VN MediagidsArnon Grunberg: 'De angst om te vallen is nooit weg'
Met Onze oom is hij een nieuwe weg ingeslagen, zegt Arnon Grunberg. Een roman over een oorlog ver weg: het moet over anderen gaan, niet meer over hem. Hoewel het heldendom lonkt. ‘Soms fantaseer ik erover mijn leven in te zetten voor een boek.’
Aan een lange tafel vol würstel en friet zit Arnon Grunberg met zijn gevolg van vrienden, kinderen en werkrelaties te eten. Aan het hoofd, zoals een vorst betaamt. Hij tuurt over het Eupener stuwmeer waarin de nazomerzon schittert. De schrijver kan tevreden zijn. Een horde journalisten reisde vorig weekend naar deze Duitstalige uithoek van België om vragen te stellen over zijn nieuwe roman Onze oom. Het plaatsje Eupen maakt deel uit van Grunbergs zorgvuldig geregisseerde mediaspektaktel: het ‘cordon sanitaire’ dat hij rond het Nederlandse literaire leven getrokken heeft na een relletje met collega-schrijver A.F.Th. van der Heijden. Die weigerde na een giftige polemiek in één ruimte te dineren met Grunberg tijdens de uitreiking van de AKO-literatuurprijs. ‘Vanaf nu zal ik over Nederlandse collega’s zwijgen,’ risposteerde Grunberg, en hij kondigde aan geen literaire activiteiten meer in Nederland te ondernemen.
Wel vermoeiend, al die vragen over het cordon sanitaire. ‘Dat riedeltje heb ik al tig keer afgewerkt,’ zegt Grunberg. ‘En over Eupen ben ik al honderd keer uitgepraat.’ Desgevraagd wil hij er nog wel iets over zeggen. ‘Interviews, boekpresentaties en signeersessies zijn bijzaken. Door die te verbannen naar het buitenland, de periferie, maak ik ze echt tot bijzaak en kan ik mij richten op de kern: schrijven.’ Was het AKO-akkefietje dan slechts een aanleiding? ‘Ik heb niet bewust naar een aanleiding gezocht, maar dit was een goede en die heb ik met beide handen aangegrepen.’
Daar zit je dan als journalist, periferie in de periferie, na vier uur reizen. Maar Grunbergs vriendelijkheid ontneemt je het gevoel er als nar aan zijn hof te zijn. Zelfs tijdens dit laatste interview tijdens ‘de ergste dagen van mijn leven’ vertelt hij onvermoeibaar over zijn oorlogservaringen en diepste wens: held worden.
Isaak Babel
Onze oom speelt zich af in een niet nader genoemd Zuid-Amerikaans land waar de noodtoestand is uitgeroepen. Met harde hand slaat het leger de rebellenopstand neer. Op dit strijdtoneel adopteert de onvruchtbare majoor Anthony het meisje Lina, wier ouders hij kort daarvoor liet doodschieten; een cadeautje voor zijn vrouw. Met de majoor loopt het – hoe kan het ook anders – niet goed af. Lina wordt een succesvolle wapenhandelaar en overleeft. Maar vraag niet hoe.
‘Met deze roman ben ik een nieuwe weg ingeslagen,’ zegt Grunberg terwijl hij zijn espresso drinkt. ‘Onze oom speelt zich af in een land ver van Nederland, de oorlog is dit keer expliciet aanwezig en de situatie die ik omschrijf, staat ver van de ervaringen van de lezer.’
De grootste verschuiving in zijn werk: het moet over anderen gaan, niet meer over hemzelf. Deze missie voerde hem in 2006 door oorlogsgebieden in Irak en Afghanistan en bracht hem naar Guantánamo Bay. ‘Ik was uitgeschreven over mijzelf en toe aan iets nieuws,’ zegt de schrijver. ‘Ik wilde onbekende plekken bezoeken en besloot embedded naar Afghanistan te gaan. Ik had niks met het land, en eigenlijk ook niet met het leger; een goed beginpunt dus voor mijn nieuwe serie NRC-artikelen.’
Geïnspireerd door de Russische schrijver Isaak Babel noemde hij zijn serie ‘Onder de mensen’. ‘Babel kreeg, op eenzelfde punt beland als ik, het advies van Maxim Gorki om zich onder de mensen te begeven. Hij werd oorlogscorrespondent en schreef een aantal mooie korte verhalen.’
De reeks bracht Grunberg ook naar een Peruaanse gevangenis, waar een zinderende ontmoeting volgde met Lori Berenson, de New Yorkse die sinds 1995 vastzit, veroordeeld voor terrorisme. ‘Ik vond haar een intrigerend geval,’ zegt Grunberg. ‘Een vrouw uit een keurige Joodse bourgeoisiefamilie van professoren die in de cel belandt vanwege haar lidmaatschap van de MRTA-guerrillabeweging.’ Grunberg schreef haar ouders en in 2006 bezocht hij Lori samen met haar vader in de gevangenis, de kiem van de roman, bleek later.
‘Die confrontatie was zó pijnlijk,’ zegt Grunberg nog altijd aangedaan. ‘De vader kwam zijn dochter spullen brengen en ik voelde de spanning van de man, zijn verwachtingen, ik dacht: god, wil ik dit wel bijwonen? Hij dwong Lori mij haar cel te laten zien en gitaar voor me te spelen. Het was goed bedoeld, hij hoopte dat ik als journalist iets aan haar situatie zou veranderen. Maar Lori voelde zich als een kind behandeld en snauwde hem af. Ze was bikkelhard. Op een gegeven moment was de spanning tussen vader en dochter zo groot dat ik heb aangeboden – en dat is helemaal niks voor mij – om weg te gaan. Het werd me te veel.’
Later bezocht Grunberg Lori nog eens alleen, en hij ontmoette andere gevangen genomen guerrillastrijdsters. Maar het meest tragisch bleef Grunberg de vader vinden. ‘Sinds zijn dochter in de gevangenis zit, draait het gezinsleven alleen nog maar om haar. Wat van veraf een politiek drama leek, bleek van dichtbij een groot gezinsdrama.’ De vragen die Grunberg zich in Onze oom stelt, zijn dan ook eerder persoonlijk dan politiek van aard: hoe wordt een vrouw een succesvolle wapenhandelaar? Waarom sluiten mensen zich aan bij het leger of de guerrilla? Wat gebeurt er als een militair zijn afstand verliest?
Schone oorlog
Zo is de roman bij uitstek een Grunbergiaans gezinsdrama geworden. Maar de strijd wordt ditmaal behalve thuis, ook in een echte oorlog beslecht. In extreme situaties toont de mens immers zijn ware aard. De oorlog vormt het perfecte decor voor een discussie over moraal en de prijs ervan. ‘Sinds mijn bezoeken aan Irak besef ik dat een moreel oordeel vellen veel ingewikkelder is dan mensen denken,’ zegt Grunberg. ‘In Irak zag ik bijvoorbeeld dat beslissingen die van veraf ideologisch gemotiveerd leken, vaak op economische gronden werden genomen. Burgers werden eerst betaald om een bommetje te leggen, en kregen daarna geld van de Amerikanen om het bommetje niet te leggen. Het leger moest lastige beslissingen maken, zoals: we offeren geen veertig manschappen om er twintig te redden. Of: als we onze mannen kunnen beschermen en tien burgers sneuvelen, dan doen we dat. Het is een illusie een schone oorlog te voeren, zonder de mensen eromheen te treffen. En ik begrijp ook dat de nabestaanden van die tien zich aansluiten bij de vijand. Het is een vicieuze cirkel.’ Dat wordt duidelijk in Onze oom als majoor Anthony en zijn konvooi op pad worden gestuurd met gebrekkig materieel en de manschappen aan het muiten slaan. Een scène die zich onlangs werkelijk in Afghanistan voltrok, toen een heel peloton een dienstbevel weigerde. Grunberg laat zich er niet over uit. ‘Een moreel standpunt innemen, is alleen zinvol als je context hebt.’
Bij het gevaar
Om de complexe structuren van de moraal in kaart te brengen, creëerde Grunberg het ambigue personage van de majoor. ‘Hij is oorlogsmisdadiger, en toch krijg je sympathie voor hem.’ Grunberg heeft meer compassie voor zijn personages dan ooit, maar ze komen er alsnog bekaaid van af. ‘Ze staan allemaal in dienst van een autoriteit: de staat, de revolutie, een god. Ze hebben allemaal hun eigen oom, hun afgod en idool. Die verschaft orde en bescherming, maar vraagt daarvoor wel offers. En wie meer offert en eert, heeft een streepje voor.’
Net als veel personages lijkt Grunberg het onrecht nodig te hebben. ‘Mijn oorlogservaringen zijn belangrijk om de machine fris te houden,’ zegt hij. ‘Je ziet aan oudere schrijvers vaak dat hun boeken steeds minder worden. Dat gebeurt als je meer door je omgeving waargenomen wordt dan je zelf waarneemt. Waarnemen doe je scherper als je niet zelf wordt waargenomen.’ Dat moet in Eupen goed lukken, maar Grunberg verkiest het avontuur.
‘Ik probeer zo dichtbij mogelijk te komen,’ zegt de journalist die Lina aan het einde van de roman interviewt. ‘Bij het gevaar, bij de vernietiging, bij de dood.’ Het is of Grunberg heeft gesproken. ‘De nabijheid van destructie is van invloed op je leven,’ zegt hij. ‘Het gevaar in Irak en Afghanistan was in mijn geval te overzien, maar de aanwezigheid ervan heeft mijn leven veranderd. Zoals een majoor in Tarin Kowt zei: als je hier omkomt, tijdens een zelfmoordaanslag of een bernbom, dan had je je dag gewoon niet. Er zijn daar veel momenten waarop je dood kunt gaan. Ik tart het noodlot op een beheerste manier.’ Wat het precies met hem gedaan heeft, kan Grunberg niet in woorden vatten. Het is een gevoel. Toen zijn vriendin hem na zijn Afghaanse avonturen kwam ophalen op het vliegveld, zei ze: wat zie jij er onoverwinnelijk uit. En zo voelde de schrijver zich. ‘Dicht bij het gevaar zijn geeft je het gevoel dat je leeft en alles aankan. Die dreiging van geweld is verslavend en glamoureus.’
Veel op het spel
Onlangs is hem voorgesteld vier maanden met het Amerikaanse leger op missie te gaan, als soldaat. Grunberg heeft zijn twijfels, want hoe moet dat dan met zijn andere werk, en wat levert het op? ‘Ik wil non-fictie à la Günter Wallraff schrijven,’ zegt hij. ‘Elk boek moet beter, de inzet steeds hoger. Ik heb een constante spanning nodig, het gevoel dat er steeds meer op het spel staat. De angst om te vallen, is nooit weg. Het zou naïef en fnuikend zijn om te denken dat dat niet kan gebeuren. Maar ik heb meer nodig dan niet vallen.’
Even is het stil. Wat volgt klinkt als een bekentenis. ‘Er staat voor mij veel op het spel. De fantasie van de majoor over het heldendom is mij niet vreemd. In onze tijd heeft heldendom alleen maar een achterhaalde en ironische bijklank, maar het is veel dramatischer als je die mogelijkheid openhoudt en ernaar blijft streven.’ Heldendom vraagt offers, realiseert de schrijver zich. ‘Ik wil de inzet steeds verdubbelen maar welk offer breng ik en wanneer wordt het contraproductief? Besluit ik geen kind te maken, mijn relatie te verbreken, nog vaker naar oorlogsgebieden af te reizen?’ De film The Deer Hunter staat hem scherp voor de geest. Daarin worden drie soldaten door de Vietcong gevangen genomen en gedwongen Russische roulette te spelen, met hun leven als inzet. ‘Soms fantaseer ik erover mijn eigen leven in te zetten voor een boek,’ zegt Grunberg. ‘Zoals een soldaat zijn leven inzet voor de missie. Of het mogelijk en wenselijk is, weet ik niet. Het is de weg naar het heldendom.’
Dan staat de schrijver op. Eupen ist schluss. Zo meteen zal Arnon Grunberg met zijn gevolg weer terug naar Nederland rijden. Hij wisselt nog een woord met een stamelende fan, en stapt dan in de auto. Ster zijn is voor Grunberg niet voldoende. Het heldendom lonkt.
Arnon Grunberg, ‘Onze oom’, Lebowski, 633 p., € 25,– (gebonden), € 19,90 (paperback)
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




