VN MediagidsFamilievlees - Martin Hendriksma

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Recensie 26.02.2008

Door Jeroen Vullings

Droge worst

01-03-2008
Door Jeroen Vullings

Biografische informatie op de binnenflap van literair proza moet aan één voorwaarde voldoen: ze mag niet afleiden van het verhaal dat de schrijver te bieden heeft. De lezer leest op zijn best in zo’n summier berichtje onder de auteursfoto een geboortedatum en wat titels van eerder werk – en vergeet dat direct, zoals het hoort. Vroeger las je vooral op in België uitgegeven romans nog wel eens dat de schrijver een solide betrekking had als leraar in het beroepsonderwijs, maar zulke cv-informatie raakt meer en meer in onbruik.

Daarom valt het extra op hoe Martin Hendriksma (Sneek, 1966) zich op de binnenflap van zijn debuutroman Familievlees presenteert. Met zelfspot. Zo is hij ‘telg’ uit een Fries metselaarsgeslacht. En ‘op dit moment’ – versus straks als hij een glitterator is – is hij werkzaam als hoofdredacteur van de Amsterdamse Uitkrant. Om het contrast met de hoofdstedelijke uitgaanswereld te accentueren, toont de sovjeteske foto daarnaast de schrijver geflankeerd door wuivend graan en een fabriekspijp.

Dat is meer dan een gebbetje: daarmee benadrukt Hendriksma dat Familievlees tot in detail doordesemd is van ironie. Dat hij daarvoor koos, is alleszins voorstelbaar. Het is een voor de hand liggende manier om een ruim een eeuw omspannend verhaal over agrariërs, varkenshoeders, kleine neringdoenden en worstfabrikanten in het Hoge Noorden van Neder­land te schrijven. Zie je af van ironie als vehikel dan kun je met zo’n onderwerp al snel belanden op het terrein van de streek­roman of – ander risico – dan wordt de pathetiek van boertige personages de schrijver zelve aangerekend. Ironie zegt: dit is een pastiche, een schaamlapje voor een ouderwetse vertelling. Vanzelf is er een andere, meer zeldzame, literair superieure manier om te vertellen over gewestelijk Nederland en tegelijkertijd te ontstijgen aan streekproza, zoals A.F.Th. van der Heijden toonde in De gevarendriehoek (1985). Maar dat Hendriksma op safe speelde, is hem niet aan te rekenen.

Een even vertrouwde, flaubertiaanse kunstgreep is de dramatische ironie in Familievlees. Binnen de contemporaine Nederlandse literatuur is dat vintage Thomas Rosenboom, als het gaat om overmoedige, argeloze middenstanders die zich zo overduidelijk in de nesten werken.

Vlees
Het gegeven van het vlees waar al die levens uit vroeger tijden onbekommerd om draait is vandaag de dag ook al iets dat schreeuwt om ironie, om afstand dus – ‘vlees’ is controversieel geworden. Hendriksma buit die discrepantie tussen toen en nu met bravado uit: doodgemoedereerd schrijft hij over varkens vetmesten, varkens slachten, bloed, dieet­onvriendelijke lappen spek.

Hij omzeilt zinnelijke metaforiek niet, die het vlees en de personages symbolisch verbinden. Het zijn onversneden geilaards, die worstenmakers. Maar zijn intentie blijft tong in de wang: de Drent is bij hem synoniem met droge worst. En ja, die droogte van de worst staat voor het dorre doorwerken in dit familiebedrijf door telgen die hun levenssappen
elders gul hadden willen laten vloeien.

Op een nog hoger plan is ironie uiteraard de uitdrukkingsvorm die past bij het verhalen van een megalomane illusie; een droom die eventjes werkelijkheid werd; een kans om een moment te ontsnappen aan een doe-maar-gewoon-bestaan. In Familievlees, dat in 1902 begint, loopt de jonge stotteraar Harmen Barels weg van een leven als turfsteker dat hem niet bevalt. Hij laat zijn familie achter, pakt zijn vaders oude jachtgeweer en is klaar om de wijde wereld te betreden, in zijn dromen alvast op weg naar de Nieuwe Wereld waar hij zijn farm zal beschermen tegen roodhuiden. Hij belandt in het Friese Hindeloopen, alwaar hij werk, kost en inwoning vindt. Later, ik sla wat over, zal hij met de bevallige Maike naar het fictieve Drentse dorp Garssen trekken, om daar vanuit het niets – hij begint als varkensknecht – een enorme onderneming uit de grond te stampen: een worstfabriek.

Een groots familiebedrijf in vleesverwerking dat groothandels over de gehele wereld bevoorraadt. Zijn beide, als Kaïn en Abel rivaliserende, zoons – player Warmont en boekenwurm Victor – beginnen onderaan in het familiebedrijf en worden later directeur, eerst Warmont, na diens dood Victor. Het drama in Familievlees: hoe een visionaire droom werkelijkheid wordt en daarna teloorgaat. Op een bepaalde manier weerspiegelt de teloorgang daarvan ook de geschiedenis van Nederlands ondernemerschap: eerst de gouden eeuw waarin de oprichter zijn bedrijf eigenhandig tot bloei bracht, daarna de tijd dat zijn nazaten potverteren en uiteindelijk het bezit grotendeels verspelen, ten slotte de uitverkoop van zo’n bedrijf aan internationale concerns, die in cijfers geloven, niet in het product, laat staan in werknemers of
de gemeenschap waarin een fabriek verankerd is.

Wankelbenen
Ongeveer halverwege de roman taant het succes van de familie Barels. Op een gegeven ogenblik begint zoon Warmont aan zijn Ame­ri­kaanse avontuur, op uitnodiging van een branchegenoot in Memphis: hij kan een contract binnenhalen om in Europa vlees te leveren aan het Amerikaanse leger. Daarmee zou hij zijn grote Rotterdamse concurrent, de Leverunie, vermorzelen. Als hij uit het vliegtuig stapt, schrijft Hendriksma met de grootst mogelijke (ironische) afstand tot zijn personage: ‘Een Drent op wankelbenen met een historische missie.’

Vanaf dat moment zet de kentering in het succesverhaal van de familie Barels in. Tot die tijd lazen we eerst een familiesaga, vervolgens een business novel, beide anekdotisch-realistisch gesausd. Het is (vermoedelijk met dank aan voorganger Leon de Winter) met vaart verteld, soepel, met oog voor detail en het juiste woord op de te verwachten plaats geschreven. Vanaf Warmonts stap op Amerikaanse bodem worden de dromen van diverse familieleden in gruzelementen geslagen, beetje bij beetje – door de verteller Hendriksma.

Het is ontegenzeglijk zijn verdienste dat de lezer zo kan meeleven met de personages zonder behept te zijn met een overmatige interesse in vleesverwerkingsindustrie of dorpse historie. Zozeer dat met angst en vreze het moment afgewacht wordt dat het verkeerd gaat met zo’n personage. Wat dat betreft is Familiefeest een lekker leesboek, dat geschreven lijkt door een lezer uit een gemis aan zulke de privéproblematiek ontstijgende, met merkbaar plezier geschreven, vertellende romans in de huidige vaderlandse letteren. Een nostalgische lezer, gis ik, want via zijn personage Victor, een fervent Vestdijk-lezer, ziet hij kans de inmiddels ten onrechte nauwelijks meer gelezen Doornse kluizenaar te eren. Ook heet een paard Gogol, da’s vast niet zomaar.

Ook op een andere manier is Hendriksma een nostalgisch type. Naarmate het zakendoen grotere proporties aanneemt, wint de ondertoon van cynisme in het verhaal, crescendo, zozeer dat het een boventoon wordt. Op een paar simpele, hardwerkende Friezen – noeste werkers die ongaarne hun dorp verlaten, en vooral de vrouwenfiguur Maike – na, loopt er geen sympathiek personage rond in Familievlees. Zeker de grote ondernemers, hun Amerikaanse evenknieën en Drentse
notabelen die in het geheim (om de poen) gif laten storten in hun provincie, deugen van geen kant.

De ironicus die tegen wil en dank cynicus werd, heeft met Familievlees een ferme, eerste stap gezet: een roman die ik met veel plezier gelezen heb. Hendriksma kan schrijven, personages van vlees en bloed scheppen, hij heeft op papier humor, hij kan de grote boog aan en geschiedenis leven inblazen. Blijft de vraag hoe authentiek hij is; of hij meer is dan een handige verteller; of met zijn tweede roman zal blijken of hij een prangende thematiek niet alleen voor het voetlicht kan brengen, maar ook onderdeel weet te maken van het parallelle leven dat de lezer leidt tijdens en in het beste geval na het lezen van een goed boek.

Martin Hendriksma, ‘Familievlees’. De Geus, 383 pagina’s, € 19,50





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?