar niet vrijblijvend spel heeft. Het gevaar schuilt niet zelden in een godverlaten put waar de ladder is opgehaald, of op een donkere gang. Welhaast poëticaal is het H.P. Lovecraft-achtige verhaal ‘De spiegel’ waarin de schrijver zich herinnert hoe hij als nachtwaker vocht met zijn evenbeeld, als getoond in een spiegel. De portee is existentieel: ‘Ik heb geen geest of zo gezien. Wat ik had gezien, was mezelf. Maar de angst die ik die avond proefde kan ik nog altijd niet vergeten. En dan vraag ik me altijd af: is er iets angstaanjagenders in de wereld dan jijzelf?’

Dat ‘ik’ is groter dan we kunnen bevatten. In De opwindvogelkronieken beseft de Orpheus-achtige hoofdpersoon terdege dat wat we met onze ogen zien maar een heel klein deel van de wereld is: ‘De echte wereld bestaat op een veel donkerder en diepere plek en wordt grotendeels bevolkt door dingen als kwallen en zo.’ De schrijver zelf ervaart de menselijke persoonlijkheid als een mengsel van bewuste en onderbewuste lagen, twee verschillende werelden, het bewustzijn en het onderbewustzijn. ‘De meesten van ons bewonen deze twee werelden, met één been in het ene of het andere, en allemaal leven we op de grens. Dat is mijn definitie van een mensenleven.’

Kunnen praten
Of je zijn visie nu deelt, afwijst of eraan voorbijgaat, feit is dat Murakami vanuit die andere wereld of werelden, die onderaardse zee-om-uit-te-drinken, nieuwe beelden en mythen voor de literatuur naar onze realistische werkelijkheid transporteert, en het werkt: weinig schrijvers kunnen zo indringend over liefdesverdriet, eenzaamheid, levenspijn schrijven als Murakami.

Toch vermoed ik dat Murakami’s wereldwijde populariteit, naast wat hij literair en psychologisch te bieden heeft, ook ermee te maken heeft dat hij zoveel over liefdesrelaties schrijft. Als je, zoals ik nu, meer boeken van hem achtereen leest, dan valt daarin op dat in menig verhaal een man en een vrouw elkaar ontmoeten. Of ze getrouwd zijn, vormt geen belemmering. Grote passie is ook niet noodzakelijk. Waar het om gaat, is dat ze bij elkaar hun gevoelens kunnen uiten, zich volledig geaccepteerd voelen. Door eindeloos te praten. Kunnen praten, alles kunnen zeggen wat je denkt, blijkt de beslissende voorwaarde voor een liefde.

Wat ze zeggen, blijft in het ongewisse. Niet uit gemakzucht van Murakami, denk ik, maar om het belang van de handeling – praten, vertellen als de meest courante intermenselijke ontsnappingskunst – te benadrukken. Zijn boeken gaan tenslotte over allerlei vormen van ontsnapping uit het keurslijf van het geordende, wurgend conventionele bestaan: door ver te reizen, door het absurde toe te laten, door terug te kijken naar de verzwegen Japanse geschiedenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat alles maakt Murakami’s unieke proza geen literatuur die je na twee, drie regenbuien kwijt bent.

Haruki Murakami, ‘Blinde wilg, slapende vrouw’, vertaling Elbrich Fennema, Atlas,
398 pag., € 19,90





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?