VN MediagidsTeam Obama; Yes! We can

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Buitenland / Verenigde Staten / Barack Obama 28.10.2008

Door Freke Vuijst

Afbeelding bij Team Obama; Yes! We can

01-11-2008
Door Freke Vuijst

Sterren als Madeleine Albright, Warren Buffett en Robert Rubin vliegen om de toekomstige president heen. Obama luistert naar hun adviezen. Maar de echte macht ligt bij een klein, hecht team van insiders. Wie zijn de mannen en vrouwen die al bijna twee jaar in zijn oor fluisteren?

Wie herinnert het zich nog? Voor George W. Bush het Witte Huis binnen stapte, was hij de 'barmhartige conservatief,' pleitte hij voor 'bescheidenheid' in de buitenlandse politiek en sprak hij afkeurend over 'nation building'. Acht jaar later trekt een compleet andere man de deur van 1600 Pennsylvania Avenue achter zich dicht. President Bush heeft niets meer gemeen met de presidentskandidaat die hij eens was.

Iedere presidentskandidaat ondergaat een transformatie na zijn verkiezingsoverwinning - zij het niet altijd zo dramatisch als Bush - en alle toespraken, debatten en beloften van de campagne ten spijt, ze zijn een gebrekkige voorspeller van het beleid dat de kandidaat als president zal voeren. Misschien als de Democraten en de media in 2000 kritischer naar adviseurs als Paul Wolfowitz en Richard Perle hadden gekeken, dan was het neo-conservatieve beleid van Bush te voorzien geweest. Want hoewel 11 september Bush de politieke opening gaf om zijn radicale denkbeelden uit te voeren, de kiem was al aanwezig in Team Bush.

Wie zich aan een voorspelling waagt over de regering-Obama, zal dus moeten kijken naar het team dat hem vanaf zijn kandidaatstelling in februari 2007 omringt. Enkele leden van het team zullen ongetwijfeld worden aangesteld in het kabinet van Obama. Anderen zullen hun adviseursfunctie betrekkelijk anoniem voortzetten in het Witte Huis. Een enkeling zal zich gepasseerd voelen als de twee jaar in de campagneloopgraven niet beloond wordt met een ministerschap. Maar de unieke band met Obama en met elkaar zullen de insiders behouden.

Buitenland team
Het lijkt oude geschiedenis, maar toen Obama zich twintig maanden geleden kandidaat stelde, dacht niemand dat hij kon winnen. Hillary Clinton was de Democratische presidentskandidaat met de naam, de connecties en het geld. Hillary Clintons inner circle werd gevormd door sterren uit de regering van haar man: Madeleine Albright (oud-minister van Buitenlandse Zaken), Sandy Berger (oud-Nationale Veiligheidsadviseur) en Richard Holbrooke (oud-ambassadeur bij de VN).

Noodgedwongen zocht Obama zijn adviseurs onder minder bekende 'Clintonites' als Susan Rice, onderminister voor Afrika, Richard Danzig, onder Clinton onderminister voor de Marine, en Tony Lake, oud-Veiligheidsadviseur. De leden van Team Obama zijn, met uitzondering van Lake, een generatie jonger dan de Clintons en waren tegen de oorlog in Irak. Daardoor waren ze jarenlang outsiders in Democratische kringen. 'Je werd beschouwd als naïef, zwak, en dom als je tegen de oorlog was,' heeft Rice gezegd. Tot ze gelijk kregen.

Pragmatisch, realistisch, doeners zijn woorden die met het team worden geassocieerd. Wat niet wil zeggen dat ze van elke ideologie zijn gespeend. Er hangt een sfeer van interventionisme rond de groep, zij het voor humanitaire doeleinden. Het komt voor uit een gezamenlijk trauma: de volkerenmoord in Rwanda in 1994. Rice en Lake waren in die tijd verbonden aan de Nationale Veiligheidsraad. Rwanda was hun grootste fout geweest, zeiden beiden later. Ze hadden niet onderkend dat de problematiek in Rwanda tot een volkerenmoord zou kunnen leiden en dat Amerikaans ingrijpen de genocide had kunnen voorkomen. Daarom staat Darfur hoog op de agenda en zijn ze bereid om militair in te grijpen om humanitaire catastrofes te voorkomen. (Samantha Power, auteur van A Problem From Hell, een baanbrekende studie over genocide en buitenlandbeleid, is de meest uitgesproken exponent van het humanitair interventionisme. Ze behoorde tot Team Obama tot ze zich terug moest trekken omdat ze Hillary Clinton een 'monster' had genoemd.)

Zelf noemen de leden van Team Obama hun ideologie 'dignity promotion'. Dit in tegenstelling tot Bush' 'democracy promotion', wat volgens Obama's adviseurs een holle slogan is omdat ze geen honger stilt of beschermt tegen moordende milities. 'Dignity promotion' is geen charitas, zegt Team Obama. Het is het ultieme nationale veiligheidsbeleid omdat het de rest van de wereld in zijn waarde laat en Amerikaanse idealen met 'soft diplomacy' als onderwijs en hulp verspreidt.

Economisch team
De economische adviseurs van Obama kijken ongetwijfeld nostalgisch terug op hun eerste jaar in Team Obama, voor de huizencrisis en de kredietcrisis in alle hevigheid losbarstte, voor de werkloosheid dramatisch steeg, de koopkracht daalde en de recessie voor de deur stond. Toen Obama zich twintig maanden geleden verkiesbaar stelde, waren de problemen groot - de inkomenskloof, de gezondheidszorg, het energiebeleid - maar overzichtelijk. Er konden plannen worden gemaakt die niet door de financiële herrie van de dag de volgende week al bij het oud papier gezet konden worden. Toen werkte Team Obama in alle rust, in de ivoren torens van 's lands topuniversiteiten, aan degelijke economische plannen zoals je die verwacht van Democraten.

Voorbeelden van traditioneel neoliberalisme, met iets meer overheidssturing en regulering en hogere belastingen voor de rijken. Revolutionair waren de plannen zeker niet, hoewel ze met een modernistisch gedragseconomische sausje waren overgoten. Ideeën die eerst zo leuk leken, zoals het spaargedrag van Amerikanen beïnvloeden, werken nu op de lachspieren. Niemand heeft immers nog een cent om te sparen.

De verwarring onder Team Obama was groot. Austan Goolsbee, Obama's economische goeroe, had niet de deskundigheid om in te springen op de crisis. In juli werd naast Goolsbee een nieuwe economische adviseur aangesteld. Jason Furman had in de Clinton-jaren in het Witte Huis gewerkt en daarna bij de Wereldbank. Het werd zijn taak om alle grote namen in de financieel-economische wereld om de tafel te brengen en een nieuw beleid te ontwikkelen. Hoe dit uitpakt, zal pas duidelijk worden als Obama zijn minister van Financiën benoemt. Dan weten we of Wall Street of Main Street het heeft gewonnen.

De eerste bijeenkomst van de economische zwaargewichten leek wel een reprise van Clintons kabinet, met aan de rechtervleugel oud-minister van Financiën Robert Rubin en aan de linkervleugel oud-minister van Arbeid en criticaster van het vrijemarktkapitalisme Robert Reich. Langs de zijlijn stonden eminence grise Paul Volcker (oud-hoofd van de Federal Reserve, de Amerikaanse Centrale Bank) en ieders favoriete superrijke, Warren Buffett.

De afgelopen dagen zijn de contouren van een Obama-beleid zichtbaar geworden. Zorgen over het begrotingstekort worden opzij gezet. De overheid zal de economie moeten stimuleren met een giga-plan, misschien georganiseerd rond de infrastructuur, misschien rond energie. Dat moet werk opleveren en de economie draaiende houden.

De focus op Wall Street lijkt ook iets afgezwakt. Nu moet de huizencrisis worden aangepakt opdat mensen niet massaal hun huizen kwijt zullen raken (een op de zes Amerikanen heeft nu moeite om zijn hypotheek te betalen).

Niets ligt nog vast, maar veel tijd heeft Obama niet. Verwacht wordt dat hij kort na zijn overwinning bekend zal maken wie zijn teamleider wordt. Een ding is zeker, Alan Greenspan hoeft niet te solliciteren.

Teamleider
Zonder leider functioneert een team niet. Barack Obama heeft het leidinggeven aan een grote organisatie met een miljardenbegroting de afgelopen maanden in de praktijk geleerd. Deskundigen geven hem hoge cijfers. Zijn team is gedisciplineerd en loyaal. Er wordt niet naar de media gelekt en er zijn geen hooglopende conflicten, want Obama houdt niet van prima donna's. Vergaderingen houdt hij kort. Hij luistert naar iedereen en neemt snel een besluit. Hij delegeert veel en hoeft niet elk detail te weten. Maar hij verwacht wel dat zijn staf alles goed voorbereidt. Kleine dingen, zoals een microfoon die niet werkt, irriteren hem. Hij is wel eens snibbig tegen zijn staf, maar wordt nooit kwaad. Geen lolbroek. Zakelijk en efficiënt, zeggen zijn adviseurs. Niet slecht voor een chief executive.

Team Obama

Susan Rice (44)

Susan Rice wordt door Democraten 'onze Rice' genoemd, omdat vaak wordt gedacht dat ze familie is van Condoleezza Rice.

Susan Rice komt uit een prominente zwarte familie in Washington. Haar ouders zijn goed bevriend met Madeleine Albright en dat contact heeft zeker een rol gespeeld bij haar eerste aanstelling in de regering Clinton.

Rice werkte voor de Nationale Veiligheidsraad onder Tony Lake, waar ze zich concentreerde op peace keeping en Afrika. In 1997 maakte ze de overstap naar het State Department, waar Albright minister van Buitenlandse Zaken was. Rice werd onderminister voor Afrika tot Bush het Witte Huis overnam. Sindsdien is ze verbonden aan het Brookings Institution, een prominente denktank.

Rice studeerde aan Standford University en promoveerde aan Oxford University. Ze was buitenlandadviseur van John Kerry toen hij campagne voerde voor het presidentsschap. Rice is net als Obama een basketballfanaat.

John Podesta (59)

Als leider van Obama's transition team is John Podesta op dit moment een van de machtigste mannen in Washington. De overgangsperiode tussen de verkiezingen en het moment dat de nieuwe president zijn eed aflegt - zevenenzeventig dagen - is dit jaar cruciaal, met twee oorlogen en een economische crisis. Podesta is voormalig stafchef van Bill Clinton en steunde Hillary in de voorverkiezingen. Zijn benoeming is daarom verrassend. Hij staat bekend om zijn organisatietalent en heeft uitstekende contacten met zowel Clintonites als progressieve Democraten die zich in de Clinton-jaren miskend voelden.

Onlangs publiceerde Podesta The Power of Congress - How America's Progressives can (once again) save our economy, our climate, and our country, een handboek voor progressieve politiek.
Podesta kent de valkuilen van de overgangsperiode goed, omdat hij zowel het begin als het eind van de regering-Clinton heeft meegemaakt. Als opperhoofd van Team Obama zal Podesta de mensen leveren die Obama's campagnebeloften waar zullen moeten maken.

Anthony (Tony) Lake (69)

Tony Lake voorzag als een van de eerste buitenlandexperts dat een onbekende politicus uit Illinois, ene Barack Obama, zou doorbreken. Hij leerde Obama kennen voor die zich kandidaat stelde voor de Senaat. Lake behoort tot het establishment van buitenlanddeskundigen en heeft een lange staat van dienst als adviseur van Democratische presidenten. Direct na zijn studie aan Harvard in 1962 nam hij dienst in het State Department, waar hij zich op Vietnam concentreerde. Aan zijn carrière bij het ministerie van Buitenlandse Zaken kwam een eind toen hij ontslag nam uit protest tegen Kissingers besluit om in het geheim Cambodja te bombarderen. Kissinger nam wraak en liet Lakes telefoon aftappen.

Lake trok zich terug in de academische wereld en promoveerde aan Princeton University. In de regering-Carter was hij beleidsadviseur in het Witte Huis. In de Reagan-jaren woonde hij op zijn boerderij in Massachusetts, gaf les en schreef boeken. Zijn comeback maakte hij als Nationale Veiligheidsadviseur onder Clinton. Toen Clinton herkozen werd, benoemde hij Lake als hoofd van de CIA, maar Republikeinen in de Senaat blokkeerden zijn benoeming. Clinton stelde hem vervolgens aan als speciale gezant. Hij bemiddelde bij een vredesakkoord die de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea zou beëindigen.

Sinds Obama zich kandidaat stelde, is Lake samen met Susan Rice de belangrijkste buitenlandadviseur van de campagne. Enkele jaren geleden bekeerde Lake, het prototype van een WASP (White Anglo-Saxon Protestant), zich tot het joodse geloof toen hij een joodse vrouw trouwde. Voor de Obama-campagne doet hij ook outreach naar joodse kiezers.

Austan Goolsbee (38)

De econoom Austan Goolsbee is al lang bevriend met Barack Obama. De twee kennen elkaar van de University of Chicago, waar Goolsbee doceerde aan de business school en Obama les gaf op de rechtenfaculteit. Goolsbees en Obama's kinderen gaan naar dezelfde school in Chicago.

Goolsbee staat bekend al een briljant econoom die complexe economische theorieën op een begrijpelijke manier kan uitleggen. Hij schreef een column voor de New York Times, maar is niet zo bekend als Paul Krugman, de New York Times-columnist die onlangs de Nobelprijs voor economie ontving. Als de belangrijkste economisch adviseur van Obama heeft hij het denken van Obama, die niet bepaald economisch is onderricht, beïnvloed. Met name Obama's ideeën over belastingheffing zijn direct te herleiden naar Goolsbee. Goolsbee's onderzoek had aangetoond dat rijken veel minder gevoelig zijn voor de belastingvoet dan gedacht. Obama zal ongetwijfeld zijn plan om Bush' belastingverlagingen voor hoge inkomens terug te dringen, uitvoeren.

Goolsbee heeft met andere Obama-adviseurs gemeen dat hij geen ideoloog is. Hij gelooft dat economen naar het gedrag van mensen moeten kijken voor ze een beleid bepalen, omdat mensen niet alleen uit economisch eigenbelang handelen, maar ook uit altruïsme, gebrek aan zelfdiscipline of simpelweg domheid. Als academicus is Goolsbee niet geschoold in het politieke spel. Hij maakte eerder dit jaar een slipper toen hij de Canadezen aanraadde Obama's kritiek op NAFTA, het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag, niet serieus te nemen. Gezien zijn politieke onervarenheid ligt een aanstelling als adviseur in het Witte Huis en niet als minister het meest voor de hand.





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?