Afbeelding bij Arm (2)

Arm (2)

Veel vrienden hoor ik klagen over een gevoel van verwarring: de economische crisis is omnipotent in de media, elke dag met nog weer slechter nieuws, maar zelf merken ze er op dit moment maar weinig van. Ze moeten zich dus opmaken voor een aangekondigde catastrofe, die ze voorlopig nog niet aan den lijve ondervinden.

Hier heb ik nu eens geen last van. Door de bankpasfraude die me trof, werd de geld- en bestedingscrisis acuut en hoefde ik me niet in te leven in een ramp die me mogelijkerwijs zou kunnen treffen. Ik keek naar mijn banksaldi (nul, nul, nul, min vijfhonderd euro) en wist wat mij te doen stond. Nauwelijks geld uitgeven en zo veel mogelijk geld verdienen.

Ik moest dus mijn kieskeurigheid afschaffen, en wel op twee terreinen. Al het betaalde werk dat ik kon krijgen, moest ik aannemen, ook als dat een ingewikkelde dagtrip naar Ermelo behelsde, met metro, trein, bus en treintaxi, en al mijn uitgaven moesten drastisch naar beneden. Ik kwam uit op een besteedbaar bedrag van zeven euro per dag.

Ontdekking: wat heeft de Lidl een geweldige groente- en fruitafdeling, en ook de schoonmaakmiddelen zijn er niet te versmaden. Teleurstelling: de Goldprince sigaret, per pakje eenenvijftig cent goedkoper dan mijn gewone Marlboro, is echt niet te roken. Matrassenvulling. Drie dagen geprobeerd, bijna niet gerookt (een uiterst effectieve stopmethode), en toen besloten de sigaretten toch buiten mijn huishoudbudget te houden.

Ik vroeg een voorschot aan een van mijn werkgevers (hypotheek moest betaald, gas, licht en de premie voor de rechtsbijstandsverzekering, waar ik in tijden van nood toch lekker niets aan had), en daarna werd het teren op wat er nog in huis was. Ik verkocht zo'n achthonderd boeken die stonden te verstoffen. Daar krijg je bijna niets voor, maar het dode gewicht was uit mijn huis.

Ik leurde met erfstukken van overleden tantes. Daar kreeg ik een klein beetje voor. Ik bedacht bij alles of ik er geld van kon maken - elk idee werd voorzien van het euroteken. Werd ik gevraagd op te treden voor een radio- of tv-programma, ik vroeg een deskundigenhonorarium.

Mijn goed ontwikkelde gevoel voor schaamte had ik in één klap overwonnen. De rekening van lunchroom of restaurant liet ik met onbezwaard geweten over aan mijn kennissen en vrienden. Ik vrat niet uit, maar dronk en at wel van hun geld.
Goh, dacht ik nog even naïef, wat is het toch een gelukkig toeval dat de mensen om mij heen allemaal redelijk tot goed verdienen.

Nou spelen daarbij heel veel factoren een rol, maar toeval hoort daar niet bij. Het was me nooit zo opgevallen dat de mensen die me na staan allemaal zo'n beetje horen tot die brede categorie van de middenklasse, waar ik kort geleden zelf ook deel van uitmaakte. Niemand zegt een etentje af vanwege geldnood, en heeft er iemand tijd, dan gaat-ie met je mee voor vier dagen New York. Het nieuwste boek, dat in de bibliotheek nog lang niet te krijgen is, ligt de dag na verschijning al op hun bureau. Het is pijnlijk om te merken dat zo'n kennissenkring, die puur op persoonlijke voorkeuren lijkt gebaseerd, zo'n bikkelharde financiële basis kent. Arme vrienden leggen het in de loop van de tijd af. Extreem rijke vrienden ook. We zoeken financiële evenknieën.

Ook kwam ik erachter dat de enkele arme en doodenkele rijke kennis een veel beter gevoel ontwikkeld heeft voor geld dan de rest van mijn vrienden. Arme mensen denken er dagelijks over na, noodgedwongen, evenals de geldbezitters, die zich pijnigen met de vraag hoe ze hun vermogen kunnen behouden, en liefst vermeerderen. Alleen de middenklasse is behoorlijk analfabeet als het over geld gaat.

Wij, abonneehouders van weekbladen (een loepzuiver middenklassecriterium) genieten van de luxe dat we ons niet hoeven te bekreunen over elke uitgave. Dat we niet te veel maar altijd, wat komt dat toch goed uit, net genoeg hebben. Diezelfde middenklasse zal - zeker gevoelsmatig - ook het hardst getroffen worden door de economische crisis, omdat ze op geen enkele manier heeft geleerd haar inventiviteit in te zetten.

Voor alle duidelijkheid: is dit nu het verhaal van een renegaat, een ex-liberaal die tot inzicht is gekomen?

Integendeel. Er bestaan grosso modo twee economische systemen in de wereld. Een min of meer socialistisch systeem, waar nooit een acute crisis uitbreekt, omdat-ie permanent is. En het kapitalistische, waar eens in de vijftien jaar een crisis dwingt tot heroriëntatie.

Crisisloze systemen zijn verreweg het gevaarlijkst. Ze lijken op die samenlevingen waarin wordt beloofd elke vorm van criminaliteit met wortel en tak uit te roeien. Zodra je dat hoort, weet je: ik leef onder een misdadig regime. Moraal: de crisis is niet alleen een test voor, maar ook een bewijs van onze veerkracht.

 

Door Stephan Sanders / 10 maart 2009 / ()