VN MediagidsReportage Verboden Amerikaanse undercoveractiviteiten in Nederland

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / rechtsstaat 12.05.2007

Door Marian Husken / Freke Vuijst

Uitgelokt in Amsterdam

12-05-2007
Door Marian Husken en Freke Vuijst

Amerika heeft bij de bestrijding van internationale criminaliteit de Nederlandse soevereiniteit geschonden. De werkwijze van de Amerikanen is volgens de rechtbank van Amsterdam ‘zeer ernstig’, minister Hirsch Ballin is boos. VN onderzocht wat de Amerikanen precies hebben uitgespookt en ontdekte dat er sprake is van uitlokking. Was het een incident of de voorbode van een nieuw juridisch imperialisme?

Het was een arrestatie waar niemand in Amsterdam van opkeek. Drie drugshandelaren zouden aan een Amerikaan een half miljoen xtc-tabletten verkopen, maar voor het zover was werden ze op 1 juni vorig jaar ingerekend. Pas toen bleek dit geen doorsnee drugszaak. De Amerikaanse ‘koper’ was een undercoveragent van de DEA (Drug Enforcement Administration). En de ‘pseudokoop’ die op die avond in juni was gepland, was de culminatie geweest van een groot tweejarig internationaal onderzoek. De drie verdachten werden direct na hun aanhouding verschillend behandeld. De Amerikanen waren niet geïnteresseerd in de Nederlander, Wilson ‘Sonny’ A. Ze hadden wel een arrestatiebevel op zak voor de twee Zwitsers, Thomas Frischknecht en zijn vriend André D. Zo gebeurde het dat Sonny volgens het Nederlandse strafrecht werd vervolgd en Thomas en André voor de uitleveringsrechter verschenen. En zo kwam bij toeval aan het licht dat de Amerikaanse DEA de Nederlandse soevereiniteit ‘met voeten had getreden’.

Al in februari 2006 had oud-wielrenner Thomas Frischknecht een kleine tienduizend pillen per post naar de VS verzonden in opdracht van de undercoveragent. Deze ‘NN Joe’ had hem thuis met ‘honderden e-mails gebombardeerd’ en aan de telefoon ‘op een dwingende manier’ duidelijk gemaakt wat zijn wensen waren. Tijdens ontmoetingen in het luxueuze Victoria Hotel in Amsterdam gebeurde dat later ook. Althans, dat zeggen de verdachten in hun politieverhoren. Ze zijn ‘uitgelokt’, ze zijn ‘geen grote dealers’, zelf zouden ze dit nooit hebben bedacht.

Maar dat valt tot op heden niet te bewijzen. De undercoveragent heeft ‘de vertrouwelijke communicatie’ weliswaar op band opgenomen, en de Amerikaanse justitie heeft deze gesprekken nadien zelfs op cd-roms gezet voor de bewijsvoering, maar ze zijn niet toegankelijk voor de verdediging van de twee Zwitsers. Om de verhalen van hun cliënten over ‘de uitlokking’ te staven, vroegen de Nederlandse advocaten van de Zwitsers vanaf het begin om deze bewijsstukken. Want in tegenstelling tot in de VS, is de vergaande opsporingsmethode van de Amerikanen in Nederland verboden. Ook de Zwitserse confrères van de advocaten probeerden de cd-roms te bemachtingen. Mr. Cédric Auget: ‘Zwitserland levert geen eigen onderdanen uit. En het werken met een agent-provocateur is hier verboden. Frischknecht zou bij ons allang weer op straat staan.’

Allen kregen nul op het rekest. Auget heeft over de gang van zaken inmiddels in eigen land een aanklacht tegen de VS ingediend.

Joint operation
De Amerikaanse drugsopsporingsdienst (DEA) werkte voor de ‘pseudo-koopacties’ van ‘NN Joe’ nauw samen met de Nederlandse collega’s; de Amerikaanse stukken spreken van een ‘joint operation’. De drie gearresteerden in Amsterdam behoren volgens het OM tot een veel grotere Zwitsers-Amerikaanse bende, die de opbrengsten van drugssmokkel uit Nederland witwaste via een filmmaatschappij in Hollywood. Limelight Films timmerde niet bepaald aan de weg in Los Angeles. Het bedrijf produceerde een paar documentaires en trad op als distributeur van Oost-Europese speelfilms. Het was de chairman van het bedrijf die het meest opviel: Kiera Chaplin, kleindochter van Charlie Chaplin. Ze is fotomodel, actrice en puissant rijk. Haar verloofde, de Zwitserse playboy en – volgens sommige Zwitserse kranten – graaf Alexander de Basseville was de stuwende kracht achter Limelight. Nu zit hij, samen met andere jetset-figuren, in een Amerikaanse gevangenis (Kiera Chaplin was geen verdachte in de zaak).

Het was er de DEA alles aan gelegen om hun onderzoek ‘Operation Director’s Cut’ te laten slagen. Ook Nederland juichte toen de drie verdachten in Amsterdam werden aangehouden. ‘Er is vaak gedonder over de inzet van buitenlandse undercoveragenten in Nederland,’ zei de woordvoerder van het Landelijk Parket in Het Parool. ‘Maar deze DEA-aktiviteiten zijn volledig met instemming en onder gezag van justitie uitgevoerd.’

De woordvoeder had maar een beetje gelijk. Op papier was het inderdaad keurig geregeld. De rechtshulpverzoeken waren aangevraagd en goedgekeurd. De Amerikaanse undercoveragent werd door een Nederlandse rechercheur begeleid. De instructies aan de Amerikanen waren duidelijk: de undercoveragent mocht een ‘wire’ dragen voor zijn eigen bescherming, maar de gesprekken die hij met de verdachten voerde, mochten niet worden opgenomen.

En toch is dat precies wat er wél gebeurde. Zonder dat de Nederlanders er iets van merkten. Ze stonden er letterlijk bij, keken ernaar en hadden geen idee. Undercoveragent ‘Joe’ en zijn directe chef, de bij de Amerikaanse ambassade gedetacheerde liaison-officier, hadden willens en wetens de Nederlandse regels aan zijn laars gelapt. En dit is niet één keer gebeurd, maar drie keer. Telkens als Joe in Amsterdam de verdachten uit Operatie Director’s Cut ontmoette, nam hij stiekem de gesprekken op.

Cd-roms met bewijsmateriaal
Niets van dit alles was aan het licht gekomen als Astrid Holleeder, de raadsvrouw van de Nederlandse verdachte Sonny, in zijn strafzaak niet om meer stukken had gevraagd over de pseudokoop. Toen de rechters haar verzoek inwilligden, kon de Nederlandse officier van justitie niet anders doen dan het doorsluizen naar zijn Amerikaanse collega.

De schrik was groot toen de cd-roms met het bewijsmateriaal uit de VS arriveerden. Wat bleek? Op drie van de twaalf schijfjes stonden gesprekken die ‘Joe’ zónder toestemming van het Nederlandse OM had opgenomen. Deze cd-roms met ‘vertrouwelijke communicatie’ wilde het OM om die reden niet toevoegen aan het strafdossier van Sonny, legde de officier van justitie uit aan de rechtbank.

Hij had het schaamrood op zijn kaken en wist waarover hij sprak, want hij was zelf aanwezig geweest bij de voorbespreking op 26 mei 2006, toen de afspraken over de pseudo-koop waren gemaakt. Niet alleen de officier van justitie, maar ook de Nederlandse projectleider van het onderzoek had toen ‘nogmaals benadrukt dat er geen communicatie mocht worden opgenomen’. De Amerikaanse aanwezigen hadden dit beloofd. Zelfs ‘tijdens beide actiedagen op 31 mei en 1 juni 2006 is door beide Nederlandse begeleiders opnieuw gezegd dat de gevoerde gesprekken niet mochten worden opgenomen’. En toch deden de Amerikanen het. Bovendien hadden ze ook eerdere gesprekken met de verdachten, op 3 augustus en 16 september 2005, opgenomen.

De vraag is: waren de Nederlanders inderdaad zo categorisch in hun verbod op opnamen als de officier van justitie het afschildert? Of werd het allemaal met een knipoog gezegd?

Hoe dan ook, de rechters in Sonny’s strafzaak waren woedend. Volgens de Nederlandse wet is voor dit ‘direct afluisteren’ speciale toestemming vereist van de rechter. Het is een ‘zwaar dwangmiddel omdat het diep ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van de burgers’. Op basis van de verklaring van de officier bepaalde de rechtbank op 27 april het OM ‘niet ontvankelijk’ in zijn vervolging van ‘Sonny’. ‘Joe’ en ook zijn meerdere(n) hadden de opsporingsregels in ons land met voeten getreden. De Amsterdamse rechtbank sprak tot driemaal toe van ‘een ernstige’ – zelfs ‘zeer ernstige’ – ‘schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde.’ ‘De grenzen van wat toelaatbaar is bij opsporing in het kader van rechtshulp zijn overschreden’, meldt het vonnis. Wat zich heeft afgespeeld in deze zaak staat niet op zichzelf, vinden Sonny’s rechters: ‘Dit raakt de hele strafrechtelijke procedure zoals die in Nederland in dergelijke gevallen wordt voorgestaan.’ Dit soort boze en verontruste taal hoor je niet vaak in de zittingszaal, althans niet van die zijde. Toch is het OM in hoger beroep gegaan in deze Nederlandse strafzaak. Het laatste woord is dus hierover nog niet gevallen.

Nul op rekest
De juridische procedures rond de uitlevering van Sonny’s vermeende klanten – Thomas Frisknecht en André D. – zullen mogelijk nog voor meer opschudding zorgen. De Nederlandse uitleveringsrechters hebben immers al toestemming verleend aan het Amerikaanse uitleveringsverzoek. Zij hebben alleen een lichte juridische toetsing gedaan, een Amerikaanse rechter bekijkt de bewijsstukken.

‘Voor een verdachte is dat moeilijk te begrijpen,’ zegt M. Van den Toorn, advocaat van Frischknecht. ‘Er deugde van alles niet aan dit uitleveringsverzoek. Ik heb daarom al vanaf het begin om die afgeluisterde gesprekken gevraagd bij justitie. Maar ik kreeg steeds nul op het rekest.’ Inmiddels heeft Van den Toorn op 11 april een beschikking over de aanstaande uitlevering van haar cliënt ontvangen van minister Hirsch Ballin. Het College van Procureurs Generaal, zeg maar de top van het OM, had de bewindsman ingelicht over de illegale afluisteractiviteiten van de Amerikaanse opsporingsambtenaar. ‘Daarmee heeft een schending plaatsgenomen van de Nederlandse soevereiniteit,’ schrijft hij. De minister neemt dit hoog op: ‘Ik heb de uitlevering aan de Verenigde Staten daarom slechts toegestaan onder de voorwaarde dat deze opname wordt uitgesloten van het bewijs van de Amerikaanse strafzaak.’

In de begeleidende brief laat het ministerie wel weten dat Frischknecht zich in zijn cel gereed moet houden om te worden overgebracht naar de VS, ook al had de minister de garantie van zijn Amerikaanse collega afgelopen week nog niet binnen. Het Amerikaanse ministerie van Justitie weigert desgevraagd inhoudelijk commentaar te geven op de zaak.

Uitlokkingsoperatie
De zaak van Frischknecht en zijn vrienden blijkt zeer heikel. Rechters en verdediging hebben tot nu toe de omstreden cd-roms niet kunnen beluisteren, alleen het OM weet wat zich precies heeft voorgedaan tijdens deze joint operation in augustus en september 2005, en op 31 mei 2006.

En dat is jammer, want er hebben tijdens deze operatie meer illegale activiteiten plaatsgevonden. Er is zelfs sprake geweest van een heuse uitlokkingsoperatie van Amerikaanse zijde. Dat is eveneens verboden in Nederland en Zwitserland.

De undercover bestelde namelijk niet alleen een half miljoen xtc-pillen, op zijn boodschappenlijstje stond ook een dringend verzoek aan de verdachten om wapens te leveren, zo blijkt uit een beëdigde verklaring van de DEA, die in bezit is van Vrij Nederland. Daarin wordt gedetailleerd beschreven wat zich tijdens de drie ‘besprekingen’ in Amsterdam heeft voorgedaan. Vooral de ontmoeting op 4 augustus 2005 is interessant. Aanwezig zijn: de undercoveragent ‘Joe’, de Zwitserse hoofdverdachte Alexander de Basseville, de ‘bron van de ecstasy’ Thomas Frischknecht en een Nederlandse undercoveragent die zich voordoet als een grote Nederlandse drugshandelaar. Er wordt gesproken over het witwassen van vijf miljoen euro, het drugsgeld van de Nederlandse undercover, en over wapens. Joe heeft al een boodschappenlijst bij zich: ‘1,000 50 caliberrifles, 1,000 Rocket Propelled Grenades, 4,000-5,000 M-16s and ammunition.’ De Basseville zegt toe dat hij in de nabije toekomst een ontmoeting zal arrangeren met ‘zijn Russische contact in de wapenhandel’.

Of de Nederlandse undercoveragent tijdens het overleg over de wapens even op de wc zit, is niet bekend. Duidelijk is wel dat er door de Nederlanders niet ter plekke is ingegrepen. Toen Alexander de Basseville eind 2006 een plea tekende en schuld bekende aan witwassen en xtc-smokkel, heeft de Amerikaanse aanklager overigens de aanklacht over de wapens – die nodig zouden zijn geweest ter bescherming van de drugshandel – geseponeerd.

Grenzen van het toelaatbare
Peter Andreas, samen met Ethan Nadelmann auteur van de wetenschappelijke studie Policing the Globe, is niet verbaasd over de vergaande Amerikaanse opsporingsmethoden op buitenlands grondgebied. ‘De Verenigde Staten zoeken heel agressief de grenzen van het toelaatbare op,’ zegt hij vanuit zijn kantoor op Brown University. Volgens Andreas heeft Amerika met veel succes de rechtsgang in andere landen beïnvloed. Hij noemt de internationale misdaadbestrijding een van de belangrijkste – en een van de meest onderbelichte – aspecten van Amerika’s hegemonie in de wereldpolitiek.

Ook in Nederland hebben de VS hun invloed doen gelden. Sinds xtc-pillen uit Nederland de Amerikaanse markt overspoelden, is het Amerikaanse beleid gespitst op het uitroeien van de xtc-productie in ons land. In 2003 werden onder druk van Amerika onderlinge afspraken gemaakt over de gezamenlijke strijd tegen de drugs. Maar daar bleef het niet bij. Uit de jaarlijkse rapporten van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt dat Nederland sindsdien elk jaar water bij de wijn heeft gedaan en zich aanpast aan de Amerikaanse (opsporings)eisen. Als Amerikaanse agenten in Nederland willen opereren moet daarvoor een rechtshulpverzoek worden ingediend bij de Dienst Internationale Netwerken (DIN). In 2003 werd er hevig geklaagd over de onderbemanning van dit bureau: de Amerikanen vonden dat ze te lang op antwoord moesten wachten. Een jaar later stelde Nederland maar liefst twee extra ambtenaren aan die zich uitsluitend bezighouden met Amerikaanse rechtshulpverzoeken.

Vóór 2003 mocht een Amerikaanse DEA-verbindingsofficier verder niet rechtstreeks contact opnemen met een Nederlandse politieagent. De communicatie verliep via het OM. Maar sindsdien heeft Amerika zijn voet steeds meer tussen de deur gekregen bij de Nationale Recherche. In 2005 mochten de Amerikanen voor een zaak ook rechtstreeks contact opnemen met de regionale politie. De samenwerking van de DEA met de unit van de Nationale Recherche in Den Haag die zich met cocaïnesmokkel bezighoudt, werd dat jaar ook inniger. Ze kunnen er terecht wanneer ze maar willen, zo blijkt uit de Amerikaanse rapporten.

En in 2006 kreeg de DEA ook direct toegang tot het Helmondse kantoor van de Unit Synthetische Drugs. Deze zogenaamde ‘co-location’ heeft ‘de effectieve samenwerking bijzonder versterkt’, jubelen de Amerikanen. Hierdoor kunnen ‘Nederlandse drugsonderzoeken direct worden verbonden met grote internationale DEA-operaties’. Daar is op zichzelf niets op tegen, mits iedereen zich maar aan de geldende spelregels en wetten houdt. En daar wringt het tussen de VS en Nederland.

Steeds Amerikaanser
Het Nederlandse rechtssysteem blijft voor de Amerikanen een obstakel. Nederlandse politiemensen moeten bijvoorbeeld nog altijd aan het OM toestemming vragen om informatie te delen met buitenlandse verbindingsofficieren. ‘Dat belemmert snelle informatieoverdracht die proactief in een lopend onderzoek gebruikt zou kunnen worden,’ zo luidt de Amerikaanse klacht.

In de praktijk is de Nederlandse opsporingpraktijk steeds Amerikaanser geworden.Minister Donner bekende in 2003, toen in de Tweede Kamer de vervolgafspraken (‘Next Steps’) ter sprake kwamen, dat Nederland wel degelijk rekening houdt met de goede relaties met de VS. ‘Dat is ook een wezenlijk Nederlands belang,’ schreef de bewindsman aan het parlement. ‘Nederland is al twee keer met de reële dreiging geconfronteerd door de VS als belangrijk drugsexporterend land te worden bestempeld, hetgeen direct gevolgen zou hebben voor de economische relatie met de VS. Het is van eminent nationaal belang om dat te voorkomen.’

Toegeven aan de Amerikaanse opsporingspraktijk is een manier. Sinds 2003 wordt bij joint operations gebruik gemaakt van de door de Amerikanen zo geliefde methode van de ‘gecontroleerde doorlevering van drugs’. Meestal gaat het om kleine hoeveelheden die niet direct in beslag worden genomen. Maar in 2004 wordt zelfs een zending van zeventig kilo cocaïne doorgelaten om zes verdachten te kunnen arresteren. Helemaal tevreden zijn de Amerikanen niet. ‘Het toestaan van redelijke Amerikaanse voorstellen voor gecontroleerde doorlevering laat te wensen over,’ stellen ze in hun jaarreport.

Noodoplossing
Wat vooral steekt, is dat Nederland dwarsligt zodra het gaat om diepte-infiltratie met criminele burger-undercovers. Dat is tot ergernis van de Amerikanen in Nederland verboden. De Nederlandse wet voorziet slechts in politie-infiltranten die bovendien aan zeer strenge eisen zijn onderworpen. De Amerikanen hebben daarvoor zelf maar een ‘noodoplossing’ bedacht, waarvan de Nederlandse autoriteiten liever geen weet hebben.

VN haalde al eerder enkele van deze voorbeelden boven tafel: criminele undercovers belden naar niets vermoedende ‘vrienden’ of ‘relaties’ in Nederland om ze nogal dwingend naar het buitenland te lokken, alwaar de criminele infiltrant samenwerkte met een Amerikaanse undercoveragent. Die probeerde vervolgens de Nederlander over te halen tot grote drugstransporten naar de VS.

In de Amerikaanse uitleveringsverzoeken aan Nederland werden deze criminele burgerinfiltranten niet vermeld. Het kost dan ook enig speurwerk als een uitleveringsverdachte met zo’n uitlokverhaal aanklopt bij zijn advocaat of een journalist.

In 2001 waren de Nederlander Victor de B. en zijn buurman van Colombiaanse afkomst, Valderama R., het ‘slachtoffer’ van zo’n verboden Amerikaanse undercover-operatie. De DEA had in deze zaak in Nederland hulp van ‘Timor’, een criminele infiltrant van de Duitse politie. De gevraagde xtc-tabletten werden nota bene door een Duitse undercoveragent zelf naar de collega’s in de VS gebracht. De Nederlandse verdachten vochten het Amerikaanse uitleveringsverzoek aan. Ze kwamen in eerste instantie vrij vanwege een kleine vormfout: ze waren opgeroepen in de verkeerde stad. Valderama R. ‘dook onder’, volgens zijn advocaat. Victor de B. ging naar zijn moeder en werd opnieuw aangehouden. En al wees De B.’s advocaat de uitleveringsrechters op de rol van ‘Timor’, het hielp niet. Deze criminele burgerinfiltrant kwam immers niet voor in de stukken uit de VS. De minister geloofde de Amerikanen, De B. werd op het vliegtuig naar de VS gezet en veroordeeld. Valderama R. belandde op een internationale opsporingslijst.

Het pikante van deze geschiedenis is dat de toenmalige minister Donner in 2003 alsnog achter de rol van de Duitsers kwam. Trots schreef hij aan de Kamer dat de Duitse infiltratie had geleid tot een boze Nederlandse reactie dat men dit niet nog eens moest uithalen: ‘Dat was eens maar nooit weer, hetgeen voor lange tijd de verhoudingen met Duitsland vrij grondig verstoorde.’

Maar kennelijk was deze schending van de Nederlandse soevereiniteit – mede op instigatie van de DEA, zo blijkt uit justitiële stukken uit 2006 – geen aanleiding voor Hirsch Ballin om eind vorig jaar het hernieuwde uitleveringsverzoek voor Valderama R. te weigeren. Sinds afgelopen december zit hij in een Amerikaanse cel.

In de val gelokt
Een routinier als de ‘Zwarte Cobra’, Henk Rommy, werd verder in 2003 met behulp van de Nederlandse criminele infiltrant ‘Alex’ in de val gelokt. Alex werkte samen met een DEA-undercoveragent in het buitenland, die Rommy wilde ‘verleiden’ tot xtc-smokkel naar Amerika. Rommy hoorde de voorstellen van de Amerikaanse undercover aan, maar ontwikkelde zelf geen plannen in die richting. Ook in zijn zaak waren aanvankelijk de dwingende telefoongesprekken van de criminele infiltrant met Rommy uit de justitiële stukken weggehouden. Wie ze beluisterde, kon horen hoe Alex aandrong met de export te beginnen.

De Zwarte Cobra vocht zijn uitlevering tevergeefs in Nederland aan. Ook nu weer wenste de Nederlandse overheid niet te geloven dat deze onderdaan was ‘uitgelokt’ door een criminele burgerinfiltrant. Minister Donner hield vol dat dit verhaal ‘bij herhaling was nagetrokken en volstrekt was ontkend’. Totdat het tegendeel bewezen was, hechtte de minister meer aan het woord van de Amerikaanse overheid dan aan krantenberichten of het verhaal van de betrokkene. Wel stelde hij op Kamervragen ‘dat als aan het daglicht komt dat Amerika buiten de afspraken om gebruik maakt van het middel van criminele burgerinfiltranten, dan heeft dat ernstige gevolgen voor de verdere samenwerking met de VS.’

In 2006 is Rommy door de Amerikaanse rechter tot twintig jaar cel veroordeeld. Hij put nu hoop uit een hoger beroep. Ook in zijn zaak is nu bij minister Hirsch Ballin het besef doorgedrongen dat er sprake is geweest van ongeautoriseerd optreden van de Amerikanen. De bewindsman heeft zijn Amerikaanse collega hierover om opheldering gevraagd.

‘Maar dat antwoord laat al lange tijd op zich wachten,’ zegt PvdA-Kamerlid Aleid Wolfsen. Hij heeft de voortgang van de Amerikaanse opsporingspraktijken op Nederlandse bodem de afgelopen jaren kritisch gevolgd. Wolfsen maakt zich zorgen: ‘We hebben inderdaad geen zicht op hoeveel buitenlandse opsporingsambtenaren op Nederlands grondgebied bezig zijn. We weten ook niet precies wat ze doen. Ik vind dat we op dat terrein onze zaken beter moeten regelen. Niet alleen het Openbaar Ministerie en de politie moeten weten dat buitenlandse liaisons en undercoveragenten hier werken, ook de burgemeester – en dat is nieuw, dat wil ik voorstellen – moet hierover worden ingeseind. Als korpsbeheerder en bestuurder van de stad moet hij op de hoogte gehouden worden van de activiteiten van de buitenlandse opsporingsdiensten.’

Wolfsen erkent dat alleen door ‘toeval’ de Amerikaanse schendingen van de Nederlandse soevereiniteit aan het licht zijn gekomen. Het lijken daardoor ‘incidenten’, beaamt hij. Hij vindt het daarom ook ‘hoopvol’ dat Hirsch Ballin bij de recente Amerikaanse faux pas met de tourrenner Thomas Frischknecht zijn collega in de VS heeft verzocht het illegaal verkregen bewijs niet tegen deze verdachte te gebruiken. ‘Uitlevering is gebaseerd op vertrouwen in elkaars rechtssystemen. Maar als dat vertrouwen wordt geschonden, moet je dat niet accepteren. Een minister moet beginnen met een waarschuwing. Maar als dat niet helpt, moet Nederland maar een tijdje stoppen met het uitleveren van verdachten aan de VS.’

Stiekem doorgelaten?

Amerikaanse cijfers State Department

Financieel jaar 2005 (1 oktober 2004 - 30 september 2005): 10 gecontroleerde drugsdoorleveringen in Nederland.

Eerste maanden financieel jaar 2006 (1 oktober 2005 - 30 december 2005): 3 gecontroleerde drugsdoorleveringen in Nederland.

Nederlandse cijfers van het OM

Jaarbericht 2004 meldt niets over bijzondere opsporingmethoden, dus ook niet over ‘doorlaten’ van drugstransporten op verzoek van de Amerikanen.

Jaarbericht 2005: 1 verzoek ‘doorlaten’ van mensen (land onbekend), afgewezen.

Jaarbericht 2006: Er zijn géén verzoeken tot doorlaten ontvangen.

Uit stukken uit een recent Nederlands-Amerikaans onderzoek (in bezit van Vrij Nederland, zie ook artikel) blijkt dat er in februari 2006 in ieder geval al 1 gecontroleerde doorlevering heeft plaatsgevonden van tienduizend xtc-tabletten naar Duitsland met eindbestemming Amerika.





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?