VN MediagidsGriekenland: de kennis van toen

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Buitenland / Economie / Politiek 20.07.2011

Door Thijs Niemantsverdriet / Map Oberndorff

Met de kennis van nu had Griekenland niet bij de euro gemoeten, vindt De Jager. Maar hoe zit het met de kennis van toen?

Nout wellink en Gerrit Zalm, toen president van de Nederlandse Bank en minister van Financiën, presentreren de euro in 2001
Nout wellink en Gerrit Zalm, toen president van de Nederlandse Bank en minister van Financiën, presentreren de euro in 2001

'De prestaties van Griekenland zijn buitengewoon indrukwekkend.' Met deze lovende woorden begroette minister van Financiën Zalm in de Tweede Kamer de toetreding van Griekenland tot de eurozone. Het was mei 2000: Paars II regeerde Nederland, de economie draaide als een tierelier, en in de Kamer werd slechts kortstondig stil gestaan bij de financiële deugdelijkheid van de nieuwe monetaire partner. Illustratief voor het gebrek aan debat is de reactie van Kamerlid Willibrord van Beek (VVD), één van de voorstemmers van toen. Gevraagd naar zijn afwegingen, antwoordt hij nu: 'Ik weet niet of jij precies weet wat je tien jaar geleden gedaan hebt, maar ik kan me hier helemaal niets van herinneren. Het was kennelijk geen issue.'

Hoe anders is de situatie anno 2011. 'Met de informatie die we nu hebben, zou ik zeggen: nee, Griekenland had niet bij de euro gemoeten,' zei de huidige minister van Financiën, Jan Kees de Jager, vorige week in een interview met Vrij Nederland. Ook zijn voorganger Zalm is inmiddels op andere gedachten gekomen. 'Met de kennis van nu zou Griekenland er niet bij komen,' zei hij vorige maand tegen de Volkskrant. 'Het land heeft zich destijds met vervalste statistieken de eurozone binnen gelogen.'

Maar hoe zit het met de kennis van toen? Wist de Kamer echt niet dat Griekenland een loopje nam met de boekhouding? Er was één grote partij die minister Zalm niet steunde in zijn gejubel over de financiële situatie van Griekenland: het CDA. Bij monde van Kamerlid Henk de Haan dienden de christen-democraten, destijds in de oppositie, tijdens het debat een motie in. De strekking: het kabinet moest in Brussel tégen Griekenland stemmen. Het land was niet klaar voor de eenheidsmunt, toetreding zou slecht zijn voor de stabiliteit van de Europese economie en een verkeerd precedent creëren. De Haans motie was kansloos: behalve zijn eigen CDA steunden alleen de kleine, principieel eurokritische partijen SP, SGP, GPV en RPF hem.

Toch is zijn sombere analyse werkelijkheid geworden. Ineens lijkt Henk de Haan, inmiddels vijf jaar gepensioneerd als Kamerlid, een vooruitziende blik te hebben gehad. En dat geeft een dubbel gevoel, zegt hij: 'Natuurlijk, ieder mens is een beetje ijdel. Ik denk toch: goh, ze zijn me nog niet helemaal vergeten. Maar laten we nou niet te veel gaan zitten wroeten in het verleden en blijven bakkeleien over wie er gelijk had en wie niet. Het is volstrekt helder dat ik gelijk had.'

'Iedereen wist dat die cijfers van Griekenland zo rot als een peer waren.'

De hoogleraar economie verdiepte zich destijds grondig in de financiële situatie van het land. Zijn conclusie: Griekenland had het begrotingstekort weliswaar spectaculair teruggedrongen, maar wel met behulp van allerlei kunstgrepen. 'Het is onmogelijk om daar in één keer zo snel iets aan te doen. Bovendien bleef de staatsschuld onverminderd hoog.' Dat Griekenland behoorlijk sjoemelde met de cijfers, bleek volgens De Haan ook uit de gegevens over de rijksbegroting die het land aanleverde bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). 'Daar stonden steeds vraagtekentjes bij of de opmerking "not available". Bij de OESO betekent dat zoveel als: "niet betrouwbaar".' Kortom, zegt De Haan: 'Iedereen wist dat die cijfers van Griekenland zo rot als een peer waren. Ook Gerrit Zalm wist dat donders goed. Hij had een uitstekende staf die goed op de hoogte was van die boekhoudtechnieken.' Maar de minister kon volgens hem niet anders dan vóór de toetreding stemmen: de regeringsleiders hadden onderling al besloten dat Griekenland lid moest worden van de eurozone. Zijn motie diende De Haan dan ook in tegen beter weten in. 'Ik wist wel dat die het niet zou halen, hoor. Maar ik ergerde me zo aan de overdreven opstelling van Zalm, die beweerde dat Griekenland zo'n enorme vooruitgang had gemaakt. Dus ik dacht: dan zal ik je ook een pak voor je broek geven.'

In reactie op de uitspraken van De Haan laat Gerrit Zalm weten: 'De insinuatie dat ik meer of andere informatie zou hebben gehad is uit de lucht gegrepen.'

Henk de Haan, toen CDA-kamerlid. Foto: Suzanne van de kerk/ANP
Henk de Haan, toen CDA-kamerlid. Foto: Suzanne van de kerk/ANP

Hoe kon het dat de Nederlandse politiek zo weinig interesse kon opbrengen voor, naar nu blijkt, zo'n cruciaal besluit? Het antwoord daarop ligt verder terug in de tijd. De toelating van Griekenland was niet meer dan een laatste stapje in een proces dat al bijna tien jaar bezig was. In 1992 hadden de Europese leiders in Maastricht besloten tot de oprichting van een Economische en Monetaire Unie (EMU). In 1999 zou deze daadwerkelijk van start gaan; enkele jaren later zou er een gemeenschappelijke munt worden ingevoerd. De vraag was alleen: wie mochten er mee doen? Drie van de vijftien EU-lidstaten wilden per se hun eigen munt houden: Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Eén land voldeed hoe dan ook niet aan de voorwaarden: Griekenland. En dan was er nog Italië, een van de founding fathers van de Unie. Dat land wilde dolgraag meedoen. Maar het had ook een rampzalige reputatie als het ging om begrotingsdiscipline. Het Verdrag van Maastricht bevatte heldere eisen voor toetreding tot de EMU: het begrotingstekort moest onder de drie procent van het bbp zijn, de staatsschuld onder de zestig procent. Italië voldeed hier in de verste verte niet aan, maar door een ruimhartige opstelling van de andere landen leek het zich toch te gaan kwalificeren.

En dat stuitte op weerstand - met name in Nederland. In de Tweede Kamer dreigden VVD-leider Frits Bolkestein en zijn financiële expert Hans Hoogervorst de toetreding van Italië te blokkeren. Pas nadat partijgenoot en minister van Financiën Zalm de Italianen middels een publicitaire en diplomatieke tour de force had gedwongen tot strengere begrotingsmaatregelen, stemde de VVD-fractie in. Zalms kruistocht tegen Italië leverde hem in Europa definitief het imago op van strenge schatkistbewaarder. De Italianen doopten hem 'Il duro' ('de harde') - een bijnaam die hij tot op de dag van vandaag met trots draagt.

De soepelheid jegens Italië was een 'politiek besluit'

Maar Hans Hoogervorst, tegenwoordig baas van International Accounting Standards Board in Londen, heeft nu spijt van zijn steun aan de Italianen. 'Bolkestein en ik hebben werkelijk alles uit de kast gehaald om Italië erbuiten te houden. Maar dat is allemaal mislukt. Uiteindelijk hebben we voorgestemd. Dat voelde als een heel slechte zaak. Het was duidelijk dat Italië niet voldeed aan de criteria. Maar als we tegen hadden gestemd, was het kabinet gevallen en was de VVD tien jaar in de oppositie beland. Dan waren we totaal verketterd. Zó zwaar was de druk. Alles was erop gericht om het europroject te doen slagen.'

Ook het CDA, twee jaar later de boeman bij Griekenland, stemde voor. Oud-Kamerlid Gerrit Terpstra, die het woord voerde over de kwestie, geeft eerlijk toe dat de soepelheid jegens Italië een 'politiek besluit' was. 'En dat was ook legitiem. Je kon niet zeggen: we laten vijf van de zes founding fathers toe tot de EMU, maar Italië niet.'

Met de toelating van Italië was Europa de Rubicon overgestoken. Een jaar later ging de girale euro van start, drie jaar later gevolgd door de echte munt. Toen Griekenland zich in 2000 alsnog met succes aanmeldde voor de eurozone, was dat in de ogen van de meeste politici - 'Il duro' Zalm voorop - geen halszaak: de Grieken hadden minstens zo goed hun best gedaan als de Italianen, en de economie van het land was toch te klein om de Europese economie in gevaar te brengen. 'Eén ding hadden we alleen niet voorzien,' zegt CDA'er Terpstra. 'De banken zijn veel sneller Europees geworden dan verwacht. Dat maakt het probleem nu veel groter.'

Over hoe het verder moet, zijn de hoofdrolspelers van weleer het grotendeels eens: de euro moet gered worden, Griekenland geholpen. Maar over de oorzaken van de eurocrisis lopen de meningen uiteen. Volgens Gerrit Zalm, inmiddels bestuursvoorzitter van ABN Amro, hebben 'politieke besluiteloosheid en verdeeldheid' de boel doen escaleren. 'Als we in een nieuwe recessie belanden, is die door de politiek gecreëerd,' zei hij vorige week op een bijeenkomst van de liberale jongerenorganisatie JOVD.

Zijn partijgenoot Hoogervorst is het daar niet mee eens. 'Natuurlijk is er gebrek aan politiek leiderschap in Europa,' zegt hij. 'Maar de banken hebben ook tonnen en tonnen boter op hun hoofd.' Met enige ironie in zijn stem: 'Zalm begint zelf al een goede bankier te worden.'





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?