VN MediagidsWat deed Wesam al D., de 'Nederlandse Bin Laden'?
15-03-2008
Door Marian Husken en Freke Vuijst
Een jaar geleden werd voor het eerst een Nederlandse terreurverdachte uitgeleverd aan Amerika: de Amersfoortse kapper Wesam al D. Nederland, zo blijkt nu, heeft samen met de FBI onderzoek gedaan naar Al D. Inmiddels ligt er een verzoek bij de Amerikaanse rechter om het Nederlandse bewijsmateriaal in de prullenbak te gooien.

Bij de Nationale Recherche heerste in augustus 2004 de hoogste staat van paraatheid – althans, bij het embargoteam onder leiding van Rachid Sousdhi en officier van justitie Marjan van Ling dat belast was met de opsporing van terroristen. Ze leken een grote vis in te hebben gevangen. Dat voorjaar was de wereld opgeschrikt door de gruwelijke onthoofding van de jonge Amerikaanse zakenman Nicholas Berg. Beelden van deze bloedige moord circuleerden op internet. De jihad-strijders die de ongelovige hadden afgeslacht, poseerden pontificaal voor de camera. Een aantal van hen kon ondanks de bivakmutsen meteen worden geïdentificeerd als leden van de al Tawhid wa al-Jihad-organisatie. Volgens de Nederlandse geheime diensten was een van de onbekende daders een Nederlander: Wesam al D. Ze dachten hem te herkennen aan zijn verbonden hand.
Al D. was in 1990 voor het regime van dictator Saddam Hoessein naar Nederland gevlucht. Hij mocht blijven en in 2001 kreeg hij de Nederlandse nationaliteit. Jarenlang oogde Wesam al D. als een toonbeeld van integratie. Hij leek gelukkig in Amersfoort waar hij als dameskapper werkte, had alleen Nederlandse vriendinnetjes, hield van uitgaan en drinken, droeg sexy kleren en was erg met zijn uiterlijk bezig. Deze blitskikker won in 2003 tijdens de tv-show Cash & Carlo van Carlo Boszhard een reis naar Mexico. ‘Hij is niet zo met de islam bezig. Hij maakte pornofilms met zijn Nederlandse vriendin,’ typeerde een vriend Wesams leven.
Grapje
Toch was ten tijde van de tv-show de omslag in zijn leven al gaande. Wesam maakte zich steeds bozer over het Amerikaanse optreden in Irak en vooral in zijn geboorteplaats Fallujah. Als hij naar het journaal keek, zat hij huilend voor de tv, de Amerikanen verwensend.
Voorjaar 2003 zou hij zichzelf bij een anti-oorlogsdemonstratie in Amsterdam in brand hebben gestoken. ‘Het kan me niet schelen of ik sterf of niet. Ik wil mezelf opofferen voor mijn land,’ zei hij, half in het verband, tegen een tv-ploeg. Vrienden noemen dat tv-optreden achteraf ‘een grapje’. Iemand anders had een Amerikaanse vlag in brand gestoken. Die raakte hem.
Maar het terreurteam van Sousdhi en Van Ling doopte hem in de wandelgangen al snel om tot de ‘Nederlandse Bin Laden’, en ze namen contact op met de collega’s van de Amerikaanse FBI.
Tot er in Washington – bij de CIA en de National Security Agency (NSA) – ernstige twijfels rezen over de Nederlandse terrorist. Op 28 maart 2005 legde de FBI in een officieel memo vast dat ‘men niet geloofde’ dat de tot dan toe niet geïdentificeerde persoon op de foto met moordenaars van Berg Wesam al D. was. ‘He is not this person.’ De FBI geloofde eveneens niet dat Al D. genoeg senioriteit en status had in de al Tawhid wa al-Jihad-organisatie dat hij op deze foto zou hebben mogen staan. Een mooie internationale politiesamenwerking leek hiermee in de knop gebroken. Maar nee.
Trap tegen zijn hoofd
Op 2 mei 2005 begon voor Wesam al D. alsnog de nachtmerrie die tot op heden voortduurt. Eerst klonk om vijf uur ’s ochtends een krachtige knal. Met explosieven verschafte de politie zich toegang tot de woning van Al D. in Amersfoort. Het arrestatieteam stormde de woning binnen. Officier van justitie Fred Teeven had mondeling toestemming gegeven om het huis te doorzoeken. De politie legitimeerde zich niet tegenover de verdachte, die nog in bed lag. ‘We dachten dat hij een vuurwapen had.’ De reden waarom hij moest worden aangehouden, werd ook niet aan de verdachte meegedeeld.
Wesam al D. was diep weggedoken onder zijn dekbed. Een van de agenten gaf daarom ‘een trap tegen de zijkant van Al D.’s hoofd’, zo staat in het proces-verbaal van de aanhouding. ‘Ik gaf hem ook een klap in het gezicht. Toen hield de verdachte zijn handen op en kon worden geboeid.’ Na de aanhouding werd het huis verder doorzocht, maar er werd geen wapen aangetroffen.
Het was alsof de Nederlanders het memo van de FBI van maart 2005 niet hadden gelezen. Op de tenlastelegging stond namelijk nog steeds dat Wesam al D. ervan werd verdacht dat hij betrokken was geweest bij de ontvoering, gevangenhouding en moord op de Amerikaanse zakenman Nicholas Berg op 8 mei 2004, dan wel dat hij lid was van een terreurorganisatie. Later die dag werd Wesam al D. in zijn politiecel verhoord, zonder dat hij contact mocht opnemen met een raadsman over zijn arrestatie. Hij had er wel om gevraagd. Pas bij zijn derde verhoor op 31 mei was er een advocaat aanwezig. Geconfronteerd met de terreurbeschuldigingen hield Wesam al D. vanaf dag één vol: ‘Ik heb er totaal niets mee te maken. Ik kom uit Fallujah en dan ben ik al meteen verdacht. Ik ben tegen de Amerikanen in Irak, maar ik ben hier in Nederland en ik ben hier niet voor niets.’
Maar de Nederlandse politie hechtte weinig geloof aan de verklaringen van Wesam. Want bij de huiszoeking had men – zo dacht men – een geheime video-opname gevonden van Wesam. Hij poseerde daarop voor de camera als een trotse gemaskerde moedjahedien uit Fallujah die de strijd aanbindt tegen de Amerikanen. Hij werd herkend aan zijn hand die nog omwikkeld was met verband – een gevolg van het ongeluk met de vlag. De politie herkende hem ook aan zijn stem: aan het begin van de band legde Wesam al D. een anti-Amerikaans statement af.
Hiermee geconfronteerd, bezweerde Al D. zijn verhoorders dat hij hiertoe werd gedwongen. Het was volgens hem een journalistieke film, en om die te kunnen maken, had hij zijn solidariteit moeten betuigen met de moedjahedien. Hij wilde laten zien dat deze Iraakse strijders geen terroristen zijn, maar vechten voor een ideaal. Te horen is hoe hij vragen stelde aan de strijders (‘Zijn dat explosieven?’ ‘Wat kan je hiermee vernietigen?’ ‘Hoeveel slachtoffers zijn er gevallen?’ ‘Gaat deze kabel naar de explosieven?’ ‘Is dat treinstel omver geblazen door landmijnen?’) Hij wilde de film verkopen aan SBS, maar die omroep had geen belangstelling gehad, zei hij. Wesam vertelde de Nederlandse politie ook nog dat hij bij zijn reizen naar Irak (‘Ik ging voor mijn vrouw, ik wilde trouwen’) een keer was aangehouden bij de Syrische grens: ‘Toen ben ik verhoord door de Syrische inlichtingendienst. Ze dachten dat ik spioneerde voor de Verenigde Staten of Nederland. Ik heb een verklaring moeten tekenen, toen pas mocht ik weer naar huis.’
Martelaar
Al had de kapper uit Amersfoort nog zo leuk staan dansen op de televisie, het onderzoeksteam van de Nationale Recherche geloofde hem niet. Fallujah, waar hij regelmatig naar toe reisde, is de brandhaard van het verzet tegen de VS-troepen in Irak. De videoband bevestigde het vermoeden dat er achter de vlotte kapper een radicale Wesam schuilging.
Waarop was die verdenking eigenlijk gebaseerd? Daarvoor moeten we terug in de tijd. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), hadden de kapper sinds zijn ‘verzetsdaad’ tijdens de demonstratie tegen de Amerikaanse oorlog in Irak in de kijker. Wesam had er vanuit het ziekenhuis over opgeschept. De inlichtingendiensten hadden weliswaar snel doorgehad dat de zelfverbranding een ongelukje was geweest, maar hadden toch het zekere voor het onzekere genomen. Generaal-majoor B. Dedden van de MIVD meldde op 12 augustus 2004 aan het Landelijk Parket dat Wesam al D. ‘enige tijd voor de moord (op Berg) telefonisch verklaarde “om binnen een aantal dagen goed op te letten op het internet en op de tv”.’ De MIVD meende daarna dat Al D. wel degelijk op de foto stond met de moordenaars (‘zijn houding en postuur’) van Berg. Volgens een ambtsbericht van de AIVD op 27 augustus reisde Wesam al D. regelmatig via Syrië naar Irak om daar te vechten en te sterven als een martelaar.
Uiteraard onthulden de geheime diensten niet hoe ze aan deze gegevens kwamen. Het is dus onduidelijk hoeveel bronnen er aan ten grondslag lagen. De Amerikaanse advocaat van Wesam al D. gelooft dat er sprake was van twee verschillende tips – een over de onthoofding en een over de wapensmokkel van Syrië naar Irak. Mogelijk kwamen beide uit een bron die door de MIVD ‘betrouwbaar’ wordt genoemd.
Een Arabier in Nijkerk
Uit het Nederlandse strafdossier blijkt dat berichten van de Criminele Inlichtingen Eenheid van de politie in Utrecht in september 2004 er uiteindelijk voor zorgden dat er een begin werd gemaakt met het strafrechtelijk onderzoek naar Wesam al D. CIE-teamleider Harro Kras noteerde in een proces-verbaal van 3 september 2004: ‘In Nijkerk woont een Arabier, die sinds augustus 2004 naar Irak is vertrokken om te vechten tegen de Amerikanen. (…) Hij is boos op het huidige politieke systeem en aanhanger van de radicale islam. Tijdens de gewapende strijd in Irak worden de activiteiten gefilmd door een groepslid. Dit filmmateriaal wordt mee teruggenomen. (…) Een goede vriend van deze man is Osama “Halak”. Van Osama is de achternaam onbekend, maar “Halak” betekent kapper.’
Kras kon niet aangeven hoe betrouwbaar de informatie is, maar kennelijk was het verhaal zo verontrustend dat nog voordat er een letter op papier werd gezet, de inhoud al op 2 september werd doorgespeeld naar het Landelijk Parket, naar officier Van Ling en teamleider Sousdhi.
Er volgde nog meer CIE-informatie die ‘kapper’ Wesam in een verdacht licht plaatste. Die berichten gingen over Iraakse kennissen. Die zouden zich bezighouden met incasso en wapenhandel. Deze mannen frequenteerden de garage van Al D.’s beste vriend, die ook werd aangehouden. Over de betrouwbaarheid van al deze CIE-informatie kon evenmin een waardeoordeel worden gegeven. Maar daar trokken de Nederlandse terroristenjagers zich weinig van aan. Van Ling vroeg op 10 september 2004 printgegevens op van de telefoon van Wesam al D. Ze constateerde dat er vanaf 10 april tot 22 mei 2004 geen uitgaande gesprekken waren gevoerd met zijn gsm. En dat was hoogst verdacht, vond ze. In deze periode had namelijk de onthoofding van Berg plaatsgevonden. Het OM nam daarom via de liaison in Brussel officieel contact op met de FBI voor hulp bij hun Nederlandse onderzoek naar een Nederlandse onderdaan. De bedoeling was om Wesam ook voor een Nederlandse rechter te brengen. Tot zover de officiële kant.
Elf ordners
Inmiddels is uit nieuwe Amerikaanse juridische stukken duidelijk geworden dat de Nederlanders al eerder, in augustus 2004, aan de bel hingen bij de VS. Er was sindsdien sprake van een joint investigation naar de terrorist Al D.
De Amerikanen hoefden nauwelijks een vinger uit te steken. Van Nederlandse zijde werd de voormalige Iraakse staatsburger maandenlang afgeluisterd, ook al hadden de Amerikanen de Berg-verdenking naar het rijk der fabelen verwezen. De andere CIE-informatie was volgens de Nederlandse regels immers ook voldoende om iemand onder de tap te zetten. Ook werd de kapper veelvuldig geschaduwd door leden van de Nationale Recherche. Dit resulteerde in een Nederlands dossier van elf ordners, maar om nu te stellen dat er keihard materiaal bij was gekomen? Nou nee. Wel werd het resultaat meteen doorgestuurd naar de Amerikanen. Daarna werden de verhoren en de taps samen met de in beslag genomen videoband overgedragen aan de Amerikaanse collega’s. Die deden meteen een uitleveringsverzoek aan de Nederlandse autoriteiten. Op de videoband was immers te zien hoe Iraakse moedjahedien samen met mede-strijder/journalist Wesam bermbonnen plaatsten om de Amerikaanse troepen uit te schakelen.
Wanhopige korte-gedingen van Al D. om in eigen land berecht te worden, mochten niet baten.
Wesams Nederlandse advocaat Victor Koppe: ‘Wij zijn nooit toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van dit Nederlandse onderzoek, waarbij zeker de nodige vragen zijn te zetten. Want hoe hard is die verdenking van zijn betrokkenheid bij terreurdaden nu? Hoe geheim was die video-opname eigenlijk? Hij heeft de documentaire echt aangeboden bij SBS. Bovendien was dan ook zeker de betrokkenheid van de Amerikanen bij dit onderzoek boven tafel gekomen. In de uitleveringszaak werd keihard ontkend dat het een joint investigation betrof. Maar de toenmalige minister van Justitie Piet Hein Donner zag geen enkel beletsel om mijn cliënt naar de Verenigde Staten te sturen en te laten berechten door een Amerikaanse strafrechter of jury. Het is me nu duidelijk waarom hij er zo makkelijk mee instemde.’
In januari 2007 was het zover. Wesam al D. ging op het vliegtuig naar Amerika. Daar werd hij als terreurverdachte in eenzame opsluiting vastgezet. Sindsdien is het stil rond Al D. Vrij Nederland zag hem vorig jaar nog even in de rechtszaal toen bij een pro-forma hoorzitting. Hij knikte vriendelijk naar het handjevol aanwezigen. Eén geluk heeft Wesam: in Washington werd zijn verdediging toegewezen aan Legal Services, een gesubsidieerde rechtshulp voor armen, dat hard voor hem werkt.
Vlak na zijn aankomst in Amerika werd Al D.’s DNA afgenomen. Met nieuwe forensische technieken hopen de Amerikanen leggers van bermbommen te kunnen identificeren aan de hand van bomscherven. In Amerika staat Wesam dan ook bekend als de ‘bermbomterrorist.’ Over de verdenking van de onthoofding van Nicholas Berg wordt met geen woord meer gerept.
Hoe zal het de Nederlandse terreurverdachte in Amerika verder vergaan? Het juridische onderzoek gaat langzaam. Al het bewijsmateriaal – dat allemaal uit Nederland komt – moest vertaald worden. Inmiddels heeft het Amerikaanse OM ook een beroep gedaan op de rechter om de CIPA-wet toe te passen op deze rechtszaak (CIPA is de Classified Information Procedures Act), omdat de Amerikaanse aanklager verwacht dat er staatsgeheime informatie in de zaak gebruikt zal moeten worden. Ook dat vertraagt de zaak aanzienlijk.
En dan ligt er het verzoek van Wesams advocaten om bijna al het Nederlandse bewijsmateriaal – acht maanden tapverslagen, drie verhoren – niet ontvankelijk te verklaren. Omdat het allemaal op foute informatie en foute verdachtmakingen is gebaseerd en de rechten van de verdachte volgens het Amerikaans recht ernstig zijn geschonden. Zo werd Wesam niet voorgehouden bij zijn aanhouding dat hij het recht had om te zwijgen. Noch was er een advocaat aanwezig bij de verhoren. Noch werd Wesam meegedeeld dat de Nederlandse politie een gezamenlijk onderzoek met de FBI uitvoerde.
En Nederland? De indruk lijkt gerechtvaardigheid dat men hier blij is dat de kapper in Amerika wordt vervolgd. Wesams medeverdachte, zijn vriend de garagehouder, is al lang vrijgelaten. Misschien besefte Nederland ook dat Al D. niet de ‘Nederlandse Bin Laden’ was – het is zeer de vraag of de verdenking bij een proces overeind was gebleven. Uitlevering naar Amerika was eigenlijk een prachtoplossing.
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




