VN MediagidsWaar blijft de legerimam?

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving / integratie / Defensie 09.07.2005

Door Thijs Niemantsverdriet

09-07-2005
Door Thijs Niemantsverdriet

Hoewel het aantal moslimmilitairen groeit, wil het maar niet vlotten met de benoeming van een legerimam. ‘De overheid is panisch voor islamieten. De titel imam is praktisch besmet.’

Je zit in het leger en de spirituele nood is hoog? Geen enkel probleem. Sinds jaar en dag kunnen militairen die worden gekweld door de grote vragen des levens terecht bij een geestelijk leidsman. Ben je katholiek? Dan is er de aalmoezenier. Protestant? Ziedaar, de krijgsmachtpredikant. De ongelovige vervoege zich bij een humanistisch raadsman, en de jood bij een rabbijn – liberaal dan wel orthodox, geheel naar smaak. Zelfs de hindoemilitair beschikt sinds twee jaar over een hoogsteigen pandit.

Maar de moslim onder de wapenen heeft pech. In tijden van geestelijke benauwdheid moet hij het zonder pastorale hulp stellen. Bij Defensie wil het niet bepaald vlotten met de benoeming van een legerimam, of zoals hij in behoedzaam ambtenarenjargon heet: islamitisch geestelijk verzorger.

‘Er zijn veel méér moslims dan hindoes bij de krijgsmacht,’ zegt een islamitische militair, ‘maar de hindoes hebben wél een geestelijk verzorger. Je begrijpt dat een groot aantal moslims zich miskend voelt in een wezenlijke behoefte.’ Om ‘gedoe’ te voorkomen, wenst de beroepsmilitair niet bij name genoemd te worden. Maar hij legt gaarne uit tot wat voor absurde situaties het ontbreken van een imam kan leiden. ‘Toen ik op missie ging naar Afghanistan heb ik vooraf met een andere moslim afspraken gemaakt. Wat zouden we doen als een van ons kwam te overlijden? Een gestorven moslim moet ritueel gewassen worden. We beloofden dat bij elkaar te zullen doen. Het is toch van de zotte dat we dat zelf moesten regelen?’ Hij ziet maar één optie: ‘Er moet zo snel mogelijk een legerimam komen.’

‘Moslimmilitairen,’ zegt Henk Laseur, legerpredikant in de Prins Mauritskazerne te Ede, ‘beleven hun geloof op een heel serieuze en zichtbare manier. Veel minder terughoudend dan de christelijke jongens.’ Laseur stelt zijn kantoor regelmatig ter beschikking van een moslimmilitair die bezig is met koranstudie. ‘Die jongen moet een rustige plek hebben om te lezen. Het is toch belachelijk dat hij dat als korporaal eerste klasse aan mij moet vragen. Dus zeg ik: beste regering, regel nu eindelijk eens een imam.’

Het aantal moslims dat rondloopt in het uniform van de Nederlandse krijgsmacht is niet exact bekend – registratie op godsdienst is in ons land bij de wet verboden. Maar het zijn er honderden, zo niet duizend, schatten insiders. Jan Kleian van de militairenvakbond Acom: ‘Ik zie alleen in ons ledenbestand bijzonder veel namen van Turkse of Marokkaanse origine voorbijkomen.’

Cijfers van Defensie suggeren een nog groter contingent. Begin 2004 telde het ministerie binnen het leger ruim vijfduizend allochtonen. Als slechts een derde daarvan belijdend moslim is, gaat het om meer dan vijftienhonderd man.

Het ontbreken van een imam in krijgstenue mag op z’n minst merkwaardig heten. Maar het wordt nog vreemder als bij navraag blijkt dat alle betrokkenen de legerimam nog liever vandaag dan morgen zien arriveren. Om te beginnen de politiek. Staatssecretaris Cees van der Knaap (CDA) sprak meer dan twee jaar geleden, bij de feestelijke installatie van de legerpandit, al de vurige wens uit dat de moslims zo snel mogelijk een eigen aanspreekpunt voor levensbeschouwelijke besognes zouden krijgen. ‘Geestelijke verzorging,’ zei Van der Knaap bij die gelegenheid, ‘is naar mijn stellige overtuiging geen luxeartikel.’

Ook de moslims zelf lijken allerwelwillendst. De grootste moslimorganisatie van Nederland staat te popelen om een zielzorger te leveren: ‘Wij beschikken over de juiste kanalen. We kunnen vrijwel onmiddellijk aan een imam komen.’

En woordvoerders van de andere godsdienstige stromingen zeggen de imam met open armen te zullen ontvangen. Goed, de protestanten verwoorden het bij monde van de hoofdkrijgsmachtpredikant enigszins zuinigjes: ‘Als wordt besloten tot het aanstellen van een imam, dienen wij daar op een adequate manier mee om te gaan.’ Maar de hoofdkrijgsmachtaalmoezenier schrapt in de eigen katholieke gelederen ‘van harte’ een arbeidsplaats ten bate van een moslimcollega. En ook de hoofdkrijgsmachtrabbijn, die op dit moment nog moslimmilitairen opvangt met zaken als halal eten, snakt naar de komst van zijn islamitische collega: ‘Iedere militair heeft toch het volste recht op geestelijke verzorging naar eigen smaak?’

Aan gebrek aan spontane oecumenische gevoelens lijkt het niet te liggen. Wat hindert de komst van de legerimam dan wel? Het ministerie van Defensie priemt de beschuldigende vinger ogenblikkelijk in de richting van de moslimorganisaties. ‘Wij onderhandelen per godsdienst slechts met één orgaan,’ laat staatssecretaris Van der Knaap weten. ‘Dat benoemen we vervolgens tot zendende instantie, die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de geleverde geestelijken.’ Een beproefd concept, dat al eerder werkte bij de katholieken, de protestanten, de joden en de humanisten. ‘Ook de hindoes zijn erin geslaagd om namens pakweg negen stromingen één vertegenwoordiger te sturen.’

De boodschap van Van der Knaap is duidelijk: geen eenheid, geen imam. Een ietwat naïef uitgangspunt. Want de islam die met één stem spreekt, dat is zoiets als rooms-katholieken en doopsgezinden die gebroederlijk de mis opdragen: een godsonmogelijkheid. Eén van de beoogde ‘zendende instanties’ is het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), een koepel van overwegend soennitische moskeeën. Voorzitter Ayhan Tonça ontkent het bestaan van tweespalt. Volgens hem is er maar één moslimorgaan dat ertoe doet: het CMO. ‘Van alle islamitische organisaties hebben wij verreweg het breedste draagvlak,’ prijst Tonça zijn club aan. ‘We vertegenwoordigen meer dan tachtig procent van de Nederlandse moslims. Maar op het ministerie zijn ze daar nog steeds niet van overtuigd. Daar vinden ze dat bepaalde splintergroepjes ook recht hebben op vertegenwoordiging.’

Met die ‘bepaalde splintergroepjes’ bedoelt Tonça de Contact Groep Islam (CGI), de tweede volwaardige gesprekspartner van het ministerie in de imamkwestie. De CGI, die een kleiner, maar verscheidener aantal moslims vertegenwoordigt (soennieten, sjiieten, alevieten en Surinaamse ahmadiyya), manifesteert zich nadrukkelijk als alternatief voor de ‘arrogante baronnen en regenten’ van het CMO. ‘Die meneer Tonça zegt altijd meteen: wij zijn de grootste, punt uit,’ zegt Zainab Al-Tourahi van de CGI. ‘Maar hij discrimineert ons gewoon. Het CMO speelt machtsspelletjes, terwijl die organisatie veel minder voorstelt dan Tonça beweert. Hij heeft nog nooit met cijfers bewezen dat ze inderdaad zo’n grote achterban hebben.’

Al-Tourahi steunt het streven van Defensie om moslimminderheden ook een stem te geven uit volle overtuiging. ‘Beter het kleinste en beste orgaan, dan het grootste dat alleen maar onzin uitkraamt.’ Ze vreest dat het CMO eropuit is een oerconservatieve legerimam aan te stellen die alle niet-soennieten resoluut de deur zal wijzen. ‘Dat mag nooit gebeuren. Wij pleiten voor een tolerante en vooruitstrevende imam.’

Tonça van het CMO is niet onder de indruk: ‘De belangrijkste groep in het CGI zijn de ahmadiyyamoslims. Dat zijn maar tienduizend van de één miljoen moslims in Nederland. En toch zegt het ministerie: ook de ahmadiyya’s moeten vertegenwoordigd zijn. Onzin!’

Om de zaak nóg ingewikkelder te maken is er ook nog de Sjiitische Islamitische Raad (SIR), die zo’n twintig procent van de Nederlandse moslimpopulatie zegt te vertegenwoordigen. ‘Wij zijn nog helemaal niet benaderd door het ministerie van Defensie,’ zegt woordvoerder Hussain Alkhateeb enigszins bedremmeld. ‘Maar we zitten naast de telefoon. Ons nummer is toch bij iedereen bekend?’

Het eenheidsstreven van Defensie lijkt, op z’n zachtst gezegd, een behoorlijke klus. Maar staatssecretaris Van der Knaap houdt voet bij stuk: ‘Die moslimorganisaties hoeven heus niet te fuseren. We willen gewoon één aanspreekpunt. Dat doen we ook zo bij alle andere denominaties. Waarom zouden we dan voor hen een uitzondering maken?’

‘Iedereen is ontzettend ingewikkeld aan het doen,’ verzucht Rudy Richardson van de Faculteit Militaire Wetenschappen (voorheen KMA) in Breda. ‘De overheid denkt bij geestelijke verzorging in het leger meteen aan religieuze doctrines. Maar het draait om heel eenvoudige zingevingskwesties: hoe ga je om met een islamitische dode, kun je vasten tijdens een buitenlandse missie, of op vrijdag vrij krijgen voor het gebed.’

Behalve docent aan de KMA is Richardson ook voorzitter van het Multicultureel Netwerk Defensie, een stichting die de aandacht vraagt voor de positie van allochtonen in het leger. Een jaar geleden heeft hij de kwestie van de legerimam tijdens het congres Diversiteit en Defensie naar eigen zeggen ‘op de agenda gezet’.

‘De overheid denkt nog steeds in termen van verzuiling,’ zegt Richardson. Maar de gebrekkige voortgang van het imamoverleg ligt niet uitsluitend aan de zompige vergadercultuur van het Nederlands maatschappelijk middenveld. Er speelt volgens hem nóg iets: de angst voor een vijfde colonne van mohammedanen binnen de krijgsmacht. ‘De overheid is panisch voor islamieten. De titel imam is praktisch besmet. Iedereen denkt meteen: kijk, daar komt weer iemand die tegen homoseksualiteit is.’

Wat de situatie nog absurder maakt, zegt Richardson, is dat Nederland vanwege het koloniale verleden in Indonesië een lange traditie kent van moslims binnen de strijdkrachten. Al sinds 1916 kan de officierseed op Allah de Barmhartige worden afgelegd, en in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog waren islamitische gebedsdiensten op de KMA een doodnormaal verschijnsel. ‘Het is gewoon een kwestie van instappen in de bestaande traditie. Alleen moet hier en daar wat vernieuwd worden.’

Dat laatste zal alleen lukken als de moslimorganisaties ophouden modder naar elkaar te gooien. Richardson: ‘Als het CMO en de CGI er niet in slagen het eens te worden, zetten we ze voor een zaal met moslimmilitairen en mogen ze uitleggen waar die legerimam toch blijft. Dan gaan ze maar eens met de billen bloot.’

Ook legerpredikant Laseur begrijpt niet waarom het ministerie niet meer druk uitoefent op de kibbelende moslimvertegenwoordigers. ‘Het hele proces maakt een tamelijk stroperige indruk. Als het niet op de officiële manier lukt, waarom wordt er dan niet een imam met een tijdelijk contract aangesteld? Bij justitie lopen wél imams op interimbasis rond.’

De anonieme islamitische officier heeft de buik meer dan vol van het gemarchandeer aan de vergadertafel: ‘Die discussie of een imam wel of niet de juiste stroming binnen de islam vertegenwoordigt, speelt alleen op het hoogste niveau. Of het nou een soenniet of een sjiiet is, of hij uit Turkije komt of uit Indonesië – het zal de gemiddelde moslimmilitair een rotzorg zijn. Als hij er maar komt.’





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?