VN MediagidsReportage: Felix Rottenberg verbouwt Hoogvliet

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving 04.06.2007

Door Margalith Kleijwegt

02-06-2007
Door Margalith Kleijwegt

Felix Rottenberg kwam terecht in een loopgravenoorlog met de bureaucratie toen hij wilde meewerken aan de vernieuwing van Hoogvliet. Drie scholen samen een campus laten ontwikkelen in de satellietstad van Rotterdam bleek onmogelijk. Toch is hij positief over nieuwe initiatieven. ‘Ik riep: “Consultants... Verboden!!!” Dat was het eind van het gesprek!’

Ruisende bomen, voorbijschietende wolken, een oudere An­til­liaanse vrouw achter een rollator. Hoogvliet (met het accent op de tweede lettergreep), satellietstad van Rotterdam met zesendertigduizend inwoners van wie tweeëndertig procent allochtoon, ligt er vredig bij op deze zaterdagochtend. Eén bushokje is vernield. Het staat vlak bij de plaats waar straks het WiMBY-project ‘Cohousing’ komt, waar musici rustig muziek kunnen maken en andere bewoners een moestuin mogen onderhouden. Nu is het nog braakliggend terrein.

Met architectuurhistoricus Wouter Van­stiphout van Bureau WiMBY (Welcome into My BackYard) fiets ik door de uitgestrekte buurt. Het bureau is vanaf 1999 actief in Hoogvliet. Op onorthodoxe wijze proberen ze, in samenspraak met de bewoners, bouwprojecten voor elkaar te krijgen. Ze laten zich niet van de wijs brengen door regels, procedures en ingehuurde consultants. Daarin worden ze bijgestaan door hun ‘gedelegeerd commissaris’ Felix Rottenberg.

In de jaren negentig verloederde de wijk: drugs, criminaliteit, overlast van hangjongeren, leegstand. Hoogvliet werd stadsvernieuwingsgebied, en dat betekende dat er vijfduizend huizen zouden worden gesloopt. Dat de kaalslag nog aan de gang is, zie je aan de flats met ingeslagen ruiten. De vitrages die er nog hangen, waaien door de gaten naar buiten. Nieuwbouw, is de gedachte, moet voor een kapitaalkrachtiger bevolking zorgen. Bureau WiMBY, de luis in de pels van de stadsvernieuwing, houdt zich vooral bezig met, zoals ze zelf zeggen, ‘acupunctuur’. Ze concentreren zich op bepaalde plekken en willen die interessant en aantrekkelijk maken. Bijvoorbeeld door ‘SchoolParasites’, kleine gebouwtjes volgens een bijzonder ontwerp die kunnen dienen als noodlokaal of als klein theatertje. Iedere school in Nederland kan er een bestellen. Een ander voorbeeld van WiMBY’s activiteiten is het door hen bedachte recreatiepark de Heerlijkheid. In juli wordt het met een driedaags festival geopend, pal naast de petrochemische buizen van Pernis. Kinderen kunnen er hutten bouwen, hun ouders kunnen feesten geven in de Villa, ontworpen door een architectenbureau uit Londen.

Belangrijke mensen
De meeste winkelcentra in Hoogvliet liggen er treurig bij: afgeplakte ramen, dichtgetimmerde deuren. We staan voor metrostation Zalmplaat. ‘Hier komt de campus,’ zegt Vanstiphout. WiMBY is hier al sinds 2001 mee bezig. Drie scholen moeten hier straks hun deuren openen, aangevuld met kleine bedrijven die een deel van de leerlingen tijdens en na hun studie kunnen opleiden. Nu staan er nog flats en wooncontainers, tijdelijke huisvesting voor studenten.

WiMBY is nu zes jaar betrokken bij de stadsvernieuwing in Hoogvliet, en dat wordt gevierd met een tentoonstelling in museum Boijmans Van Beuningen, lezingen en een boek.

Ter voorbereiding van de festiviteiten komt de harde kern van WiMBY, Wouter Vanstiphout en Michelle Provoost, eveneens architectuurhistoricus, bijeen in het huis van Felix Rottenberg. Rottenberg vertelt hoe hij, als rasechte Amsterdammer, betrokken raakte bij Hoogvliet. En hoe hij terechtkwam in een loopgravenoorlog met de vierde macht in Nederland: de bureaucratie.

Het begon allemaal in 2001 in Vlaardingen, waar de Internationale Bouwtentoonstelling (IBT 2001-2010) officieel werd gestart. Doel was om de internationale bekendheid van de Rotterdamse stedenbouw en architectuur in het algemeen en die van Hoogvliet in het bijzonder, te vergroten. De transformatie van Hoogvliet, met haar grootstedelijke problemen, leek een avontuurlijk project. Bureau WiMBY werd er speciaal voor opgericht op initiatief van de gemeente Rotterdam, het rijk, de deelgemeente en woningcorporaties. Er moesten projecten worden ontwikkeld die Hoogvliet zouden opstoten in de vaart der volkeren. Aanwezig waren onder anderen burgemeester Opstelten, bouwkundige prof.dr.ir. Hugo Priemus, voormalig eurocommissaris Frans Andriessen en wethouder van ruimtelijke ordening Hans Kombrink. Felix Rottenberg was door de gemeente gevraagd die bijeenkomst te leiden. Hij weet het nog precies: ‘Voor dat satellietstadje zaten er wel heel veel belangrijke mensen in die zaal. Ik wist niet wat ik zag! Na afloop zei ik tegen Michelle en Wouter, die ik waardeerde vanwege hun onafhankelijke opstelling, dat ze altijd een beroep op me konden doen.’

Hoogvliet zou de komende jaren honderden miljoenen krijgen voor alle veranderingen en verbeteringen. Ook WiMBY profiteerde daarvan mee. Er was geld van de gemeente, het Rijk, de woningcorporaties. En per deelproject was er weer extra geld, bijvoorbeeld van het stimuleringsfonds voor architectuur of van de vereniging van havenbedrijven.

‘Tijdens het Filmfestival in Rotterdam een paar maanden later, werd ik gebeld. Ze vroegen zich af of ze het Hoogvliet-project wel zo grootschalig moesten aanpakken. Oorspronkelijk zou WiMBY zestig werknemers hebben en in een groot glazen gebouw komen, dat was ongeveer de bedoeling. Konden ze niet beter klein blijven, vroegen Michelle en Wouter zich af. Geen ondergrondse tennisbanen bouwen, maar verbindingen leggen tussen mensen in de wijk en hier en daar ingrijpen. Ze vroegen me hun directeur te worden, maar na mijn voorzitterschap van de PvdA heb ik geen behoefte meer aan banen als directeur. Gedelegeerd commissaris, dat leek me effectiever.’
En zo geschiedde. Tijdens zijn rondgang door de buurt wilde Rottenberg een bezoek brengen aan de meest gemiddelde school uit de buurt: de openbare basisschool De Notenkraker. Een van de eerste Brede Scholen van Nederland, waar leerlingen van ’s ochtends vroeg tot laat in de middag kunnen blijven. ‘Ik kwam daar binnen bij directeur Jan Trommel en ik was meteen verkocht. Een honderd procent zwarte school. Er zat zo’n conciërge die binnen een Melkertbaan de hele boel bestierde. Jan Trommel heeft de moeilijkste kinderen uit de wijk, Antilliaans, Surinaams, Marokkaans, Turks, kinderen die in Sierra Leone gemarteld zijn, leerlingen die zonder ontbijt op school verschijnen. Ik zag meteen dat deze school een centrale rol moest spelen in de vernieuwing van de buurt.’ De school lekte, tochtte, het was hoog tijd voor een nieuw gebouw. Alleen werd Jan Trommel niets gevraagd. Rottenberg beschrijft de tergende bureaucratie: ‘Die school kwam in stuurgroep IJ onder stuurgroep B. Daar zat weer een hoger bestuur boven en toen kwam er een consultant aan te pas. En die bekijkt zo’n project op weer een heel andere manier: alleen op basis van het aantal leerlingen bepaalde hij hoeveel centen Jan Trommel voor een nieuw gebouw zou krijgen.’

Die volgorde deugt niet, vindt Rottenberg. ‘Eerst had met Jan Trommel overlegd moeten worden wat hij precies met die school wíl. Maar Jan Trommel komt in een vergadercircuit terecht en al heel snel zit hij aan tafel bij consultant 007 die zichzelf de BV Solo noemt. En deze BV Solo wordt weer ingehuurd door een woningbouwcorporatie, die de school gaat bouwen. Het schoolhoofd is nauwelijks betrokken bij de verandering van zijn eigen school. Bij Jan Trommel snapte ik wat het probleem was.’

Onderwijskundig Mekka
Hans Elemans, destijds deelraadvoorzitter van Hoogvliet, benaderde Rottenberg in 2001 in zijn hoedanigheid van gedelegeerd commissaris van WiMBY met de vraag of hij zich met het bouwen van de campus wilde bemoeien. Drie scholen moesten met elkaar een onderwijskundig Mekka ontwikkelen. Een terugkerend probleem in onderwijsland zijn de zuilen, christelijke besturen werken volstrekt separaat van de openbare broeders en zusters. De campus was bedoeld voor zowel christelijk als openbaar onderwijs. Maar niet de schooldirecteuren, maar de schoolbesturen hadden het voor het zeggen, bleek. En die zijn erg machtig. Vaak machtiger dan wethouders of burgemeesters. Rottenberg: ‘President 1 was van het christelijk onderwijs en president 2 van het openbaar onderwijs. Ik kwam terecht in een carrousel van consultants. We zaten steeds met zestien mensen rond de tafel. Er deden zich voortdurend nieuwe problemen voor, het leek soms sabotage. Ik werd er weleens gek van.’

In januari 2003 moest Rottenberg zijn werk een jaar neerleggen vanwege ziekte, een jaar later voelde hij zich weer fit genoeg om aan te schuiven. ‘Zit weer die hele stoet mensen aan tafel! Alleen nu met hun bazen! En weer werden er geen beslissingen genomen. Ineens had ik het door! Die schoolbesturen zijn vergelijkbaar met twee Chinese provincies die met elkaar om een stuk land strijden. Het ene moment trekken ze samen ten strijde tegen de stad, het volgende moment bevechten ze elkaar. Ik vond echt dat het afgelopen moest zijn en dacht: ik haal die presidenten bij elkaar. Ik belde president 1. Die belde niet terug. Niet de eerste, niet de tweede, niet de derde dag dat ik zijn voice­mail insprak. Ik stuurde e-mails, belde zijn bureau. Op de vierde dag sprak ik ieder half uur een bericht in op zijn voicemail: “Dit is Felix Rottenberg, ik wil graag worden teruggebeld.”’

Uiteindelijk belt die man mij op en zegt: “Ik vind dit niet leuk.” Ik stond hier op achthoog en overwoog mijn mobiel uit het raam te gooien. Maar ik besloot kalm te blijven, een grapje te maken en zei: “Nee, ik vind dit ook niet leuk.” Er was een eindeloze stilte. “Wat gaan wij nu doen?” vroeg ik hem. “Tja,” was zijn antwoord, “wat gaan wij nu doen?” Ik vóélde de macht van het confessionele blok.
Ik ontmoette de presidenten in een hotel in Spijkenisse. We aten sole picasso. Het was rond, bezweerden ze me. Er zou nu echt worden gebouwd. Maar vergis je niet, dit soort mannen zit in een permanent praatproces. Ieder schoolbestuur wil zo veel mogelijk macht. Dus houden ze de bal in de lucht en geven ze geen duidelijkheid. Wat heb ik hier nu van geleerd? Heel simpel: dat je JA moet zeggen en NEE moet doen. Je moet vooral niet open zijn, en natuurlijk gebruik maken van dubbele agenda’s. Dan kun je er met de bal vandoor gaan en wordt het een feest. Je moet verwarring zaaien.’

Gebeld door Napoleon
Uiteindelijk, vertelt Rottenberg, kwam er een beleidsnotitie, van president 2, Hemel­vaartsdag vorig jaar. ‘De man kwam met zo’n ingewikkeld verhaal dat het me deed denken aan de manier waarop de PvdA en het CDA met elkaar onderhandelden in de jaren tachtig. Machtsblokken die elkaar gijzelen. Hij had een structuur met één directeur ontworpen. Die moest wel voor alles toestemming vragen aan B. Vervolgens moest B bellen met C, die in beraad moest met D die vervolgens ging overleggen met een teruggekoppelde stuurgroep, met een achterliggend projectberaad. Ik zei: “Heren, dit gaat niet, dit is niet te doen.” President 2 bleek bovendien een dubbelfunctie te hebben; behalve schoolbestuurder was hij ook directeur facilitair onderwijs van de gemeente Rotterdam. Dus die man zat overal op de eerste rij. President 1 voelde zich vaak achtergesteld. Maar ondertussen eten ze wél met elkaar; ik begreep er helemaal niets meer van. Ik zei tegen Michelle Provoost van WiMBY: ik ga er nu een eind aan maken. Ik kom nu twee weken in Rotterdam, ga daar logeren en de zaak oplossen. Dus ik bel Opstelten.’ Doet hem na, praat enigszins geaffecteerd. ‘Nou, je hebt helemaal gelijk, jongen. Kom deze kant op.’ ‘Ik vraag: “Kan ik dan even een gesprek hebben met jou en Leonard Geluk (de CDA-wethouder onderwijs, red.).”

“Natuurlijk,” zegt Opstelten. “Geen probleem.” Nu móét het in orde komen, dacht ik! Dus ik in gesprek met Geluk en Opstelten. Het was voorjaar 2006. Geluk was een beetje nerveus. Hij liep op eieren. Was bang dat wanneer hij president 2 tot de orde roept hem verweten wordt dat hij confessionelen voortrekt. Opstelten riep: “Het zou toch belachelijk zijn als dit niet gaat lukken. Dit is heel belangrijk voor Rotterdam! Goed dat je dit doet Felix! Respect!”

Er kwam weer een beraad, de president van het openbaar onderwijs kon er alleen niet bij zijn. Hij was de hele maand juni met vakantie. Vanuit zijn vakantieadres zorgde hij vooral voor stagnatie. Ondertussen zat er naast alle generaals die dit keer hun adjunct hadden meegenomen, wéér een nieuwe, belangrijke man aan tafel van de dienst JOS (Jeugd, Onderwijs en Samenleving). Hij deed me denken aan mijn Poolse grootvader, en aan Napoleon. Hij had van die enorme vierkante schouders.’ Rottenberg schudt zijn hoofd: ‘Ik vertrouwde het niet. Maar iedereen zweerde daar plechtig dat er gebouwd ging worden. Na mijn vakantie word ik gebeld door Napoleon. Hij zegt dat ik het toch niet goed heb begrepen, dat er bij dit soort grote bouwprojecten toch meer komt kijken dan ik besef. Ik onderbreek hem en zeg: “Nou godverdomme even voor alle duidelijkheid: dit en dat moet er gebeuren. Klaar!” “Ja, meneer Rottenberg,” gaat hij verder, “U bent ontzettend creatief. Maar u neemt te grote stappen, u moet even langs het lijntje lopen, een trappetje bouwen” – eufemismen voor rustiger aan doen. En dat terwijl we al vier jaar aan het praten zijn!

Ik vraag hem: “U bent toch als ambtenaar belast met dit project?”
“Neeeee,” zegt-ie! “Ik ben consultant.” Ik stond met mijn telefoon bij het raam, hield hem buiten en ik riep: “Het is nu afgelopen meneer, ik ben er klaar mee!!!”
Napoleon zei nog: “Hoezo?”
Ik riep: “Consultants... Verboden!!!” Dat was het eind van het gesprek!
Een week later kreeg ik last van mijn lever. Ik dacht: ik stop met die campus, ik heb er zo geen zin meer in.’

Martelen
De steun van Opstelten en Geluk hielp niet. ‘Ze hebben geen macht. In Amster­dam speelt hetzelfde probleem. Daar zijn burgemeester en wethouders ook in een voortdurende strijd met schoolbesturen verwikkeld.’

Nu hij zijn handen weer een beetje vrij had – Michelle en Wouter gingen wel door met de ontwerpplannen van de campus – vroeg Rottenberg zich af hoe het er voorstond met de nieuwbouwplannen voor de school van Jan Trommel. ‘Die arme man was terechtgekomen in een nieuw project: de MFA. Ik noem het Martelen, Formaliseren, Aanpassen. Maar de werkelijke betekenis is: Multifunctionele Accomodatie. En hij zat ook in stuurgroep Z, waar ze alleen maar zaten te rekenen. En uit die rekensom bleek dat zijn mooie bibliotheek, waar de prachtigste boeken in staan, niet in de nieuwe plannen zat. Die bibliotheek is het hart van de school. Juist omdat de meeste kinderen grote taalproblemen hebben, besteedt hij daar veel aandacht aan. Maar de consultants waren tot de conclusie gekomen dat De Notenkraker sinds de sloop van vijfduizend huizen in diezelfde buurt minder aanmeldingen kreeg. Dus was er geen geld voor een bibliotheek. Ze hielden geen rekening met de toekomst, met de nieuwe huizen die nu gebouwd gaan worden.’

Het was slikken of stikken voor Jan Trom­mel, vertelt Rottenberg. Of hij accepteerde de school zoals de consultants hadden bedacht of De Notenkraker is binnen vijf jaar opgeheven. Rottenberg wordt weer boos als hij eraan terugdenkt. ‘Die man houdt altijd de moed erin, hij klaagt nooit! Toen ik dat hoorde, nam ik me voor: die school zoals Trommel hem wil, die komt er. Tijdens een slapeloze nacht heb ik bedacht hoe we dit keer om moesten gaan met gijzelaars en andere vertragers. En ineens wist ik het: we moesten hun dans op een andere manier doen. Wij moesten vertragen als zij versnelden, en andersom. Ik moest ervoor zorgen dat er een nieuw feit lag waar niemand omheen kon.

Twee weken geleden bel ik met Rudi Stroink, een creatieve man en directeur van TCN Property Projects, een onconventionele vastgoedontwikkelaar. Ik zeg: je moet me helpen. Wij hebben een noodgebouw nodig dat niet zomaar noodgebouw is. En wat blijkt? In zijn opslagruimte staat Villa Zebra, een kinderkunsthal die je op verschillende manieren in elkaar kunt zetten. Daar kan Trommel naast alle lokalen nog drie bibliotheken en een kinderdagverblijf in zetten. Het hele pakket is achttienhonderd vierkante meter, we gaan er een geweldig paleis van maken dat vijf, zes jaar meekan! We zetten het na de schoolvakantie neer, naast het oude gebouw. Het is hip, het is bijzonder, natuurlijk zal het aantal aanmeldingen gaan toenemen. We gaan niet meer rond de tafel zitten met zestien mensen en we spreken af dat er vanaf nu geen Napoleon meer tussenzit. Want wie zat daar weer de laatste keer, een paar weken geleden? Ja! Napoleon!

Nee, de consultants zijn nu echt weg. Ik voelde mij tijdens dat soort overleg minister van Defensie. Soms had ik behoefte aan echte guerrillamethodes. Waarom geen gifpil geven zodat mensen drie jaar in slaap gehouden konden worden?’

Tumor van bureaucratie
De komende tijd moet er gedacht worden over een nieuwe basisschool/brede school als vervanger voor De Notenkraker, maar ook de christelijke, witte, school uit de buurt komt in dat gebouw. Zolang Villa Zebra er staat, kan de christelijke school natuurlijk ook gebruik maken van de extra ruimte die daar is. Er zal nog genoeg gesoebat moeten worden, maar toch is Rottenberg nu echt optimistisch.
‘Ik denk dat we in Nederland in een overgangsfase zitten die nog tien jaar duurt. Langzaam begint het te dagen dat het echt anders moet.’ Dat de christelijke zuil moet samenwerken met de openbare, in plaats van elkaar te bestrijden. En dat je bij het bouwen van scholen bij de basis moet beginnen, in plaats van consultants in te huren die maar wat roepen.

‘Het is ons nu gelukt omdat we hebben volgehouden en omdat Trommel zo’n gepassioneerd directeur is. Wat wij feitelijk hebben gedaan met de ontzetting van Jan Trommel is niet meer loslaten.’

Toch verwacht Rottenberg dat de wal het schip zal keren. Al houdt hij zijn hart vast voor wat hij noemt ‘de renaissance van de kleinschalige projecten’. Plotseling is dat helemaal ín en heeft iedereen z’n mond ervan vol. ‘Straks komt er nog een staatssecretaris van Kleinschaligheid. Maar dat is niet iets dat je kunt invoeren. Jan Trommel tekent voor kleinschaligheid. Maar hem werden consultants in de maag gesplitst die de kleinschaligheid moesten begeleiden. De essentie is: Loslaten, Acupunctuur en Anarchie. Sta toe dat projecten afwijken en dat ze soms botsen met de institutionele spelregels. Ik ben bang dat de PvdA en het CDA deze tumor van bureaucratie niet onder schot zullen nemen deze kabinetsperiode. Er bestaat gewoon een stil compromis tussen deze twee zuilen. Ze zijn machtig, dat willen ze blijven en daarom hebben ze de boel gewoon onderling verdeeld.’

Om deze reden is Rottenberg ook boos dat PvdA’er Jeroen Dijsselbloem voorzitter wordt van de parlementaire enquêtecommissie over het onderwijs. Hij heeft geweigerd met zijn partij te brainstormen over de toekomst van het onderwijs, daar ziet hij de zin niet van in. ‘Ik had geen zin in de zoveelste pseudo-operatie. Waarom wordt de PvdA voorzitter van die commissie? Waarom wordt dat niet meteen aan Jan Marijnissen gevraagd? De PvdA is verdomme medeverantwoordelijk voor de teloorgang van het onderwijs. Je kunt ze dat niet allemaal aanrekenen, maar ze hoeven niet hoofdverantwoordelijk voor het onderzoek te zijn.’

Voorlopig gaat WiMBY door met straatvechter Rottenberg. Rottenberg: ‘Ondanks alles wat we hebben meegemaakt, zie ik de komende tijd in Hoogvliet met vertrouwen tegemoet. We kunnen onze gang gaan. De bureaucratie is ons aller vijand, je komt er niet vanaf maar je kunt dat monster wel afgrendelen. Het is zó belangrijk dat bestuurders richtlijnen durven omzeilen zoals Jan Schaefer dat deed, of Adri Duivesteijn nog steeds doet. Die kracht is verder vrijwel afwezig. Dus moet die souplesse met geduld en radicale charme worden afgedwongen. Zoiets gaat met vallen en opstaan. Inmiddels appreciëren de twee grote wooncorporaties in Hoogvliet onze stijl en mentaliteit. De post-WiMBY-fase kan nog veel gaan opleveren. Kan…’

Tentoonstelling: ‘WiMBY! Hoogvliet’, 25 mei tot 19 augustus, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

Festival Heerlijkheid Hoogvliet: 6-8 juli 12.00-24.00 uur, Herikweg, Hoogvliet

Boek: Michelle Provoost, Wouter Vanstiphout (red.), Annuska Pronkhorst, ‘WiMBY! Hoogvliet. Toekomst, verleden en heden van een New Town’, NAi Uitgevers, 352 pagina’s, € 34,50
www.wimby.nl





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?