VN MediagidsZonder netroots ben je nergens

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Buitenland / Verenigde Staten 15.01.2008

Door Freke Vuijst

19-01-2008
Door Freke Vuijst

De congresverkiezingen in 2006 bewezen dat de linkse blog-gemeenschap een cruciale rol speelt in een verkiezingscampagne. Maar hoe mobiliseert een campagneteam de energie en de passie van de internetters als de prijs het Witte Huis is? Deel 2 in een serie over Amerikaanse politieke campagnes.

Augustus, 2007. Het laatste wat je op een conventie van de progressieve blogosfeer verwacht, is dat je een marathon loopt met een laptop onder je arm. Vijftienhonderd linkse internet­activisten sprinten van de ene workshop naar de andere in het uitgestrekte McCormick-congrescentrum in Chicago. Uitgeput zijgen de afhakers neer op de marmeren vloer van de immense hal, rug tegen de muur, zoemende computers op hun schoot. Hijgend van de spurt naar een panel over de invloed van nieuwe media op campagnes val ik neer op een stoel naast Markos ‘Kos’ Moulitsas, oprichter van Daily Kos, de grootste politieke blog en de bakermat van deze YearlyKos-conventie. Moulitsas (35), klein, tenger, Griekse vader, Salvadoraanse moeder, is getuige de permanente glimlach op zijn kwajongensgezicht een gelukkig man. YearlyKos is een daverend succes. Democratische sterren uit de media-, denktank- en politieke wereld hebben zich naar de ‘Netroots Nation’ in Chicago gerept. De komst van de democratische presidentskandidaten is voor Moulitsas het ultieme bewijs dat de netroots (een samenstelling van internet en grassroots) de nieuwe powerbrokers zijn. ‘Wij zijn de activisten en mobiliseren de troepen,’ glundert hij.

Hij overdrijft niet. Bij de congresverkiezingen twee jaar geleden bewezen de netroots dat ze een machtsfactor van belang zijn. Tal van democratische congresleden dankten hun nipte overwinningen aan de schijnwerper die de progressieve blogs op hun underdog-campagnes richtten. De les van 2006 was duidelijk: steun van de netroots = fondsen voor de verkiezingskas = mobilisatie van vrijwilligers en kiezers.

Ik heb me voor de conventie van de netroots aangemeld om een hiaat in mijn educatie op te vullen. Op de Campaigns & Elections-school in Washington (zie aflevering 1 van deze serie in Vrij Nederland van 5 januari, ook te vinden op www.vn.nl) had ik niets geleerd over de transformerende invloed van de internetrevolutie op het vak campagnevoeren. Ongetwijfeld was het naïef om te verwachten dat een cursus, georganiseerd door het vakblad van de bedrijfstak, de revolutie zou verkondigen. Voor de campagne-indus­trie is de netrootsrevolutie bedreigend. Ze tast de macht aan van de dertigduizend politieke consultants. En hun omzet – in 2008 geraamd op zeven miljard dollar.

Op de campagneschool in Washington leerde ik wel over nieuwe technieken als sociaal netwerken, sms’en en campagneblogs maken, alleen waren dat lessen in eenrichtingsverkeer. Alles over hoe een campagneteam de kiezer kan bereiken. Niets over wat de kiezer terugmailt, -blogt of -smst.
Slechts één campagnestrateeg waarschuwde dat de industrie de boot mist. Joe Trippi, manager van Howard Deans campagne (Dean verloor in de voorverkiezingen in 2004 van John Kerry) en nu strateeg van John Edwards’ campagne, maande de campagnestrategen-in-spe de kop niet in het zand te steken. De hiërarchisch gestructureerde campagne behoort tot het verleden, zei Trippi. Decen­tra­lisatie is een feit. Om zijn verhaal te illustreren, vergeleek Trippi de moderne verkiezingscampagne met het Bijbelse verhaal van David en Goliath. ‘Een campagne bestaat nu uit een leger van Davids. Als campagnemanager moet je de slinger zijn. Jij geeft het legertje Davids het gereedschap in handen.’

Twee maanden later loop ik Joe Trippi tegen het lijf bij YearlyKos in Chicago, waar hij als een rockster wordt ontvangen bij een paneldiscussie over moderne campagnes. Hij herhaalt zijn kritiek op campagnemanagers die de dynamiek van internet niet begrijpen. ‘Over acht jaar zal het anders zijn,’ voorspelt Trippi, ‘dan zijn de voormalige campagnemedewerkers van Dean de nieuwe strategen.’ Trippi’s collega Simon Rosenberg, ooit lid van Clintons War Room en nu hoofd van een denktank, vult hem aan. ‘Internet is de deur waardoor Amerikaanse burgers participeren in de politiek. Zowel de partijen als de overheid zullen een tweerichtingsproces adopteren. In de toekomst zie ik een president die zijn belastingvoorstellen of zijn plannen voor hervorming van de gezondheidszorg eerst voor commentaar naar de burgers stuurt, voor hij die bij het Congres indient. Verkiezingscampagnes zijn de frontlinie in deze ontwikkeling.’

Tweerichtingsverkeer is ook het thema van de toespraak die Howard Dean ’s avonds op de conventie geeft. Als Trippi de rockster is, dan is Dean de god van Netroots Nation. Mijn tafelgenoten, geen van allen bloggers maar wel fervente lezers, zwaaien enthousiast met ‘Howard Empowered’-bordjes wanneer Dean het podium betreedt. Ze worden helemaal uitzinnig als Dean de netrootsrevolutie beschrijft als een oprechte dialoog tussen kandidaat en kiezer.

Helpen met de boodschap
De revolutie begon in 2003 met de Dean-campagne. Het was een kruistocht van jonge internetactivisten zonder enige politieke ervaring tegen het establishment van de Democratische partij. Crashing the Gate noemt Markos Moulitsas de aanval in het gelijknamige boek dat de bijbel van de nieuwe beweging werd. Die eerste confrontatie met het partij-establishment eindigde in een nederlaag voor de netroots. De tweede confrontatie, de verkiezing om het voorzitterschap van de partij, wonnen ze glansrijk. Dankzij de netroots is Howard Dean nu leider van de partij. Met hen ontwierp Dean een ambitieus langetermijnplan om de partij van de grond af te hervormen. Niet langer zouden de Democraten zich paniekerig op de swing states richten, waar de Republikeinse machine hen dankzij een superieure organisatie telkens weer versloeg. Nee, de partij zou in alle vijftig staten zijn eigen machine opbouwen om de hegemonie van de Republikeinse partij voor altijd te breken.

‘Laten we eerlijk zijn, Howard Dean heeft de verkiezing van 2004 gewonnen,’ lacht Garrett Graff, die de hartstochtelijke ontvangst van Dean op YearlyKos meemaakte. ‘De Democratische partij is nu zijn partij. Deans campagnemedewerkers hebben in 2006 ervaring opgedaan in de verkiezingscampagnes van congresleden en zijn nu de internetconsultants van de Democratische presidentskandidaten. Daarnaast zijn duizenden netrootsactivisten in het hele land voor het eerst politiek actief geworden in lokale “Dean for America”-groepjes.’ Garrett Graff (26) was Deans eerste webmaster en later woordvoerder van zijn campagne. Graffs boek over de revolutionaire invloed van nieuwe technologie op de presidentscampagne, The First Campaign, is net uit.

Graff is zelf verbaasd over de supersnelle technologische ontwikkelingen in de presidentscampagnes. Nog maar acht jaar geleden verwierf John McCain als eerste presidentskandidaat fondsen voor zijn campagne op internet. ‘Nu kan iemand als Huckabee platzak de Iowa-caucus ingaan en de volgende dag miljoenen dollars rijker zijn.’ Vijf jaar geleden ontdekten grassroots-activisten de Dean-campagne. Min of meer bij toeval, geeft Graff toe, struikelde de campagne over een strategie om door middel van internet-MeetUp-groepjes overal in het land de passie en energie van honderdduizenden Amerikanen te mobiliseren.

De huidige presidentsverkiezing wordt gekenmerkt door decentralisatie; de grassroots genereren inhoud op internet en verspreiden informatie buiten de controle van een campagneteam om. ‘Een presidentsverkiezing op fast forward,’ noemt Graff wat zich op internet afspeelt. ‘Een presidentskandidaat in het klimaat van de First Campaign zal bereid moeten zijn om de wetten van het campagnevoeren los te laten, de kiezer te vertrouwen en de kiezer te vragen om hem of haar te helpen met de boodschap van de campagne. Wil je de hoop, de passie en de politieke mondigheid van de kiezer mobiliseren, dan zal een campagneteam open moeten staan voor die beweging van onderaf.’

Volgens Graff heeft de Obama-campagne de meeste feeling met internetactivisme. Maar ook zijn campagne loopt soms achter op de ontwikkelingen. Een week voor hij zich officieel kandidaat stelde, hield Obama een speech op een universiteit in Virginia. Meer dan drieduizend studenten waren in de aula bijeengekomen voor een professionele verkiezingsrally, compleet met ‘Obama’-borden. Het was allemaal door de studenten zelf georganiseerd. Ze hadden elkaar gevonden op Facebook, het sociale netwerk op internet waar een derdejaarsstudent van Bowdoin College in Maine in 2006 een ‘studenten voor Barack Obama’-groep was begonnen. Dankzij de Facebook-technologie verspreidde het nieuws zich razendsnel. Gestimuleerde studenten bouwden vervolgens een online-organisatie met afdelingen in het hele land, een pr-afdeling, een tak voor de fondsenwerving en een website. Een presidentskandidaat die dergelijke activiteiten integreert in de structuur van een campagneorganisatie komt in de buurt van de participerende hightech-campagne die Graff voorstelt.

Story of self
Terwijl ik in Chicago workshops volg in de technieken van de netrootscampagne – White House 2.0, Becoming a Campaign Blogger – leidt Marshall Ganz in Atlanta Camp Obama, een school die de transformatie van een campagne tot een politieke beweging als doel heeft. De socioloog Ganz heeft een bijzonder cv voor een Harvard-professor: hij is een activist met tientallen jaren ervaring in community organizing. ‘In Amerika komt radicale verandering nooit voort uit de politiek, maar uit sociale bewegingen,’ vertelde Ganz mij onlangs. ‘Het electorale systeem is te versplinterd. Alleen in de burgerrechtenbeweging of de vrouwenbeweging kunnen grassroots-Amerikanen zich organiseren rond een droom, een visie van een beter Amerika. In een beweging vinden ze elkaar en die persoonlijke relaties zijn de motor van de beweging. Wat wij met de trainingen van Obama-vrijwilligers doen, is de dynamiek van een beweging samensmelten met de structuur van een verkiezingscampagne. Dat is uniek.’

Ganz begint de driedaagse campagneschool altijd met Barack Obama’s toespraak op de democratische conventie in 2004. In de eerste zeven minuten van die beroemde speech distilleerde Obama wat nu zijn campagneboodschap is. Het begint met zijn persoonlijke verhaal, wat Ganz de ‘story of self’ noemt, gevolgd door de ‘story of us’, de koppeling van het eigen verhaal met de uitdagingen en keuzen waarmee Amerika wordt geconfronteerd. Het eindigt met de ‘story of now’, waarin Obama uitlegt wat we moeten doen om de wereld te veranderen.
Met Obama’s toespraak als voorbeeld vertellen de vrijwilligers in kleinschalige sessies hun eigen verhaal, zodat hun ‘story of self’ word ingebed in Obama’s boodschap. Pas als de vrijwilligers hebben geleerd als een team te werken, volgt de training in de technieken van het campagnevoeren aan de basis: de organisatie van vrijwilligers die zich bij een lokaal Obama-kantoor aanmelden, de deuren langs gaan en telefonisch contact hebben met kiezers. ‘Die campagnetechnieken zijn niet zo moeilijk om te leren,’ zegt Ganz. ‘Het is veel moeilijker om onder woorden te brengen wat de waarden zijn die je motiveren in je eigen leven.’ Inmiddels zijn duizenden vrijwilligers met hun diploma van de Obama-school op zak aan het werk. Vanuit Harvard volgt Ganz de vorderingen van zijn leerlingen nauwgezet. Hij is onder de indruk van het organisatietalent van zijn volgelingen in South Carolina en Californië en optimistisch dat zijn experiment – het huwelijk van een sociale beweging met een campagne – een succes wordt.

Overrompeld
Januari 2008. Twee dagen voor de primary maak ik in New Hampshire de enige net­rootsbeweging aan Republikeinse zijde mee. Hoewel de kandidatuur van het Republikeinse congreslid Ron Paul geen kans maakt (in de voorverkiezing van New Hampshire zal hij als vierde eindigen), geloven zijn supporters vurig in hem. Met honderden zijn ze naar Nashua gekomen voor een campagnebijeenkomst. Sommigen komen van ver.

Makelaar Michael Linneman uit Texas had nog nooit van Ron Paul gehoord tot zijn vrouw Priscilla, ‘ik noem haar de internetkoningin’, Paul op internet ontdekte. Linneman herinnert zich de dag, zelfs het uur, als was het een openbaring. De zevenentwintigjarige Lisa Armellino uit Pennsylvania, eens een supporter van president Bush, werkt al maanden zonder zelfs maar een onkostenvergoeding voor Paul. Waar hoorde ze over Paul? Internet. Eric Denmark (28), een timmerman uit Boston, is nog nooit op een politieke rally geweest, nu racet hij op zijn vrije dag van de ene naar de andere. Straks zal hij voor de televisie­studio staan om te protesteren tegen Fox News, dat Ron Paul niet uitnodigde voor een debat tussen de Republikeinse kandidaten. Dat terwijl Paul hoger scoort in de peilingen in New Hampshire dan Fred Thomson en Rudy Giuliani, die wel welkom zijn.

De Ron Paul-campagne wordt gedreven door jonge Republikeinen die vervreemd zijn geraakt van het Republikeinse establishment. Op internet adopteerden ze een presidentskandidaat die het lef had om tegen de oorlog te stemmen en nu als enige Republikeinse presidentskandidaat voor onmiddellijke terugtrekking van de troepen uit Irak en Afghanistan pleit. De geur van complotdenken en racisme die om libertarische Paul hangt, ruiken de jonge netroots niet, overmand als ze zijn door hun woede op Bush en de Republikeinse partij, die Amerika economisch te gronde zouden richten.

De Ron Paul-campagne zelf was totaal niet voorbereid op de revolutie die zich rond zijn kandidatuur voltrok. Toen de Paul-net­roots in november een fondsenwervingbom op internet loslieten en binnen vierentwintig uur vier miljoen dollar ophaalden, had het campagneteam in New Hampshire zelfs geen telefoonaansluiting. Een maand later versloegen de Paul-netroots alle eerdere records door in een dag zes miljoen dollar in Pauls verkiezingskas te storten. Nog nooit had een presidentskandidaat in vierentwintig uur zoveel geld ingezameld.

Ron Paul zelf, een aimable oudere man zonder een zweem charisma, is zichtbaar overrompeld door de revolutie van de net­roots. In een interview na zijn toespraak in Nashua praat hij vertederend over de ‘jongelui’ die hem zo enthousiast steunen. Als ik hem vraag of de Republikeinse partij in de toekomst de beweging die rond zijn kandidatuur is gegroeid zal omarmen, schudt hij zijn hoofd. ‘Het partij-establishment wil niets met mij en mijn aanhang te maken hebben. Maar als ze mijn aanhang weren, wie blijft er dan nog over in de partij?’ Wel zijn Pauls Republikeinse collega’s geïnteresseerd in zijn internetorganisatie. ‘Ze vragen om mijn e-maillijst, ze willen weten hoe ik de technieken van de web gebruik, wat mijn bloggersgeheim is. Het is duidelijk dat ze er niets van begrijpen. Ik heb niets gecreëerd, het zijn niet de technieken, het is de boodschap. The ­people have found me.’

Thuis lees ik in Vrij Nederland over de ex-hype van de politieke beweging in Nederland. De electorale toekomst van ‘bewegings’-politici als Geert Wilders en Rita Verdonk zou minder gunstig zijn als de Nederlandse kiezer het politieke midden herontdekt. Maar wat als een bewegingspoliticus de energie van een beweging vertaalt in een campagnestrategie, zoals in Amerika? Wat zullen Nederlandse campagnestrategen van de netrootsrevolutie leren?

De volgende aflevering van deze reeks verschijnt over twee weken. Lees ook het eerste deel van deze serie over de Amerikaanse primaries: De kunst van het campagnevoeren; verpletter je tegenstander





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?