VN MediagidsDe verwende schrijver
14.04.2009
11-04-2009
Door Stephan Sanders
Als twee vrouwen ruzie hebben, noemen we dat een catfight, ook als die vrouwen schrijvers zijn en hun ruzie openlijk uitvechten via een pennenstrijd. Als twee mannen ruzie hebben, en die mannen zijn toevallig schrijvers, noemen we zoiets een polemiek, want dat is een ‘openlijk gevoerde pennenstrijd, die zich vaak afspeelt tussen vakgenoten’.
Zo liggen de verhoudingen. Als man sta ik altijd weer versteld van de inventiviteit van mijn seksegenoten, en de goedgelovigheid van vrouwen.
Het polemische genre is niet mijn favoriet. Ik associeer het met de jaren zeventig en tachtig, met voorbij, voorgoed voorbij en met een catfight tussen mannen, die ze hebben opgekalefaterd tot iets deftigs. Ja, ook Renate Rubinstein kon er wat van, maar die was dan in polemiek met W.F. Hermans of Piet Grijs, en dankzij die onbetwistbaar mannelijke inbreng kwam een en ander dan toch weer op een hoger plan.
Ik heb tot vervelens toe geschreven over mijn bewondering voor Rubinstein, maar haar polemische stukken zijn meteen ook de meest gedateerde.
Nu heeft Jeroen Brouwers de polemiek weer nieuw leven ingeblazen, met zijn ‘vloekschrift’ Sisyphus’ bakens, en de recensies zijn lovend. ‘Virtuoos schelden’, ‘ongeëvenaarde stijl’, ‘vorstelijk en kostelijk proza’.
In 2007 werd aan Brouwers de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend, de ‘meest prestigieuze prijs in het Nederlandse taalgebied’. Die prijs was zestienduizend euro groot, en dat vond Brouwers, voor de meest prestigieuze prijs… et cetera, te weinig. Dat is niet chic van hem, maar daarin heeft-ie wel gelijk. Als de staat duur wil doen met de meest prestigieuze prijs in het Nederlandse taalgebied, moet de staat er ook voor zorgen dat die prijs niet veel minder is dan andere prijzen, die ook in datzelfde taalgebied worden uitgereikt. Het probleem is: hier stopt ook het gelijk van Brouwers. Hij had ons dit in één A4’tje kunnen mededelen, maar wij lezers hebben nog 164 pagina’s te gaan, waarin Brouwers zijn eigen gelijk om zeep helpt.
Hoe doet hij dat? Door zichzelf op te voeren als een poète maudit, die lijdende en zwoegende artiest die maar niet begrepen wordt door het droogkloterige politieke volk. Die poète maudit bestond ook echt, in de negentiende eeuw, toen een beetje kunstenaar aan de absint ten onder ging en het persoonlijke zorgbudget en de AWBZ nog niet waren uitgevonden. Inmiddels hebben we alcoholvrij bier en AOW en het Fonds voor de Letteren, dat schrijvers (of althans bepaalde schrijvers, of althans Jeroen Brouwers) redelijk ruimhartig subsidieert. Deze nieuwe situatie – wij spreken ook wel van de verzorgingsstaat – doet nogal afbreuk aan het lijden van Brouwers, maar daar wil de schrijver niets van weten.
Hij lijdt onverdroten voort, met die overheidsbeurzen achter de trillende hand. Want ook dat negentiende-eeuwse drinken gaat natuurlijk gewoon door.
Zelf heb ik een zwak voor prijzen, ze kunnen me niet hoog genoeg zijn, en als de staat iemand onderscheidt, dient dat royaal te gebeuren, in de orde van grootte van de Balkenendenorm (zo’n 180.000 euro). Dat zou ook heel makkelijk kunnen, als de staatssubsidie aan schrijvers werd verminderd. Dus: minder geld voor werkbeurzen, meer geld voor uitzonderlijke prestaties.
Jeroen Brouwers wil allebei: en een door de staat gegarandeerd inkomen, en een heel hoge prijs. Hij wil ook nog een vorstelijk pensioen. En eigenlijk wil hij geen belastingen betalen, want hij is namelijk schrijver, en die doen niet aan dat soort burgerlijke dingen.
De onvoorstelbare verwendheid van vroege babyboomers is zelden navranter op papier gezet dan in dit vloekschrift. Hier spreekt de stem van het gepatenteerde linkse volk, dat tegen het Koningshuis is (oei), tegen God en kernwapens, tegen ‘regeringsvliegtuigen’ (want die zijn niet bestemd voor schrijvers), en natuurlijk ook tegen te lage staatsprijzen voor arme kunstenaars. Het is een beetje vreemd dat Brouwers zich nooit eerder geroerd heeft over die te lage staatsprijzen. Het is een beetje verdacht dat het pas een belangrijk politiek onderwerp werd toen die te lage staatsprijs aan hem persoonlijk dreigde te worden uitgereikt.
Eigenlijk wil Brouwers maar één ding. Dat hij een ‘staatspensioen’ krijgt. Daarvoor, lijkt mij, moet je eerst ambtenaar worden, maar Brouwers is een artiest en een ambtenaar wil-ie om de dooie dood niet zijn. Er rest hem volgens mij een zeer reële mogelijkheid: naar Noord-Korea te verhuizen, daar doen ze aan die dingen (en trouwens ook aan gevangenkampen en martelingen).
Wat Brouwers ook kan doen, is vakken vullen bij de AH. In die positie ben je niet de speelbal van een wispelturige staat, die al dan niet te lage prijzen uitreikt aan heel goede vakkenvullers.
De simpele waarheid is, dat schrijven veel leuker werk is dan vakken vullen of voor mijn part notaris zijn. Ik kan het weten, want ik schrijf zelf en heb vroeger vakken gevuld.
Alleen van dat notaris-zijn ben ik niet zeker.
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




