VN MediagidsFC Polderpioniers, De eerste profs van voetbalclub Omniworld

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

20.08.2005

Door Thijs Niemantsverdriet

20-08-2005
Door Thijs Niemantsverdriet

Afgelopen weekeinde speelde de Almeerse club FC Omniworld zijn eerste wedstrijd in het betaald voetbal. Althans, dat was de bedoeling. De thuiswedstrijd tegen BV Veendam werd afgelast omdat de gloednieuwe kunstgrasmat door de regen niet speelklaar was. VN volgde de voorbereidingen van de selectie, die plaats biedt aan een employé van ABN Amro, een PTT-medewerker en een verkoper van groente en fruit. ‘Gelukkig bestaat er geen degradatiein de Gouden Gids Divisie.’

‘Kijk, daar komt het rubber,’ zegt Gert Jan de Kort. De directeur van voetbalclub FC Omniworld uit Almere kijkt door de verticale jaloezieën van zijn kantoor naar buiten. Een kiepwagen met rubberpulp komt het speelveld op rijden. Mannen in rode hesjes harken het strooisel aan. De Kort friemelt aan een lederen mapje en werpt voortdurend zijdelingse blikken op zijn mobiele telefoon. Het is twee weken voordat FC Omniworld de allereerste wedstrijd in het betaald voetbal speelt, en er moet nog veel werk worden verzet. De aanleg van het veld duurt langer dan verwacht, de keuken van de businessruimte is nog altijd niet geleverd, en om de haverklap valt een secretaresse met een wanhopig gezicht De Korts kantoor binnen om haar beklag te doen over de beroerde internetverbinding.

Toch is De Kort – paars poloshirt, bruin ribjasje, glimmend stekeltjeshaar – een tevreden directeur. Tien jaar nadat de club zijn profambities met veel tamtam kenbaar maakte, is FC Omniworld eindelijk toegelaten tot het betaald voetbal. Vanaf dit seizoen mogen de Almerenaren in de Gouden Gids Divisie spelen. ‘We hebben aan alle eisen voldaan,’ zegt De Kort. ‘Op één na: het leveren van een sportieve prestatie. Maar die voorwaarde heeft de KNVB voor ons gelukkig geschrapt.’

Aan de Competitieweg 22 in Almere-Stad wordt in vliegende vaart een nieuwe behuizing uit de grond gestampt: drie zittribunes, een statribune, kantoorruimtes, een businesslounge. En niet te vergeten: het kunstgrasveld. Laat het woord ‘kunstgras’ vallen en Gert Jan de Kort begint te stralen. Bij FC Omniworld nooit meer losliggende plaggen en kale plekken, maar een superstrakke Fieldturf Evolution-mat van de firma CSC uit Zeewolde. ‘We hebben een Europese primeur,’ zegt De Kort. ‘Er kunnen zelfs internationale wedstrijden op gespeeld worden.’

Oké, warmte en geborgenheid straalt het Mitsubishi Forklift Truck Stadion – zo heet het complex – nog niet bepaald uit, dat wil Gert Jan de Kort best toegeven. Maar het staat er. En dat, verkondigt hij, heeft alles te maken met de onverwoestbare mentaliteit van de Flevolander. ‘Als het tegenzit, worden we strijdbaar. Dat komt doordat we allemaal polderpioniers zijn.’ De Kort is het meer dan zat dat de rest van Nederland lacherig doet over de twaalfde provincie: ‘Het is voortdurend knokken tegen vooroordelen. Je moet altijd uitleggen waarom je hier woont. Maar ach, buiten Flevoland kunnen ze zich gewoon geen beeld van ons vormen. Het is ook onvergelijkbaar, de snelheid waarmee wij de dingen aanpakken.’

Bescheidenheid is nooit de grootste deugd geweest van Almeerse voetbalbestuurders. Tien jaar geleden stak de Amsterdamse amateurclub ASV De Zwarte Schapen het IJmeer over naar sportpark Bok de Korver in Almere. Verantwoordelijk voor deze stap was de luidruchtige clubvoorzitter Richard Smith, een succesvol sportfysiotherapeut die zich naar goed mediterraan gebruik met ‘president’ liet aanspreken. ‘Meteen bij de eerste vergadering,’ zegt Smith, die tegenwoordig in Londen praktijk houdt, ‘heb ik geroepen dat we in 2005 in de finale van de wereldbeker zouden staan.’

Met hun borstklopperij vonden Smith en zijn opvolgers een gewillig oor bij de gemeente Almere. Ambitieuze bestuurders, getergd door het slaperige imago van hun stad, wensten niets liever dan de glamour van betaald voetbal. Waarom tochtige boerengaten als Veendam en Waalwijk wel een team in de nationale competitie, en Nederlands snelst groeiende gemeente – volgens prognoses is Almere in 2010 de vijfde stad van het land – niet? Vanaf eind jaren negentig kwam een project op gang dat in megalomanie niet onderdeed voor het geheel vernieuwde stadscentrum of het neomiddeleeuwse kasteel langs de A6.

De Zwarte Schapen gingen op in de NV Omni­world, een naam die meer doet denken aan computeraccessoires dan aan voetbal. Aan de westkant van de stad zou een voetbalstadion met 13.500 zitplaatsen verrijzen, waar Ajax, Barcelona en Manchester United met gepaste egards konden worden ontvangen. In een aangrenzende sporthal zou op het hoogste niveau gebasketbald en gevolleybald worden. Volgens VVD-wethouder Henk Smeeman, geestelijk vader van het plan, moest iedere Almerenaar weldra het gevoel hebben ‘dat je iets mist als je niet bij Omniworld bent’.

Toen kwam 2002. In het kielzog van Pim Fortuyn greep Leefbaar Almere de macht. ‘Ze hadden maar één programmapunt, en dat was Omniworld de nek omdraaien,’ zegt Gert Jan de Kort nu. En zo geschiedde. Nog geen halfjaar na de verkiezingen was de NV Omniworld, waarvan de gemeente de enige aandeelhouder was, volledig ontmanteld. Een onderzoekscommissie becijferde dat er achtentwintig miljoen euro gemeenschapsgeld in het IJsselmeer was gesmeten aan adviseurs, haalbaarheidsstudies, reisjes naar het buitenland en exorbitant hoge spelerssalarissen. De Amsterdamse ex-wethouder Harry Groen beleefde als president-commissaris van Omniworld een van zijn befaamde bonnetjesaffaires.

Maar in de afgelopen twee jaar volgde een miraculeuze comeback. Nieuwe sponsoren als gevelreiniger Ruitenheer en sloopafvalverwerker Steenkorrel hielpen de club schuldenvrij te maken. De banden met de KNVB werden stevig aangehaald. Dit voorjaar plofte de felbegeerde prof­licentie op de mat.

Het sportpark van FC Omniworld grenst aan een korenveld. In de verte staat een van die kaarsrechte bomenrijen waarop de Flevopolder patent heeft. Elk kwartier passeert de stadsbus richting Almere-Haven.

In het stadion zijn twee chagrijnige werklui bezig stroken kunstgras los te snijden. Eergisteren is gebleken dat het veld voor de normen van de KNVB één meter te lang is, dus moet als de wiedeweerga de achterlijn verlegd worden.

In de kantine van FC Omniworld komen de spelers één voor één binnendruppelen, gekleed in trainingspak en op de onvermijdelijke plastic badslippers. Het is tijd voor de dagelijkse training. Ze bestellen AA Drink, koffie en tosti’s en ploffen neer op een barkruk of aan tafel. Ietwat onwennig nog, want de selectie is pas drie weken bij elkaar. Niemand bij Omniworld maakt er een geheim van: het elftal is een haastig bijeengescharreld allegaartje van profs, ex-profs, ex-ex-profs en amateurs. Of, zoals directeur Gert Jan de Kort het verwoordt: ‘Alle jongens die hier voetballen hebben een verleden. Anders zouden ze wel ergens anders spelen.’

De kleine Surinaamse rechtsback Marc van Eijk (23) is zo’n jongen met een verleden. Terwijl zijn medespelers biljart spelen of een magazine lezen, steekt hij van wal. ‘Op mijn dertiende stuurde mijn vader een fax over mij naar alle topclubs in Nederland. Ajax, PSV en Feyenoord reageerden niet, maar bij SC Heerenveen was ik welkom. Ik ging in pleeggezinnen wonen, eerst in Smilde en later bij een slager in Heerenveen. Het ging razendsnel. Op mijn zeventiende debuteerde ik in het eerste en kreeg ik een heel goed contract. Toen ging het mis. Ik was fysiek niet sterk genoeg, kreeg last van blessures. Ik kon niet omgaan met al het geld dat ik verdiende. Ik begon uit te gaan, wist geen maat te houden. Op mijn twintigste werd ik vader, ongepland. Ik holde achteruit. Na zes wedstrijden in het eerste verdween ik naar het tweede. Ik maakte ruzie, moest voortdurend bij de voorzitter komen vanwege mijn gedrag. De trainer wilde mij niet meer bij de selectie hebben. Heerenveen gaf me een laatste kans. Ik wilde ontzettend graag laten zien dat ik geen moeilijke jongen ben, dat ik wel degelijk kan functioneren in clubverband. Ik knipte zelfs mijn dreadlocks af, die ontzettend veel voor mij betekenden. Maar in het eerste team werd ik niet meer opgesteld. Ja, ik mocht een keertje drie minuten invallen tegen NEC. Dat was het. Na dat seizoen werd mijn contract ontbonden. Ik vertrok naar Doxa Dramas, een Griekse derdeklasser. Een domme keus. Ik kreeg mijn geld niet, na een paar maanden was ik terug in Nederland en zat ik in de WW. Ik was tweeëntwintig en wilde stoppen met profvoetbal. Bij Omniworld verdien ik tien keer zo weinig als bij Heerenveen. Maar ik voel me er stukken beter. Ik ben niet altijd meer de kleinste in de kleedkamer. En westerlingen zijn veel prettiger dan die stugge Friezen. Ze kijken je tenminste recht in de ogen als ze je iets duidelijk willen maken. Bij Omniworld weten ze niets van mijn naam als moeilijke jongen. Althans, niemand heeft ernaar gevraagd.’

Een paar dagen later op een parkeerterrein aan de rand van Almere. Klaas Wilting leunt tegen zijn auberginekleurige Mercedes. Hij draagt een gifgroen overhemd en dito stropdas. De voormalige woordvoerder van de Amsterdamse politie, bekend van zijn frequente aanwezigheid in televisiepanels, is als bestuurder een van de stuwende krachten achter FC Omniworld. ‘Op een gegeven moment had de club sponsorgeld nodig,’ zegt Wilting met een voldaan lachje, ‘en ik ken natuurlijk aardig wat mensen.’

Directeur Gert Jan de Kort en vice-voorzitter Paul Baudoin komen aanlopen. Ze stappen in de Mercedes van Wilting. Samen vormen ze een onafscheidelijke trojka, die vrijwel elke wedstrijd van FC Omniworld bezoekt. Vandaag staat een oefenpot in het Gelderse Vorden op het programma. Eenmaal op de snelweg is het al gauw oude jongens krentenbrood. ‘Ook al zitten we in mijn auto,’ roept oud-politieman Wilting, ‘die bonnen voor te hard rijden delen we gewoon in drieën hoor.’ Gebulder.

De Kort vertelt dat er de vorige dag drie sponsoren op de stoep stonden om alvast tafeltjes te reserveren in de businessruimte. Aan het raam. ‘Maar er zijn nog helemaal geen tafels.’ Wilting: ‘Dan moet je kruisjes zetten op het tapijt.’ Gelach.

Wilting vertelt over de niet-aflatende stroom workshops, lezingen en cursussen die hij overal in het land houdt. ‘Laatst was ik in Maastricht. Toen heb ik ze maar een hotel laten boeken, want ik ga niet ’s nachts dat hele eind terugrijden naar Almere.’ De Kort: ‘Klaas, ik zou er maar vast aan wennen. Als we straks Champions League spelen, blijven we toch ook in Milaan logeren?’ Gebulder.

Het veld in Vorden wordt aan vier zijden omringd door naaldbomen. De tegenstander vanavond is De Graafschap, de helaas zojuist gedegradeerde trots van de Achterhoek. Het ietwat bonkige publiek drinkt bier en hapt in broodjes bal. Af en toe weerklinkt er een ‘superboeren!’ Wilting, De Kort en Baudoin, alledrie strak in pak, nemen plaats op de tribune. ‘Daar heb je ze hoor, de coryfeeën,’ roept een De Graafschap-supporter.

In de eerste helft voetbalt FC Omniworld aardig. Twee minuten voor rust jaagt een aanvaller van De Graafschap de bal huiveringwekkend hard het doel in: 1-0. In de tweede helft is de glans er volledig af bij Omniworld. Het blijft 1-0. ‘Dit was eigenlijk ons schaduwteam,’ grapt Wilting na afloop in de bestuurskamer, terwijl er een biertje onder zijn neus geschoven wordt.

In de auto halen de drie bestuurders opgelucht adem. Paul Baudoin zegt: ‘Gelukkig zijn we niet afgegaan.’ Wilting knikt instemmend. ‘We hebben nog twee weken te gaan tot het begin van de competitie,’ zegt De Kort. ‘Als we vandaag met 8-0 op onze kloten hadden gekregen, waren het twee rotweken geweest.’

Daarna gaat het de hele weg niet meer over voetbal. Het vaste discours van de Flevolandse ‘haute bourgeoisie’ neemt de overhand. Wilting babbelt over de nieuwe Renault Mégane die zijn vrouw op het oog heeft en over zijn innige banden met het prominente Almeerse echtpaar Ton en Heleen van Royen. De Kort praat over zijn nieuwste speeltje: in zijn woonplaats Lelystad gaat hij binnenkort een café omtoveren tot uitgaans­paradijs voor dertigers met kinderen. Wilting praat over zijn tweede huis in Frankrijk. De Kort vraagt Baudoin: ‘Paul, heb jij eigenlijk een zwembad in je tuin?’ ‘Nee,’ antwoordt die. De Kort: ‘Ik ook niet. Maar ik zit er de laatste tijd wel sterk aan te denken.’

Edwin van Ankeren, aanvaller, is de vedette van FC Omniworld. Een bescheiden vedette, dat wel. Echte wereldsterren vind je niet bij een club met een begroting van slechts 1,8 miljoen euro. De spelers van het eerste elftal hebben allemaal de semi-profstatus, sommigen voetballen voor het wettelijk minimumloon. Bijbaantjes zijn schering en inslag: de selectie herbergt een employé van ABN Amro, een PTT-medewerker en een verkoper van groente en fruit op de markt. Het grote geld is in het Almeerse voetbal ver te zoeken. Ook Edwin van Ankeren heeft een tweede betrekking, als assistent in een fysiotherapiepraktijk. Niet vanwege het geld, want dat heeft hij in overvloed. Nee, Van Ankeren wil graag werken naast het voetbal, om bezig te blijven. ‘Ik ben mijn leven weer aan het oppakken,’ zegt hij. ‘Ik moet rust vinden, structuur.’

We zitten op de roodlederen bank van zijn ouderlijk huis in Lelystad. De hal staat vol buizen, planken en zakken cement. Van Ankeren, zevenendertig jaar oud, gaat voorlopig weer bij vader en moeder op de eerste etage wonen. Dit voorjaar keerde hij terug in de Flevopolder, na bijna twintig jaar in het buitenland. Gescheiden van zijn vrouw, en de buik vol van het heen en weer gereis van zijn twee zoontjes. ‘Spelen in het buitenland lijkt prachtig. Maar in werkelijkheid is het vooral veel stress en moeilijke keuzes maken.’

Het grootste deel van zijn loopbaan speelde Van Ankeren voor Belgische teams. Begin jaren negentig zat hij één seizoen bij een Nederlandse topclub, PSV. Niet bepaald tot zijn genoegen. ‘Er was net een keiharde sanering aan de gang. Ze probeerden me om te scholen tot verdediger, maar ik was te veel aanvaller. Ik werd vernederd door mijn medespelers. Stond ik met tranen in mijn ogen te voetballen.’

De Italiaanse tweedeklasser Viterbese naaide hem waar hij bij stond. Van Ankeren speelde niet één wedstrijd en wachtte maandenlang tevergeefs op zijn salaris. ‘Het ging helemáál niet in Italië. Ik had geen geld en geen zekerheid. Toen begonnen de problemen in mijn huwelijk.’ Hij vertrok naar Noorwegen, waar hij het laatste seizoen onbezoldigd doorbracht bij een tweededivisieclub en als pr-man werkte bij een bedrijf in petrochemie.

‘Ik was net terug in Lelystad,’ zegt Van Ankeren, ‘toen Omniworld belde. Of ik als ervaren kracht nog één of twee jaar de kar zou kunnen trekken. Ik heb er een maand over nagedacht. Toen heb ik ja gezegd.’ Hij kijkt de tuin in. ‘Ik kan het nog steeds hoor, voetballen. Ik ben misschien wat ­ouder, maar het tempo kan ik prima bijbenen.’

Het is tijd om naar de training te gaan. Het kluswerk wordt vanavond voortgezet. ‘Hoe laat ben je thuis van de training?,’ vraagt zijn moeder bij het weggaan. ‘Half zes? Dan zorg ik dat het eten om kwart voor zes op tafel staat.’

In zijn Mercedes Cabrio rijden we over de Oostvaardersdijk van Lelystad naar Almere. Het nomadenbestaan van de afgelopen twee decennia, vertelt Van Ankeren, heeft hem ook veel goeds opgeleverd. Zo spreekt hij zeven talen vloeiend. ‘Engels, Duits, Frans, Italiaans, alle Scandinavische talen,’ somt hij op. Wanneer we het parkeerterrein van FC Omniworld opdraaien, verklapt Van Ankeren zijn grootste wens. Met een bevriende spelersmakelaar wil hij ooit genoeg geld bij elkaar krijgen om een voetbalclub te kopen. In Italië.

Tien dagen voor het debuut in het betaald voetbal is FC Omniworld te gast in de Amsterdam Arena. Doel: een oefenpot tegen Ajax tijdens de jaarlijkse open dag. Nadat entertainer Wolter Kroes een nummertje heeft gezongen op de middenstip, betreden de spelers de grasmat om in te spelen. Materiaalman Herman Enting, een van de laatste Zwarte Schapen in dienst van Omniworld, wijst naar de nok van de Arena. Over de gehele lengte zijn gekleurde banieren gespannen met daarop de vele trofeeën die Ajax in zijn lange bestaan in de wacht sleepte: negenentwintig landskampioenschappen, vijftien keer bekerwinnaar, vier Europa Cups I en tweemaal de wereldbeker. ‘Dat gaan wij met Omniworld ook allemaal winnen,’ zegt Enting. Dan werpt hij een blik op de warmlopende spelers. Hij is even stil. ‘Of misschien ook wel niet.’

Met de businessclub van FC Omniworld gaat het intussen uitstekend. Driehonderd leden hebben zich al aangemeld, zo meldt Gert Jan de Kort. Als het zo doorgaat, moet de wachtlijst te voorschijn worden gehaald. De lounge van FC Omniworld puilt straks elke twee weken uit met de netwerkende fine fleur van het Almeerse bedrijfsleven.

Maar hoe zit het met die bijna drieduizend plekken op de gewone tribune? De Kort begint ongemakkelijk te schuiven op zijn stoel. De doorsnee Almerenaar staat niet bepaald te springen om betaald voetbal in zijn stad: er zijn nog maar tweehonderd seizoenkaarten verkocht. ‘De eerste vier jaar hebben we toeschouwers, daarna supporters,’ luidt het bezwerende mantra van De Kort.

Drie dagen na de wedstrijd tegen Ajax krijgen we een voorproefje van het Almeerse supporterdom. FC Omniworld speelt in de eerste ronde van het nationale bekertoernooi tegen SV Urk. De voltallige aanhang blijkt precies in één personenauto te passen. Drie van de vier horen bij elkaar: het zijn de vader, broer en boezemvriend van Omniworld-speler Melvin Donleben. Nummer vier is Piet Peroti. Of ‘zwarte Piet’, zoals ze hem op de club noemen. Piet is inderdaad pikzwart. Ondanks het christelijke uur van de dag scheidt hij al een stevige alcoholdesem af. ‘We gaan zeker winnen van Urk,’ zegt hij. ‘Zij zijn gevaarlijk, maar wij zijn gevaarlijker.’ Hij ritst zijn trainingsjasje open. Een verwassen FC Omniworld-T-shirt komt te voorschijn.

Piet geeft uiting aan zijn onvoorwaardelijk fanschap door het maken van lawaai. Veel lawaai. Gezeten in de nok van de tribune stalt hij zijn instrumenten uit: een grote trommel – die standaard mee mag in de spelersbus – en een ‘voettoeter’: een fietspomp met een toeter eraan gemonteerd. Vanaf het eerste fluitsignaal produceert Piet een onwaarschijnlijke bak herrie. Twaalf slagen op de trommel, gevolgd door een hees ‘Om-ni-wo-horld’, afgerond met een paar ferme stoten uit de voettoeter.

Bij rust staat het 1-1. Om Piet heeft zich inmiddels een cordon van blonde Urkse jochies verzameld dat zijn performance ademloos gadeslaat. Op het veld gaan de zaken voor Omniworld in de tweede helft voorspoedig: de corpulente vissers kunnen het tempo niet meer bijhouden. Omniworld scoort 1-2. En 1-3. En ook nog 1-4. Piet ontploft bijkans van vreugde. Bij elk doelpunt krijgen de Urkse jongetjes grotere ogen.

Na afloop van de wedstrijd blijkt dat Piet en zijn drie kornuiten vandaag toch niet de enige supporters waren. Op de website van FC Omniworld feliciteert voorzitter René ter Borgh zijn team met de victorie op Urk. Ook hij heeft de wedstrijd gezien, in het gezelschap van veertig Omniworld-aanhangers. Via internet, op zijn vakantieadres in het Spaanse Salou.

Hoe zal het FC Omniworld vergaan in de Gouden Gids Divisie? Op de club wordt dezer dagen vooral bescheidenheid en realisme gepredikt. De Almeerse voetbalmannen lijken definitief afstand te hebben genomen van alle grootspraak uit het verleden. ‘Eerst maar eens aankijken’, ‘gelukkig bestaat er geen degradatie in de Gouden Gids Divisie’ en ‘laatste worden is niet erg’ zijn adagia die voortdurend opduiken om en nabij het Mitsubishi Fork Lift Truck Stadion.

Op vrijdagavond 12 augustus speelt FC Omniworld zijn eerste wedstrijd in het betaalde voetbal, thuis tegen BV Veendam. Iedereen is er: Richard Smith is speciaal overgevlogen uit Londen, René ter Borgh onderbrak zijn vakantie in Salou. Enkele minuten voor de aftrap gelast scheidsrechter Mike van der Roest de wedstrijd af. Het zojuist voltooide Fieldturf Evolution kunstgrasveld is niet bestand gebleken tegen de overvloedige regenval van de afgelopen dagen. Terwijl Klaas Wilting in de businessclub de verzamelde pers te woord staat, druipt het publiek af.

‘Ach,’ zegt vice-voorzitter Paul Baudoin twee dagen later, ‘we hebben de afgelopen tien jaar wel voor hetere vuren gestaan. Het komt allemaal omdat de richtlijnen van de KNVB veel strenger zijn dan die van Europese voetbalbond.’ En ineens is daar weer die Almeerse bravoure: ‘Als het de Champions League-finale tegen Barcelona was geweest, hadden we gewoon gespeeld.’





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?