VN MediagidsZelfgebakken plicht
25.06.2005
25-06-2005
Door Carel Peeters
Je hebt het Zuiden van Nietzsche en je hebt het Zuiden van Peter Mayle. Allebei hebben ze er alleen maar lof voor. Mayle is de lieveling van liefhebbers van Zuid-Frankrijk, een gebied waar ook Nietzsche zich wel ophield (Nice, Gagnes). Mayle heeft zichzelf geconsacreerd in boeken waarin hij de lof zingt van het landschap, de zon, de wijn, de lucht, de truffels, het accent en de keuken: A Year in Provence, Toujours Provence en Encore Provence. Met deze boeken veroorzaakte hij een toeristische run op het gebied, met name op het dorp waar een film werd opgenomen op basis van A Year in Provence.
Mayle geldt sindsdien als een rattenvanger van Hamelen die met zijn loftrompet drommen toeristen naar dommelende Provençaalse dorpjes heeft gelokt om daar de rust te verstoren. Hij had in alle opzichten de smaak te pakken, want hij schreef nog zo’n zes boeken over Provençaalse ditjes en datjes. Acquired Tastes verdient daarvan speciaal te worden afgeraden. Mayle beschrijft daarin hoe je binnen korte tijd het beste een miljoen stuk kunt slaan. Lees over Mayles smaak voor kaviaar en truffels, over luxe hotels, limousines, de echtste sigaren, whiskeys, privévliegtuigjes, maatpakken en met de mond gestikte schoenen: zoals je de verschrikkingen van het Noorden hebt, zo heb je de verschrikkingen van het Zuiden wanneer beschreven door Peter Mayle.
Voor Nietzsche was het zuiden van Europa een bevrijding nadat hij in 1879 was verlost van zijn hoogleraarschap in Basel. Hij had er tien jaar filologie gedoceerd, waarvan vier jaar met regelmatige aanvallen van kwellende hoofdpijn en het geleidelijk slechter worden van zijn ogen. Het had hem een ‘Basel-fobie’ opgeleverd waardoor hij de lucht en het water de schuld ging geven van zijn beroerde toestand. Basel, dat was de ‘zielloze broedplaats van mijn lijden’. Hij ging eerst een tijdje naar het Zwitserse Engadin, daarna naar het huis van zijn moeder in Naumburg, maar in november 1880 was hij in Genua. Daar komt hij tot eind maart 1882 steeds terug, vooral om er zijn persoonlijkste boek te schrijven: De vrolijke wetenschap.
Hij was niet meteen verlost van zijn kwalen, maar door de wolkeloze hemel, de droge lucht, de energieke mensen en de vitale atmosfeer in de stad leefde hij op. De ‘méditerranée’ werd voor Nietzsche een metafoor voor vrijheid, gezondheid, frisse lucht, vogelvrije gedachten en heel andere muziek. Genua betekende ook het afscheid van Wagner, die met zijn Parsifal verraad had gepleegd door een knieval voor het christendom te maken. Een uitvoering van Bizets Carmen die hij in 1881 in Genua bijwoont, stuwt zijn afkeer van Wagner op. Hij is betoverd door de lichtheid van Bizet. Vanaf dat moment is het: waar Bizet betovert, hypnotiseert Wagner, waar Bizet musiceert, oreert Wagner, waar Bizet nuanceert, dramatiseert Wagner. Bondig heet het: Wagner maakt geen muziek meer, maar kabaal.
Het zal wel altijd onduidelijk blijven wat de achtergrond is geweest van Nietzsches kwalen en zijn uiteindelijke ‘geistliche Umnachtung’ in 1889. Martine Prange gaat in haar boek over het verband tussen Nietzsches filosofie en zijn hartstocht voor het Zuiden, Lof der Méditerranée, terecht niet al te diep in op de vraag of de oorzaak gezocht moet worden bij de psychische problemen van zijn vader of in de syfilis die hij als student opgedaan zou hebben. Nietzsche zelf zocht de oorzaak in de bewolkte Duitse cultuur, het bedrukkende christendom, het bekrompen nationalisme en de sentimentele Duitse romantiek: dit alles bij elkaar beschouwde hij als een ziekte, en daardoor was hij aangetast. Hij moest er zich van verlossen en dat deed hij door voor de onbewolkte zuidelijke lucht te kiezen, voor een ‘lustethiek’ in plaats van een ‘plichtethiek’, voor het kosmopolitisme en voor het verlichte denken dat zich niet wil laten bedwelmen. En hij zag natuurlijk niet over het hoofd dat zijn kwalen ook samenhingen met zijn risicovolle manier van denken – zijn periodieke hang naar de bergen had zijn parallel in zijn drang om de uitersten van het denken op te zoeken.
Nietzsche kreeg met zijn verblijf in het Zuiden zijn gewenste droge lucht (de ‘limpidezza’ tegenover de ‘scirocco’ van het ‘vochtige Noorden’), maar ook een scala van gewenste nieuwe ideeën. De vrolijke wetenschap is het boek waarin het leven als spel in de plaats komt van het leven waarin men angstig moet voldoen aan het christelijke normenstelsel. De christelijke moraal maakt plaats voor de persoonlijke moraal. Dat betekende afscheid van Kants ‘categorische imperatief’ (‘Handel altijd zo dat het een algemene wet zou kunnen worden’), en de introductie van Nietzsches individuele moraal: dat ieder zijn eigen categorische imperatief moet uitvinden.
De mens is geen automaat van buiten hem om ingestelde plichten. Volgens Kant is de mens een moreel wezen, voor Nietzsche was de mens een levend wezen, dat niet eerst in de boeken van Kant gaat kijken voor hij de dag met leven begint. Martine Prange is wat schools in de uitwerking van haar opzet, maar ze slaagt er wel in om een samenhangend beeld te geven van Nietzsches méditerrane inspiratie. Je ziet de wolken wegtrekken en een blauwe lucht verschijnen: met de ‘vrolijke wetenschap’ verschijnt de vrije geest, verlost van de christelijke moraal en het levenontkennende romantisch pessimisme. Het leven werd omhelsd, zelfs als noodlot (amor fati).
De vrolijke wetenschap is ook de kraamkamer van Nietzsches idee van ‘de eeuwige wederkeer van hetzelfde’. Dat is een op het eerste gezicht onheilspellend idee dat je niet bij Nietzsche zou verwachten. Hij is niet iemand van de herhaling, maar van nieuw en oorspronkelijk. Het is dan ook een diep idee, dat niet altijd door iedereen op dezelfde manier wordt uitgelegd. Het heeft twee kanten: ‘de eeuwige wederkeer’ zegt dat alles ooit op dezelfde manier terugkeert, hoe ver in de toekomst ook. Alles wil zeggen: ook de vervelende dingen. Dat Nietzsche het leven omhelsde (en een hekel had aan pessimisten) wil zeggen dat hij het normaal vond dat ook oorlogen terugkeerden. Normaal is dat mensen alleen maar de leuke dingen herhaald willen zien. Het tweede aspect aan het idee betreft het eigen aandeel in de eeuwige wederkeer: we moeten voor het leven hetzelfde verlangen als voor een kunstwerk: ‘We willen een kunstwerk telkens weer opnieuw beleven.’ De veronderstelling is dat we er zelf aan kunnen bijdragen dat we het leven graag herhaald willen zien: we moeten altijd het hoogste, een kunstwerk, willen,.
Het valt niet te ontkennen dat Nietzsche met ‘de eeuwige wederkeer’ een soort categorische imperatief heeft gecreëerd: het is ieders plicht om te zorgen dat het leven een kunstwerk wordt, zodat het onbevreesd opnieuw kan worden beleefd. Ik wist het wel: zonder zelfgebakken plicht gaat het niet.
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




