VN MediagidsHoe het toch een vuile oorlog werd
Buitenland / Afghanistan / Defensie 07.06.2007
19-05-2007
Door Ko Colijn
Nederland loopt vast in Uruzgan met de softe Dutch Approach. Zelfs Dick Berlijn gaf dat onlangs toe. Maar achter de schermen wordt door Nederlandse militairen wel degelijk geschoten, schrijft Ko Colijn.
Na een half jaar Uruzgan gaat Nederland zijn aanpak daar een beetje veranderen. De inktvlek die steeds groter moest worden blijkt nauwelijks van vorm te veranderen. Tarin Kowt, Chora en Dew Rawod blijven een soort honkplaten in een groot vijandig baseballveld: zolang je erop staat ben je veilig, maar als je van de een naar de ander rent ben je vogelvrij en kun je uitgetikt worden. De opzet om het veld gaandeweg te veroveren en veilig te maken wil maar niet slagen. Kolonel Querido zei in Trouw dat je zó in elk geval geen counter insurgency kunt voeren tegen de Taliban. Die zien de Nederlanders pas op de plaats maken, geen punten scoren, terwijl ze zelf vrij spel hebben.
Wat is counter insurgency dan wél volgens Querido? ‘Dat is vijandelijke groepen het initiatief en de vrijheid van verplaatsen ontnemen. We willen permanent in meerdere gebieden aanwezig zijn, midden tussen de Afghaanse bevolking.’ Om eraan toe te voegen: ‘Als we niet oppassen, krijgen deze groepen nog meer gebied in handen.’
Dat is een opmerkelijke koerswijziging. Minister Van Middelkoop sprak dat direct tegen, het zou hoogstens om een ‘accentverschuiving’ gaan. Maar zo simpel ligt het niet, de werkelijkheid heeft vele kanten.
Extra commando's
Eerder toonde Dick Berlijn, de commandant der Strijdkrachten (CDS), wel degelijk teleurstelling. Het schoot niet op in Uruzgan, erkende hij een maand geleden. Hij gaf de schuld aan de Afghaanse politie en militairen, of liever gezegd: aan het feit dat zij het laten afweten. Waar Nederlandse militairen met veel moeite een inktvlekje hebben veroverd, moeten de Afghanen meteen inspringen en de beveiliging overnemen, zodat de Nederlanders weer een volgend ‘honk’ kunnen stelen. Dat laten ze na, of ze kunnen het niet. De Canadezen gaan nog een stap verder en beklaagden zich erover dat hun inktvlekken in Kandahar door topakans worden overgenomen. Dat zijn geen Afghaanse politiemannen, maar onbetrouwbare pistoolhelden, gun lords met een uniform aan, die zich in rap tempo gehaat maken bij de bevolking. Misschien legden ze zelfs bommen neer in Sangisar, suggereerde de Canadese pers drie weken geleden, en in Kandahar gingen mensen juichend de straat op toen de Taliban een politiepost aanviel in Uruzgan waarbij deze topakans omkwamen.
Tweede aanwijzing dat de zaken niet naar wens gaan: de recente beslissing van Australië om een paar honderd extra commando’s naar Uruzgan te sturen. ‘Vanwege de verslechterde veiligheidssituatie,’ zei het Ministerie van Defensie. Een ongeplande manoeuvre van Canberra, dat in het najaar van 2006 zijn special forces juist had teruggetrokken. Nederland opereert samen met Australië in Uruzgan, dus je zou de komst van de Australische commando’s als een teken van onbehagen jegens de Nederlanders kunnen opvatten. Dat ontkent Nederland natuurlijk. ‘Er is overleg over geweest tussen Den Haag en Canberra,’ zo wordt verzekerd.
Dat zal best, maar dat neemt niet weg dat er in die twee steden verschillend over de oorlog wordt gedacht. De Australiërs zullen niet onder Nederlands bevel vallen. Neil James, directeur van de Australia Defence Association, zei op 11 april in het programma The World Today voor de Australische televisie dat Australiërs willen vechten, ook ‘lege gebieden’ willen beheersen en hij legde uit dat Nederlanders dat de afgelopen vijftig jaar nu eenmaal niet hebben gedaan. De Australische Minister van Defensie lichtte een dag eerder het sturen van zijn SAS-eenheden toe in woorden die een Nederlandse collega niet gauw over de lippen krijgt: ‘Het is belangrijk dat we ons níét alleen maar bezighouden met het winnen van hearts-and-minds.’ Dat is niet bepaald de Dutch approach.
Het werkterrein van de vuile oorlog lijkt te worden betreden, want aldus de minister: ‘We gaan achter de Taliban aan, we moeten vooral de Talibanleiders pakken.’ Daar zijn de SAS-commando’s goed in – in de Australische pers wordt er fijntjes aan herinnerd dat zij dat in de Vietnamoorlog ook al voor de Amerikanen deden en meer dan vijfhonderd Vietcongleiders voor hen uitschakelden.
De geheime jacht op groot wild, zoals de aanpak ook wel genoemd wordt, duikt de laatste tijd vaker op in de lokale pers. Half april meldde Afgha.com ‘many targeted assassinations’ , gerichte moorden door de coalitie op Talibanleiders in de zuidelijke provincies. De Taliban neemt op zijn beurt weer wraak door het ophangen van spionnen, althans er bungelen de laatste tijd steeds meer Afghanen aan de galg die ervan verdacht dat zij tegen betaling de Navo van inlichtingen hebben voorzien over Taliban-aanslagen en verblijfplaatsen van leiders.
Superkanon
Doet Nederland dan niets? Nee, die conclusie zou ook weer onzin zijn.
Nederland heeft bewust gekozen voor een laag profiel. Kolonel Van Griensven heeft faam verworven met zijn uitspraak dat hij er niet op uit is om de Taliban te doden, ‘maar om ze irrelevant te maken’. Het is de vraag wat hij daar precies mee bedoelt, maar expres mis schieten zal het toch ook niet zijn. Ook Nederland heeft special forces in Uruzgan, zegt het Ministerie van Defensie, maar die opereren in het geheim en dat moet vooral zo blijven. Ten tweede: Nederland mag zich op de grond misschien in zijn inktvlekjes terugtrekken, onze Apaches en F-16’s doen dat niet en zullen ook in Uruzgan schieten op de doelen die hen door Australische commando’s zullen worden aangewezen. Ten derde: ook op de grond gebeuren dingen waarvan we in Nederland soms maar toevallig iets horen.
Eind april kwam de Nederlandse kapitein Jan Steller aan het woord in de Amerikaanse militaire krant Stars and Stripes. Hij is commandant van een 155 mm houwitserbatterij, van het soort waarvan Nederland er ook een paar in Uruzgan heeft. De Nederlandse compagnie gaf in Grafenwöhr (Duitsland) een demonstratie van het superkanon, dat vorig jaar al meedeed in operatie-Medusa. Het kanon is geautomatiseerd, schiet met grote precisie tot veertig kilometer ver en kan zich razendsnel verplaatsen. ‘Ik kan je vertellen dat de Taliban hem haten,’ zegt Steller. De Amerikanen zijn onder de indruk en praten met gun commander sergeant Leon van Huizen. Die maakt er geen geheim van dat de houwitser in twee weken tijd vijfhonderd salvo’s had afgevuurd en ‘a large number of dead Taliban’ heeft veroorzaakt. Als Nederlandse troepen wel schieten, kun je concluderen, dan doen ze het vooral van afstand. Een andere aanpak, maar dan ook goed raak.
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




