VN MediagidsVolgens: Fouad Laroui

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving 14.10.2006

Door Jeroen Vullings

14-10-2006
Door Jeroen Vullings

Met zijn boek Over het islamisme wil Fouad Laroui de Nederlanders de waarheid vertellen over het totalitarisme van de islamisten. ‘Denk je dat er, als we een moslimkalifaat hebben, zoals Donner dat mogelijk acht, een islamitische oplossing komt voor de Betuwelijn?’

Dat menselijke, dat maakt Nederland zo heerlijk om er te wonen. Gewoon het huis uit gaan, verdwalen, totaal anoniem. Twee weken geleden was ik in de Rode Hoed voor een debat. Wie komt naast mij zitten? Donner. Ex-minister van Justitie Donner. Vervolgens stelt hij zich nog voor ook. Dat is de typisch menselijke maat in Nederland. Als je in Frankrijk ergens zit, komt nóóit de minister van Justitie naast je zitten. Uitgesloten.

Daarom ben ik ook zo boos op het islamisme: zij keren zich tegen wat wij hadden bereikt in Nederland – een mate van individualiteit – waarbij je met rust gelaten werd. Niemand die zich met je bezighield, of je nu goed of slecht gekleed was of halfnaakt rondliep door Amsterdam. Een verademing, vergeleken met Marokko of Frankrijk. Maar nu krijg je sociale controle van islamisten in hun eigen kring. Gisteren sprak ik een Marokkaans meisje dat zich had bekeerd tot het christendom. Ze wordt bedreigd, met de nek aangekeken. Opeens is ze geen individu meer, maar iemand die verantwoording moet afleggen aan een groep.

Mijn boek heeft als ondertitel: een persoonlijke weerlegging. Dat is belangrijk, dat persoonlijke. Ik heb niet een boek geschreven als een hoogleraar die dertig jaar bezig is met de islam of met islamisme. Nederland was, toen ik in 1990 arriveerde – ik overdrijf niet – een paradijs. Omdat je als individu vrij was en je kon ontplooien. Je kon katholiek, protestant, moslim, theïst, deïst, álles zijn. Maar opeens verschijnen imam El Moumni, Mohammed B., Samir A., opeens krijg ik telefoontjes van mensen die vragen: hoe gaat het met de ramadan? Ik zeg: gaat je niks aan.

Ik groeide op in het Marokko van voor het islamisme. Een land waar iedereen, mijn moeder, grootmoeder, de mensen op straat moslim was, op een rustige manier – geen islamist. Ze hielden van rituelen, zoals het Suikerfeest. Maar ik heb nooit gehoord dat ik soenniet was. Dat was het probleem niet. Kom ik naar Parijs, zit ik daar in een cafetaria, vraagt een beeldschone Iraanse mij of ik soenniet of sjiiet ben. Voor de eerste keer in mijn leven moest ik mij als lid van een groep definiëren. Niet meer als individu.

Islamisme betekent twee dingen: het misbruik van de islam om politieke redenen én het totalitarisme, het streven om alle gebieden van het menselijk leven te beheersen. Zit je koffie te drinken, hebben ze daar óók een mening over. Dat is achteruitgang voor een maatschappij. Ik zat te kijken naar praatprogramma’s op televisie als Rondom Tien en dacht: heel veel mensen, islamisten en niet-islamisten, moeten leren hoe het echt zit. Nederlanders kun je niet kwalijk nemen dat ze niet veel weten over de islam, het is hun religie niet, hun cultuur niet. Nederlanders zijn niet alleen het langste volk, maar ook het volk dat het meeste reist. Maar ja, in twee weken Jemen begrijp je Jemen nog niet. Er is onwetendheid. Ik zag dat die onwetendheid uitgebuit wordt door de islamisten. Dus ik zat mij al jaren te ergeren, verzuchtte tegen vrienden: wat ze beweren over de islam en politiek of de islam en wetenschap, is allemaal flauwekul. Toen zei iemand: schrijf het eens op. Geef ons wapens tegen de islamisten die uit naam van de islam alles claimen.

Ik mik op twee soorten publiek: de verlichte Nederlanders die wapens willen hebben om de islamisten met hun neus op de feiten te drukken. En de jongens en meisjes van moslim-afkomst – ook bekeerlingen – die in de moskee of door een satellietzender blootgesteld worden aan de propaganda van het islamisme. Tegen hen zeg ik: begin meteen met een scherp verschil te maken tussen geloof en religie. Geloof is persoonlijk, dat kun je niet in woorden uitdrukken. Waarover je niet kunt spreken, moet je zwijgen.

Ik loop langs de Amstel, ik voel mij verbonden met het heelal en besef: er ís iets. Wat kun je tegen zulke gelovigen zeggen? Niets. Dat moet je respecteren. Maar dan religie. Dat is het misbruik van het geloof door mensen die macht willen. Freud had het over het oceanisch gevoel, Spinoza over God in de natuur, er zijn ontelbare manieren om je God voor te stellen, dat is geloof. Dan komt er iemand die zegt: als je dat gevoel hebt, ben je moslim. En als moslim moet je de overspelige vrouw stenigen. Dan kom ík in actie. Waar staat bijvoorbeeld dat je een overspelige vrouw moet stenigen? Ik ken de hele Koran uit mijn hoofd: nergens.

Ze zeggen: we willen een islamitische staat. Dan komt Donner, mijn vriend Donner, en die zegt: als moslims de meerderheid krijgen, moeten ze de sharia invoeren. Maar wat is de sharia in godsnaam? De arme Donner weet kennelijk niet dat de sharia niets inhoudelijks bevat, op een paar regels over erfrecht na. Hoeveel een jongen erft: het dubbele van zijn zus. Er is maar één regel over economie: de sharia verbiedt woeker, en die regel is ook nog eens uit het joodse heilige geschrift afkomstig. Hoe kun je dan spreken van een moslimeconomie?

De islamitische staat: ook zulke flauwekul! Er is nooit zo’n staat geweest. Mohammed was geen staatsman. Dus zeg ik: jongens, jullie kennen je klassieken niet, de islam heeft niets met staat of politiek te maken. Als je jong bent en je hoort iedere vrijdag vreselijke dingen in de moskee, ga dan een paar weken naar Andalusië, naar Granada, Córdoba, verdiep je in de geschiedenis en zie in dat je een heel goede moslim kunt zijn zonder iemand lastig te vallen, in een open samenleving waar iedereen zijn gang kan gaan.

Tegen iedereen die zich moslim noemt, of katholiek, of gelovige, zeg ik: alsjeblieft, houd het voor jezelf, dan wordt de wereld een betere plek. Mijn hele leven heb ik nooit persoonlijke vragen beantwoord over wat ik geloof of niet geloof. Twintig jaar voor ik Wittgenstein las, wist ik al dat je daarover niet moet, mag of kán praten. Ik vraag iedereen: alsjeblieft, ik wil niets weten van jullie geloof, dat gaat ons niets aan, schreeuw het niet van de daken. Dat is een persoonlijke aangelegenheid en zo is Nederland Nederland geworden. Het kan me niet schelen of mensen vijfmaal daags bidden. Ik gun ze alle vrijheid van de wereld. Maar als je van anderen eist dingen net zó te doen als zij, dan moet het duidelijk worden dat islamisten dat recht niet hebben. Dat heeft niets meer met geloof te maken, maar met fatsoenlijke omgang tussen burgers.

Van de islamisten mag je een willekeurige deur opendoen en kijken of die mensen zitten te vasten. Als ze niet vasten, zijn ze afvalligen en mogen ze vermoord worden, want op afvalligheid staat de doodstraf. Is dat wat wij willen in Nederland? Nee.

Angst moet je overwinnen, anders laat je het over aan fanatici die van dit mooie land een vreselijk oord willen maken. Ik schreef dit boek omdat ik het mijn burgerplicht vind om te interveniëren. Ik ben niet zozeer bang voor de reactie van islamisten, alswel voor domheid. In Engeland sprak ik mensen die vurig The Satanic Verses bestreden zonder één regel van dat boek te hebben gelezen. Ik ben alleen bang voor mensen die mijn boek zullen veroordelen zonder het te hebben gelezen. Als iemand mijn boek leest en beweert: er klopt niets van, dan zeg ik: bon, schrijf een artikel, ga naar de radio of schrijf een pamflet. Om met logische argumenten aan te tonen dat wat ik zeg niet klopt. Dat wíl ik zelfs. Dat is een debat.

De taliban zijn seksueel gefrustreerden. Wat ze over boerka’s beweren staat niet in de Koran. Ze misbruiken het geloof voor een totaal andere boodschap: dat het lichaam slecht is. Hoezo slecht? Van Mohammed mocht je genieten van je lichaam binnen het huwelijk.

Ooit kon je dus een heel goede moslim zijn en genieten van wereldse dingen, van geuren, eten, stoffen, vrouwen, poëzie. Maar van de islamisten mag dat niet. Je moet, droevig genoeg, wachten op het hiernamaals. In de tussentijd dien je naar de moefti of de imam te gaan met de raarste vragen. Mag ik obsceniteiten prevelen in het oor van mijn vrouw, hoorde ik iemand op Al Jazeera vragen. Prime time, rechtstreeks. Een ander vroeg: in westerse bladen zijn alle vrouwen blond. Ik wil dat mijn vrouw een blonde pruik draagt als we seks hebben, mág dat? Op dat moment denk ik: religie is de nederlaag van de rede. Want een redelijk mens zou zeggen: doe wat je wilt.

De jongste uitspraken van Wilders haalden Al Jazeera. Vanochtend stond er: hij waarschuwt voor een tsunami van moslims. Je kunt er nu zeker van zijn dat honderd miljoen mensen daarvan weten.

Wat er niet wordt gezegd is hoeveel mensen Wilders vertegenwoordigt: weinigen. Als ik in een café in Beiroet naar de tv kijk en niet weet wie Geert Wilders is, dan denk ik dat al die vuile Nederlanders zo denken. Er had moeten staan: Geert Wilders, die door negentig procent van de autochtone Nederlanders verworpen wordt, zegt… Of hij gelijk heeft? Hij heeft in ieder geval niet honderd procent ongelijk.

Je moet altijd in generaties denken. Vanaf de derde generatie gaan mensen een gemengd huwelijk aan, kun je dan nog van moslims praten? Over twintig jaar is de eerste generatie dood, dan heb je de tweede generatie waarvan de helft alleen cultureel moslim is, maar die trouwen ook met andersdenkenden. Afgezien van de importhuwelijken dan.

Politiek gezien hebben de islamisten geen enkel antwoord op Nederlandse vragen. Denk je dat er, als we een moslimkalifaat hebben, zoals Donner dat mogelijk acht, een islamitische oplossing komt voor de Betuwelijn? Dat de criminaliteit daalt? Ook in Iran heb je criminelen, zedendelinquenten. Er is niks opgelost omdat het een moslimland is.

Fouad Laroui

1960 Geboren in Oujda, Marokko
1976-79 Studie wis- en natuurkunde in Parijs
1979-85 Studie civil engineering in Marokko
1985-90 Ingenieur in Marokko
1990 Komt naar Nederland om onderzoek te doen aan de UvA
1994 Cum laude gepromoveerd in Engeland
1997 Prix Albert Camus voor zijn debuutroman Les dents du topographe (1996)
1998 Prix Méditerrané voor zijn tweede roman De quel amour blessé
2002 E. Du Perron-prijs voor zijn oeuvre
2006 Docent-onderzoeker Franse Taal- en Cultuur aan de UvA, tevens docent Arabische Cultuurkunde
2006 Publicatie Over het islamisme (De Geus)





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?