VN MediagidsPieter Winsemius: 'Je moet van deze jongeren houden'
31-01-2009
Door: Margalith Kleijwegt
Foto’s: Loubna Assarrar en Meryem Yildirim
Pieter Winsemius’ WRR-rapport over de dynamiek achter de enorme aantallen schoolverlaters concentreert zich op ‘de overbelasten’: leerlingen met een opeenstapeling van problemen. ‘Ze hebben duidelijkheid en warmte nodig.’
Fluitend en met opgewekte tred stapt Pieter Winsemius het etablissement Jan Tabak binnen. De voormalige VVD-minister van VROM heeft net het rapport 'Vertrouwen in de school' afgerond, over een onderwerp dat hem aan het hart gaat. Dat 52.000 leerlingen jaarlijks hun school niet afmaken, vindt hij onaanvaardbaar: leerlingen die niet meer naar school gaan, vind je overal, van Purmerend tot Eindhoven geven ze er soms de brui aan. Maar de grootste groep vind je toch in de grote steden: Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag, daar is de situatie het meest schrijnend. De afgelopen decennia hebben verschillende kabinetten zich over deze misstand gebogen, maar niemand lukte het om het probleem op te lossen.
De aanval met een glimlach is Winsemius' strategie, of het nu om hervormingen van het milieubeleid gaat, of om het opschudden van achterstandsbuurten (het onderwerp van zijn vorige rapport). Problemen worden kansen bij deze progressieve VVD'er: 'Je moet doordouwen bij dit soort kwesties; als je de moed verliest, ga je ten onder.' Dat zijn optimisme aanstekelijk werkt, blijkt uit alle aandacht die hij nu al krijgt. Voorafgaand aan de officiële presentatie van het rapport deze week werd hij uitgenodigd bij de vaste commissie Onderwijs van de Tweede Kamer, en de week daarvoor zat hij al bij de staf van de minister-president. 'Daar mocht ik mijn verhaal vertellen, dat was zeker nuttig. Goed van de politiek dat ze zo willen meedenken. Leuk!'
Gij zult werken
Alice in Wonderland, zo voelde Winsemius zich toen hij begon aan de WRR-opdracht om de dynamiek achter die enorme aantallen schoolverlaters te onderzoeken. Hij dompelde zich onder in een compleet nieuwe wereld. Samen met zijn teamgenoten bezocht hij tientallen scholen en sprak met directeuren, leraren, psychiaters.
'Struikelend viel ik van de ene ervaring in de andere. Binnen de WRR is het niet gebruikelijk dat je zoveel interviews met mensen uit het veld houdt. Ik had twee vragen op mijn lijstje. Nummer één was: van welke drie dingen word je 's nachts wakker? Ik kan praten als een gieter, maar tijdens deze interviews vroeg ik alleen: wat bedoel je, geef eens een voorbeeld. Aan het eind van het uur zei ik: je hebt nu een uur tegen me aan zitten praten, het is bijna Sinterklaas en je mag alles vragen. Wat wil je? Als je dat zomaar vraagt, weet niemand een antwoord, maar mijn gesprekspartners waren al een uur aan het denken en formuleren, en ze kwamen met heel veel ideeën.'
In de gesprekken die hij voerde, vertelden directeuren om wie ze zich het meest zorgen maakten: 'Leerlingen waar het thuis een chaos was, die op het verkeerde vriendje/vriendinnetje vielen, drugs gebruikten, schulden hadden. Jongeren die als jongleurs in het leven stonden. Ze moesten dagelijks zes ballen in de lucht houden en als er vier op de grond vielen, liepen ze vast en was de kans groot dat ze op het verkeerde spoor raakten. Hen zijn we de overbelasten gaan noemen. Die jongeren leven in drie werelden: thuis, school, en de derde wereld is de straat, internet, baantjes, noem maar op. Vaak is het thuis en op straat een chaos; dat betekent dat deze leerlingen op school duidelijkheid en warmte nodig hebben.'
Gaandeweg kwam hij er samen met zijn team achter wat de sleutelwoorden zijn: 'Structuur en verbondenheid. Leerlingen moeten weten waar ze aan toe zijn: het woord structuur kwam in elk interview terug. Dat betekent dat acht uur acht uur is en niet kwart over acht. Afspraak is afspraak en gij zult werken. Gij kunt misschien niet goed leren, maar gij zult werken. U kunt uw dag misschien niet makkelijk indelen, dan doe ik dat wel voor u.' En tegelijk was er de behoefte om ergens bij te horen. 'Je moet van deze jongeren houden,' zegt Winsemius. 'Liefde en aandacht, dat is zo belangrijk.'
Juist deze kwetsbare leerlingen zouden zo lang mogelijk op school moeten blijven, betoogt hij. 'Kijken of we ze kunnen vasthouden. Het liefst tot ze de drie w's hebben: werk, wijf en wonen. De onrustpiek tussen de twaalf en de twintig moeten we zien te pletten. Ik schrok toen ik de criminaliteitscijfers zag. 28 procent van de mbo-uitvallers op niveau 1 is met de politie in aanraking geweest; in de grote steden ligt dat nog hoger, op 40 procent, en voor jongens zelfs rond de 50 procent. Criminelen kunnen rijkelijk uit zo'n kweekvijver putten.'
Knettergek
Juist omdat leraren zo'n grote rol spelen in de plannen van de WRR, zouden ze het liefst zien dat hun opleiding drastisch wordt verbeterd. Zodat scholen hun leraren kunnen toerusten om met deze leerlingen om te gaan. 'Het is cruciaal dat je die leerling op je netvlies hebt, dat je precies weet wat er bij ze speelt. Een aardrijkskundeleraar moet meer in het wel en wee van Pietje geïnteresseerd zijn dan in het overbrengen van topografie.'
Ruwweg tien procent van de leraren is daartoe in staat, leerde Winsemius, en dat moet snel veranderen. De opleidingen zijn niet op deze benadering ingericht en leraren krijgen niet altijd voldoende steun van hun collega's of schooldirecties om zo persoonlijk met leerlingen om te gaan. Terwijl, zegt Winsemius, 'directies juist ruimte en rugdekking moeten geven aan docenten die verandering willen.'
De leerling overeind houden, daar gaat het om, is de overtuiging van Winsemius. Eigenlijk is het allemaal heel simpel, het vergt alleen een andere manier van denken: 'Leraren moeten in dienst van de leerling staan. Zo redeneren, vergt een cultuuromslag. En die moet er echt komen.'
Winsemius realiseert zich dat het woord cultuuromslag wel erg in de softe hoek zit. Wat bedoelt hij er precies mee? En hoe bereik je wat hem voor ogen staat?
'Bij het woord cultuur roept iedereen: dat is slap en vaag gedoe. Maar ik zeg: het is keihard.' Met veel nadruk: 'Keihard! Een negatieve trend is zo moeilijk om te buigen tot iets positiefs. Je moet hard ploegen voor je zo'n hele school meekrijgt. Ik kom uit het bedrijfsleven, daar heb ik het maar al te vaak zien gebeuren dat mensen die voorop lopen voor knettergek worden verklaard. Een paar jaar later doet iedereen je na.'
Geen experimentjes
De school zal dus, als het aan de WRR ligt, steeds meer het middelpunt in het leven van de leerlingen zijn. En leraren zullen in de toekomst meer en beter worden gewaardeerd, verwacht Winsemius.
Ook dat is vaker geroepen, maar hoe krijg je dat voor elkaar?
Hij geeft een voorbeeld: 'Laat leraren die de strijd willen aangaan voor vier jaar tekenen. Geef ze een baangarantie, betaal ze maar meer geld. Dan krijg je moeilijkheden met de vakbonden, die alles gelijk willen trekken. Maar ik zeg: ga die strijd aan, het is de hoogste tijd!'
Het WRR-rapport houdt een pleidooi voor de plus-scholen, waar leerlingen langer dan normaal op school kunnen blijven, om extra taal- of juist toneellessen te kunnen volgen. Dat moeten geen experimentjes voor een of twee jaartjes zijn, want als het daarna moet stoppen, maak je schoolleidingen én leerlingen gek. Het gaat om meerjarige plannen, dus om heel veel geld. Toch heeft Winsemius het idee dat hij de politiek achter zich kan krijgen. Al die belangstelling voor zijn rapport - misschien komt het precies op het juiste moment. De parlementaire commissie-Dijsselbloem, die zich over de problemen in het onderwijs boog, maakte zich ook zorgen over schooluitval. Winsemius noemt zichzelf 'de tolk van het veld'. Alle politieke partijen denken mee, heeft hij gemerkt.
'We wilden het rapport voor Prinsjesdag laten uitkomen, zodat het nog een rol tijdens de Algemene Beschouwingen kon spelen. Alleen, dat haalden we niet. Gelukkig was er plan B. De wethouders van de vier grote steden moesten gemobiliseerd worden, zij hebben het meest met de gevolgen van schooluitval te maken. Ik heb een stuk geschreven, ben daarmee naar de vier wethouders gegaan en heb hun gevraagd gezamenlijk een brief aan het kabinet te schrijven. Ook in de Tweede Kamer werkte iedereen mee en het lukte binnen een week. Uiteindelijk hebben Mark Rutte (VVD) en Agnes Kant (SP) zelfs samen een motie ingediend waarin ze onder andere vroegen om de oprichting van meer kleine vakscholen. Die motie werd aangenomen, mooi toch!'
Bart Engbers
Nauw bedje
Winsemius is de afgelopen jaren bij veel scholen op bezoek geweest, maar hij ontwikkelde een speciale band met het Vader Rijncollege in Utrecht, een vmbo met een moeilijke populatie waar de leerling nu echt 'centraal' staat. Daar ging hij in de leer. Hij sprak uren met de directeur Bart Engbers en teamleider Sjaak Luitjes.
'Ze hebben mij geadopteerd,' zegt Winsemius met enige trots. 'Ik ben met ze mee op schoolreisje geweest. Naar Parijs. Het was heel spannend, want het was de eerste keer dat deze leerlingen naar Frankrijk gingen en drie dagen weg bleven. Een jonge gymnastiekleraar had het georganiseerd, hij vond dat ze er recht op hadden: kinderen op een gymnasium hebben toch ook hun Rome-reis. Het was een groot avontuur om weer eens in zo'n nauw bedje te liggen met twee slapies naast me.'
Veel schoolverlaters
In het schooljaar 2006/2007 verlieten 51.735 jongeren van 12-22 jaar het onderwijs zonder startkwalificatie (het minimum om geschoold werk te kunnen doen). Zij tellen als voortijdig schoolverlater (VSV'er). De problemen zijn het grootst in het middelbaar beroepsonderwijs. In het schooljaar 2006/2007 verlieten 15.822 jongeren voortijdig het voortgezet onderwijs, tegenover 35.913 in het mbo. Omdat het mbo half zoveel leerlingen telt als het voortgezet onderwijs, is de uitval daar verhoudingsgewijs vier keer zo groot.
Verschillende schoolverlaters
De categorieën schoolverlaters in het WRR-rapport:
OPSTAPPERS. Leerlingen die bewust ervoor kiezen van school te gaan.
NIET-KUNNERS. Leerlingen die over te weinig capaciteiten beschikken om een startkwalificatie te halen. Of leerlingen die kampen met gedragsstoornissen.
OVERBELASTEN. Leerlingen die gebukt gaan onder een opeenstapeling van problemen, zoals chronische armoede, gebroken gezinnen, schulden, verslaving en criminaliteit. Deze jongeren willen wel, maar ze bezwijken onder de belasting. Over hen gaat het WRR-rapport.
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




