VN MediagidsNobelprijs voor morele energie

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

16.10.2007

Door Carel Peeters

20-10-2007
Door Carel Peeters

Doris Lessing werd een halve eeuw lang eerder gezien als culturele en politieke zielzorger dan als schrijfster. Dat was niet terecht. Ze heeft veel grondig en moedig onder ogen gezien: de vrouwelijke conditie, het kolonialisme, het communisme, het moederschap, en ze heeft haar eigen rol daarin tamelijk genadeloos behandeld.

Doris Lessing is een halve eeuw lang niet zozeer als een schrijfster gezien, maar als iemand die antwoorden had op alle belangrijke vragen van het leven. Daar werd ze steeds om gevraagd, als een culturele en politieke zielzorger. Haar roep van radicale critica van het decadente Westen zorgde ervoor dat interviews vooral over het leven zelf gingen, minder over literatuur. Gevolg was dat literatuurliefhebbers haar met enig wantrouwen zijn gaan zien. Het was ook niet echt literatuur wat ze schreef, luidde het oordeel. Het was vlak en realistisch sandalenproza, ‘proza zonder eigenschappen’, zoals de Engelse criticus Denis Donoghue schreef naar aanleiding van haar roman The Good Terrorist.

De Nobelprijs voor iemand die proza zonder eigenschappen schrijft, dat kan natuurlijk niet. Maar zo erg is het ook niet. De vlakke stijl waarin de The Good Terrorist (1985) is geschreven, is een bewuste keuze. De roman beschrijft het leven van een groep Londense krakers die behoren tot de ‘Communist Cen­tre Union’. Het vreugdeloze negativisme van de groep zit ook in Lessings zinnen, maar dat maakt alles des te beklemmender. De bekrompenheid, de arrogantie, het seksisme worden registrerend beschreven, tegen het satirische aan. De hoofdpersoon Alice Mellings is er onderdeel van, maar ze neemt tegelijk ook alles waar. Toch kan ze zich niet onttrekken aan de groepsmores, die onafwendbaar richting geweld gaan. Lessing is een meesterlijk observator. In deze roman verwerkte ze duidelijk persoonlijke ervaringen uit de tijd dat ze zelf in de jaren veertig lid was van een communistische groep in Rhodesië.

Rousseau
Doris Lessing is een schrijfster die heeft moeten leren leven met een soort roem die ze niet heeft gewild. Ze werd tegen haar zin een feministische schrijfster na de publicatie van The Golden Notebook in 1962. Toen ze het boek schreef, was ze zich nauwelijks bewust van het feminisme. Ze kreeg te maken met chaos in haar leven: haar verhouding tot de politiek, tot mannen en haar schrijverschap vielen uiteen. Het gevaar gek te worden, lag op de loer. Dit was haar crack up. Als leerlinge van Jean-Jacques Rousseau koos ze voor het zelfbewuste bekentenis-genre, in zijn ruwste vorm. Dat paste naadloos in de tijd en kreeg veel navolging (zoals in 1976 De schaamte voorbij van Anja Meulenbelt).

Ook al had ze alle sympathie voor de meeste kwesties, voor het etiket ‘feministe’ voelde ze niet. Ze was huiverig voor de simplificaties die er aan vastzaten. Onder de ‘kroniekschrijfster van de vrouwelijke ervaring,’ zoals de Nobeljury haar noemt, verstaat ze zelf veel meer. Ze heeft nooit enig wantrouwen tegen mannen in het algemeen gehad. Integendeel, twee dingen beheersten haar leven: het behouden van de morele energie om te denken en te schrijven wat ze wilde, en ‘erotisch verlangen’, een ander soort energie. Ze noemde zichzelf ‘een falling-in-love-junkie’. Tot haar beste werk behoren de romans en verhalen over de liefde (The Habit of Loving en Love, Again).

Soefisme
Lessing heeft haar hele schrijversbestaan tegenstellingen willen opheffen: tussen wit en zwart, tussen het individuele en collectieve, tussen mannen en vrouwen, tussen jong en oud. En ook: de verhouding tussen de kracht van ervaringen en de mate waarin die in taal is terug te vinden. Dat de feministen het over allerlei typische vrouwelijke eigenschappen en gevoelens hadden wekte haar wrevel. Het ging er juist om mannelijke en vrouwelijke eigenschappen te verenigen.

Oud worden betekende voor haar alleen dat ze iets minder vlug ter been werd. De mate waarin we door groepen en collectiviteiten worden gestuurd, intrigeerde haar mateloos. Er moeten mythen bestaan die ons collectieve onderbewuste sturen, dacht ze in het voetspoor van Jung en het soefisme. Tegelijk vraagt ze zich af hoe het komt dat zoveel intelligente mensen (zoals zijzelf) in de collectieve nonsens van het communisme geloofden.

Eigenwijsheid
De Nobelprijs is wat mij betreft aan Doris Lessing toegekend om de morele energie van haar schrijverschap. Die verleent haar schrijverschap de allure. Ze heeft veel grondig en moedig onder ogen gezien: de vrouwelijke conditie, het kolonialisme, het communisme, het moederschap, de verhouding tot ouders, mannen en kinderen. Haar eigen rol in dit alles heeft ze niet overgeslagen en tamelijk genadeloos behandeld, in haar romans én in haar autobiografieën. Dat deed ze in no nonsens-taal. Het persoonlijke en publieke liepen in elkaar over. Alles wat ze zei, was afkomstig van haar eigenwijsheid. Alles uit eigen bron. Ze liet zich niets wijsmaken, was lichtelijk recalcitrant, een buitenbeentje, ook in de literatuur (‘Ik houd mij nooit aan de regels’).

Dat veel vrouwen bij haar te rade gingen, is te begrijpen: al is ze de eerste om te zeggen dat we helemaal ‘niet vrij’ zijn en vastzitten aan god weet wat, ze is zelf iemand die praat en schrijft als de exemplarische ‘vrije vrouw’.





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?