VN MediagidsDisaster diplomacy
Buitenland / Birma 21.05.2008
24-05-2008
Ko Colijn
De generaals in Birma willen misschien wel hulp, maar geen hulpverleners. Wij delen zelf de lakens uit, is hun antwoord. De heren zijn bang dat de onzalige cycloon het politieke breekijzer is dat een eind maakt aan hun regime. Nargis als reiniger van de politieke augiasstal: vergeef mij de metafoor, maar als het om verwijderen van inktzwarte vlekken gaat, helpt soms alleen de dubbele waskracht die de internationale diplomatie zo ontbeert. De ramp als bestuurlijke kans, er is zelfs een naam voor: disaster diplomacy.
Inderdaad, de natuurramp is internationale politiek, maar het is een illusie te denken dat rampen slechts het mooie in de mens losmaken en conflicten uit de wereld helpen, zoals de tsunami die de burgeroorlog in Atjeh deed wegsmelten. Grieken en Turken staken elkaar na aard- en zeebevingen in 1999 de hand toe, maar later 'normaliseerden' de verhoudingen toch weer. Nucleaire onderhandelaars putten heimelijk hoop uit de zoveelste voedselcrisis in Noord-Korea, want die zal Kim Jong Il wel wat soepeler maken bij het inleveren van zijn atoombom. Maar de Noord-Koreanen kunnen dat goed scheiden, de bevolking is wel gewend aan een lege maag. India en Pakistan hebben ook de nodige ervaring met disaster diplomacy. Aan overstromingen (Pakistan 2007) en aardbevingen (Gujarat 2001, Kasjmir 2005) helaas geen gebrek, hulpoperaties over en weer waren bemoedigend, maar de onderlinge betrekkingen zijn er niet beter van geworden. Zelfs de NAVO en de taliban zetten hun oorlog in Afghanistan op een lager pitje bij de aardbevingen in Noord-Pakistan (2005) en wedijverden in het verlenen van hulp. Daarna werd de oorlog weer belangrijk.
Toen de orkaan Katrina door Texas raasde, ijlden de buitenlandse gezanten naar de Amerikaanse overheid om de redding van New Orleans te offreren. Niet louter hulpvaardigheid welde op, hier kon ook een wit voetje worden gehaald bij het machtigste land van de wereld. De aanbiedingen hadden zelfs iets vernederends en moesten zorgvuldig geformuleerd - hoe royaler het aanbod, des te pijnlijker eigenlijk de incompetentie van de regering-Bush. Plaaggeesten als Cuba en Venezuela grepen Katrina aan om Bush hulp te bieden. Vier jaar eerder was Cuba getroffen door de orkaan Michelle. Toen boden de Verenigde Staten noodhulp aan, maar Castro weigerde. Hij wantrouwde het aanbod, wilde er alleen voor betalen en eigenlijk verlangde hij dat de Verenigde Staten het handelsembargo tegen het communistische eiland zouden opheffen. Maar dat weigerde Bush weer, zodat de sfeer er niet beter op werd.
De gedachte dat natuurrampen in het land zelf tenminste wél helend kunnen werken is ook al te optimistisch. Uit statistisch onderzoek naar de gevolgen van aardbevingen in honderdtweeëntachtig landen in de periode 1975-2002 blijkt dat rampen binnenlandse conflicten juist aanwakkeren. Niks verzoening, er ontstaat vaak ruzie over wie voorrang bij de wederopbouw krijgt.
En denk vooral niet dat het virus van de politiek alleen ontvangers besmet. Uit een langjarige studie naar het Amerikaanse noodhulpbeleid blijkt dat het mededogen van de gevers heel selectief en gepolitiseerd is. Amerikaanse bondgenoten maken een zeven keer grotere kans op noodhulp dan niet-bondgenoten. De hoeveelheid ramphulp die de Verenigde Staten geven, correleert sterk met de aandacht die de media eraan besteden. Elk artikel dat de New York Times aan een ramp wijdt, is goed voor een half miljoen dollar extra hulp. De koele statistiek wijst zelfs uit dat één krantenartikel in dat opzicht meer hulpdollars genereert dan vijftienhonderd slachtoffers extra.
Noodhulp als diplomatiek instrument, mag dat eigenlijk wel? Bij een ramp als Nargis, waar tweeëneenhalf miljoen slachtoffers kunnen vallen, is het not done om in dergelijke termen te denken. Politiek en humanitair leed horen gescheiden te blijven, hulpverlening is onbaatzuchtig en neutraal. Maar ook al is die norm de reden dat er vele dekens, teddyberen en babymelk worden gestuurd, de werkelijkheid heeft ook een bittere kant: baatzucht en berekening.
De Birmese junta geeft niet om het lot van de slachtoffers. Aangevoerd door de Franse minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner eist de beschaafde wereld dat de hulp desnoods zonder toestemming van het militaire bewind naar de stervende bevolking wordt gebracht. Hij doet een beroep op de doctrine van de R2P, sms-taal voor de responsibility to protect. Volgens deze formule verspeelt een regime dat zijn eigen onderdanen niet beschermt zijn soevereiniteit. De rest van de wereld mag dan doen wat zo'n regime nalaat. Hulp bieden dus, of zelfs militair ingrijpen. Maar tussen het mogen en doen gaapt het eigenbelang, de disaster diplomacy. De hulp-'invasie' die de Veiligheidsraad vandaag in Birma goedkeurt, kan morgen ook op Rusland of China van toepassing worden verklaard. Ook ramphulp is vetopolitiek.
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




