VN MediagidsKees van Twist: 'Ik schrok van de mentaliteit bij buza'

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

cultuur 30.09.2008

Door Rudie Kagie

04-10-2008
Door Rudie Kagie

In het rumoer rond het voortijdige vertrek van de in New York gestationeerde ambassaderaad voor culturele aangelegenheden Kees van Twist ontbrak tot dusver het commentaar van de hoofdrolspeler zelf. Afgezien van een incidentele soundbite hulde hij zich in stilzwijgen. Vanuit zijn tweede huis op Ibiza nam de functionaris kennis van de veelal grimmige commentaren die zijn opstappen tot gevolg had.

Minder dan een jaar had Van Twist het in de Ame­ri­kaanse metropool uitgehouden. Nadat zijn plannen voor een onafhankelijk cultureel instituut afketsten op politieke onwil, besloot hij terug te keren als directeur van het Gro­nin­ger Museum. Net op tijd, want toen hij zijn komst naar de Verenigde Staten vorig jaar wereldkundig maakte, koppelde hij daar een bijzondere voorwaarde aan: ‘Uiterlijk 1 september 2008 besluit ik of ik mijn werkzaamheden in New York wel of niet zal continueren.’

De ongebruikelijke clausule werd niet door iedereen begrepen. ‘Hij wilde niet langer een ambtenaar zijn die regels volgt,’ sneerde Max Pam in de Volkskrant. ‘Mij lijkt iemand die een nieuwe baan aanneemt, die tevens laat bepalen dat hij zijn oude baan terugkrijgt als het misgaat, bij uitstek het voorbeeld van de absolute ambtenaar. […] Een Amerikaan zou zonder aarzelen in het diepe zijn gesprongen.’

Maarten Asscher, voormalig Directeur Kun­sten op het ministerie van OCW, repte onlangs op de opiniepagina van NRC Handelsblad van een ‘beschamende affaire’ waarin ‘eigengereidheid’ de boventoon voerde. In plaats van zich te concentreren op het bedrijven van culturele diplomatie zou Van Twist zijn tijd hebben vermorst aan het bekokstoven van plannen voor een onafhankelijk centrum. Asscher wees erop dat de benoeming van Van Twist ‘in een onderonsje’ tussen minister Plasterk van OCW en staatssecretaris Timmermans van Buitenlandse Za­ken was geregeld. Geen wonder dat de escapades van de netwerker dit keer desastreus uitpakten, concludeerde Asscher. ‘Jaren geleden heb ik zelf eens op deze functie gesolliciteerd en later maakte ik in een volgende ronde deel uit van de selectiecommissie. Nu zijn selectiecommissies allerminst onfeilbaar, maar voor een dergelijke functie is openbare werving verre te verkiezen boven een in partijpolitieke achterkamers geregelde benoeming.’

Knipselkrant
Gebronsd teruggekeerd uit de Méditerranée legt Kees van Twist op een terras tegenover zijn kantoor aan Rockefeller Plaza te New York uit dat de overgang als directeur van een zelfstandig museum naar de ambtelijke wereld hem aanzienlijk zwaarder viel dan hij verwachtte. Toen hij met Ronald Plasterk sprak over internationaal cultuurbeleid en de rol die hij vanuit New York in die sector zou kunnen vervullen, lokte het perspectief van een nieuwe uitdaging. Na zeven jaar Groningen wilde hij wel weer eens wat anders; dit leek een wereldbaan.

‘Kort na dat gesprek kreeg ik met de ambtelijke top van Buitenlandse Zaken te maken. De manier waarop mijn toekomstige functie werd benaderd, was voor mij even wennen,’ herinnert Van Twist zich. ‘In november, twee maanden voor mijn aantreden, zei Timmer­mans dat Van Twist was benoemd omdat hij een andere taal spreekt. Hij bedoelde dat ik opener tegen de culturele sector aankijk dan de ambtelijke top. Later had ik in Washington een kennismakingsgesprek met ambassadeur Christiaan Kröner, wiens eerste vraag was wat ik eigenlijk bij dat vreselijke ministerie kwam doen. Voor een klassieke diplomaat vond ik dat een vrolijke vraag. Het klikte wel tussen ons. Kröner was niet van plan mijn aanstellingsbrief te schrijven; dat zou ik volgens hem zelf doen als ik mijn beleidsplan op papier ging zetten. Vanuit Den Haag werd me geadviseerd om me vooral te houden aan de taakopvatting die op papier stond. Ik moest een knipselkrant gaan bijhouden met berichten en commentaren over de kunsten in de Verenigde Staten. Nuttig, maar dat leek me niet helemaal in overeenstemming met de zwaarte van de functie. Al gauw merkte ik dat de ministeries voor OCW en Buitenlandse Zaken verschillende ideeën hadden over wat ik moest doen. Daarop waren mijn voorgangers ook al in meer of mindere mate stukgelopen.’

Een van zijn voorgangers, de cultureel attaché Frank Ligtvoet, onderhield vanuit het consulaat-generaal in New York al een uiterst moeizame relatie met de ambassade in Washing­ton. Dat had een waarschuwing kunnen zijn. Achteraf stelde Ligtvoet in literair maandblad De Gids vast: ‘Anders dan bij elke culturele instelling of organisatie waar ik tot nu toe mee te maken had, was er geen helder geformuleerd beleid, geen organisatiemodel, geen overlegstructuur en waren er, op een lokaal aangestelde kracht na, geen medewerkers die zich op grond van opleiding of ervaring kwalificeerden voor het werk. Er gold maar één ding, maar dat merkte ik pas later: hiërarchie.’

Holland house
Voordat hij begin dit jaar in functie kwam, vertelde Van Twist aan Vrij Nederland nog dat hij allerminst geporteerd was voor een Holland House, zoals D66-Kamerlid Boris van der Ham had voorgesteld. ‘Binnen de kortste keren heb je een hangplaats voor oudere intellectuelen. Liever geef ik geld uit aan een goede programmering, of uitwisseling van docenten, of een extra bijdrage aan een belangrijk festival.’ Van der Ham zegt dat hij raar opkeek toen hij dat las. Hij had begrepen dat Van Twist juist erg vóór dat Holland House in New York was, maar misschien dat die zijn mening had herzien onder invloed van minister Plasterk en staatssecretaris Timmermans. Die zagen zo’n cultureel centrum niet zitten.

Na de ontmoetingen met Van der Ham en oriënterende gesprekken met cultuurdragers uit binnen- en buitenland was de pas benoemde ambassaderaad Van Twist weer om: de Nederlandse belangen in New York zouden absoluut gebaat zijn bij de komst van een gespecialiseerd instituut. De naam Hol­land House leek hem minder geschikt, vanwege de voor de hand liggende connotatie met het Hei­ne­ken Holland House in Peking. Maar over dat soort details zouden ze het wel eens worden.

Nederland is een van de weinige Europese landen dat zich op cultureel gebied nog door het consulaat in plaats van door een eigen instelling laat vertegenwoordigen. Bovendien zal het komend jaar vierhonderd jaar geleden zijn dat de eerste Nederlanders voet aan wal zetten op het grondgebied dat uitgroeide tot het huidige New York. Vooruitlopend op de feestelijkheden nam de Tweede Kamer een motie aan met het verzoek ‘om te bezien op welke wijze vanaf 2009 structureler en tastbaar vorm kan worden gegeven aan de historische en culturele band tussen Nederland en New York, en daarbij te betrekken het idee van een Holland- of Nieuw Amsterdam-huis’.

Zeshonderd dollar
De vaste Kamercommissie van Onderwijs, Cul­tuur en Wetenschap nodigde Van Twist uit om op een mooie junidag van gedachten te wisselen over de mogelijkheden voor het beoogde centrum in New York. ‘Ik begreep,’ zegt Van Twist, ‘dat het ongebruikelijk was dat een ambtenaar door een Kamercommissie wordt gehoord, maar ik zag niet in welk bezwaar er zou bestaan tegen het beantwoorden van wat vragen. Kort voordat het zover was, belde Frans Timmermans me om te zeggen dat het zéér ongebruikelijk was wat ik ging doen. Ik zei: dan moet je me ’t verbieden. Nee, zei hij, ik kijk wel uit. Enfin, ik heb die commissie over mijn droom verteld en waarom ik van mening ben dat er zo’n centrum in New York moet komen. Sinds wanneer is het verboden om te vertellen wat je dromen zijn?’

Ten behoeve van zijn beleidsplan schreef Van Twist het ‘visiedocument’ Ruimte voor ambitie. Het pleidooi voor het verzelfstandigen van de consulaire afdeling cultuur tot een in New York te vestigen ‘onafhankelijk centrum voor kunst, cultuur, wetenschap en onderzoek’ bestaat voornamelijk uit vragen waar de politiek een antwoord op mag geven. ‘Is Internationaal Cul­tuurbeleid nou de culturele invulling van buitenlands beleid of de internationale dimensie van nationaal cultuurbeleid?’ wil de auteur weten.

Een uitgelezen voorbeeld van een succesvol overzees cultuurcentrum is het door Edward Gallagher geleide Scandinavia House in New York. ‘Het leek me een goed idee om Gallagher uit te nodigen als de Tweede Kamer zich op 30 september over ons internationale cultuurbeleid buigt,’ zegt Van Twist. ‘Gallagher was bereid te komen, tot bleek dat hij zelf zijn reis- en verblijfskosten moest betalen. Toch raar dat het parlement voor het horen van zo’n belangrijke deskundige geen geld over heeft.’

Het formalisme van het ministerie van Bui­ten­landse Zaken staat in scheve verhouding tot zo’n beetje alle elementen die volgens Van Twist het wezen van cultuur en wetenschap kenmerken: open, nieuwsgierig, grensoverschrijdend. ‘Ik kreeg soms het gevoel dat ik mij drukker moest maken over een begroting van zeshonderd dollar voor een receptie dan over internationaal cultuurbeleid. Ik ben eerlijk gezegd nogal geschrokken van de mentaliteit bij Buitenlandse Zaken.’

Gewoon cool
Staatssecretaris Frans Timmermans was vorige week in New York, onder andere ter voorbereiding van alle feestelijkheden waarmee volgend jaar wordt herdacht dat Nederlandse pioniers vier eeuwen geleden de huidige stad en staat stichtten. Samen met premier Balkenende ontmoette hij de New Yorkse burgemeester Michael Bloomberg. Kees van Twist had er nog spontaan uitgeflapt dat het vanwege de historische banden tussen beide steden voor de hand lag om de Amsterdamse burgemeester bij de besprekingen uit te nodigen, maar die suggestie werd hem niet in dank afgenomen. ‘Ik hoorde dat ik me niet met de gastenlijst had mogen bemoeien. Balkenende maakt zélf wel uit wie hij uitnodigt. Ik heb inmiddels door dat een ambtelijke carrière niet voor mij is weggelegd. Mijn vijand is me te lief.’

Voor de vuist weg sprak staatssecretaris Tim­mer­mans de New Yorkse sociëteit The Nether­land Club toe over de uitdagingen die het nieuwe Europa in petto heeft. Na afloop wilde hij best nog eens uitleggen waarom de regering niets ziet in het plan-Van Twist voor het vestigen van zo’n Nederlands centrum voor onderwijs, cultuur en wetenschap. ‘Omdat we een klein land zijn en over beperkte middelen beschikken, moeten we ons flexibel opstellen,’ zei Timmermans. ‘Nu en volgend jaar zetten we extra in op New York, maar als we later iets in Zuid-Afrika of China willen doen, moet dat mogelijk zijn, zonder dat al het geld vastzit in New York. We hebben een Institut Néerlandais in Parijs, het Erasmus Huis in Jakarta en Huis deBuren in Brussel. Dat werkt prima, maar elders vraagt de situatie om een andere benadering. We voeren een succesvol cultuurbeleid in Duitsland, zonder huis. Instellingen als het Con­cert­gebouworkest, het Rijks­museum, de Mondriaanstichting of het Fonds voor de Po­dium­kunsten hebben hun eigen contacten in New York. Die zitten echt niet te wachten op de ondersteuning van een Holland House of iets dergelijks. Waarom zouden we er dan aan beginnen?’

De vraag waarom het buitenland kennis zou moeten nemen van Nederlandse cultuuruitingen had de staatssecretaris vaker gehoord. Daar is, zei hij, een strategisch doel mee gediend. Het beeld dat een land van zichzelf uitdraagt, is namelijk bepalend voor de politieke en economische positie, de mate waarin een land als een volwaardige speler in het wereldgebeuren geldt.

Oftewel: ‘Aandacht voor kunst en cultuur is gewoon cool. Door te laten zien wat Nederlandse cultuur en kunst te bieden hebben, wordt men er zich in het buitenland van bewust dat Nederland cool is.’





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?