VN Mediagids'Ik wil er zelf iets aan hebben'

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Media 25.01.2012

Door Coen Verbraak

Een interview met de beste in zijn vak: Bas Heijne

Afbeelding bij 'Ik wil er zelf iets aan hebben'

‘Maar is dat wel zo?’ Die vraag klinkt volgens Bas Heijne in al zijn columns door. ‘Ik ben er al dagen van tevoren enorm mee bezig.’ Laat over één ding geen misverstand bestaan. Columns zijn voor Bas Heijne meer dan ‘stukkies’.

De Beste in zijn Vak legt de lat hoog. ‘Je hebt columnisten die zeggen: “Ik heb niet de hoop dat mijn column in veertig jaar tijd ook maar iets aan de wereld veranderd heeft.” Dan denk ik: dan had je er niet aan moeten beginnen. Laatst stond er een afscheidscolumn van Hans Wansink in de Volkskrant: “Ik heb niet de illusie dat ik iets aan het leed in de wereld heb kunnen doen.” Dat is Hans Wansink inderdaad niet gelukt. Maar die inzet moet er zijn. Je moet intentie niet verwarren met uitkomst, maar de intentie om iets te veranderen moet je wel degelijk hebben. Door iets uit te vinden, probeer je het ook beter te maken. Dat wordt vaak ten onrechte met moralisme verward. Ik geef geen stemadvies, schrijf niet: “De boerka moet verboden worden.” Maar ik probeer wel mijn morele opvattingen in de actualiteit in te bedden.’

Bas Heijne schrijft sinds elf jaar een column in NRC Handelsblad. Columns schrijven is echt een vak, heeft hij gemerkt. Vooral omdat columns ergens toe moeten dienen. ‘Niet eens zozeer tot welzijn van het volk, ik wil er zelf iets aan hebben. Ik wil geen trucje doen, ik wil thema’s ontdekken waarbij ik denk: o, zit dat zo? Ik ben begonnen als romancier. Zo kijk ik nog altijd naar de wereld. Heel anders dan een parlementair journalist dat zou doen. De jaarverslagen van de Wiardi Beckman Stichting ken ik echt niet uit mijn hoofd. Ik kijk op mijn eigen manier. Ik ben in 2001 begonnen, nog vóór 
11 september en de opkomst van Pim Fortuyn. Toen Fortuyn verscheen, zat de krant daarmee in zijn maag. Zijn beweging werd al snel geduid vanuit de kloof tussen de burger en Den Haag. Maar wat er achter zat aan behoeftes en verlangens, werd niet beschreven. Daar heb ik me vervolgens op geconcentreerd.’

Zit in alles wel een column?
‘Niet voor mij. Zo’n aandoenlijke alledaagse observatie van Frits Abrahams zou ik niet kunnen schrijven. Dat ligt mij niet. Ik ben ook slecht in toneelstukjescolumns. “Ik belde aan bij Lubbers. En Lubbers deed zelf open.” Dat mislukt bijna altijd. Max Pam doet het vaak, maar dat eindigt meestal in bagger. Ik kan het evenmin, maar ik probeer het dus ook niet. De cursiefjesvorm beheers ik nauwelijks. Wat Martin Bril maakte, of wat Peter Middendorp schrijft. Middendorp vind ik een groot talent, net als Hassan Bahara. Die vorm zou ik wel meer willen uitproberen. Ik zou best een half jaar lang twee, drie keer in de week zo’n kleine reportage willen maken.’

Wat is typerend voor een column van Bas Heijne?
‘Uit mijn soort column moet een morele betrokkenheid spreken die absoluut oprecht is. Niet iets van: “Het kan mij ook niks schelen”, of: “Ach, uiteindelijk zijn we allemaal maar mensen.” Je schouders ophalen in een column vind ik niks. De persoonlijke inzet is hoog. Wie mij leest, weet wat mij bezighoudt.’Heijne werkt niet met aantekeningen, of met notitieboekjes waarin hij mooie invallen of onderwerpen vastlegt. Het komt geregeld voor dat hem een prachtig onderwerp te binnen schiet, dat hij vervolgens weer vergeet. ‘Jammer dan maar.’ Zijn zaterdagse column schrijft hij altijd op vrijdagochtend. Om twaalf uur moet zijn stuk naar de krant. ‘Vroeger begon ik er al om half vijf ’s morgens aan, na een slapeloze nacht, inmiddels is dat half negen.’ Het schrijfproces verloopt volgens een vast ritueel. Tussen het moment van opstaan en het aantoetsen van zijn computer moet niemand tegen hem praten. Uitgebreid aan de telefoon hangen is er beslist niet bij. Een enkele keer kijkt hij heel even in de krant. En dan moet het gebeuren. Maar nooit voordat hij een koptelefoon met harde discomuziek opgezet heeft. ‘Ik heb speciale werknummers, onder meer van Mary J. Blige. Van die weggewaaide disconummertjes die ik op repeat zet. Door die muziek krijg ik echt zin om te schrijven. Het kan bijna geen toeval zijn dat mijn zinnen nogal ritmisch zijn.’

Schrijft u columns op een andere manier dan essays?
‘Bij een essay werk je een idee echt uit. Bij columns hoeft dat niet. Een essay is een zoektocht, waarbij je twijfel moet toelaten. Columns zie ik als optreden, als een performance. Ik treed op voor een donkere zaal. Het publiek zit er wel, maar ik zie het niet. Al wil ik in die column ook iets essayistisch. Dat is een beetje een spagaat: ik wil een gedachtegang uitwerken, terwijl het tegelijkertijd iets stand-up-achtigs heeft. Columnistiek is vaak preken voor eigen parochie. Toen ik opgroeide had je in De Te le graaf columns van Leo Derksen. Van hem werd altijd geroepen: “Hij weet het zo goed te zeggen.” Waarom? Omdat hij precies verwoordde wat de lezers ook al dachten. Dat kleeft columns aan. Ik wil de dingen zo veel mogelijk open houden. Doorvragen bij mezelf. Niet meteen partij kiezen en alles vanuit die ene kant belichten. De basisvraag die door al mijn columns heen klinkt is: “Maar ís dat eigenlijk wel zo?”’

Zijn beide genres – columns en essays – u even dierbaar?
‘Als ik eerlijk ben hecht ik het minst aan die column. Ik ben ook altijd erg blij als ik in de zomer even niet hoef. Sommige columnisten zeggen: “Ik wil er altijd zijn.” Dat heb ik helemaal niet. Ik schrijf ook over boeken. Ik merk hoe heerlijk ik het vind om boeken te lezen die ik niet hoef te bespreken. Juist daardoor ontstaat een humuslaag waar je bij het recenseren veel aan hebt. Bij columns is dat niet anders. Ik neem mij elk jaar voor dat dit mijn laatste seizoen wordt. Omdat ik bang ben dat die columns ten koste zullen gaan van mijn langere stukken. Bovendien is het behoorlijk stressvol. Ik ben er al dagen van tevoren enorm mee bezig. Met altijd de vage angst: wordt het wel wat? Ook omdat ik het er bewust op aan laat komen. Ik wil onderwerpen niet vooraf te veel uitdenken. Ik ga pas echt denken tijdens het schrijven. Die spanning, die plankenkoorts, heb ik nodig. Tegelijkertijd brengt dat stress met zich mee. Ik sta op “de twee”, een nieuwspagina. Het moet dus ook nog eens actueel zijn. Ik kan moeilijk opeens over de bijenteelt gaan schrijven. Het lastige van actuele onderwerpen is dat ze vaak al zo zijn afgegraasd. Ik zou misschien nog iets origineels over Cruijff kunnen schrijven. Maar dat zou wel heel veel pijn en moeite kosten.’
Een goede column kenmerkt zich volgens Heijne door een krachtige beginzin. ‘Vroeger begonnen columns in de NRC vaak zo: “Een van de merkwaardigste fenomenen van de laatste tijd is toch wel het winkelen. Mijn vrouw is er werkelijk dol op. En dan sjok ik er maar wat sullig achteraan.” Totaal overbodig en niet uitdagend. Een beginzin moet laten zien dat er voor de auteur zelf ook wat op het spel staat. Een opening als: “Waar was ik ook alweer?” roept spanning op. Laatst schreef ik: “Iets om naar uit te kijken:…”, met een vooruitblik op het jaaroverzicht van 2012. Uiteindelijk werd het: “Om naar uit te kijken:…” Strakker kan niet. Terwijl ik was begonnen met: “Waar ik me op verheug:…” Dat is slappe hap.’

Is de vorm even belangrijk als de inhoud?
‘De inhoud is minstens zo belangrijk. De vorm kan zich enorm tegen de inhoud keren. Dan krijg je een toontje. Daarom was het voor mij heel goed om onlangs naar een ander formaat en een andere plek in de krant te verhuizen. Dat dwingt je om jezelf opnieuw uit te vinden.’

Zien uw meningen er anders uit nu u ze op een kortere 
baan moet formuleren?
‘Toch wel. Dat onderzoekend-essayistische kun je in dit formaat minder goed kwijt. Het wordt puntiger, maar wel met minder nuance. Laat ik het zo zeggen: de zalen zijn groter maar er zit ook een ander publiek.’

Geeft die kortere vorm dezelfde bevrediging?
‘Stilistisch is er echt nog iets nieuws te halen. Nog strakker, nog transparanter proberen te schrijven. Die opwinding voel ik nu nog. Dat zal op de langere termijn verdwijnen. Daarom zeg ik vaak: het kan morgen stoppen. Ik geloof nooit dat ik zoals Heldring tot op hoge leeftijd columns zal blijven schrijven. Alhoewel ik Heldring de laatste tien jaar veel scherper vind dan daarvoor. Ik hoop dat ik op die leeftijd een paar boeken heb geschreven die een zeker inzicht in de wereld verschaffen.’

De werkkamer van Bas Heijne
De werkkamer van Bas Heijne

Eigenlijk houden die columns u maar af van het echte werk?
‘Nee. Columns schrijven is voor mij ook een remedie om niet in apathie weg te zakken. Je wordt gedwongen om contact te blijven houden met wat er om je heen gebeurt. Het geeft me het gevoel dat ik bestá. Dat is de reden dat ik mezelf nu nog geen boek van 500 pagina’s met voetnoten toesta; dan zou ik me te lang in isolement moeten opsluiten. In die actualiteit, dat gewoel en dat gekissebis, verzamel ik mijn buit die ik meesleep naar mijn hol. En in dat hol maak ik er iets van dat dieper graaft dan de actualiteit zelf. Vóór ik met mijn column begon had ik nog nooit over politiek geschreven. Ik was zelfs nauwelijks in politiek geïnteresseerd. Door Fortuyn en nine eleven slopen er grote vraagstukken de politiek in. Hoe zou die samenleving eruit moeten zien? En hoe verhoud ik mij als individu tot die maatschappij?’

Theodor Holman zei: ‘Voor mij is vorm veel belangrijker dan inhoud.’
‘Dat zeggen veel Reve-liefhebbers: “Het doet er niet toe waar je over schrijft, maar hóé je erover schrijft.’ Dat is klinkklare onzin, beweerd door mensen die niet veel te melden hebben. Natuurlijk, als je een mening slecht formuleert, verliest-ie onherroepelijk aan zeggingskracht. Als je heel slecht en clichématig over je formidabele humanistische intenties schrijft, krijgt de lezer alsnog zin om een moord te plegen. Stijl is dus niet onbelangrijk, maar nooit het doel.’

Heeft u dan over alles altijd een mening? Weet u altijd wat u ergens van vindt?
‘Niet altijd. Ik vind het nog steeds moeilijk om bij een onderwerp als ritueel slachten mijn positie te bepalen. Tegelijkertijd is het een verdienste van een columnist als hij een moreel dilemma weet te schetsen. Met daarbij de ondertoon: “Ik weet het zelf eigenlijk ook niet.”’

Rob Wijnberg zei: ‘Bij Heijne weet ik vaak niet waar hij zelf staat.’
‘Dat is het verwijt: “Je bent een dokter zonder recept.” Ik heb inderdaad een zekere neiging om mijn mening niet expliciet te maken. Je kunt soms in je analyse zo grondig zijn dat je de voorspelbaarheid ontwijkt. Dan zet je de lopende discussie in een ander licht. De stukjes vóór of tegen lees je dan maar ergens anders.’

Er zit iets vrijblijvends in, u kiest niet echt.
‘Ik denk dat ik in mijn wereldbeeld heel erg kies. Alleen niet per se in die kwesties waar iedereen zich druk over maakt. Misschien is het een reactie op al die mensen die wel graag roeptoeteren, vooral op televisie. Bij hen denk ik heel vaak: jij bent totaal niet in debat met jezelf geweest.’

Leest u in dit verband de stukjes van bijvoorbeeld Youp van ’t Hek?
‘Van ’t Hek is een klassieke moralist. Het is verleidelijk om te denken dat jijzelf automatisch beter wordt wanneer je anderen slecht vindt. Het wordt pas echt interessant als mensen zichzelf onder het mes durven te nemen. Natuurlijk is het begrijpelijk om je in zo’n Mauro-kwestie over te geven aan primaire emoties. Dat heb ik zelf ook gedaan. Maar het is uiteindelijk veel relevanter om te onderzoeken hoe legitiem de emoties in zo’n kwestie zijn. Het wordt pas echt spannend als je tegen jezelf in probeert te denken.’

Foto's: Eddo Hartmann

In deze nieuwe serie neemt Vrij Nederland maandelijks een beroepsgroep onder de loep, beurtelings geportretteerd door Mischa Cohen en Coen 
Verbraak. Wat drijft de toppers in een vakgebied, over welke eigenschappen moet je beschikken om op hun terrein te slagen en wie beschouwen zij als de beste in hun vak – behalve zichzelf dan? Suggesties en commentaar graag naar debeste@vn.nl.

Deze week de columnisten:


- Rob Hoogland
- Theodor Holman
- Elsbeth Etty
- Vincent Bijlo
- Stephan Sanders
- Frits Abrahams
- Aaf Brandt Corstius
- Bert Wagendorp
- H.J.A. Hofland
- Arnon Grunberg
- Bas Heijne





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?