Vrij Nederland En als er nog een tsunami komt?

Honderd dagen na de kernramp in Fukushima is er in Japan grote kritiek op de nucleaire industrie en de overheid.

Een deel van de totaal verwoeste kerncentrale, anderhalve week na de tsunami Een deel van de totaal verwoeste kerncentrale, anderhalve week na de tsunami

Het moet een hel zijn geweest voor de medewerkers van de kerncentrale in Fukushima. Het was half zeven in de ochtend op 11 maart toen de tsunami over het complex heen sloeg. De stroom viel uit. Noodgeneratoren stonden in volgelopen kelders. En dus was het pikkedonker, controlepanelen deden het niet meer. Communicatie per telefoon was onmogelijk. In het pikkedonker trachtten de medewerkers uit alle macht de reactoren stabiel te houden. Ze struikelden over lukraak neergevallen buizen en brokken beton, en moesten scheuren in het wegdek ontwijken. Omdat de koeling wegviel, steeg de temperatuur snel in de reactoren die op dat moment in werking waren. De plant manager besloot zeewater over de reactoren te spuiten om de kernen en de afgewerkte staven koel te houden. Maar dat hielp niet. De brandstof raakte oververhit. Op 12 maart volgde een explosie in reactor 1 waarbij grote hoeveelheden radioactief materiaal de lucht in gingen. Het gebouw werd ernstig verwoest. Meer explosies volgden in de dagen erna. De beelden daarvan gingen de hele wereld over.

De autoriteiten lieten aanvankelijk sussende geluiden horen. Vooral de eerste reactie van president directeur Masataka Shimizu van de Tokyo Electric Power Company (Tepco), de eigenaar van het nucleaire complex bij Fukushima, is achteraf grotesk. Zíjn bedrijf trof geen blaam, vond Shimizu: de oerkracht van de tsunami overtrof iedere verwachting. 'Dit hadden wij niet kunnen voorzien.'

Naar nu blijkt was Tepco totaal niet voorbereid op zo'n ramp, en de Japanse overheid liet het bedrijf (en de andere elektriciteitsmaatschappijen) zijn gang gaan. Het Nuclear and Industrial Safety Agency (NISA) was een tandeloos instituut dat geen dwingende maatregelen op kon leggen, een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken dat kernenergie altijd propageerde.

We zijn nu honderd dagen verder, en nog steeds is de situatie bij Fukushima zeer ernstig. Pas eind mei maakte Tepco bekend dat al in de eerste dagen na de tsunami in drie van de zes reactoren sprake was van een totale meltdown. En de overheid maakte begin juni bekend dat twee keer zoveel meer straling was vrijgekomen dan eerst was aangenomen. De nucleaire brandstof ligt nu op de bodem van de reactorvaten en op de betonnen vloer van de reactorhuizen. Mogelijk dat het door de bodem heen gaat lekken. Dat zou de situatie nog oncontroleerbaarder maken dan ze nu al is.

Dat het nieuws over de meltdown en de verhoogde straling nu pas naar buiten komt, leidde tot grote woede over de gebrekkige voorlichting. Boze ouders eisten bescherming voor hun kinderen en in Fukushima-stad, dat buiten de twintig-kilometer-zone ligt en waar de straling nog laag is, krijgen de kinderen geigertellers mee naar school. Een voorlichter liet weten dat eerder 'onvoldoende zekerheid' was over wat er precies was gebeurd, maar ook dat 'paniek moest worden voorkomen'. De angst bestond dat Tokio leeg zou lopen. Een typisch geval van damage control dus.

Om de reactoren te koelen, heeft Tepco meer dan honderdduizend ton zeewater over de reactoren en de afgewerkte staven gespoten. Daar komt dagelijks vijfhonderd ton bij. Dat water is zwaar radioactief en stroomt weg uit de reactoren. Deels wordt het opgeslagen in containers. Maar de maximale opslagcapaciteit is nu bereikt. En dus kwam Tepco met filters om het water vrij te maken van radioactiviteit. Die filters zouden een maand meegaan. Maar al na vijf uur waren ze zo radioactief dat het werk moest worden stilgelegd. Nu bestaat de vrees dat het zwaar radioactieve water in zee wordt geloosd. In april loosde Tepco al elfduizend ton licht radioactief water in zee, wat leidde tot felle protesten van vissers, buurlanden en milieuorganisaties. Ook stroomde vijfhonderd ton zwaar radioactief water uit de kelders de zee in door een lek. Volgens Greenpeace, dat onlangs zeewier en vissen uit de wateren rond Fukushima onderzocht op radioactiviteit, is de zee nu al 'ernstig vervuild'. Ook in het duizenden kilometers verderop gelegen Hawaii werd in melk tot dertien keer de norm aan radioactiviteit gemeten.

- De Tepco-baas raakte zo overspannen dat hij op het kantoor in een bed moest liggen

De befaamde Japans-Amerikaanse natuurkundige Michio Kaku noemde Fukushima op 22 juni bij CNN 'een tikkende tijdbom' en 'de grootste industriële ramp ooit'. Het opruimen zal volgens hem 'vijftig tot honderd jaar duren'. Over de Japanse overheid en over Tepco is Kaku niet mals. Volgens Kaku wisten ze al die maanden precies hoe ernstig de situatie was. Maar: 'Ze logen,' zei hij bij CNN. 'Ze hebben een happy face opgezet.'

Kaku staat niet alleen in zijn kritiek. In Japan is de verontwaardiging bij het publiek zó groot dat de Japanse premier Naoto Kan zich genoodzaakt zag aan te kondigen dat hij zal aftreden 'zodra de situatie onder controle is'. Hem wordt vooral verweten dat hij traag reageerde. In april baarde een van Kans adviseurs, de hoogleraar stralingsveiligheid Toshiso Kosako, opzien door uit de school te klappen. Kosako kon het niet langer verkroppen dat de premier alarmerende rapporten over de hoogte van de straling in de omgeving van Fukushima te laat naar buiten bracht, of in het geheel negeerde. Op de persconferentie - waar een gefrustreerde en duidelijk overwerkte Kosako in huilen uitbarstte - verweet de academicus het team rond de premier 'gebrek aan leiderschap'. Haruki Madarame, hoogleraar, pro-kernenergie-lobbyist én voorzitter van het Nuclear and Industrial Safety Agency dat controle moet uitoefenen op de nucleaire industrie, heeft onlangs zijn excuses aangeboden voor de gebrekkig manier waarop zijn mensen te werk zijn gegaan. 'Er moet iets veranderen,' zei hij.

Ook Tepco moet het ontgelden. Het bedrijf is een staat in de staat en leek jarenlang too big to fail. Maar sinds de ramp is alles anders. Tepco maakt miljardenverliezen, de beurskoers is gekelderd. En net als de premier kondigde ook Tepco-baas Masataka Shimizu eind maart aan op te stappen. Hij raakte volgens geruchten een paar dagen na de ramp zo overspannen dat hij het merendeel van de tijd op het hoofdkantoor in een kamer apart in bed lag.

In Japan - dat geen eigen fossiele brandstoffen heeft - is de kernenergielobby oppermachtig. Kernenergie is veilig, luidde de mantra. Daar mocht niet aan getornd worden, ook niet na de rampen bij het Amerikaanse Three Miles Island in 1979 en in Tsjernobyl in 1986. Dat de almacht van de nucleaire industrie de afgelopen jaren leidde tot tunnelvisie en het wegdrukken van onwelgevallige informatie, bleek uit een reeks onthullingen in Japanse en internationale media. De mantra van de veiligheid had ook als gevolg dat men zich niet op een grote kernramp had voorbereid.

- Waarom heeft een land dat zo gevoelig is voor aardbevingen, zoveel kerncentrales?

In 2006 stelde een commissie nieuwe veiligheidsmaatregelen op waaraan kerncentrales moesten voldoen. De commissie was voor een groot deel samengesteld uit mensen die actief waren in de nucleaire industrie. Seismoloog Ishibashi Katsuhiko was ook lid van de commissie. In zijn vakgebied zijn de afgelopen tien jaar belangrijke ontdekkingen gedaan. Nieuwe breuklijnen onder de Japanse landmassa werden ontdekt, of breuklijnen bleken heel anders te lopen. Katsuhiko wilde dat deze nieuwe kennis werd betrokken bij de risico-analyses. Waren er geen kerncentrales gebouwd op of vlak bij zo'n breuklijn? En hoe gevaarlijk was dat? Maar zijn pleidooi werd terzijde geschoven. Naar de breuklijnen hoefde niet gekeken te worden, oordeelde de meerderheid van de commissie. Katsuhiko stapte op. Hij noemde de bevindingen van de commissie 'onwetenschappelijk'.

Niet lang nadat het rapport uitkwam, bleek hoezeer Katsuhiko gelijk had. In juli 2007 raakte 's werelds grootste kerncentrale nabij de steden Kashiwazaki en Kariwa aan de westkust van Japan beschadigd na een aardbeving van 6,6 op de schaal van Richter. Hierbij kwam een kleine hoeveelheid radioactief materiaal vrij.

Meteen na de bijna-ramp liet seismoloog Katsuhiko in een ingezonden stuk een waarschuwing horen. 'De regering, de energie-industrie en academici hebben allemaal de gewoonte ontwikkeld om de kans op aardbevingen te onderschatten,' schreef hij in het links-liberale krant Ashi Shibun. Volgens de seismoloog is sinds de grote aardbeving in 1995 die de stad Kobe zo goed als had verwoest, een nieuw tijdperk begonnen dat wordt gekenmerkt door een verhoogde kans op aardbevingen. 'Tenzij er radicale stappen worden genomen om de kwetsbaarheid voor aardbevingen van kerncentrales te verminderen, bestaat de kans dat Japan een zeer ernstige nucleaire catastrofe staat te wachten in de nabije toekomst.'

Het bleken voorspellende woorden.

Emoties na de ramp bij hoogleraar Toshiso Kosako, premier Naoto Kan, Tepco-baas Masataka Shimizu en seismoloog Ishibashi Katsuhiko Emoties na de ramp bij hoogleraar Toshiso Kosako, premier Naoto Kan, Tepco-baas Masataka Shimizu en seismoloog Ishibashi Katsuhiko

Niet alleen wetenschappers als Katsuhiko maakten zich zorgen. De kleine groep anti-kernenergie-activisten in Japan vroeg zich altijd al af waarom een land dat zo gevoelig is voor aardbevingen, zo veel kerncentrales heeft. Toen uit nieuwe seismologische gegevens bleek dat de centrale van Hamaoka precies op zo'n breuklijn stond, begon de beweging een rechtszaak. Eigenaar Chubu Electric hield vol dat er niets aan de hand was. De rechter stelde het bedrijf in 2007 in het gelijk. De rechter volgde het advies van de pro-kernenergie-hoogleraar Haruki Madarame, die later voorzitter zou worden van... het Nuclear and Industrial Safety Agency.

Na Fukushima zwol de kritiek op het openhouden van Hamaoka steeds verder aan. Hoe kon het dat een centrale draaiende werd gehouden terwijl uit onderzoek blijkt dat de kans op een nieuwe aardbeving aanzienlijk is? Maar de activisten van het eerste uur kregen alsnog hun gelijk. Premier Kan oefende grote druk uit op Chubu en het bedrijf besloot de centrale te sluiten.

Hoe hoogmoedig een bedrijf als Chubu en vooral ook Tepco de gevaren bleef onderschatten, is de afgelopen weken steeds duidelijker geworden. In mei van dit jaar wist het persbureau AP met hulp van de Japanse Wet Openbaarheid Bestuur de hand te leggen op een memorandum van twee kantjes. Hierin verzekert de manager van de centrale bij Fukushima dat de kans op een tsunami die zo groot is dat de centrale gevaar zou kunnen lopen, gevoeglijk kon worden uitgesloten. Tepco ging bij een tsunami op grond van eerdere aardbevingen uit van een maximale golfhoogte van 5,4 meter. Het werd een golf van veertien meter.

De medewerkers van het NISA, dat het memo destijds ontving, lieten het er bij zitten. 'We namen de informatie voor kennisgeving aan,' liet een van hen weten aan AP. Volgens seismoloog Katsuhiko - hij stapte eerder uit de commissie - was er bij Tepco sprake van een 'totaal gebrek aan respect' voor de krachten die de natuur kan ontketenen.

- De wetenschappers moesten vooral niet te veel lastige vragen stellen

In 2008 stelde het NISA een commissie samen voor een review van de verouderde veiligheids-standaarden uit 2001. De commissie bestond uit ingenieurs, geologen en seismologen. Elke Japanse centrale werd aan een onderzoek onderworpen. De elektriciteitsmaatschappijen waren op hun hoede: extra veiligheidsmaatregelen kosten veel geld, en die kosten lopen alleen maar op als centrales tijdelijk moesten worden stilgelegd, zoals tussen 2007 en 2009 toen Tepco bouwwerkzaamheden uitvoerde om de centrale van Kashiwazaki-Kariwa schokbestendig te maken.

De wetenschappers moesten vooral niet te veel lastige vragen stellen. En dus werd bij Fukushima alleen gekeken naar de gevaren van aardbevingen, want alles verwoestende tsunami's? Daarop was de kans niet groot, zo was de communis opinio. 'Het risico van een tsunami is niet ter sprake gekomen,' liet commissielid en seismoloog Takashi Azuma weten aan The Washington Post.

In het voorjaar van 2009 werd het onderzoek afgerond en rondgestuurd aan een grotere groep van veertig wetenschappers die op- en aanmerkingen mochten maken. Een van hen was seismoloog Yukinobu Okamura, directeur van het Japanse centrum voor de studie naar aardbevingen en breuklijnen. Hij waarschuwde in juni 2009 dat er eerder een grote tsunami was geweest. Zo had zijn instituut een model gemaakt op basis van een tsunami die in het jaar 869 de kust in noordoost-Japan verwoestte.

In 2005 rondden wetenschappers een onderzoek af naar de sedimenten die deze tsunami heeft afgezet. Moest met de kans op een herhaling van zo'n tsunami rekening gehouden worden?, vroeg Okamura. Maar de medewerker van Tepco, die tijdens de beraadslagingen ook aan tafel zat, vond van niet. 'Het was allemaal wel heel lang geleden,' was zijn oordeel. Okamura betoonde zich ontevreden, zo blijkt uit de notulen die op de website van het NISA zijn geplaatst. 'Hoe kunnen we het hierbij laten zitten?', zo vroeg hij zich af. Een NISA-medewerker beloofde dat nader naar de kwestie zou worden gekeken. Hoge prioriteit had het niet. Afgelopen jaar is weliswaar door Tepco en NISA nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een tsunami, aardverschuivingen en andere risico's, zonder dat er extra veiligheidsmaatregelen werden getroffen. 'We waren daar nog mee bezig toen de ramp zich voltrok,' aldus een woordvoerder van NISA in The Washington Post.

Eind mei stuurde het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) van de Ver-enigde Naties een missie naar Japan om onderzoek te doen naar de oorzaken van de ramp en om lessen te trekken voor de toekomst. In het rapport prijzen de onderzoekers de medewerkers van Fukushima die na de tsunami met gevaar voor eigen leven probeerden de gevolgen van de ramp te beperken. Maar zij zijn dan ook de enigen die een pluim krijgen. Het agentschap, dat mede is opgericht om het gebruik van kernenergie te bevorderen, is vernietigend over Tepco en de Japanse overheid. Die twee zijn veel te veel met elkaar vervlochten, vind het IAEA. 'Er dient een onafhankelijke toezichthouder zijn, en onder alle omstandigheden moet ieders rol helder zijn,' aldus het rapport. De reactie van de Japanse overheid na 12 maart was volgens het IAEA traag door 'complexe organisatiestructuren'. Tepco krijgt een veeg uit de pan omdat het veel te laks is geweest met het nemen van voorzorgsmaatregelen. Waarom was er geen deugdelijke back-up toen de stroom uitviel? Bij berekeningen van de risico's op tsunami's en aardbevingen had álle beschikbare informatie ('ook al was die afkomstig uit de prehistorie') moeten worden meegewogen.

Medewerkers van het Internationaal Atoomagentschap onderzoeken de ramplocatie Medewerkers van het Internationaal Atoomagentschap onderzoeken de ramplocatie

Hoe nu verder? Op een bijeenkomst van het IAEA in Wenen, bedoeld om lessen te trekken uit Fukushima, zei de Japanse minister van Economische Zaken Banri Keiada dat zijn land jarenlang 'ten onrechte een grenzeloos vertrouwen had in de technologie van Japanse kerncentrales'. En: 'Denken over veiligheid was niet stevig verankerd bij de nucleaire industrie.'

De Japanse regering is om, zoveel is duidelijk. Premier Kan heeft een moratorium op nieuwe kerncentrales afgekondigd. Dat betekent dat de bouw van veertien nieuwe centrales niet doorgaat. Het land gaat zich meer richten op zonne- en windenergie. Ook komt er alsnog een onafhankelijke toezichthouder voor de nucleaire industrie. De overheid gaat verder miljarden euro's bijdragen aan een fonds voor de slachtoffers. En er zal een langdurig onderzoek komen naar de mogelijke gezondheidseffecten van de ramp.

Maar is het drama hiermee ten einde? Nee, verre van. Het laatste nieuws is dat reactor 2 dreigt te ontploffen. Bij dorpelingen veertig kilometer van Fukushima zijn afgelopen week sporen van radioactief materiaal in de urine gevonden. En wat gebeurt er met al die tonnen vervuild water? Hup de zee in? En komt er nog een tsunami? Of een tyfoon? En wat staat ons nog te wachten als de gesmolten kernstaven alsnog door de betonnen bodem van de reactorhuizen zakken of kernsplijting in een reactor ongecontroleerd opnieuw op gang komt, zoals in mei? Hoeveel straling komt er dan nog vrij?

Veiligheid van Nederlandse kerncentrales

Terwijl het Internationaal Atoomagentschap het belang benadrukt van een onafhankelijke toezichthouder op de veiligheid van kerncentrales, en Japan nu eindelijk onafhankelijkheid gaat garanderen, doet Nederland precies het tegenovergestelde. De Kernfysische Dienst was jarenlang ondergebracht bij het ministerie van VROM, maar is nu onderdeel van het ministerie van Economische Zaken. PvdA-kamerlid Diederik Samsom stelde al vóór Fukushima Kamervragen. Volgens hem handelt het kabinet in strijd met het internationale verdrag voor de nucleaire veiligheid. Daarin staat dat de operationele kant van kernenergie en het toezicht op de veiligheid gescheiden moeten zijn. Minister Maxime Verhagen zag geen problemen. Zijn ministerie houdt zich volgens hem niet bezig met de exploitatie of promotie van kernenergie. Het is dan ook opvallend dat diezelfde Nederlandse regering (net als veel andere landen) op de recente IAEA-conferentie over nucleaire veiligheid in Wenen pleitte voor een striktere scheiding. 'Die dienst moet weg bij het ministerie van Economische Zaken,' zegt hoogleraar en atoomfysicus Wim Turkenburg.

05-07-2011 / Buitenland