VN MediagidsA.F.Th. van der Heijden Alfabet

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Profiel 15.02.2003

Door Onno Blom

A

A.F.Th.
Initialen van Adrianus Franciscus Theodorus van der Heijden, die op 15 oktober 1951 om 22.45 uur in de Poemastraat 38 in Geldrop het licht zag en later naam maakte als de schrijver van flonkerende romans in één of meerdere delen. Sinds Van der Heijden werkt aan zijn nieuwe, zevendelige romancylcus Homo duplex heeft hij aan zijn initialen genoeg. 'A.F.Th.' wilde zich in deel 1 van de cyclus, De Movo Tapes, lotgenoot voelen van de twee belangrijkste vertellers van zijn boek. De een, de tragische held Tibbolt Satink, zint op een 'carrière als ander'. En de andere verteller, de god Apollo, verzucht in de eerste zin: 'Ik kan me niet eens fatsoenlijk aan u voorstellen, want ik heb mijn naam verpatst.'

B
Brieven
Daar heeft de schrijver er al duizenden van geschreven. Net als in de brieven van Gerard Reve zijn de 'gevouwen woorden' van Van der Heijden doortrokken van de grillige stemmingen van het moment, en lezen ze als persklare kopij voor des schrijvers autobiografie. Van der Heijden 'schrijft zich los' in de brieven voor het echte werk. 'Een brief is vrij, kan alle kanten opzwenken,' schreef hij op 1 maart 1995 aan zijn redacteur Anthony Mertens. 'Je begint met de geadresseerde te vertellen óver het geplande boek, je vat het samen, geeft mogelijke opzetten, voorbeelden van de stijl – en voor je het weet staat een passage er expliciet, wie weet een heel hoofdstuk, in eerste versie, maar toch.'

C
Canaponi
Het pseudoniem waarvan Van der Heijden zich bediende toen hij zijn eerste stappen zette in de Nederlandse literatuur. Als Canaponi schreef hij De draaideur, een maniëristische roman die zich almaar wentelend in verschillende tijden afspeelt, en zijn debuut Een gondel in de Herengracht, dat in 1979 werd bekroond met de Anton Wachterprijs. Op het achterplat van die verhalenbundel werd de mystificatie gevoed: 'Patrizio Canaponi, van Nederlands-Italiaanse bloede, besloot na enkele aanzetten in het Italiaans dat hij te welluidend en te gladjes noemt, zijn proza voortaan in het Nederlands te schrijven, dat volgens hem stugger is, hoekiger, en daarom beter "pakt".' Daar is niets van gelogen, vindt de schrijver achteraf: 'Canaponi kon alleen maar autobiografisch schrijven. Het enige wat verzonnen was, was Canaponi zelf.'

D
Deel Drie
Het mythische derde deel van De tandeloze tijd, dat zelf weer uit twee vuistdikke delen bestaat: Het Hof van Barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras. Dit doublet, meer dan 1400 bladzijden breed, dient als scharnierstuk van de cyclus, en werd in 1996 gepubliceerd ná het vierde deel, Advocaat van de hanen. Oorspronkelijk zou het Sneeuwnacht in september heten, naar de nacht waarin Albert Egberts voor het eerst in aanraking komt met cocaïne ('sneeuw'). Van der Heijden slaagde er slechts in Deel Drie te voltooien door 's middags het pepmiddel 'guarana' door zijn thee te roeren en 's nachts stoom af te blazen in het café. Na de publicatie was hij totaal uitgeput.

E
Egberts, Albert
Held van de romancyclus De tandeloze tijd (met uitzondering van deel vier, waarin Mr. Quispel de hoofdrol speelt) en alter ego van de auteur. Het idee om een junk de hoofdrol te laten spelen in een roman over de jaren zeventig en tachtig kreeg Van der Heijden in de zomer van 1977, na het lezen van een interview met een Amsterdamse heroïneverslaafde die auto's openbrak met een schaar. Aanvankelijk was Albert Egberts een man zonder verleden, maar later kreeg zijn biografie (Albert wordt op 30 april 1950, klokslag 24.00 uur geboren in Geldrop – precies dertig jaar voor de kroning van Beatrix en de slag om de Blauwbrug) meer en meer elementen van de biografie van de schrijver.

F
Filosofie
Dat studeerde Van der Heijden, net als Albert Egberts, in de eerste helft van de jaren zeventig aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Tot verbijstering van Van der Heijden verkeerden zijn medestudenten in de ban van het 'gelaarsd marxisme' en keerden zij massaal de colleges de rug toe om in de fabriek te gaan werken. Koketteren met de arbeidersklasse was aan hem niet besteed. In 1976 vertrok Van der Heijden, met een kandidaats filosofie op zak, naar Amsterdam om zich te specialiseren in de esthetica. Van dat plan kwam niets omdat hij zich fulltime op het schrijven stortte. Aan zijn studie hield hij een voorkeur over voor 'bellettristische' filosofen als Nietzsche, Schopenhauer en Plato.

G
Geldrop
Dorp van zijn vroegste jeugd. De kleine Adri woonde samen met zijn vader en moeder, en anderhalf jaar jongere zusje Marianne in het 'Strontstrietje', een doodlopend straatje in het buurtschap Hulst. Vanuit zijn kamer kon Adri zijn speelterrein overzien, dat precies de vorm had van een driehoek, waarvan een hoofdweg, een spoorlijn en de Dommel de drie zijden vormden. 'Zijn moeder,' staat in De gevarendriehoek, 'had hem ten strengste verboden er de grenzen van te overschrijden, hem zelfs op het hart gedrukt zo ver mogelijk uit de buurt van de drie verkeerswegen te blijven, zodat binnen de driehoek nog een kleinere en minder gevaarlijke lag, onzichtbaar, alleen voor hem en Mariëtte bestemd.'

H
Herinneringen
Goudmijn voor de schrijver. Van der Heijden beschikt over een ijzeren geheugen dat hem bij het schrijven van De tandeloze tijd goed van pas is gekomen, al is Albert Egberts iemand die ook zijn éígen verleden construeert. Tegen Knack zei Van der Heijden in 1986: 'Het was voor de hand liggend dat ik van Albert Egberts iemand zou maken met een goed geheugen, iemand die zich heel goed weet te herinneren wat er gebeurd is, maar tevens autonoom met die herinneringen doet wat hij wil. Hij vervormt ze. Hij zet ze naar zijn eigen hand.'

I
Italië
Droomland waar Goethe de citroenen zag bloeien en Van der Heijden een tijdlang rondzwierf vlak voor en na zijn debuut als Patrizio Canaponi. Hij trok van pension naar pension en schreef zijn pen stuk op proza én poëzie. In Rome 'ijlde hij geboeid en koortsig van dweepzucht rond' en deed – nadat hij had gezien dat alle elektrische klokken in de stad een andere tijd aangaven – het idee op voor De draaideur. Toch kreeg hij op de terrassen van de eeuwige stad geen letter op papier. Dat lukte pas in de zomer van 1979 op Isola Maggiore. Een jaar later werkte Van der Heijden in Scilla, Napels en Positano aan de roman Scharen.

J
Johannes Verhulststraat
Straat in Amsterdam-Zuid waar de schrijver naar tevredenheid resideert. De hoofdstad heeft Van der Heijden altijd al aangetrokken als een magneet, al had zijn moeder hem nog zo gewaarschuwd: 'Jongen, wat ga je toch doen in dat grote stinkende Amsterdam! Hoeft een moeder dan helemaal geen rust meer te hebben?' Het mocht niet baten. Van der Heijden mag graag dwalen in 'de vingerafdruk van God zelf', zo graag zelfs dat hij, als hij een boek moet afmaken, vaak de verlokkingen van de stad weer ontvlucht. Een maal nam hij zich voor om de stad voorgoed te verlaten, en vestigde zich in november 1989 in Loenen op de Veluwe. Dat was een grote vergissing. Binnen een jaar keerde hij spoorslags terug naar Amsterdam.

K
Kermis in de hel
Oerboek van de schrijver, waar 'alles' in moest staan. In 1967 was Van der Heijden eraan begonnen, en in 1972 herschreef hij Kermis in de hel op een grote rol krantenpapier in de tuin van het ouderlijk huis in Geldrop tot de roman Bejaardenhuis op het Dak van de Wereld. Zo hoopte hij van 'schrijfziekte' te genezen. Tevergeefs. Uit een brief uit de 'Hondsdagen van '72': 'Mijn schrijvende rechterarm ligt open & bloot rood, roodbruin, roestbruin & daarna donkerbruin te worden in de brandende zon. De huid steekt pijnlijk & zal spoedig zwartgeblakerd zijn; de arm zal verkolen & wellicht afvallen.'

L
Laboratorium voor Onderzoek naar Menselijke Grenzen
Werkkamer van de schrijver. Bevat een lange rij geschakelde tafels met drie verschillende schrijfmachines. Van een computer geen spoor. Aantekeningen voor een nieuw boek tikt hij uit met twee vingers. 'Dat is goed, want elke vinger heeft zijn eigen hersenhelft en zo wordt het hele brein erbij betrokken.' Op basis van die aantekeningen tekent hij met een zwarte Mont Blanc-vulpen het manuscript op in een van de gebonden Gästebücher, waarvan hij ooit een enorme stapel op de kop tikte in een winkeltje voor huishoudelijke artikelen.

M
Minchen
Koosnaam van Mirjam Rotenstreich, de vrouw van de schrijver. Van der Heijden ontmoette haar nadat hij tijdens een signeersessie op 23 november 1979 twee maal haar naam ('Voor Mirjam…') voorin De draaideur had gezet. De tweede maal op verzoek van haar zus Hinde, die zei: 'Ik denk dat mijn zus het wel leuk vindt als de schrijver zelf ook nog even langskomt op haar feestje. Dus als je tijd hebt…' Inmiddels is het paar meer dan drieëntwintig jaar samen. 'Minchen' is de moeder van Van der Heijdens enige zoon Tonio, bijnaam 'Totò'. De zoon zette bij vele signeersessies zijn handtekening voorin de boeken van zijn vader en gaf volleerde interviews toen Van der Heijden in 1997 de AKO Literatuurprijs had gewonnen voor Onder het plaveisel het moeras.

N
Noppen, Kiliaan
Kraker ('haan') die onder dubieuze omstandigheden om het leven komt in Advocaat van de hanen, en wiens dood wordt onderzocht door mr. Ernst Quispel, advocaat en kwartaaldrinker. Voor Kiliaan Noppen stond Hans Kok model, de kraker die op 25 oktober 1985 stierf in een Amsterdamse cel. Van der Heijden gebruikte de zaak-Kok om fictie mee te bedrijven en liet aan het einde van de roman de verantwoordelijke autoriteiten aftreden. Zowel de krakers – die vonden dat er afbreuk was gedaan aan de nagedachtenis van Hans Kok – als de politici waren not amused.

O
Oedipus
Antieke held die zijn vader vermoordde en met zijn moeder sliep. Het verhaal van Oedipus, zoals oorspronkelijk verteld door Sophocles, is de eerste whodunit uit de wereldliteratuur en heeft ook meteen de beste plot. Oedipus laat uitzoeken wie zijn vader heeft vermoord en met zijn moeder slaapt en blijkt zelf de dader. Sophocles' tragedie inspireerde A.F.Th. tot Homo duplex ('de gespleten mens') een romancyclus over een eigentijdse Oedipus. In Homo duplex is die rol weggelegd voor Tibbolt Satink, bijnaam Movo, een afkorting van 'Moeilijke voeten', wat weer de oer-Hollandse vertaling is van Oedipus' naam: zwelvoet.

P
Plagiator
Daar is Van der Heijden al eens ten onrechte voor uitgemaakt. Journaliste Toni Boumans verweet de schrijver in juli 1996 het boek De zaak Annie E., dat zij samen met Wim Kayzer had geschreven, 'tot in detail te hebben hergebruikt' voor de passages over de vermeende moordenares Hennie A. in Het Hof van Barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras. In een open brief aan Toni Boumans in de Volkskrant wees Van der Heijden op de verantwoording in zijn boek, waar De zaak Annie E. als bron wordt genoemd. Van 'hergebruik' was geen sprake. 'De twee boeken waaruit De tandeloze tijd 3 is opgebouwd, vormen in hun geheel een werk van fictie. Waar de werkelijkheid mij bruikbare details aanreikte, heb ik die aan de fictie aangepast en in de taal van mijn romancyclus vertaald.'

Q
Querido
De uitgever van de schrijver, al had dat maar weinig gescheeld. Het manuscript van Kermis in de hel werd geweigerd door Thomas Rap, en Geert van Oorschot retourneerde de gedichten die Van der Heijden hem op 21 juli 1976 had gestuurd met de verzuchting: 'In Godsnaam dan maar – ik moet er ooit vanaf.' Van Oorschot vond de gedichten 'te krampachtig'. De fameuze uitgever noodde de jonge dichter wel op de koffie, maar daar ging Van der Heijden niet op in. 'Uit angst misschien, niet door gekwetste ijdelheid.'

R
De Revisor
Tijdschrift waarin de schrijver in juni 1978 debuteerde. Een halfjaar tevoren had hij in een pension in Napels een droom waarin Kellendonk en Oek de Jong voorkwamen. Toen hij wakker werd, wist hij: 'Het moet De Revisor worden.' Hij schreef op 18 januari 1978 een lange brief, ondertekende die met Patrizio Canaponi, en voegde twee hoofdstukken bij uit de roman Knapensluimer én het verhaal 'Bruno Tirlantino of de bruiloft van prinses Ann'. Vervolgens voegde hij nog een brief bij van Albert Egberts, die Canaponi onder zijn hoede had genomen. Bij terugkomst in Nederland vond Van der Heijden tussen Egberts' post twee brieven: een van de redactie van De Revisor dat ze 'Bruno Tirlantino' ging plaatsen, en een van Reinold Kuipers van Querido. Of Canaponi nog meer had geschreven en dat eens wilde opsturen.

S
Scharen
Werktitel van een boek over een junk die met een speciaal type schaar auto's openbreekt. Scharen was aanvankelijk een boek in één deel met die junk als held. In het voorjaar van 1980 was Van der Heijden er serieus aan begonnen, en groeide het manuscript onder zijn handen. Vervolgens viel het dikke boek in twee, drie en uiteindelijk zeven delen uiteen, en ontstond De tandeloze tijd. Over de schaar, scharnierend, verknippend, castrerend, zegt Albert Egberts in De slag om de Blauwbrug: 'Als iets me nog tekent, is het dit: een geopende schaar in een gesloten hand. Ik beschouw het als mijn embleem.'

T
De tandeloze tijd
Géén kroniek, maar een roman in zeven delen die tegen de achtergrond van de stad Amsterdam in de jaren zeventig en tachtig op schitterende wijze het leven van Albert Egberts in beeld brengt. 'Ik wilde tot de wereld ingaan, maar mocht er niet door aangetast of aangevreten worden. De tijd moest liefst eindeloos aan me voorbijtrekken.' Men heeft De tandeloze tijd wel voor 'realistisch' versleten. Onzin. De roman speelt zich af in de verbeelding, terzijde van de realiteit, in overeenstemming met de filosofie van Albert Egberts: 'Leven in de breedte.' In De gevarendriehoek mijmert hij: 'Zo te leven… altijd… niet vooruit, op de rails van de aardse tijd, die naar de dood leidden… maar buiten die tijd, op een zijspoor… een leven niet in de lengte, maar in de breedte.'

U
Uitstel
Een van de pijlers waarop Van der Heijdens schrijverschap is gebouwd. Hij stelt – net als Hugo Claus en Gerrit Komrij – het 'echte' schrijven het liefst zo lang mogelijk uit. Tot het niet langer kan. Dan verbindt hij als een razende teksten met elkaar en splijt romans als ruwe diamanten in tweeën. De uitgestelde publicatie van het eerste deel van Homo duplex en de 'open deadline' die A.F.Th. het afgelopen jaar van Querido kreeg, is van het Uitstel het directe resultaat. In weerwil van de volkswijsheid komt van Uitstel geen Afstel. Deze week is De Movo Tapes daadwerkelijk verschenen. Tegen de Volkskrant zei A.F.Th.: 'De buitenwacht dacht misschien: hij heeft er de brui aan gegeven, hij heeft een writer's block of hij zit te veel in het café, maar het tegendeel was waar.'

V
Vallende ouders
Twee maal vallen de ouders van Albert Egberts in deel 1 van De tandeloze tijd. Letterlijk: met de fiets in de sloot, waarbij ze worden 'behangen met slijmerige slierten groen'. En figuurlijk: van hun voetstuk. Van der Heijden tekent in Vallende ouders een vernietigend portret van een gezin dat wordt geterroriseerd door de drankzucht van de vader. Albert Egberts senior laat zich keer op keer vollopen in het dorpscafé en ramt er 's avonds op los. Albert probeert de agressiviteit te bezweren met poëzie. In Asbestemming, een requiem voor zijn vader, Petrus Wilhelmus van der Heijden die op 15 juni 1993 overleed, keren die gruwelijke en beschamende herinneringen terug – en verklaart Van der Heijden en passant de herkomst van zijn eigen drankzucht. Het requiem is een vorm die de schrijver ligt: in De sandwich richtte hij een monument op voor twee gestorven vrienden en in Weerborstels, een intermezzo in De tandeloze tijd dat tevens diende als boekenweekgeschenk van 1992, herdacht hij een neefje dat zich te pletter reed in een opgevoerde Volkswagen. Binnenkort verschijnt onder de titel Uitdorsten ook een requiem voor zijn moeder, Catharina Johanna Isabella van der Graft. Zij overleed op 22 januari 1999.

W
WHAMM
Schotschrift tegen de recensent W.A.M. de Moor, die zich als jurylid van de AKO Literatuurprijs 1991 openlijk misprijzend had uitgelaten over Advocaat van de hanen, 'een mastodont van zeker veertig pagina's te veel'. Dat schoot Van der Heijden in het verkeerde keelgat. Hij stelde een vernietigend document op 'over de kleinheid in het tijdperk W.A.M. de Moor-cum suis'. Naast kritiek oogst Van der Heijden veel lof, en heeft hij een hele stapel prijzen gewonnen, die de schrijver beschouwt als 'pokon voor de fiscus'.

X
Variaties op het proza van X
Titel van een gefingeerd hoofdstuk uit Homo duplex, dat werd gepubliceerd in het aan A.F.Th. gewijde nummer van Optima, waarin werd geknipoogd naar het proza van X, een 'grote voorganger'. In zijn werk wemelt het van de verwijzingen naar bewonderde schrijvers als Achterberg, Hermans, Shakespeare en Mulisch. In De Movo Tapes laat hij de voortvloeiende verteltechniek van James Joyce in Ulysses, die ook wel 'stream of conciousness' wordt genoemd, in het dictafoontje van Tibbolt Satink klinken als een 'scream of consciousness'.

Y
IJver
Daar heeft de schrijver niet weinig van. Sterker: hij is, als het om schrijven gaat, bezeten. Hij gaat dóór. Het Laboratorium voor Onderzoek naar de Menselijke Grenzen bevat hiervan kasten vol bewijzen: talloze stapels aanzetten voor romans, gestrande projecten, notities. Paradoxaal genoeg ziet Van der Heijden dat zélf geheel anders. In 'Fragmenten uit het gastenboek' schreef hij op 29 januari 1990: 'Lafheid. Sexuele halfslachtigheid. Drankzucht en bijkomende vetzucht. Leugenachtigheid. Twistgierigheid en de neiging tot querulantisme, voor zover dat niet hetzelfde is. Geestelijke en lichamelijke luiheid… Ziedaar mijn voornaamste ondeugden.'

Z
De Zwart
Stamcafé van de schrijver, gelegen aan het Spui in Amsterdam, op enkele meters afstand van het Lieverdje, café Hoppe (voor de ballen) en boekhandel 'A.F.Thenaeum'. Daar treft Van der Heijden schrijversvrienden als Jean-Paul Franssens en Allard Schröder om grote hoeveelheden 'herenpils' te nuttigen. De luciditeit van de schrijver wordt er niet minder door, getuige de 'dronken' passages over de 'kwartaaldrinker' Quispel in Advocaat van de hanen. In Asbestemming stelt Van der Heijden tevreden vast: 'Café De Z., dat is een manier van leven.'





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?